Fabian Cancellara (39) heeft zowat alles gewonnen wat er te winnen viel. Klassiekers, rittenkoersen van een week, ritten in grote rondes, vier wereldtitels in het tijdrijden, olympisch goud tegen de klok… Alleen de regenboogtrui op de weg én Tourwinst ontbreken op zijn palmares. Dat lijkt verdacht veel op het parcours dat Wout van Aert aflegt. Ook Spartacus is onder de indruk. “De vraag is: waar wil hij zelf met zijn carrière naartoe?”

Geen Imola dit weekend voor Fabian Cancellara. En ook geen Zwitserland. Neen, Spartcus vertoeft met zijn vrouw Stefanie en dochters Giuliana (13) en Elina (8) in Duitsland. “Mijn kinderen hebben geen school”, vertelt Cancellara. “Zij gingen sowieso op vakantie en ik zou hen achterna gereisd zijn. Op het WK in Martigny zou ik bij heel wat zaken betrokken geweest zijn, maar door corona is dat weggevallen. Hoelang we in Duitsland zullen blijven, weet ik niet. Verder dan vier dagen kijken we niet vooruit. Door alle maatregelen en beperkingen heeft dat toch geen zin.”

Je werd tijdens de Tour voor Vive le Vélo gevraagd, maar dat lukte niet.

(knikt) Ik had graag een bezoekje aan de Tour of Vive le Vélo gebracht, maar dat lag moeilijk. Wij, Zwitsers, mogen naar het buitenland reizen, maar bij terugkomst moet je in quarantaine. Dat is de reden waarom ik thuis ben gebleven. Ik had ook makkelijk naar Imola kunnen gaan, maar dat wilde ik niet. De renners en hun entourage zitten in hun bubbel. Ik ben een buitenstaander. Het is niet omdat ik Cancellara ben dat ik dat moet verstoren. Op die manier kan ik aan de fans tonen dat ze beter op televisie kunnen kijken. Langs het parcours is er nu eenmaal niet voor iedereen plaats.

Het is een heel vreemd 2020. Ben je er al aan gewoon geraakt?

Het is wat het is. We moeten ermee leren leven. Momenteel vinden wielerwedstrijden plaats die normaal in de lente worden verreden. In oktober sta je als renner normaal aan de start van de Eurométropole Tour en Binche-Chimay-Binche. Nu is er de Waalse Pijl, Luik, Amstel, Ronde, Roubaix, Giro én Vuelta. Het is zo’n speciaal jaar. Ik had ook mijn eigen events die we moesten uitstellen of annuleren. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Maar alles heeft zijn voor- en nadelen. Een voordeel is dat we minder reizen, want alles gebeurt op dit moment via videoconferenties.

Iets anders: de Tour. De held daarin was toch wel onze Wout van Aert.

Wat hij deed, was fenomenaal. Hij wint sprints. Hij is supergoed in tijdritten. En hij kan zelfs klimmen. Hij is in een grote ronde een luxeknecht die alle ritten kan winnen. Ik denk niet dat hij de beste klimmers kan volgen, maar ik vermoed wel dat hij nog wat gewicht kan verliezen. De vraag zal zijn: wat wil hij zelf? Wil hij zo goed blijven sprinten? Wil hij zich op de klassiekers focussen? Wil hij voor rittenkoersen van een week gaan? Op dit moment is hij in alles goed, maar hij is niet Cavendish, hij is niet Bennett en hij is niet Bernal. Hij moet nog uitzoeken waar zijn toekomst ligt.

Sommigen vinden dat Van Aert op Tourwinst moet mikken. Ik herinner me dat men dat van jou ook ooit gezegd heeft. Piet De Moor, toenmalig ploegdokter bij CSC, vertelde me dat jij en Riis daar zelfs ooit voor samengezeten hebben.

(knikt) De Ronde van Zwitserland was op dat vlak mijn strafste zege, maar dat was omdat het parcours mij lag. Ik heb daar toen geen speciale inspanningen voor gedaan. De moeilijkheid lag voor mij in de lange beklimmingen. Daarin gaat het allemaal om watt per kilo. Alle klimmers wegen tegenwoordig 60 kg. En dan heb je daar plots ene Wout van Aert, die vijftien kilo zwaarder is, net zoals ik indertijd. Maar laat ons eerst afwachten wat 2021 brengt.”

Jumbo-Visma betaalt Wout van Aert om te winnen, maar hij doet meer dan dat

Wat denk jij?

Het hangt ook af van de strategie van Jumbo-Visma. Ik herken in die ploeg een beetje het CSC uit mijn periode: de beste renners in het beste team. Jens Voigt, Stuart O’Grady, Andy en Fränk Schleck… Al die toprenners hielpen elkaar om wedstrijden te winnen. Ik zie veel gelijkenissen. Kijk maar naar Sepp Kuss. En naar Wout van Aert. Het team betaalt hem om te winnen, maar hij doet meer dan dat. Ik herinner me dat Giancarlo Ferretti, mijn ploegleider bij Fassa Bortolo, me zei: ik betaal je niet om voor de sprinter te werken, maar om te winnen . Daarop antwoordde ik: als ik het werk van twee renners doe, investeer jij in één renner en krijg je er twee in de plaats . (glimlacht) Wat ik wil zeggen: ik was in staat om het werk van twee renners te doen. Wout van Aert kan dat ook. Maar was het in de Tour de bedoeling dat hij op de Port de Balès en Grand Colombier zolang op kop bleef rijden? Ik deed dat niet zo lang en liet daarna de klimmers overnemen. Het is best wel interessant, maar ik sprak er met hem nog niet over. De vraag is nu vooral: waar wil hij zelf met zijn carrière naartoe?

Terug naar dit WK. Wie is jouw favoriet eigenlijk?

Ik zou het niet weten. Er verschijnen heel wat sterke landen aan de start: België, Italië, Zwitserland, Frankrijk, Spanje… Er zijn zoveel renners die je naar voren kan schuiven.”

Komt dit WK te vroeg voor degenen die de Tour gereden hebben?

(denkt even na) “Het is niet te vroeg. Het is alleen de vraag hoe je recupereert. Afwachten, want het was een heel intense Tour. Dit is een vraag waar ik nu geen antwoord op heb.”

Iemand die zeker tot de favorieten behoort, is Jakob Fuglsang. Vorig jaar won hij met Luik-Bastenaken-Luik op zijn 34ste zijn eerste Monument en vorige maand voegde hij daar de Ronde van Lombardije aan toe. Jij was vier jaar ploegmaat van de jonge Fuglsang. Had je dat toen al in hem gezien?

Dat ga ik niet beweren, maar je zag wel al heel duidelijk het potentieel. Een mogelijke winnaar van een grote ronde. Jakob is een goeie klimmer, kan zich verdedigen in een tijdrit en weet hoe hij met een fiets moet rijden. Hij is heel professioneel bezig met zijn vak. En hij is op een leeftijd gekomen dat hij er klaar voor is. Maar er zijn nog anderen die dat potentieel hebben en vooral, het is niet makkelijk om te winnen. Er zijn slechts twee opties in een wielerwedstrijd: je kan winnen en je kan verliezen.

Nog een favoriet voor vandaag is jouw poulain Marc Hirschi.

Ik sprak Marc begin deze week. Natuurlijk was hij enorm gelukkig met zijn prestaties in de Tour, maar we hebben vooral over andere dingen dan wielrennen gepraat. Of toch niet. Ik vroeg hem hoe het was om in Parijs op het podium te staan (Hirschi kreeg de prijs van de superstrijdlust, red.) . Dat heb ik nooit meegemaakt. Of toch: toen Carlos (Sastre, in 2008, red.) won. Dat jaar wonnen we met CSC het ploegenklassement.”

De Hirschi van de Tour doet vandaag mee voor de regenboogtrui. Wat raad jij hem aan?

Stay calm . Blijf kalm. Maar ik moet hem dat niet vertellen. Hij weet wat hij moet doen. Het belangrijkste is om niet gestresseerd aan de start te staan. Marc moet beseffen dat hij nog heel jong is, dat hij nog veel kan leren en dat hij nog veel tijd heeft.