Ze zouden hem op de brandstapel moeten zetten. Hem: dat is Filip Watteeuw, het boegbeeld van Groen in Gent. De uitspraak komt van Jean-Marie Dedecker en toont aan hoe omstreden deze schepen van Mobiliteit is. In dit openhartig gesprek zet Watteeuw de puntjes op de i, zonder omwegen: over elektrisch rijden, extra belastingen, wonen in de stad en … rotte eieren.

Het was dinsdag, in een gesprek met de krant Het Laatste Nieuws. Jean-Marie Dedecker noemt Filip Watteeuw de nieuwe tollenaar, omdat hij automobilisten zou willen pesten met belastingen. Hij voegt eraan toe dat zo iemand op de brandstapel moet. “Ik vind dat een onvoorstelbare uitspraak van een man die politieke verantwoordelijkheid draagt. Dit is haast een oproep om mij iets aan te doen. Dat is not done, vind ik.” Watteeuw zegt het veeleer gelaten dan boos. Hij is de weerstand al gewoon. We hebben afspraak in de prachtige Rekenkamer van het Gentse stadhuis.

Spreekt u Dedecker hierover aan?

(blaast) Dat heeft weinig zin, zeker? Dedecker gaat niet meer veranderen, hè. Dat is nochtans geen domme mens, hoor. Maar die scheldpartijen: ik sta daar versteld van. Waarom toch? Ik doe aan politiek vanuit een visie. Men kan het daarmee oneens zijn. Maar die visie is wel legitiem. (denkt na) Onze politiek zit in een diepe crisis. Een deel van de politici wil vooral pleasen met populaire uitspraken. Een ander deel wil vooral opvallen door te provoceren. Dedecker is zo iemand. Maar beide groepen werken niet aan oplossingen. Dat leidt tot die crisis. De kinderarmoede, de energievoorziening, het fileprobleem, de pensioenen: al die structurele problemen blijven onopgelost in dit land.

“Jean-Marie Dedecker is geen domme mens. Maar die scheldpartijen: ik sta daar versteld van.”

Laten we over mobiliteit spreken. Bent u naar het autosalon geweest?

Neen, ik heb daar geen tijd voor. (lacht) Wij hebben geen auto meer thuis. Mijn vrouw had er vroeger één nodig, omdat ze werkte als architect. Ze is dat net gestopt. We hebben de auto begin deze week weggedaan. Dat zal geen gemis zijn voor mij. Ik woon op amper één kilometer van het stadhuis. Ik doe de meeste verplaatsingen met de fiets.

Wat doet u dan als u uw moeder gaat bezoeken in Moorslede?

Dan ga ik met de trein en de plooifiets. Of ik kan aan autodelen doen. Dat is niet zo moeilijk in een stad. Cambio bijvoorbeeld. Ik kan ook de auto van mijn zoon gebruiken.

Als u toch een auto zou moeten kopen, welke zou dat zijn?

(denkt na) Dan toch een elektrische wagen, denk ik.

U zegt het met enig voorbehoud?

Dat klopt, omdat ik niet meega in de hype. De elektrische wagen is geen wondermiddel. Het is een oplossing voor één element, voor de uitstoot. Daarom zou ik ervoor kiezen. Maar het is geen oplossing voor het bredere mobiliteitsprobleem. De filevorming, de verkeersveiligheid, de inname van ruimte in de stad: die worden niet opgelost als morgen elke diesel ingeruild wordt voor een elektrische wagen.

Zou u dan toejuichen dat de overheid elektrische wagens zwaarder gaat belasten? Daar ging de kritiek van Dedecker over.

Neen, en ook dat neem ik Jean-Marie kwalijk. Hij haalt uit naar mij, maar hij kent mijn visie niet. Ik vind die vraagstelling verkeerd. Ik ben voor een slimme kilometerheffing. Dat kan het autogebruik ontmoedigen en zo leiden tot minder filevorming. Dat is een belastingverschuiving van bezit naar gebruik. Dat hoeft niet te leiden tot meer inkomsten voor de overheid. Mag ik erop wijzen dat ook Ben Weyts van N-VA tot voor enkele maanden voorstander was? (fijntjes) Dat is de partij waarvoor Dedecker verkozen is. En hij wil mij op de brandstapel. Eigenlijk zou… (zwijgt)

Weyts op de brandstapel moeten?

Neen, ik zal dat nooit zeggen. U begrijpt wat ik bedoel. Dit is opnieuw een voorbeeld van waar het fout loopt in dit land. Een politicus durft een maatregel niet te nemen omdat hij vreest dat het niet populair is. Dat is écht een probleem. Ik ben daar bezorgd over.

Diesel en benzine bezorgen de schatkist jaarlijks meer dan acht miljard euro. Als die inkomsten verdwijnen, dan moet dat toch gecompenseerd worden?

Dat is deels zo. Het zou kunnen dat elektrische wagens meer belast worden. Maar ik kan daar vanuit mobiliteit geen helder antwoord op geven. Dat is het bredere fiscale luik.

“Ik vrees dat er nieuwe verkiezingen aankomen. Dat zou geen goede zaak zijn voor de politiek.”

Is er genoeg elektriciteit om elektrisch te rijden?

Dat is een belangrijke vraag. (denkt na) Als we morgen allemaal overschakelen, dan is het antwoord neen. Dit gaat over de energievoorziening, een ander probleem dat niet opgelost wordt in dit land. De wet op de kernuitstap is al in 2003 getekend. Waar staan we vandaag? Amper tien procent van onze energie komt van hernieuwbare bronnen. Het energiedebat wordt systematisch op de lange baan geschoven.

De kerncentrales zouden in 2025 sluiten. Is dat realistisch?

Jawel. Zolang die openblijven, wordt amper geïnvesteerd in hernieuwbare energie. Het veiligheidsprobleem is een ander argument. Ik vind het spijtig dat dit debat altijd herleid wordt tot de kerncentrales. De essentie komt nauwelijks aan bod, namelijk de ontwikkeling van hernieuwbare energie. (feller) Hetzelfde voor mobiliteit. Dat brede vraagstuk wordt herleid tot de salariswagens. Men voert daar dan een emotioneel debat over, maar de essentie wordt vergeten. Dat is zo typisch voor onze politiek.

Is uw partij op 26 mei gevallen over die salariswagens?

Ik ga dat nu voor de duizendste keer herhalen: Groen heeft de verkiezingen gewonnen. De winst was weliswaar kleiner dan verwacht. Hoe dat komt, heeft vele oorzaken. Die analyse is intern al gemaakt. Het is niet aan mij om die hier te maken.

De lijn-Almaci wordt verdergezet. Is dat slim?

Ik heb voor Meyrem gepleit en gestemd. Wie wil winnen in de politiek, moet trots zijn op zijn project en dat ook durven verkondigen. Meyrem is daartoe de geknipte figuur.

Volgt u eigenlijk de federale perikelen?

Jawel. Ik vind het schrijnend wat er gebeurt. We zitten nu al meer dan een jaar zonder volwaardige regering. Ik weet niet hoe dit zal uitdraaien. Ik vrees dat er nieuwe verkiezingen aankomen. Dat zou geen goede zaak zijn voor de politiek. Let op: ik ben niet bang daarvan. Ik wil gerust naar de kiezer stappen.

Een andere mogelijkheid is een paarsgroene coalitie.

Dat is zeker zo. Mijn partij is bereid om te praten. Al zou het comfortabeler zijn met CD&V erbij. Een meerderheid van één zetel is heel krap. Dat zou dan een afspiegeling zijn van de Gentse coalitie.

Mag men u dan bellen voor een ministerpost?

Laat maar, ik heb hier werk genoeg. (lacht) Ik heb er geen seconde spijt van dat ik zeven jaar geleden voor het lokale niveau heb gekozen. Ik voel me goed in deze stad en met wat ik kan doen.

Groen is zelfs de grootste partij geworden in Gent. Is dat met dank aan uw omstreden circulatieplan?

Deels wel, denk ik. Groen durft beleid voeren in Gent. Dat wordt beloond door de kiezer. Maar dat is niet alleen mijn verdienste. Dat is evenveel het werk van de andere groene schepenen. Ik loop wel wat meer in de kijker, en dat is inderdaad door dat veelbesproken circulatieplan. Ik heb daarmee een risico genomen. Een electoraal risico. Was dat plan slecht afgelopen, dan was mijn politieke carrière voorbij. Maar ik doe dit niet voor mijn carrière. Ik wil de stad beter maken.

“De regering is De Lijn aan het doodknijpen. Hoe wil men dan het filevraagstuk oplossen?”

Zelfs Birmingham, geen kleine stad, wil uw plan overnemen. Wat kan u hen adviseren?

We hebben in Gent één fout gemaakt: de nadruk is te exclusief gelegd op het mobiliteitsluik en te weinig op het sociaal en economisch luik. Ik zou hen aanraden vooraf meer te kijken naar bedreigingen en opportuniteiten voor handelaars.

Ik kom zelden politici tegen die zo makkelijk een fout toegeven.

Dat is misschien waarom ik nooit minister ben geworden. (knipoogt) Waarom zou ik dat niet doen? Ik vind het belangrijk dat andere steden kunnen leren van onze fouten. Ik heb ook geleerd van Utrecht en Kopenhagen.

Ondanks dat succes blijft u omstreden. U had zelfs politiebescherming nodig op de nieuwjaarsreceptie van de stad. Op sociale media werd opgeroepen om u met rotte eieren te bekogelen. Wat doet u fout, denkt u?

Dat had vooral te maken met de invoering van de lage-emissiezone. Dat is niet mijn bevoegdheid, maar wordt wel aan mij gelinkt. (zwijgt even) Ik ben iemand met een uitgesproken mening. Ik durf ook keuzes maken. Dat wekt soms weerstand op.

Is het ook uw West-Vlaamse roots?

Dat kan meespelen, ja. Of toch voor mensen die verder weinig te vertellen hebben.

Bent u nooit bang?

(na lange stilte) Vind ik dat fijn? Neen. Zeker niet zelfs. Er moet maar één gek zijn die de raad van Jean-Marie Dedecker opvolgt. Maar ben ik bang? Dat ook weer niet. Dat zou niet gezond zijn.

Die lage-emissiezone, is dat geen pervers systeem? Wie genoeg geld heeft, kan zijn toegang tot de stad kopen.

Dat geldt alleen voor diesels van euronorm vier. Dat is een overgangsmaatregel tot ook die in 2025 de stad niet meer in mogen.

Vindt u dat niet onrechtvaardig?

(feller) Wie over rechtvaardigheid wil spreken, moet het volledige plaatje bekijken. Vijftig procent van de gezinnen in het centrum van Gent heeft geen auto. Die mensen ademen de ongezonde lucht in, die veroorzaakt is door een ander. Dát is onrechtvaardig en dat willen wij aanpakken. Mag ik er ook op wijzen dat mijn collega-schepen Tine Heyse, die bevoegd is, veel begeleidende maatregelen neemt? Een slooppremie bijvoorbeeld. Bovendien weet de Gentenaar al vijf jaar dat de lage-emissiezone eraan komt. In Antwerpen is dat één jaar op voorhand gecommuniceerd.

Ziet u de auto op lange termijn uit het straatbeeld verdwijnen?

Neen, dat zal niet. Veel mensen hebben een auto nodig. Ik hoop alleen dat die op een andere manier gebruikt wordt. Ik ben bijvoorbeeld een groot voorstander van autodelen. Dat kan veel meer gepromoot worden.

“De auto zal niet verdwijnen. Ik hoop alleen dat die op een andere manier gebruikt wordt.”

Moet de overheid dat ook organiseren?

Neen, laat dat maar aan de private spelers. In het centrum van Gent is dit systeem goed uitgebouwd. We moeten er nu voor zorgen dat die bedrijven ook het meer landelijk gebied willen dekken. Dat is minder interessant voor hen, want daar wonen minder mensen. De overheid kan daar een rol in spelen. We kunnen die bedrijven extra voordelen bieden als ze ook landelijke gebieden dekken. Gratis parkeren bijvoorbeeld. Maar weet u wat volgens mij de échte gamechanger wordt?

U gaat het mij vertellen.

De elektrische fiets. Dat kan ervoor zorgen dat mensen de wagen laten staan voor afstanden van vijf tot twintig kilometer. Dat moet ook ruimte vrijmaken in de stad.

En de taxi, is dat de toekomst?

Zéker. Ik zie dat als een belangrijke aanvulling op het openbaar vervoer. Dat kan ook verder uitgebouwd worden. Waarom niet werken met gemengde tickets? Ik zeg maar iets: wie het openbaar vervoer gebruikt, krijgt korting in de taxi.

Wat vindt u van de goedkope taxidienst Uber? Is die welkom in Gent?

Ik heb daar niets aan te zeggen. Als die wil komen, dan kan die dat. Maar ik ben daar geen grote fan van. Er zijn nu 220 taxi’s in Gent. Die mensen verdienen maar net hun brood. Als dat er opeens 300 zijn, dan vrees ik voor ongezonde concurrentie. Ik wil geen taxioorlog in Gent.

Wat vindt u eigenlijk van de mobiliteitsvisie van de Vlaamse regering?

Welke visie? Ik zie die niet. Het fileprobleem zal alvast niet opgelost worden. (denkt na) Men durft zich niet uit te spreken over de positie van de auto. Oké, so be it. Maar doe dan toch iets aan de uitbouw van alternatieven. De regering is De Lijn aan het doodknijpen. Opnieuw moet daar bespaard worden. Dat is ongelooflijk. Hoe wil men dan het filevraagstuk oplossen? Of ruimtelijke ordening. Ook op dat vlak zie ik nauwelijks plannen.

Volgt u de Vlaamse Bouwmeester als die stelt dat we allemaal in de stad moeten wonen?

Neen. Zelfs als dat wenselijk zou zijn, zou dat niet lukken. We moeten wel dichter gaan wonen. Verspreid wonen kan niet meer gepromoot worden. Maar dat hoeft niet noodzakelijk in de stad te zijn. De bouwmeester is een verstandig man, maar provocatieve uitspraken helpen een goede zaak niet altijd vooruit.