Geert Hoste: “Zelfs mijn katten zijn gelukkig”

3254

Dat er soms meewarig wordt gedaan over zijn humor? Geert Hoste haalt zijn schouders op. Et alors, moet hij denken. En de cijfers geven hem gelijk. Jaarlijks zitten meer dan anderhalf miljoen Vlamingen aan de buis gekluisterd voor zijn nieuwjaarsconférence. Hoste is de man die de stand-upcomedy geïntroduceerd heeft in Vlaanderen en hij is nog altijd de meest succesvolle in dat genre. Dat hij begin augustus aankondigde dit najaar geen theatertour te doen, was dan ook een grote verrassing.

GEERT HOSTE RGB

 

 

En toch, het sluimerde al even, zo bekent de 56-jarige West-Vlaming die in Antwerpen woont. “Ik denk dat ik het vorig najaar al wist. Al heb ik de knoop pas definitief doorgehakt in maart. Ik wou even verlost zijn van de druk die een theatertour met zich meebrengt. Je mag dat niet onderschatten. Die werd op de duur zo zwaar dat ik voor al de rest nog weinig ruimte had. Zelfs om creatief bezig te zijn, toch mijn corebusiness, had ik naar mijn gevoel te weinig tijd. Mijn vrouw is dolgelukkig dat ik deze beslissing genomen heb. Zelfs mijn katten zijn dat. (lacht)”

En, voel je de verlossing nu?

Die druk is weg, ja. Ik moet niet meer. Ik kan al eens rustig opstaan, krantje lezen en even voor mij uit staren. Vroeger waren mijn dagen heel strak ingedeeld. Maar het is nu even wel ontzettend druk. Zowat iedereen in dit land lijkt te denken dat ik nu tijd zat heb voor allerlei dingen. (lacht) Ik krijg dagelijks voorstellen voor televisie, radio, krantenrubrieken, biografieën en zelfs moeders die hun ongehuwde dochters aanbieden.

De VRT heeft je wel gevraagd een nieuwjaarsconférence te houden, los van een theatertour.

Die knoop hak ik waarschijnlijk eind september door. Ik ga wel sowieso een nieuw programma maken voor één (eind oktober, red).

Wat je ook zeker doet, is terugkeren naar je oude liefde, Radio 2.

Dat klopt. Vanaf volgende week zal ik elke vrijdagmorgen het land enkele minuutjes toespreken. Het deed me veel plezier dat Radio 2 aanklopte. Radio biedt je de mogelijkheid om heel intiem te werken. Ik heb dat altijd graag gedaan. Je hoeft niet bezig te zijn met allerlei technieken zoals in theater, of met je haarsnit zoals op televisie. (glimlacht)

Ga je het applaus niet missen? Dat krijg je niet op radio en televisie.

Dat denk ik niet. Het eindapplaus zag ik soms meer als bedreiging dan bekroning. Eens een optreden gedaan was, dacht ik alweer aan het volgende en aan wat beter moet. Mijn West-Vlaamse opvoeding, zeker? Het is goed, jongen, zeiden mijn ouders altijd, maar het kan nog beter. Wat ik wel zal missen, is dat samenzweren met mijn publiek. Ik durf zeggen dat dat mijn specialiteit is. Ik neem mijn publiek heel ernstig. Ik zie hen niet zomaar als publiek, maar als slimme mensen die meedenken. Vaak voelen zij een grap aankomen en hoef ik die zelf niet meer af te maken. Dat creëert een speciale sfeer.

Dat ik dit jaar geen theatertour doe, is geen definitief einde

De laatste jaren was je al eens meer opiniemaker dan humorist. Vanwaar die drang?

Dat was eigenlijk nooit de bedoeling. Hollandse cabaretiers zoals Freek de Jonge doen niet anders dan hun mening opdringen. Dat wou ik niet. Maar de laatste jaren voel ik toch een bepaalde nood, ook vanuit het publiek, om eens mijn gedacht te zeggen. Vorig jaar na de aanslagen in Parijs kon je gewoon niet anders. Misschien is dat de veranderende tijdsgeest? Uit onderzoek van de VRT blijkt dat wat ik zeg op 1 januari, waarmee ik lach en waarmee ik niet lach, vaak de norm is voor de programma’s die volgen. Ik ben dat pas recent te weten gekomen.

Je schrijft ook al eens een opiniestuk in kranten over mensenrechten en dierenbescherming. Dat wil je in de toekomst meer doen, verneem ik.

(knikt) Ik had onlangs een goed gesprek met de Nederlandse ambassadrice. Ze zei me: na wat jij al bereikt hebt in je leven, moet je je afvragen wat je nog kan doen voor de gemeenschap. Dat is blijven hangen. Net als een gesprek lang geleden met professor Eva Brems toen die nog voorzitter van Amnesty International was (waar Hoste ambassadeur van is, red). Als je vrijwilliger bent voor iets, moet je je talenten gebruiken, zei ze. Als je goed wafels kunt bakken, moet je wafels bakken. Als je bekend bent, moet je dat gebruiken. Als ik een belangrijke zaak zoals mensenrechten een duwtje in de rug kan geven om meer aandacht te krijgen, zal ik dat doen. Maar ik zal daarin niet overdrijven.

Deze zomer werd het debat gevoerd omtrent de vrijheid van meningsuiting. N-VA leek dat te willen inperken. Hoe zie jij dat?

Dat zou geen goede zaak zijn. Je moet elk idee kunnen formuleren, maar je moet wel binnen de grenzen van de wet blijven. Ik zie wel een groot verschil tussen een mening uiten en iemand beledigen. Dat laatste is niet de bedoeling, vind ik. Dat heb ik ook nooit gedaan.

Jaarlijks kijken 3,2 miljoen Vlamingen minstens tien minuten naar Geert Hoste. Dat is een andere competitie dan veertig volgers op Twitter.

Dat zei ook Maggie De Block me, dat jij nooit kwetst. Opvallend, want je durft haar uiterlijk wel eens aan te halen.

Dat komt door de nuance die ik in een grap leg. Ik zie ook dat anderen Maggie wel proberen te kwetsen, en met haar meteen alle zwaarlijvige vrouwen. Ik probeer altijd iets zo te formuleren, door een subtiele woord- en zinkeuze, dat het niet beledigend is. Ik heb voor mezelf ook altijd één belangrijke lijn aangehouden: stamp alleen tegen die schenen die terug kunnen stampen.

Hoe reageerde Geert Bourgeois, een aangetrouwde neef van je, op je beslissing om te stoppen?

Hij is het die me afgedreigd heeft. (lacht luid) Nee, ik heb hem niet gehoord. Ik zie Geert ook niet zo vaak. Ik heb wel als vijftienjarig jongetje gespeecht op zijn huwelijk. Mensen onderschatten trouwens zijn gevoel voor humor. Hij is iemand die graag lacht, anders zou hij niet met mijn nicht getrouwd zijn. Maar misschien toont hij dat niet vaak omdat hij de functie van politicus hoog in het vaandel houdt, en heel integer wil overkomen.

Als jij de godfather van de Vlaamse stand-up wordt genoemd, is dat voor jou het mooiste compliment?

(blaast) Dat weet ik niet. Nigel (Williams, red.) stuurde me onlangs een sms’je: bedankt om je voet tussen de deur te steken, om het concept van man met micro eenzaam op een podium te introduceren in Vlaanderen. Ik moet bekennen dat dat ontzettend veel deugd doet. Ook Michael Van Peel stuurde een mooie mail, net als Urbanus.

In de Canvas-reeks ‘Helden van de Lach’ zei Lieven Scheire: “De huidige generatie comedians heeft een moeilijke relatie met Geert Hoste. Enerzijds is hij wel de man die het genre geïntroduceerd heeft. Langs de andere kant is het niet echt ons genre.” Hoe verklaar je dat?

Humor betekent voor iedereen iets anders. Urbanus is ook hun genre niet.

Als je voor een groot publiek werkt, mag je ironie maar met mondjesmaat gebruiken

Is dat omdat jij milder bent?

Neen. Ik zou eerder kijken naar de omvang van het publiek. Als je grappen maakt voor je beste vriend, kan je alles zeggen. Op je werk is dat al anders. Als je voor een zaal vol gelijkgestemden staat, is het makkelijk om luidop je gedacht te roepen. Maar als anderhalf miljoen mensen, grootouders én kleinkinderen, naar je kijken, dan zit de kunst erin je humor zo te formuleren dat ze dat allemaal grappig vinden. Dat heeft niets met mildheid of scherpte te maken.

Op sociale media zoals Twitter wordt al eens meewarig over jouw humor gedaan. Raakt je dat?

O neen. Ik gun iedereen zijn grapje. Je moet eens kijken naar de profielen van de mensen die hun gal spuwen. Ik ben meestal niet hun enige probleem. Ze hebben op alles en iedereen kritiek. Of ze willen vooral tonen dat ze zelf superieur zijn. (fijntjes) Maar goed, jaarlijks kijken 3,2 miljoen Vlamingen minstens tien minuten naar Geert Hoste. Dat is een andere competitie dan veertig volgers op Twitter.

Ben jij cynisch geworden na al die jaren?

Nee, zeker niet. Wel eens ironisch, maar ook niet te veel. Als je voor een groot publiek werkt, mag je ironie maar met mondjesmaat gebruiken. Ik ben vooral een grote optimist.

Om af te sluiten: wat doe je volgend jaar op dit moment?

Dat weet ik echt nog niet. Maar dat ik dit jaar geen tour doe, is geen definitief einde.