Ciara ligt dwars, code oranje gisteren en dus alle wedstrijden in de Jupiler Pro League afgelast. Het weerhoudt Hein Vanhaezebrouck niet om een aantal namen uit de toppers die we zondag hadden verwacht tegen het licht te houden. “Het is duidelijk dat het wringt tussen Carcela en Preud’homme.” “Diatta is na David de beste van het land.” “Lamkel is een schoolvoorbeeld van een aandachtzoeker.”… Hein Vanhaezebrouck is een schoolvoorbeeld van een analist met een mening.

Sedert zijn ontslag bij Anderlecht veertien maanden geleden is Hein Vanhaezebrouck nog even 55 ex-coach, sedert dit seizoen is hij analist voor Play Sports en Het Nieuwsblad. Een sabbatical voor HVH. “Of ik volgend seizoen weer aan de slag ga als coach, ligt nog steeds helemaal open. Ik kreeg al veel telefoons, maar het moet interessant zijn.” Hij blijft nog wel een bijzonder interessante analist. Hij bespreekt een elftal interessante namen.

Michel Preud’homme

“Standard had vandaag kunnen winnen van Club, zeker. Want thuis. En misschien makkelijker dan van Oostende. Dat is typisch Standard, al járen. Hét grote verschil met Club, dat élke match serieus aanpakt. Dat was al zo onder Preud’homme en Leko, dat zit in het DNA van Club. Maar Standard is voor mij geen titelkandidaat. Nooit geweest. Tegen de andere vijf topclubs 7 op 21, geloof ik, dat is te weinig. En al 20 punten gehaald met goals in de laatste tien minuten, dat is even zorgwekkend als positief. Dan zie je dat de impact van Preud’homme wordt overschat. Dat Michel dé coach is die een jaar nodig heeft om prijzen te pakken, vind ik onzin. Élke coach is gediend met een tweede en derde jaar. Mijn beste jaar met AA Gent was het tweede en niet het eerste, toen we kampioen werden. (lachend) Clubs kunnen beter hun beste spelers dan hun trainer drie jaar na elkaar houden.”

Zinho Vanheusden

“Er is nog veel werk aan. Hij moet een defensie leiden die het vaak moeilijk heeft, maar is nog jong. Hij wordt wat gepusht, vind ik. Zinho is echt nog niet klaar voor de Rode Duivels, hij zal zich eerst bij Inter, dat hem zal terugkopen, moeten bewijzen. Ik vind Vanheusden niet beter dan Mechele. Die voetbalt minder goed uit, maar heeft stappen gezet, durft al eens bescheiden in te schuiven, zonder risico’s te nemen.”

Mehdi Carcela

“Meer kwaliteiten dan de rest, maar 90 minuten volle gas kan hij niet. Dat hij zo weinig speelt, is omdat ze geen druk kunnen zetten met Carcela. Dat wringt met Preud’homme. José Izquierdo ging onder Preud’homme bij Club na een jaar wél mee verdedigen. En zo werd Club kampioen. Maar je moet wel zeggen dat Carcela met zijn flitsen het verschil kan maken. Yves Vanderhaeghe zei me deze week nog: toen Carcela inkwam, kregen we miserie. En als het niet loopt, grijpen ze wel naar hem terug. Het blijft een tweestrijd. Maar wat Clement vorig seizoen zei, dat Carcela voor Standard is wat Pozuelo voor Genk en Vanaken voor Club is, klopt niet. Vanaken betekent veel meer voor Club, niet alleen omwille van zijn cijfers, maar ook omwille van zijn vele werk. Clement wilde bij de start van het seizoen Vanaken hoger zien spelen. Hij duikt nu wel meer in de box op en scoort meer met het hoofd, maar hij valt nog evenveel terug. Hij loopt gewoon drie kilometer meer per match dan Carcela. En is beter omringd.”

Felipe Avenatti

“Tja, wat scheelt er aan Avenatti? Een heel ander type dan Emond in elk geval. Emond was de loper, die ruimte nodig heeft en goals kan maken. Dat laatste kan Avenatti ook, maar hij is een targetspits, een type dat meer rendeert in een ploeg die domineert, waardoor hij geen grote afstanden moet afleggen. Alleen is het spel van Standard al enkele jaren gericht op individuele acties: Edmilson, Limbombe, Mpoku, Lestienne, Carcela… Dat kan alleen nog goedkomen als Standard vanuit een andere filosofie gaat voetballen.”

Philippe Clement

“Iedereen spreekt nu van Clement en natuurlijk is Philippe een uitstekende trainer. Maar men vergeet dat hij vorig seizoen kampioen werd met een ploeg waar drie jaar aan was gebouwd. Pozuelo, Malinovsky, Samatta… En de ruggengraat van Club dateert ook van vorige seizoenen. Met daarbovenop nu ook nog eens Mignolet. Club wordt geen kampioen omdat ze beter zijn dan Gent, maar omdat Mignolet er in het doel staat. (nadenkend) De grote rijkdom van Club zijn de vele mogelijkheden. Maar ook niet te overschatten, voor Vanaken en Vormer hebben ze geen vervangers. Al kan Philippe met De Ketelaere erbij zelfs al eens Vanaken, die daar wellicht niet blij mee zal zijn, rust geven.”

Krépin Diatta

“Diatta is een absolute topper. Véél beter dan Dennis, die Diatta’s fijne motoriek niet heeft, die zelfs vaak stuntelig is. Zijn bewegingen naar de buitenkant zijn vaak wel goed, naar de binnenkant is veel minder gecontroleerd. Diatta kan alles. Bij de spelers met een grote toekomst staat Diatta voor mij net onder Jonathan David van Gent. Diatta kan meteen mee bij gelijk welke Europese topploeg. En hij is zó polyvalent. Zet Diatta op de positie van Vanaken of Vormer en hij doet het ook goed.”

David Okereke

“Ik vind Okereke nog steeds een grote aanwinst. Door de nieuwe status van Club van ‘grootste club’ wordt men té veeleisend. Nu zit iedereen er meteen op. Vooral de analisten, maar ook de trainer: na een paar matchen waarin hij niet scoorde, vloog Okereke al naar de bank. Want er zijn alternatieven: Tau, Schrijvers, De Ketelaere… Die gast heeft nochtans een heel groot potentieel. Alleen al maar voor zijn fantastische loopacties: als Vanaken hem dan vindt, komt hij vier, vijf keer alleen voor de doelman. Hij moet dan wel meer killer zijn, maar laat ons alstublieft niet twijfelen aan Okereke. Hij mag echt niet dalen in de hiërarchie. Je kan hem gerust afwisselen met Krmencik, een ander type, type-Depoitre. Allebei sterk, maar Depoitre houdt beter een tegenstander af. Allebei even snel, maar Krmencik is meer tweevoetig, Laurents linker is minder. Al is Krmencik al 26, hij zal toch wat aanpassing nodig hebben. Want Club zal blijven voetballen zoals ze bezig zijn, Diatta moet verder zijn acties op de flank doen. En als hij niet beschikbaar is, moeten ze Mata doorschuiven, die kan ook mee bij Manchester City, bij PSG…”

Didier Lamkel Zé

“Vooreerst: hij is niet onmisbaar voor Antwerp. Hoeveel matchen heeft hij al beslist voor de Great Old? Misschien is hij niet zo goed als iedereen zegt. Messi loopt in een match nog maar 5,5km, vroeger was dat 8km, maar maakt nog steeds het verschil. Dan mag je je nog laten horen. Lamkel Zé maakt maar weinig het verschil, maar zorgt wel constant voor problemen. Hij is een schoolvoorbeeld van iemand die verschrikkelijk veel aandacht nodig heeft. Van waar dat komt, weet ik niet. Vanuit zijn jeugd, misschien? Als Lamkel Zé geen positieve aandacht krijgt, dan maar negatieve. Dat is niet eens zó kwalijk, als je je ploeg geen punten kost, dat weet Bölöni ook wel. Maar ik vraag mij af wat gebeurt als mannen als Mirallas, Miyoshi en Rodriguez, die soms moeten schuiven voor Lamkel Zé, eens echt zouden rechtstaan.”

Dieumerci Mbokani

“Er is in België geen betere spits. Hij is zó compleet. En wat hij nog doet op zijn leeftijd is ongelooflijk. Hoe hij voorop gaat in de strijd. We weten dat van Haroun en van De Sart, maar zoals Mbokani en ook Refaelov tegen Cercle, snel 1-0 achter en met tien man, hebben gezwoegd en gelopen, daar keek ik echt van op.”

Joakim Maehle

“Vorig seizoen was Maehle fantastisch, toen hij heel offensief kon spelen, dankzij Pozuelo, Malinovsky… Maar die mannen zijn weg. En eigenlijk aasde Maehle ook op een transfer en dat mocht dan niet. Dat moet heel slecht zijn aangekomen, hij was totaal niet klaar voor dit seizoen. Of het te maken heeft met de nieuwe coach, weet ik niet, maar ik stel vast dat, zelfs nu Samatta en Berge ook zijn vertrokken, hij plots wel weer op kampioenenniveau speelt. Samen met Ito. En Hrosovsky doet al een héél klein beetje aan Pozuelo denken. Ik heb tijdens Genk-Charleroi geen seconde Berge gemist.”

Theo Bongonda

“Heeft enige Dennis-gehalte, hé. Wil zich ook almaar bewijzen met acties. Ik herinner me Salzburg, waar Genk werd weggeblazen. Toen hij inviel, wilde hij meteen bewijzen dat hij wél in snelheid kon wedijveren met de tegenstanders. Hij liep zich constant te pletter. Veel minder gevaarlijk dan de rechterflank met Ito.”