Daniel Buschman  is voorzitter van de Confederatie van Immobiliënberoepen (CIB Vlaanderen). Geen dag gaat voorbij of hij ervaart hoe belangrijk de baksteen voor de Vlaming is. Elke week krijg je zijn tips over kopen en verkopen, huren en verhuren, en het leven in een mede-eigendom.

Getekend is getekend: het is in vastgoedland een waarheid als een koe. Al beseft niet iedereen dat. Zo zijn er soms huurders die een huurovereenkomst tekenen, maar zich nog voor de ingenottreding plots bedenken en aan het contract onderuit willen. “Ik moet nu toch geen schadevergoeding betalen zeker?”, klinkt het dan vaak. Hoe moet je hier als verhuurder mee omgaan?

  1. Clausule of geen clausule?

Juridisch gezien komt de beslissing van de huurder neer op een contractbreuk. Hij weigert immers om de overeenkomst verder uit te voeren. De verhuurder heeft dan ook recht op een vergoeding voor de schade die hij lijdt door deze contractbreuk. Het kan zijn dat in dit verband een clausule opgenomen is in de huurovereenkomst (forfaitair bedrag verbrekingsvergoeding). Zo niet zal de verhuurder zijn reële schade moeten bewijzen.

  1. Minnelijke ontbinding

Raken huurder en verhuurder het eens over het bedrag van de verbrekingsvergoeding, dan doen ze er goed aan een document te ondertekenen tot minnelijke ontbinding van de huurovereenkomst. Daarin staat beschreven dat de partijen akkoord gaan om de huurovereenkomst te ontbinden, op voorwaarde dat de huurder een nader bepaalde verbrekingsvergoeding betaalt.

  1. Wees zeker van je stuk

Komen ze hierover niet overeen, dan zullen ze het geschil voor de vrederechter moeten brengen. Met andere woorden: je bent maar beter zeker van je stuk vooraleer je je handtekening ergens onder zet.

 www.cib.be of contacteer je CIB-makelaar