Jan Jaap van der Wal nam de fakkel over van Otto-Jan Ham in ‘De Ideale Wereld’: “Vlamingen hebben een groot gevoel voor absurdisme”

188
Jan Jaap van der Wal werd in 2018 presentator van De Ideale Wereld: “Toen Otto-Jan me de vraag stelde, heb ik snel besloten om die kans te grijpen.” (foto Canvas)
Jan Jaap van der Wal werd in 2018 presentator van De Ideale Wereld: “Toen Otto-Jan me de vraag stelde, heb ik snel besloten om die kans te grijpen.” (foto Canvas)

In 2018 nestelde de Nederlander Jan Jaap van der Wal zich in de presentatorstoel van ‘De Ideale Wereld’, nadat hij twee jaar de sidekick van presentator Otto-Jan Ham was. “Mijn doel was zoveel mogelijk in Vlaanderen te zijn en te werken, dus heb ik niet lang moeten nadenken om deze opportuniteit te grijpen”, vertelt Jan Jaap vol enthousiasme.

Wanneer kwam de vraag om het presentatorschap van Otto-Jan over te nemen?

“Dat was al in 2017. Otto-Jan stelde me de vraag en ik heb snel besloten om die kans te grijpen. Ik denk niet lang na over dat soort grote dingen. In Vlaanderen werken, was wat ik wilde. Dit kwam dus goed uit. Ik speelde al enkele jaren als comedian in Vlaanderen en werkte al actief mee bij Woestijnvis aan De Ideale Wereld ; achter de schermen en als sidekick van Otto-Jan op het scherm.”

Waarom werd net jij gevraagd als presentator?

“Ik moeide me als sidekick al actief met het programma. ( lacht ) De voorbereiding van een programma vind ik bijzonder interessant, dus maakte ik van de gelegenheid gebruik om hier ook al aan mee te werken.”

Wat vind je boeiend aan het format van De Ideale Wereld?

“Het is tegelijk leuk en ingewikkeld. De verschillende soorten humor die erin voorkomen, zorgen ervoor dat dit programma maken een voortdurende uitdaging is. Denk maar aan de politieke satire, maar ook Debation Island en Sociaal Incapabele Michiel . De humor kan alle kanten opgaan, maar we slagen er wel telkens in om een mooi geheel te maken.”

Hoe heb je de afgelopen jaren je eigen stempel op het programma gedrukt?

“De monoloog aan het begin waarbij de actualiteit aan de hand van beelden de revue passeert en de manier van interviewen, zijn duidelijk mijn stempel. Wat het interviewen betreft: ik heb maar een kleine geschiedenis in Vlaanderen. Dit maakt ook dat ik sommige gasten niet goed ken, wat dan weer zorgt voor leuke interviews met vragen die ik op mijn manier stel.”

Had je stress toen de eerste uitzending met jouw als presentator opgenomen werd?

“Geen stress, wel enorm veel zin om erin te vliegen. Toch kwam daarna al meteen een slechte recensie. Maar daar lig ik eerlijk gezegd niet wakker van. Ik ga ook niet kijken op sociale media wat er over mij gezegd wordt. Ik doe dit vak intussen 24 jaar. Als ik het niet zou kunnen, lag ik er nu al lang uit…”

Is je aanpak van humor anders in Vlaanderen dan in Nederland?

“Er zijn wel wat belangrijke verschillen. Voor de Nederlanders mag het iets harder, iets sarcastischer en onder de gordel. Vlamingen kunnen dit niet echt waarderen. Maar Vlamingen hebben dan wel een groot gevoel voor absurdisme, wat bij de Nederlanders veel minder is. Ik merk ook dat ik in Vlaanderen niet zo hard zou mogen uithalen naar politici, maar ik vind dat ze dit maar moeten aankunnen. Eén of twee keer had ik het misschien wel anders kunnen aanpakken. Maar kijk, al die politici leven nog en zitten nog in de politiek. Dus zo erg zal het allemaal wel niet geweest zijn. En het is inherent aan het nemen van risico’s dat het bij mij ook wel eens niet helemaal loopt zoals verwacht. Het fijne aan De Ideale Wereld is dat ik de dag erna al onmiddellijk een herkansing krijg.”

Je kreeg al heel wat gasten over de vloer in je studio. Wie is je het meeste bijgebleven?

“Paula Semer. Ik voelde onmiddellijk wat een bijzondere vrouw zij was. Bovendien ging ze amper nog in op aanvragen om op het scherm te verschijnen, maar voor ons maakte ze een uitzondering. Dat was bijzonder fijn.”

Paula Semer is me als gast het meeste bijgebleven

Iets anders: ook in 2018 brandde jullie huis in Nederland af. Heeft dit een trauma nagelaten?

“In 2018 begon de zomer voor ons inderdaad in mineur. Maar dit is intussen opgelost hoor en we zijn er ook mentaal weer bovenop.”

De klassieke slotvraag: waar zie jij jezelf binnen 20 jaar?

“Dat is een ingewikkelde vraag, want 20 jaar geleden kon ik me ook niet voorstellen dat ik nu een interview aan het geven zou zijn aan een grote Vlaamse krant! Ik hoop eigenlijk om binnen 20 jaar op een totaal andere plek te zijn; een plek waar ik nu nog niet eens aan gedacht heb. Geef mij maar nog veel verrassingen. En ja, je zal me ook dan nog wel ergens op het podium vinden.”