Voor de fans is de clasico Anderlecht-Standard met voorsprong de match die paars-wit niet mag verliezen. Karel Van Eetvelt (54), al van zijn zesde supporter en sedert 1 april CEO van paars-wit toont begrip. “Ik wil élke match winnen, zeker die tegen Standard. Maar als CEO is de toekomst van de club op lange termijn crucialer. En we staan bovenaan dicht op elkaar.” Sedert het aantreden van de ex-voorzitter van UNIZO heeft RSCA eigenlijk nog maar twee keer verloren. Maar verder was het acht maanden crisismanagement. “Een balans? Goeie vraag…”

 

First things first: waar was je op 25 november 2020, de dag dat de hele wereld weende voor Maradona?

Thuis. Ik hoorde eerst Frank Raes op de radio over Maradona, zag dan het nieuws online. Hij was toch de voetballer van mijn jeugd, hé. Vooral van tijdens het WK van ’86, als student in Leuven. Eerst de euforie tegen Rusland en Spanje en dan die halve finale tegen Argentinië… en ik had elke keer ’s anderendaags examen. (lachje)

Het was een bruggetje naar Anderlecht-Standard. De clasico wordt ook nostalgie: het is straks een ‘topper’ tussen nummer 7 en 5.

Waar die twee clubs staan, doet er niet toe, die match blijft altijd zwaar beladen.

Dat blijkt. De fans gaven deze week op een spandoek op Neerpede al aan: Vincent, je weet hoe belangrijk die match is!

Die spandoek gaf aan dat het dé match is die ze niet willen verliezen. Ik weet niet hoe dat komt, maar er hangen meer emoties rond dan rond Anderlecht-Club Brugge. Ik denk nu spontaan aan het accident Witsel-Wasilewski, hoe een technisch zo vaardige speler als Witsel toch zo over de schreef kon gaan. Alleen doodjammer dat zo’n intense wedstrijd zondag zonder publiek moet worden gespeeld. Ik had die match liever in april gespeeld. Maar het wordt wel een interessant duel tussen twee clubs in opbouw.

Eerlijk: we hadden ook wel gehoopt op meer punten, maar de plaats waar we nu staan, is toch niet zó slecht?

En is het voor Anderlecht na de wanprestatie op Beerschot alweer van moeten?

Ik begrijp heel goed dat de supporters dat zo zien en dat ook uiten. Ik wil zondag ook winnen. Het is tegen Standard, hé. Maar ik zit in een andere rol. Voor mij is de lange termijn crucialer dan de match van zondag, met alle respect voor de supporters. En dan heb ik het over het naleven van herstelplan van de club, waar ik in april al mee ben begonnen en dat nieuwe sportieve mogelijkheden moet creëren.

Maak eens een balans op van uw eerste acht maanden als CEO van Anderlecht. Ik denk: moeilijker dan verwacht.

Goeie vraag. (denkt na) Ik kom uit de bankenwereld, zowat de meest nuchtere wereld die er bestaat en ik was ervoor gewaarschuwd. Maar de impact van emoties in het voetbal is toch nog vele malen groter dan ik had ingeschat. Ik geef een voorbeeld: daags na een nederlaag van Anderlecht, wat niet vaak gebeurde, was ik vroeger op het werk niet aan te spreken maar dat ging over. Nu is dat maal tien.

En Anderlecht verliest wel vaker nu.

Nog maar twee keer toch dit seizoen? Eerlijk: we hadden ook wel gehoopt op meer punten, maar de plaats waar we nu staan, is toch niet zó slecht? Toch maar een vijftal punten van de leiders? We beseften heus wel dat de sportieve heropbouw tijd zou vragen. Kijk maar naar Club Brugge, daar hadden ze ook verschillende jaren nodig. Er zijn keuzes gemaakt en daar blijven we consequent achter staan. Waarbij het onze taak is: waar kunnen we helpen om het sportieve project op lange termijn te verbeteren?

Vraagt Kompany dan eens hulp?

Dat gebeurt… (lachje) Een voorbeeld: al bij één van onze eerste gesprekken zei ik hem: vriend, zeg mij wat dringend kan verbeteren. Hij zei, Karel, ons A-terrein is een akker. En dus hebben we die investering gedaan, om het voetbal te kunnen brengen dat hij voor ogen heeft.

Na Beerschot was de kritiek dat Anderlecht zijn identiteit kwijt is. Kompany heeft zich na de match naar eigen zeggen voor het eerst kwaad gemaakt. De CEO ook?

Neen. Ik heb alleen gevoetbald op lager niveau, heb geen enkele ervaring met professioneel voetbal, laat staan met de druk die er bij komt. En dan kom ik daar ook niet in tussen.

Maar je begrijpt het ongeduld van de buitenwereld: wanneer is Anderlecht nu eens helemaal terug?

Natuurlijk. En dat dit pas zal weggaan als we eens vier of vijf wedstrijden na elkaar hebben gewonnen.

Neen. Als Anderlecht in de top 4 eindigt en meespeelt voor de titel.

(lacht) Het ene volgt uit het ander, zeker? Die top 4 blijft in elk geval de ambitie. Ok, ik ben een supporter, maar alleen tegen Club Brugge was er een merkbaar niveauverschil. Ik zie nog steeds geen enkele reden om te gaan twijfelen.

Begrijp je ook dat na wat afgelopen maanden allemaal is gebeurd, met deze week nu weer Michael Verschueren die, in januari nog ontslagen als sportief manager, met de 6 procent aandelen van Alexandre Van Damme en Jo Van Biesbroeck plots met 11,6 procent de grootste B-aandeelhouder wordt, er een perceptie is van: wat een duiventil is Anderlecht geworden?!

Ik begrijp dat mensen die dagdagelijks niet met de club bezig zijn, daar zo tegenaan kijken. Maar de realiteit is anders. We hebben van Michael afscheid genomen omwille van zakelijke redenen, maar hij is altijd bestuurder en aandeelhouder gebleven. Nu is hij de facto een grotere aandeelhouder geworden, maar in de praktijk verandert er niet veel. Het was voor ons belangrijk dat Michael bij de ECA (vereniging van Europese clubs) namens Anderlecht zijn stem kan laten horen, dat zal binnen de bewegingen in het Europees voetbal (naast de Champions League en de Europa League komt er ook nog een Conference League voor de ‘kleinere’ landen waar België dreigt in terecht te komen, red. ) nodig zijn. Want we mogen de kloof met de rijke clubs niet nog groter laten worden, voetbal mag geen elitair gebeuren worden.

Je vindt het nog steeds plezant, CEO van RSCA?

“Ik heb het altijd belangrijk gevonden te kunnen relativeren. In mijn beginjaren bij Unizo ben ik een paar keer met mijn hoofd tegen de muur gelopen omdat ik te emotioneel reageerde, in mijn huidige rol moet ik dat zeker vermijden. Zo kan ik het dagdagelijks plezant houden. Ik was gisteren op Neerpede waar een grote groep jonge spelers was. Energiek, dynamisch bezig met hun sport. Als je zoals ik houd van sport, dan is dat het mooiste wat er is.”