“Ik zie één pijnpunt: de traagheid van het onderwijs. Dat brengt het hele exit-plan in gevaar.” Egbert Lachaert trekt aan de alarmbel, vlak voor het ingaan van de volgende fase. De fractieleider en kandidaat-voorzitter van Open VLD wil een bijsturing van de onderwijsdeal. Hij spreekt ook duidelijke taal over de regeringsvorming.

Flashback naar 30 januari. Egbert Lachaert stelt zich kandidaat voor het voorzitterschap van Open VLD. De liberalen zijn al enkele maanden aan het zwalpen. De verkiezingsnederlaag van 26 mei, zeg maar mokerslag, is hard aangekomen. De partij worstelt met de regeringsvorming. Kiezen we voor paars-geel of voor paars-groen, weet u nog? Bovendien belooft de voorzittersstrijd heftig te worden. Lachaert is al de derde kandidaat.

Vandaag, meer dan drie maanden later, is de wereld op haar kop gezet door een virus, genaamd corona. Eén iets is gebleven: de zoektocht van een wankele liberale partij naar een nieuwe voorzitter. We spreken Lachaert op vrijdag. Of hij nog weet waarom hij voorzitter wou worden? Hij glimlacht even. “Wie wil wegen op de partijlijn, moet voorzitter worden. Vandaar mijn kandidatuur. Ik wou vernieuwing aan de partijtop, gekoppeld aan een duidelijke focus. Dat is niet veranderd. Ik ben een volbloed liberaal. Dat moet opnieuw de kern van de partij worden.”

Is uw partij niet langer liberaal?

Neen, dat is niet het probleem. De focus is het probleem. We zijn het pad kwijtgeraakt. De focus lag niet langer op liberale kernthema’s zoals werk en belastingen. Dat wil ik herstellen. We mogen specialisten hebben op andere domeinen, maar de mensen moeten zien dat wij in de eerste plaats een sociaaleconomische partij zijn.

© Christophe De Muynck

De opening van Gwendolyn Rutten naar paars-groen: was dat de finale trigger voor u?

Neen. Dat was één element. Ik had een groot probleem met die nota-Magnette. Dat was vooral veel rood en groen, maar weinig blauw. Dat was voor mij niet aanvaardbaar. Waren we als liberale partij in die regering gestapt, dan kwam ons voortbestaan in gedrang.

Denkt u dat echt?

(knikt) Een partij die op tien procent gepeild wordt, die moet vrezen voor zijn toekomst. Dat is gewoon zo.

U was acht jaar geleden ook kandidaat. Waarom zou nu lukken wat toen niet lukte?

Ik was een absolute bleu toen, een eenvoudig OCMW-raadslid zonder ervaring. Desondanks kon ik veel ongenoegen capteren. Ik haalde zelfs veertig procent (Rutten won toen, red.). Vandaag weten onze leden wie ik ben. Dat moet in mijn voordeel spelen. Ik maak kans, maar ik onderschat de andere kandidaten niet.

“Een regering tegen september: dat moet het doel zijn. Als dat niet lukt, dan komen nieuwe verkiezingen op tafel.”

Waarin verschilt u van Bart Tommelein?

Vooral het profiel is anders. Bart is een uitstekend bestuurder. Hij heeft dat bewezen als minister en hij heeft nu zijn handen vol als burgemeester. Ik ben meer ideoloog. Ik kan de partijlijn op scherp stellen. Bovendien behoort Bart tot de vorige generatie. De partij heeft nood aan een nieuw gezicht die dat liberale DNA kan uitstralen.

Wat met Els Ampe? Zij krijgt veel kritiek op haar standpunten over het coronabeleid. Is haar rol in de partij uitgespeeld?

Dat hoeft niet zo te zijn, wat mij betreft. Ik had altijd al een goede verhouding met Els. (aarzelend) Ze komt soms vreemd uit de hoek, maar evengoed neemt ze boeiende standpunten in. Na deze verkiezingen moeten de rangen gesloten worden.

De campagne werd enkele weken stopgezet door de coronacrisis. Hebt u getwijfeld om voort te doen?

Neen. Ik was zelfs ontgoocheld dat de campagne onderbroken werd. Ik zat in een goede flow, vond ik. Maar ik begreep het ook. Ik had ook zelf mijn handen vol met parlementair en lokaal werk. Ik ben voorzitter van een lokaal zorgbedrijf met vijf woon-zorgcentra. Het is voor onze mensen al wekenlang alle hens aan dek om het virus buiten te houden. Dat is in vier van de vijf centra ook gelukt. Helaas zijn er toch vijf mensen overleden. Het voelt daarom ook vandaag vreemd aan om campagne te moeten voeren.

Al wat u zegt, krijgt de stempel van campagnetaal.

Dat is zo. Dat maakt het moeilijk. Maar goed: het moet. Voor de partij, maar ook voor de Wetstraat. Die is aan het wachten op onze nieuwe voorzitter om de regeringsonderhandelingen op te starten, denk ik.

Wat vindt u van het crisisbeleid van de regering?

De aanpak in het begin was goed. De tijdelijke werkloosheid, de steun aan zelfstandigen, dat soort dingen. De lof was terecht. Nadien volgde een moeilijke periode. Vooral het mondmaskerverhaal was pijnlijk. Ook de communicatie kon beter. Maar de voorbije twee weken heb ik opnieuw een sterke regering gezien én een sterke premier. Het exit-plan is goed. Ik zie één pijnpunt, en dat is de traagheid van het onderwijs. Dat is de grote zwakte. Dat brengt volgens mij zelfs het hele exit-plan in gevaar. Veel ouders gaan de komende weken in de problemen komen. Ze moeten naar hun werk, maar ze hebben geen opvang.

Die kinderen mogen toch naar school?

Ja, maar de scholen roepen dat ze geen plek hebben om opvang te organiseren voor alle kinderen. Wat moeten de ouders dan doen? De kinderen naar de grootouders brengen, is ook niet aangewezen. Dit zal voor grote problemen zorgen. Ik kan dat nu al voorspellen. Ik hoor nu ook dat de lokale besturen het moeten oplossen. Dat is de verantwoordelijkheid afschuiven op anderen. De onderwijsdeal moet bijgestuurd worden.

Bent u niet laat met die kritiek?

Neen. Nu kan het nog. Als we niets doen, gaan we in de knoei komen.

Wat is dan uw oplossing?

De heropstart is beperkt tot het eerste, tweede en zesde leerjaar. Dat zou ruimer moeten. Alle kinderen van kleuter en lager moeten naar school kunnen. Dat zou al veel ouders helpen. Je zou kunnen werken met halve klassen en halve dagen.

Veel scholen pakken het al zo aan. Er is geen ruimte om meer te doen.

Slechts enkele leerjaren gaan halftijds les krijgen. Als alle klassen in twee gedeeld worden, dan moet er toch meer mogelijk zijn? Ik maak mij bovendien grote zorgen om de gigantische leerachterstand die veel kinderen gaan oplopen. We moeten ons daar geen illusies over maken: dat zal zo zijn. Ik heb ook een zoon van tien. Die zit nu al twee maanden thuis. Dat is niet goed voor een kind.

U nam hem deze week mee naar het parlement.

Dat is niet leuk voor hem, maar ik kon niet anders. Ik ben een alleenstaande vader. Ik vrees dat ik dat nog zal moeten doen.

Wat vindt u van de vraag naar een onderzoekscommissie over de mondmaskers?

Dat kan voor mij. Elk aspect van deze crisis verdient een evaluatie. Maar ik vind de kritiek op Maggie (De Block, Open VLD-minister van Volksgezondheid, red.) totaal overtrokken. Zij stond voor een uiterst moeilijke opdracht. De internationale markt was volledig ontwricht. Ik merk dat het vernietigen van een stock haar zwaar wordt aangerekend, vooral in Franstalig België. Ik vind dat niet fair. De geldigheidsdatum van die maskers was verstreken, zo heb ik vernomen. Wat had dan moeten gebeuren? Wie zou vorig jaar van de vervanging een prioriteit gemaakt hebben? Niemand.

Zij doet mondmaskers al maanden af als valse veiligheid. Is dat niet spelen met de volksgezondheid?

Dat is misschien ongenuanceerd. Maar experten zeggen toch gelijkaardige dingen? Mondmaskers hebben maar zin, daar waar de social distancing niet gegarandeerd kan worden. Viroloog Steven Van Gucht zei vorige week in De Morgen dat hij zelfs in de supermarkt geen mondmasker draagt.

Draagt u een mondmasker?

Normaal niet. Als ik het openbaar vervoer moet nemen, zal ik dat uiteraard wel doen. Ik heb daarom een pakketje gekocht.

De volmachten van de regering lopen in juni af. U wil geen verlenging. Wat wil u dan wel?

Een échte regering, met meerderheid. De drie regeringspartijen (Open VLD, MR en CD&V) zouden een startnota moeten opmaken, eventueel aangevuld met de SP.A van Conner Rousseau die zich constructief opstelt in deze crisis. De focus moet liggen op de economische relance, met sociale accenten en binnen een verantwoord budgettair kader.

Hebben die partijen een mandaat van de kiezer?

Neen. Maar de partijen die wel een mandaat hebben, die doen niets. Ik was verrast door het interview met Bart De Wever in uw krant vorige week. Enerzijds de hand reiken, anderzijds een veeg uit de pan geven. Zo raken we nergens. De PS en de N-VA gaan elkaar niet spontaan vinden, dat is nu wel duidelijk. De andere partijen kunnen misschien een brugfunctie vervullen. Ik wil een inhoudelijke nota op tafel. Wie dan wil, kan zich aansluiten. Ik heb geen zin in een nieuw debat over paars-geel of paars-groen.

“Mijn partij is het pad kwijtgeraakt. Dat wil ik herstellen.”

Waarom geen nieuwe verkiezingen? Is dat niet de meest eerlijke oplossing? Dan kan de kiezer meteen oordelen over het crisisbeleid.

Ik ga dat niet uitsluiten. Maar ik zou graag nog één poging doen. Een regering tegen september: dat moet het doel zijn. Als dat niet lukt, dan komen nieuwe verkiezingen op tafel.

Zou u openstaan voor samenwerking met Vlaams Belang?

Neen. Ik zie inhoudelijk geen enkel raakvlak met die partij.

Ik wil eens terug naar de exit. Die gaat vandaag een nieuwe fase in. We mogen iemand bezoeken of uitnodigen. Wat zijn uw plannen?

Het is Moederdag, hé. Ik ga mijn broer en mijn moeder uitnodigen op mijn terras. Zij wonen samen. Mijn vader is acht jaar geleden overleden. Het zal deugd doen om hen opnieuw te zien. En morgen mogen ook de winkels weer hervatten. Dat is een goede zaak.

Alleen de horeca moet nog even wachten.

Dat is zo. Dat is pijnlijk voor die sector. Ik hoop op maandag 8 juni voor de heropstart daarvan. Als iedereen zich strikt aan de regels houdt, dan moet dat lukken. Maar dat zal niet genoeg zijn. We gaan vanuit de politiek specifieke maatregelen moeten nemen. Ik denk aan een btw-verlaging op niet-alcoholische dranken. Dat is ook wat de sector vraagt. Dat moet volgens mij zeker kunnen.

Els Ampe is scherper. Zij hekelt de ‘lockdowndictatuur’ en wil de horeca sneller open. Is dat niet wat uw achterban wil horen?

Dat kan goed zijn. Maar ik ga geen valse hoop geven. Wat zijn we ermee de horeca nu open te doen, om binnen twee maanden weer een lockdown te moeten organiseren? Dat zou de finale doodsteek zijn. Ik ben voorstander van een haalbaar traject.