BRUSSEL Liesbeth Homans werkt al enkele maanden in de luwte. Dat moet ook, nu ze voorzitter is van het Vlaams parlement. Maar vergis u niet: aan scherpte heeft de leading lady van N-VA niets ingeboet. Op deze internationale vrouwendag treedt ze nog eens op de voorgrond. Dit is een pittig gesprek over seksisme, hoffelijkheid en politiek in tijden van corona.

De begroeting is wat ongemakkelijk. We schudden toch een hand. “Ik doe niet mee aan de paniekzaaierij”, zegt Liesbeth Homans. “Maar goed: wie geen hand wil geven door corona, geen probleem. Wie om een andere reden geen hand wil schudden, zet ik de deur uit.” Ze lacht hartelijk. Het zal niet de laatste keer zijn in dit gesprek. De 47-jarige politica uit Antwerpen voelt zich goed in haar rol als voorzitter van het parlement. Ze is bevrijd van de dagelijkse druk van het ministerschap, zegt ze. En dus zal ook corona haar niet angstig maken. “Ik denk soms dat de media het virus groter maken dan het is. Ik geloof liever een viroloog zoals Marc Van Ranst die aanmaant om kalm te blijven.”

U plant geen maatregelen in het parlement?

We hebben een mail gestuurd naar onze medewerkers met preventieve richtlijnen. Dat is voorlopig voldoende.

Het Europees parlement sluit zijn deuren voor het publiek.

(pikt in) Behalve dan voor Greta Thunberg. (fijntjes) Kan die geen corona krijgen misschien? Neen, ik vind dat overdreven. We zitten nu in alarmfase twee. Mocht blijken dat de situatie verergert, dan gaan we nadenken over maatregelen. Maar ik wil daar niet op vooruitlopen.

Het is vandaag internationale vrouwendag. Is dat een hoogdag voor u?

Élke dag is vrouwendag voor mij. Ik zeg dat ook aan mijn twee zonen. (lacht) Eerlijk: ik ben geen grote feministe. Ik ben tegen quota en positieve discriminatie. Ik werd eens voor de voeten geworpen dat ik dankzij quota in het parlement beland ben. Dat kwam van Güler Turan van SP.A. Ik vond dat eigenlijk een grote belediging.

Dat is niet zo?

(feller) Néén, natuurlijk niet. Ik ben op eigen kracht verkozen. Ik zou ervan gruwen mocht ik mezelf bestempelen als een excuustruus. De strijd voor gelijke rechten is gestreden door de twee generaties vóór mij. Met succes. Mijn generatie en de generaties na mij plukken daar de vruchten van. Vandaag krijgen vrouwen alle kansen in dit land.

Ook in de politiek?

Jawel. Je moet wel lef tonen als je iets wil bereiken. Lef en ambitie. Je moet niet wachten tot je een verkiesbare plek krijgt voorgeschoteld. Maar dat geldt evenzeer voor mannen. Ik was vorig jaar drie maanden minister-president van Vlaanderen. Ik ben dat niet geworden omdat ik een vrouw ben, maar omdat ik de logische opvolger was van Geert (Bourgeois, die naar het Europees parlement trok, red). Zo hoort het ook. Het geslacht mag geen rol spelen voor een politieke functie.

Vindt u genderdiscriminatie dan verleden tijd?

Neen, dat zeg ik niet. Vrouwen worden nog altijd anders behandeld, en zeker ook in de politiek.

Is dat die dubbele moraal waarover Hillary Clinton sprak in haar interview met Knack?

(knikt) Dat vind ik ontzettend jammer. U weet dat ik graag hevig in debat ga. Als een man dat doet, dan gaan alle duimen omhoog. ‘Wat een staatsman.’ Als een vrouw dat doet, dan gaan de ogen rollen. ‘Wat een hysterisch wijf.’ Mannen mogen meer dan vrouwen. Dat is een spijtige vaststelling.

Waarom is dat zo?

Ik weet dat niet. U bent een man. Zegt u het maar.

Ik weet het ook niet. Komt de kritiek vooral van mannen?

(blaast) Dat is moeilijk om te zeggen. Wellicht wel. Al kunnen ook vrouwen hard zijn. Over het uiterlijk bijvoorbeeld. Dat is trouwens een ander verschil: vrouwen worden beoordeeld op hun uiterlijk.

Gwedolyn Rutten was bereid om veel opzij te schuiven voor het premierschap. Dáárom werd ze hard aangepakt. Niet om haar vrouw-zijn.

Mannen toch ook? Een Donald Trump op zijn oranje gezicht, een Conner Rousseau op zijn witte sneakers, een Joachim Coens op zijn geruite vest.

Maar de benadering is anders. Als het over vrouwen gaat, is de toon venijniger, vind ik. ‘Zag je die haar lelijke oorbellen?’ ‘En wat heeft die gedaan met haar kapsel?’ ‘En die Homans, wat heeft die een scheve mond, zeg.’ Als het over mannen gaat, is de toon vaak lacherig. Nu goed, daar lig ik minder wakker van.

Gwendolyn Rutten (Open VLD) werd keihard aangepakt omdat ze premier wou worden. Was dat ook gebeurd, mocht zij een man zijn?

Jawel, want dat is iets anders. Gwendolyn werd in het verleden zeker al aangepakt op haar vrouw-zijn, maar níet in deze kwestie. Zij was bereid om veel opzij te schuiven voor het premierschap. Dáárom werd ze hard aangepakt.

Uw voorzitter Bart De Wever ambieert dat ook, maar krijgt die kritiek niet.

Maar hij is niet bereid om zijn principes opzij te schuiven. Gwendolyn wou een linkse regering vormen zonder Vlaamse meerderheid. Dat mag toch genoemd worden? Dat heeft niets te maken met vrouw-zijn.

Wat vond u van de oproep van Sihame El Kaouakibi (Open VLD)? Vrouwen moeten seksisme en racisme luider aanklagen.

Zij maakt een belangrijk punt. Sihame is hét model van een perfect geïntegreerde vrouw met allochtone roots. Ik kan me inbeelden dat zij veel te maken krijgt met seksisme en racisme. Die bagger moet stoppen, dat vind ik ook. Dat is vaak op sociale media, en vooral dan op Twitter. Dat is eigenlijk een open riool geworden.

U ondervindt dat ook.

(knikt) Vorige zomer was weer erg. Ik was net minister-president geworden, toen iemand tweette: ‘Je kan een slons uit een sociale woning halen, maar een sociale woning niet uit een slons.’ Ik vond dat vooral beledigend voor die 150.000 mensen die in een sociale woning wonen.

Dat moet ook u raken?

Neen, zoiets niet meer. Als ze over mijn kinderen beginnen, dan wel. Als iemand tweet dat mijn kinderen een andere moeder verdienen: dát doet pijn. (even stil) Wie houdt zich daarmee bezig, vraag ik me dan af. Zijn dat gefrustreerde mensen die de ganse dagen niets te doen hebben en dan maar met een Cara Pils achter hun computer kruipen? Jongens, toch. (zucht) Ik wil wel één kanttekening plaatsen bij de oproep van Sihame. Het seksisme komt niet alleen van witte mannen, zoals zij zegt. Dat kan misschien voor haar het geval zijn. Maar als ik word uitgemaakt voor nazihoer, dan is dat vaak door mensen met allochtone roots. Seksisme komt van alle kanten, net als racisme. Ik vind het spijtig dat zij dat beperkt tot één kleur.

Klopt mijn gevoel dat u meer werd aangevallen toen u minister was?

Zéker. En hoe zou dat nu komen? (lacht) Ik nam geen blad voor de mond toen ik minister was. Dat wekt weerstand op. Als parlementsvoorzitter zoek ik het debat veel minder op. Ik krijg nog bagger over me heen, hoor. Vlaams viswijf bijvoorbeeld. Maar dat raakt me niet.

U wou eigenlijk geen minister meer zijn. Was dat om die reden?

Neen. De voortdurende druk begon op mij te wegen. Ik wou ook meer tijd voor mijn kinderen. Ik doe daar niet flauw over. Ik ben een alleenstaande mama. Mijn kinderen waren 7 en 10 jaar oud toen ik minister werd. Ik heb eigenlijk vijf jaar van hun jeugd gemist. Ik wil niet hun hele jeugd missen. Ik heb daarom aan Bart (De Wever, red.) aangegeven dat ik nadacht over mijn toekomst.

Als iemand tweet dat mijn kinderen een andere moeder verdienen: dát doet pijn.

In een brief dan nog.

(lacht) Dat is zo. Ik wou mijn verhaal goed brengen, met álle argumenten. Dat was tenslotte geen makkelijke boodschap. Dat was eind juni. Ik lag net enkele dagen in het ziekenhuis. Niets ergs, maar dat heeft me ook doen nadenken.

En minister-president, was u dat niet graag gebleven?

Neen, zeker niet. Dat was eigenlijk niets voor mij. Te veel protocol, te vaak weg van huis. Ik was wél graag minister. Maar ik ben vooral blij dat ik nu parlementsvoorzitter ben. Ik geniet ervan. Ik voel me vrijer, ik ben ook minder verbeten zoals u wellicht kan zien. Ik moet niet meer elke dag vechten tegen kritiek van oppositie en media.

Wat kan u na vijf maanden zeggen over de werking van het parlement?

(denkt na) Dat ik met álle fractievoorzitters goed overeen kom. Dat wil ik wel eens zeggen. Ik vind ook dat de oppositie goed werk levert. Ik ben het inhoudelijk zelden eens met hen, maar de nieuwe PVDA-fractie en de uitgebreide Vlaams Belang-fractie zijn een meerwaarde voor het parlement. Zij zorgen vaak voor vuurwerk. Dat maakt dit parlement pittiger dan vorige legislatuur, wat een goede zaak is.

De parlementsleden mogen van u ook geen teksten meer aflezen.

Dat is ook om meer pit in de debatten te krijgen. Dat verbod bestond eigenlijk al, maar werd nooit toegepast. Te veel parlementsleden kwamen naar voren met een vol A4-blad. Dat mag niet meer. Wie zijn boodschap niet uit het hoofd kan brengen, kiest beter een andere stiel.

Wat meer hoffelijkheid als anderen spreken, zou ook wel mogen, vind ik.

Ik ook. Zag u de plenaire zitting van deze week? Ik was het écht beu.

U wou er enkele naar de koffiekamer verbannen.

(streng) Van parlement én van regering, hè. Ik kijk niet naar partijkleuren. Ik vind dat politici minstens moeten luisteren naar elkaar. En wie niet geïnteresseerd is, moet maar in de koffiekamer blijven. Als burgers klagen over het parlement, dan gaat dat over twee zaken. Ten eerste dat er op de plenaire zittingen zo weinig volk zit. Dat klopt. Ik betreur dat ook. Élk parlementslid zou minstens de moeite moeten doen om naar de plenaire te komen. Dat is maar één keer per week, hè.

U moet aan hun centen zitten.

Dat gebeurt al. Wie minder dan tachtig procent van de zittingen aanwezig is, krijgt minder loon. Meer kan ik niet doen. De tweede klacht gaat over het gebruik van de smartphone. Dat komt ook onrespectvol over.

Uw voorganger, Jan Peumans, wou dat verbieden.

Dat is te verregaand. De smartphone wordt ook vaak voor het werk gebruikt. Maar ik ben niet naïef: soms ook voor iets anders.

Om Angry Birds te spelen bijvoorbeeld. Zelfs minister-presidenten zouden dat doen.

Naar het schijnt, hè. Ik heb helaas weinig te zeggen over de regering. (knipoogt)