Op wandelinterview met VTM-sportanker Lies Vandenberghe: “Wij moeten geen extra druk leggen op sporters”

4311
Lies Vandenberghe: “Goedkope sites halen één quote uit een ernstig interview. Het is daarom dat bekende mensen amper nog iets durven zeggen.” (foto’s Christophe De Muynck)

RUDDERVOORDE “Wij moeten meer dan ooit onze woorden wikken en wegen. Dat is dé les van deze sportzomer.” Aan het woord is Lies Vandenberghe, sportjournaliste voor VTM. We gaan wandelen in het charmante dorp waar de al even charmante West-Vlaamse is opgegroeid. We praten over kinderen en paarden, sporters en emoties, de melkboer en de politieman.

De platse . Dat is hoe een marktplein in West-Vlaanderen wordt genoemd. De platse van Ruddervoorde is de startplek van onze wandeling met Lies Vandenberghe, sinds vorig jaar sportanker van VTM. Haar ouders wonen op de hoek. De zon schijnt. Het is haast uitzonderlijk deze zomer. Het is een stralende vrouw die ons het Sint-Egiliuskerkje aanwijst: de plek waar ze dertig jaar geleden gedoopt is en drie jaar geleden getrouwd. “Daarom wou ik hier afspreken. Deze plek is zó belangrijk voor mij.” Ze is getrouwd met Maarten Breckx, ook sportjournalist voor VTM, waarmee ze in Berchem woont. Minstens één keer per week keert ze terug naar haar dorp. “Ik wil dat mijn ouders Georges zien opgroeien.” Haar ogen fonkelen als ze praat over haar zoontje.

Lies is een kind van kleine zelfstandigen. “De dochter van ’t Zwientje : dat is hoe ik hier gekend ben. Mijn ouders hadden een carwash met café, tankstation en weegbrug. Ik ben heel nuchter opgevoed. Hard werken: dat was de boodschap. Mijn grootouders, varkenshandelaars, woonden naast ons. Moemoe woont daar nog altijd.”

Wandelen voor het goede doel

Onze eerste stop: een weide met paard. Kan het West-Vlaamser? “We gaan de wandeling doen die ik altijd met Georgeske doe. Hij vindt paarden geweldig, net als zijn mama. Voor mijn communie, dus toen ik twaalf was, kreeg ik mijn eerste paard, Mina. Een wild veulen. ‘Dat meiske zal verongelukken’, zei de verkoper. Ik ben als een gek beginnen lezen en oefenen. En het is me gelukt: ik heb het paard kunnen temmen. ( lacht ) Ik ga nog altijd paardrijden. Liefst aan de kust. Dat is de beste manier om écht te ontspannen.”

Op wandelinterview met Lies Vandenberghe in haar dorp Ruddervoorde: “Dat ik een kind op de wereld heb gezet, is waar ik het meest fier op ben. Als je dat kan, kan je alles aan”, aldus de sportanker. (foto's Christophe De Muynck)

Wandelen is haar tweede sport geworden, zegt ze. “Ik kan daar zo van genieten. Ik kan uren wandelen. Dat was mijn manier om mijn zwangerschapskilo’s kwijt te spelen. Ik was maar liefst 21 kilogram bijgekomen. Dit najaar wil ik een walk for charity mee helpen organiseren: een wandeling voor het goede doel, voor vzw Cunina. Deze organisatie wil kansarme kinderen een betere toekomst geven. Ik ben zelf ook meter van een kindje in Oeganda, Resty. ( even stil ) Sommigen noemen dat naïef. Ik vind het belangrijk. Ik wil iets betekenen voor anderen.”

Blèten in de auto

Lies maakte vorig jaar de overstap van radio naar televisie. Van Qmusic naar VTM. Ze werd er sportanker, de eerste vrouw op die stoel. “Ik vind dat wel cool . Ik hoop dat ik meisjes kan inspireren. Er zijn echt te weinig vrouwen in de sportjournalistiek. Onlangs werd ik aangesproken door een madammeke. ( schakelt over naar vlekkeloos Antwerps ) ‘Ik ben fan van u, maar mijn man niet. Die vindt dat vrouwen niets van sport kennen.’ Bam. Toffe man, zeg. Ik was in schock. In Vlaanderen kan een sportjournaliste maar op weinig krediet rekenen van het publiek. Een man wel, want die kent zogezegd alles van sport. In landen zoals Nederland en Spanje leven die vooroordelen veel minder.”

Dat ze het wel heerlijk vindt om te doen, zegt ze enthousiast. Zeker nu de sportwereld ontwaakt na een onwezenlijk coronajaar. “Het is hard werken, maar tegelijk kicken en genieten. Het EK bijvoorbeeld: het was fantastisch om weer live verslaggeving te kunnen doen. In mijn eerste jaar zag ik de sporters vooral als personages, dit jaar heb ik hen beter leren kennen. Ik heb nog meer respect gekregen voor wat zij doen. ( op dreef ) Weet je wat zo mooi is aan mijn job? De emoties. Ik zat in de wagen toen van der Poel geel pakte in de Tour, twee jaar na het overlijden van zijn poupou , zijn grootvader Raymond Poulidor. Ik hoorde op de radio hoe hij naar de hemel wees toen hij over de streep reed. Ik zat te blèten in mijn auto, echt waar.”

Goedkope sites

We komen aan de Velddambeek. De groene omgeving van deze poel is enkele jaren geleden publiek domein geworden. Ze wijst op het platform waar destijds haar trouwfoto’s genomen zijn. Vandaag is er een dickpick op geschilderd. “We gaan hier best geen foto’s nemen”, lacht ze. We wandelen verder naar de poel, waar de fotograaf vraagt om even neer te vleien in het gras. Enkele speelse waterhoentjes trippelen het water in.

We praten wat over persoonlijke dingen, die ze liever niet in de krant ziet verschijnen. Bekendheid heeft ook nadelen. Ze is op haar hoede voor de zogenaamde clickbait -sites, zegt ze. “Die goedkope sites halen één quote uit een ernstig interview en trekken dat helemaal uit de context. Helaas zijn er veel mensen die die bagger lezen. Het is daarom dat bekende mensen amper nog iets durven zeggen in programma’s en interviews. Omdat het direct clickbait wordt. Ook de sociale media doen daar geen goed aan. ( windt zich op ) Ik erger mij daar dood aan. De mensen hebben zó snel kritiek klaar. Het zorgt ervoor dat we goed nadenken over wat we posten. ( even stil ) Ik zou misschien wat minder die reacties moeten lezen. Dat is niet goed voor mij.”

Of ze zelf ijdel is, vraag ik. “Ik denk het niet. Of misschien wel. Ik ben hier toegekomen in trainingspak. Maar omdat ik wist dat er een fotograaf meekwam, heb ik toch wat anders aangetrokken en wat schmink opgedaan. Is dat ijdel? Wellicht wel, zeker? Ik zal het maar toegeven. ( lacht )”

Taboe doorbroken

Terug naar de sport. Er wordt deze zomer veel gesproken over de mentale druk die sporters voelen. Dirk Van Esser, gewaardeerd gymnastiekanalist, kreeg de volle laag toen hij vraagtekens plaatste achter de opgave van Simone Biles. “Dirk is een sterke analist, maar heeft een inschattingsfout gemaakt. Dat kan gebeuren. Hij heeft dat ook toegegeven. Ik ben wel blij dat er nadien een debat is gekomen. Het is belangrijk dat het taboe doorbroken wordt.”

Dat ook sportjournalisten een verantwoordelijkheid hebben, benadrukt ze. “Wij moeten meer dan ooit onze woorden wikken en wegen. Dat is voor mij dé les van deze sportzomer. Mentale gezondheid is óók gezondheid. De druk op sporters is al waanzinnig groot. Het is niet aan ons om nog extra druk te leggen. Wij moeten echt waken over elk woord dat we zeggen of schrijven. We moeten kritisch zijn, maar mogen niet onnodig kwetsen.”

Of ze zelf niet in Tokio had willen zijn, voor de Olympische Spelen? “Jawel, maar Jan Dewijngaert is daar voor ons. Het was zijn grote droom om nog een Spelen mee te maken. Zijn zoon Klaas is daar ook. Ze doen dat echt supergoed. Ik heb thuis genoten van deze boeiende weken. Maar natuurlijk wil ik dat in de toekomst ook eens live meemaken. Mijn favoriete sport op de Spelen? Gymnastiek. Wát een moeilijkheidsgraad en wát een precisiewerk. Die atleten trainen jarenlang voor één oefening. Chapeau !”

Een chaotische dromer

We wandelen naar het kasteel van de notoire familie Pecsteen, een beschermd gebouw. Onderweg wordt het goedlachse sportanker voortdurend toegezwaaid. Ze zegt ook zelf gedag tegen iedereen. Een vrouw zegt dat ze haar gezien heeft in de Feeling . “ Ge stond daar schone, wi .” Lies glimlacht. “Die mensen kopen dat omdat ik daarin sta. Dat is toch mooi, hè? En de Feeling is dan nog een duur boekske. Ik mag dat zeggen, want dat is niet van onze mediagroep. ( lacht ) Nee, ik ken hier iedereen en dat staat los van wat ik doe. Dat is gewoon eigen aan Ruddervoorde. In Antwerpen knik ik ook naar iedereen. Waarschijnlijk denken ze daar dat ik een zottin ben.”

Op wandelinterview met Lies Vandenberghe in haar dorp Ruddervoorde. (foto’s Christophe De Muynck)Ook opvallend onderweg: een politiewagen rijdt tot driemaal toe langs. “Ze vertrouwen ons niet, zeker? Ik heb een grappige anekdote. De politie kwam vroeger met haar wagens naar onze carwash. Toen ik eens tegengehouden werd voor een controle, lieten ze mij doorrijden omdat ik ‘ van ‘t Zwientje’ ben. ( plots ernstig ) Oei, het is niet zo verstandig om dat on the record te zeggen, zeker? Is dat geen corruptie? Of misschien zullen de mensen denken dat ik iets mispeuterd had? Dat was niet zo, hoor. Ik was een braaf kind. Enfin , mijn mama zegt dat altijd. Uitgaan of niet, ik stond elke zaterdagochtend om 8 uur klaar om auto’s te wassen. Ik ben wel een chaoot. Een dromer. Dat is niet altijd makkelijk. ( lacht )”

De best mogelijke mama

Wij praten even verder over haar jeugd. Dat ze altijd al journaliste wou worden, zegt ze. We zijn het erover eens dat je dat niet kunt leren, dat dat je natuur moet zijn. Wat haar ultieme ambitie is? “Moeilijke vraag. Ik ben wellicht minder ambitieus dan andere mensen in de mediawereld. Ik ben eigenlijk best tevreden met wat ik doe. Gelukkig zijn, dat is mijn ultieme ambitie.”

Vlak vóór ze sportanker werd, werd ze ook mama. Wat de moeilijkste opdracht is, vraag ik haar. Ze moet niet lang nadenken. “Mama zijn. Dat is elke dag een nieuwe struggle . Maar tegelijk denk ik dat ik dat het beste kan, dat ik de best mogelijke mama ben voor Georges. ( emotioneel ) Dat ik een kind op de wereld heb gezet, is waar ik het meest fier op ben. Als je dat kan, kan je alles aan.”

Als de melkboer passeert (geen grap!), gaat ze plots enthousiast zwaaien. “Dat is de broer van moemoe. Hij wordt volgend jaar tachtig en rijdt nog altijd rond met melk en andere drank. Schoon, hè. Waar vind je zoiets nog? Dat is de charme van een dorp.”

Stilte en drukte

Onze laatste stop is het kerkhof. Ze wijst het graf aan van haar tante en haar grootvader. Ze wijst ook andere graven aan. Van kinderen. Van tieners. Elke keer een drama. “Wellicht kom ik hier zelf ook ooit te liggen.” We zwijgen even. We zien enkele knalrode vlinders fladderen en horen vrolijke vogels fluiten. Waarom ze deze plek wou tonen, vraag ik haar. “Omdat ik hier graag wandel. Ik vind een kerkhof rustgevend. Ik heb af en toe nood aan stilte, aan mezelf te horen ademen. Hier kan dat. In een stad kan dat niet. We verhuizen volgende maand naar een huis met een tuin in Mortsel. Dat is weg van de stad. Maarten en ik snakken echt naar rust. Drukte kan je altijd opzoeken.”

Een kerkhof doet nadenken over het leven. Lies is dertig geworden in januari. Corona verhinderde een groot feest. “Gelukkig is Maarten goed in het organiseren van kleine verrassingen. Corona heeft mij vooral doen beseffen dat wij blij mogen zijn met wat we hebben. Wie ziek is, wie iemand verliest of wie zijn werk kwijt is, die heeft reden om te klagen. Ik niet. ( denkt na ) Weet je wat ik een mooie quote vind om mee af te sluiten? ‘In het nú is er nooit een probleem. Tenzij je aan een afgrond staat.’ Daarin schuilt zoveel waarheid. Ik wil graag in het nu leven. Helaas is dat zó moeilijk. Dat zit niet in onze natuur, zeker?”