Lorin Parys (N-VA): “We moeten naar het centrum kijken: dát is onze plek”

4541
Lorin Parys stelt zich straks opnieuw kandidaat als ondervoorzitter. “Ik vind dat een ongelooflijk boeiende functie.” (foto Christophe De Muynck)
Lorin Parys stelt zich straks opnieuw kandidaat als ondervoorzitter. “Ik vind dat een ongelooflijk boeiende functie.” (foto Christophe De Muynck)

BRUSSEL – Wordt Lorin Parys op termijn de opvolger van Bart De Wever als voorzitter van N-VA? De kans is reëel. De Leuvenaar stelt zich alvast kandidaat voor een nieuwe termijn als ondervoorzitter. Wij hebben een diepgaand gesprek over warmte en twijfel in de politiek, de hygiëne van onze noorderburen en de kleedkamer van … Club Brugge.

Lorin Parys wordt wel eens het buitenbeentje van N-VA genoemd omdat hij zich vooral profileert op zachte thema’s. Pleegzorg bijvoorbeeld. Parys en zijn man hebben zelf twee pleegkindjes en een gekleurd adoptiekindje. “Je ziet de mensen wel eens vreemd opkijken als wij voorbij wandelen: wie is wie in godsnaam in dat gezin? ( lacht )” De Leuvenaar is amper 44, maar kan al pronken met een indrukwekkend cv: van advocaat aan de balie van New York over operationele chef van Club Brugge tot Vlaams parlementslid. O ja, tussendoor was de man ook even cafébaas, van De Fabriek: een pop-up op de Oude Markt in Leuven.

Opvallend: Parys was aanvankelijk lid van Open VLD. “Toen die partij het confederalisme én het liberalisme losliet, heb ik de overstap gemaakt.” Dat was in 2013. Eén jaar later was hij parlementslid, eind december 2018 werd hij ook ondervoorzitter. Dat mandaat loopt op 6 februari af, maar Parys is duidelijk: “Ik vind dat een ongelooflijk boeiende functie, dus ik zal me opnieuw kandidaat stellen.”

U verrast mij. Ik dacht dat Theo Francken en Valerie Van Peel de rollen zouden overnemen.

Is dat verrassend? Ik weet nog niet wie de andere kandidaten zijn. Er is plaats voor twee ondervoorzitters. Het is de partijraad die uiteindelijk een keuze zal maken. Ik vind het trouwens flatterend dat de buitenwereld zoveel aandacht heeft voor dit. Zou iemand de ondervoorzitters van de andere partijen kunnen opnoemen? Ik alvast niet. ( lacht )

Er wordt gezegd dat de volgende ondervoorzitter van N-VA in pole position zit om Bart De Wever op te volgen.

Dat is niet aan de orde. Een ondervoorzitter is geen kroonprins. Het is vooral een interne functie. Een ondervoorzitter moet een werkpaard zijn die bereid is in de schaduw van de voorzitter te werken.

Is Francken zijn geloofwaardigheid kwijt na de zaak-Kucam? Bent u daarom kandidaat?

( kort ) Neen, dat staat daar los van. Ik loop mijn eigen race.

Wat is uw meerwaarde?

Ik heb ten eerste mijn ervaring. Ten tweede wil ik erover waken dat de partij zich breed genoeg blijft zetten. Wij zijn een brede volkspartij, een gemeenschapspartij, en we moeten dat blijven. We moeten ons sociaal weefsel blijven koesteren. Het is geen geheim dat ik vooral inzet op sociale en warme thema’s. Dat is mijn meerwaarde. Ik vind dat het warme aspect, het gemeenschapsaspect, meer op de voorgrond mag komen. We zijn een warme partij, maar verstoppen dat soms te veel.

Uw partij lijkt haar schwung kwijt. Wat loopt er fout?

Ik zou dat niet overdrijven. We hebben nog altijd het sterkste programma en het beste personeel. We zitten federaal wel wat gevangen tussen de systeempartijen van de regering en een antisysteempartij op de rechteroever. We moeten daaruit geraken: dat wordt een belangrijke uitdaging. En hoe? Door naar het centrum te kijken. Dát is onze plek. Het is daar dat we moeten werven.

Politici moeten soms eens durven zeggen: ‘Ik weet het niet’. Dat is geen schande. Wij zijn geen supermensen.”

Moet u niet de Vlaams Belang-kiezer terughalen?

Wij moeten onze eigen koers varen. Wij zijn een aanbodpartij, altijd al geweest, en dat mag niet veranderen. ( denkt na ) België is uitgewoond. Dit land werkt niet. Dat blijkt opnieuw in deze crisis. De mensen daarvan overtuigen: dat moet onze focus zijn. Waarom ben ik Vlaams-nationalist? Dat is weinig romantiek, hoor. Dat is vooral omdat Vlaanderen véél efficiënter kan werken dan België.

Is de vaccinatie dan de lakmoesproef voor Vlaanderen?

Neen, dat zou niet fair zijn. We zijn té afhankelijk van andere niveaus. We kunnen niet zelf versnellen, want we beschikken niet over de exacte gegevens van de leveringen. Ook de Waalse minister zegt dat. Frank Vandenbroucke ( federaal minister, SP.A, red. ) heeft die data wel, maar de doorstroming verloopt moeizaam. Dat bewijst wederom de complexiteit van het land. Hoeveel tijd verliezen we niet aan overleg? In een confederaal land, waar de regio’s volledig bevoegd zijn voor volksgezondheid, zouden de mensen sneller hun prik krijgen. En weet u wat nóg een voordeel zou zijn? Als er dan iets misloopt, dan weet je naar wie je moet wijzen. Vandaag wijst iedereen naar elkaar.

Ik zal de vraag algemeen stellen. Vindt u de Vlaamse regering daadkrachtig besturen in deze crisis?

De Vlaamse regering moet focussen op de relance en dat doet ze prima. Er is veel Europees geld binnengehaald om te investeren. De prioriteiten zitten ook goed: digitalisering, onderwijs, zorg en duurzaamheid. Ik heb daar het volste vertrouwen in: de Vlaamse regering zal nog schitteren. ( denkt na ) Maar wellicht verwijst u ook naar de woon-zorgcentra? Dat is een andere zaak.

Die leken haast lijkenhuizen. Is het geen tijd voor een mea culpa?

Já. ( lang stil ) Wij, de politiek, moeten durven zeggen dat we daar gefaald hebben. Pas als we dat kunnen, kunnen we ook lessen trekken. Wat is er fout gelopen? Er is te weinig geïnvesteerd. Dat was al zo toen dat federale materie was en dat was zo toen dat Vlaamse materie werd. Dat is één. We zijn dat nu aan het rechtzetten. Er was geen beschermingsmateriaal voorhanden. Dat is twee. Er had nochtans een stock moeten zijn. Dat is federale bevoegdheid. En zo komen we weer bij de complexiteit van het land: dat is drie.

Vindt u dat voldoende? In Nederland nam de regering voor minder ontslag.

Dat is een moeilijke vraag. ( denkt na ) Algemeen vind ik dat we in België geen goede traditie hebben op vlak van politieke hygiëne. Maar zou het écht verstandig zijn om middenin een zware crisis ontslag te nemen? ( stil ) Ik betwijfel dat. Ik vind het nu vooral belangrijk dat fouten erkend worden en dat er lessen getrokken worden.

In Nederland heeft het parlement het crisisbeleid overgenomen. Is dat niet hoe een democratie hoort te werken?

Ik moet toegeven dat ik soms jaloers ben op het parlementair debat daar. In ons land worden fundamentele vrijheden ingeperkt met een simpel ministerieel besluit. ( feller ) Dat is een absolute schande. Wij pleiten al langer voor een wettelijk kader. Waar blijft bijvoorbeeld die pandemiewet?

Het debacle met de zonnepanelen is een ander voorbeeld: alle politici blijven zitten. Dat maakt veel mensen kwaad.

Dat is begrijpelijk. De politiek heeft geen goede beurt gemaakt in dat dossier. Gelukkig is Zuhal Demir wel meteen met een oplossing gekomen. Maar ik herhaal: het kan beter met onze politieke hygiëne. Ik vind het ook niet gezond dat de partijen beslissen wie minister blijft en wie niet. Dat is iets om over na te denken.

Weinig politici durven kwetsbaarheid tonen. Waarom is dat zo?

Weinig politici durven twijfel tonen. Vooral dát vind ik een probleem. En waarom is dat zo? Omdat dat uitgebuit wordt door tegenstanders. Ik vind dat spijtig. We moeten soms eens durven zeggen: ‘Ik weet het niet’. Dat is geen schande. Wij zijn geen supermensen en we moeten ook niet doen alsof we dat zijn.

Bent u te zacht voor de politiek?

Ik vind van niet. Wees gerust: ik ben een slecht karakter, als dat nodig is. ( grijnst )

Kan een coalitie met Vlaams Belang voor u?

( zucht ) Neen. Mijn voorzitter is daarin kristalhelder: een coalitie met dit Vlaams Belang is onmogelijk. Ik volg hem helemaal.

U zucht. Vindt u dat een moeilijke vraag?

( droog ) Ik vind het tijdverlies om over Vlaams Belang te praten. Ik kan daar geen zinnig woord over vertellen.

In een confederaal land zouden de mensen sneller hun prik krijgen.”

Ik wil eens in uw verleden graven. U stond tien jaar geleden mee aan de wieg van het ‘nieuwe’ Club Brugge dat grote successen boekt. U was de rechterhand van voorzitter Bart Verhaeghe. Hebt u nooit heimwee?

( lacht ) Neen, ik kijk zelden achterom. Dat waren wel boeiende jaren. Ik was verrast dat Bart mij dat aanbod deed. Ik ken werkelijks niet van voetbal. Ik wist amper naar welke kant die mannen moesten sjotten . ‘Net dáárom wil ik u op die stoel’, zei Bart. Ik was verantwoordelijk voor het zakelijke: marketing, sociale media, enzovoort. Vincent ( Mannaert, red. ) was de CEO en de sportieve baas. Aanvankelijk werd daar meesmuilend over gedaan, weet ik nog.

Over de ambitieuze Vlerick-boys die alles beter weten.

Ja. ( lacht ) We waren ambitieus, hoor. We wilden echt álles veranderen: van het eten in de refter tot de taal in de kleedkamer. ( mijmerend ) Weet u wat ik vooral wou? Van Club een way of life maken. Een fan moet opstaan en gaan slapen met zijn team. We zijn daarin geslaagd. Het was echt plezant om mee te werken aan die transformatie.

Waarom bent u dan gestopt?

Ik wou meer betekenen voor de res publica . Dat is mijn roeping. Ik wil het verschil maken voor mensen. Dat kan beter in de politiek dan in het voetbal. Neem nu pleegzorg. Ik heb al mensen kunnen overtuigen om die stap te zetten. Dat geeft zóveel voldoening. Er staan vijfhonderd kinderen op de wachtlijst. Dat zijn vijfhonderd kinderen zonder gezin, hè. Als je die een thuis geeft, dan verander je de wereld. Ik wil graag de stem zijn van de kwetsbaren.

U hebt ook ‘Fred en Frieda’ opgericht.

( enthousiast ) Samen met Jeremie Vaneeckhout (Groen). Dat is een platform om eenzame ouderen te matchen aan warme vrijwilligers. Ik ben zelf de ‘Fred’ van Paulette die in het woon-zorgcentrum in mijn buurt woont. Ik ga op bezoek en bel haar af en toe om te horen hoe het gaat. We willen zo eenzaamheid bestrijden.

U bent uw hemel aan het verdienen?

( lacht ) Dat is overdreven. Iets doen voor een ander, is soms ook egoïsme. Dat voelt gewoon goed. Ik vind dat plezant.

De scholen blijven open. Bent u opgelucht of ongerust?

Ik ben opgelucht. Als papa én als politicus. ( op dreef ) Wie zijn de eerste slachtoffers als de scholen sluiten? Dat zijn niet mijn kinderen, hè. Bart en ik kunnen hen wel opvangen. Dat zijn de kinderen in moeilijke thuissituaties. Het is in de eerste plaats voor hén dat de scholen open moeten. Dat is onze morele plicht.

Ook als dat risico’s inhoudt?

Het moet natuurlijk veilig kunnen. Maar ik zie dat de hele onderwijswereld achter de beslissing van Ben Weyts ( Vlaams Onderwijsminsister, red. ) staat. Dat wil iets zeggen. Er wordt hard ingezet op preventie, testen en tracen . Dat is hoe het moet.

Hoe ervaren uw kinderen deze crisis?

Goed. Ze zijn nog jong, hè. Ze gaan nog zorgeloos door het leven. En ze hebben elkaar: dat helpt. Ik vind het zo plezant om hen bezig te zien. ( even stil ) Wij mogen echt niet klagen. Ik besef elke dag dat ik een dikke gelukzak ben.

Mogen de pleegkinderen hun biologische ouders zien?

Nu wel. In de eerste lockdown niet. Toen was het behelpen met videobellen. Nu behoren de biologische ouders tot dezelfde bubbel. Dat is een beter evenwicht. Ik vind algemeen dat er nu meer aandacht is voor kinderen dan toen. De sluiting van de speelpleintjes bijvoorbeeld: dat was echt overdreven.

Zijn we deze week een stap dichter gekomen bij het befaamde rijk der vrijheid?

( lacht ) Dat is een moeilijke vraag. Vanop een afstand bekeken zou ik zeggen van wel. De vaccinaties gaan vooruit: we zitten op schema. Dat is een objectieve vaststelling. Ik begrijp natuurlijk de frustraties omdat de kalender dag na dag verandert. Ik vind vooral dat wij open moeten communiceren. Als we eerlijk zijn, zal de burger begrip hebben voor onverwachte problemen.

Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) belooft elke Vlaming een prik voor de zomer. Is dat eerlijk?

Dat is een ambitieuze doelstelling en we willen die ook realiseren. Maar goed: dat hangt niet alleen van de regering af. Als morgen de productielijn van Pfizer plat gaat, dan zal dat niet lukken. Ook in deze mag de politiek twijfel tonen. De bevolking kan dat aan, ik ben daar zeker van. Wij weten niet alles over het virus. De situatie kan elke week veranderen, en dus ook het beleid.

Wat als variant na variant binnenkomt: hoe lang kan deze toestand duren?

Dat is een belangrijk debat. ( denkt na ) Voor mij is 31 maart een mikpunt. Dan moeten alle kwetsbare groepen en ook het zorgpersoneel ingeënt zijn. Als we zo ver zijn, moeten we weer vooruit kijken. Het land kan niet op slot blijven. Maar tot dan mogen we geen valse verwachtingen creëren.

Zeg dat aan uw partijgenoten die een onmiddellijke heropening van de horeca willen.

( grijnst ) Zij vertolken de stem van de horeca. Dat mag. Maar ik vrees dat dat virologisch gezien nog niet realistisch is.