Louis Tobback wordt volgend jaar tachtig. Het wordt ook zijn laatste jaar als politicus. Hét moment voor een trip down memory lane, zou je denken, maar het socialistische boegbeeld steigert. “Een terugblik? Voel ik niets voor.” We doen toch een poging.

Louis Tobback belandde in 1965 in de politiek, in de OCMW-raad van Leuven. Hij klom gestaag op: schepen, parlementslid, fractieleider, minister van Binnenlandse Zaken van 1988 tot 1994, partijvoorzitter van 1994 tot 1998, kortstondig vicepremier en opnieuw minister van Binnenlandse Zaken in 1998 en vervolgens, tot vandaag, voltijds burgemeester van Leuven. Welke functie hem het best lag? “Domme vraag, ik kan dat niet zeggen.” Het is een lach en een sneer tegelijkertijd, op zijn Tobbacks. We hebben afgesproken op het stadskantoor van Leuven, zijn tweede thuis. “Ik zeg er meteen bij dat ik ook geen memoires ga schrijven. Ik voel daar niets voor. Ik heb ook niet genoeg notities bijgehouden, ik zou dingen schrijven die niet kloppen. Maar verder gaat het uitstekend met mij, dank u. Of toch voor zover ik weet.”

‘t Is tied dat ‘t uut is, zei Hugo Claus. Hebt u ook dat gevoel?

Ik begrijp dat Claus dat zei, in zijn toestand op het einde van zijn leven. Daarom heeft hij gedaan wat hij gedaan heeft (euthanasie, red). Ik wil het noodlot niet tarten. In Leuven is er een vereniging van mannen van 1938. Unesco heeft ons al erkend als immaterieel werelderfgoed. (lacht) We hebben er deze week weer ene begraven. We blijven nog met vier over. Ik moet niet flauw doen: ik neem aan dat mijn beurt ook niet veraf is. Ik ben bang voor de keer te veel. Ik moet vanaf volgend jaar aan mijn gezondheid denken, en niet langer aan de politiek.

Jean-Luc Dehaene (CD&V) voelde zich een politicus van de 20ste eeuw, zei hij op het einde van zijn leven. Herkent u dat?

(blaast) Ik ben niet voorbijgestreefd. Enfin, dat hoop ik. Ik denk wel anders dan de nieuwe generatie. Neem nu dat debat over burgerparticipatie. De burger moet dit en de burger moet dat. Ik kan niet loochenen dat ik dat mateloos irritant vind. Wie logisch redeneert, ziet toch in dat dat belachelijk is.

Ga uw gang.

Onze democratie berust op enkele basisprincipes. Een eerste is: no taxation without representation. Alleen wie het volk vertegenwoordigt, mag taksen opleggen. De politici dus. En de burger moet zich om de zoveel tijd kunnen uitspreken over hun legitimiteit. Dan hoor ik deze week politici zoals Schiltz (Willem-Frederik, Open VLD, red.) pleiten voor een burgerbegroting. (zucht) Dat is een aanfluiting van de democratie. Of Oosterweel in Antwerpen. (feller) Verkozen politici die miljarden uitgeven op basis van een akkoord met actiecomités. Wat is de legitimiteit van die zelfverklaarde burgerwoordvoerders? Ik kan die mensen niet wegstemmen.

“Ik kan geen verkiezingen meer winnen. Mijn standpunten zijn niet cool. Het zij zo.”

U bent uw talent voor verontwaardiging nog niet kwijt.

(droog) Ja, misschien helaas. Heel dat burgergedoe is een modeverschijnsel. Ik begrijp wél dat een politicus daarin mee moet. Maar ik kan het niet meer opbrengen om te doen alsof. Daarom zeg ik ook: ik kan geen verkiezingen meer winnen. Mijn standpunten zijn niet cool. Het zij zo.

“Geen enkele regering heeft de voorbije 25 jaar meer gerealiseerd”, beweert premier Michel (MR) over Michel I. U kan vergelijken.

(blaast) Wat heeft hij meer gerealiseerd? Niemand zal zoveel gesneden hebben in de gezondheidszorg. Maar is dat een realisatie? Niemand zal zo weinig van zijn begrotingsdoelstellingen gerealiseerd hebben. Maar wellicht bedoelde hij ook dat niet. Wij wilden met Dehaene toetreden tot de euro. We hebben niet altijd plezante maatregelen genomen, maar we hebben wel ons doel bereikt.

Was Dehaene de beste premier die u gekend hebt?

Aan dat soort belachelijke competitie doe ik niet mee. Ik keer terug naar mijn punt. Mocht ik vandaag partijvoorzitter zijn, zou mijn eerste verwijt gaan naar het ontbreken van billijkheid in het beleid van Michel. Dát is ongezien. Zelfs Martens V, waartegen ik keihard oppositie voerde, streefde naar billijkheid. Zie de devaluatie van de frank. Deze regering spuwt in het gezicht van zij die weinig hebben. Zo arrogant heb ik het nooit geweten. Kris Peeters en CD&V worden door de rest uitgelachen met hun pleidooi voor eerlijke belastingen, in hun hemd gezet.

In 1995, toen u partijvoorzitter was, bleef de SP ondanks het Agustaschandaal overeind bij de verkiezingen.

(pikt in) We stegen zelfs met 0,1 procent.

“Waarom maakt niemand lawaai over de link tussen N-VA en Mathot van de PS? Bizar.”

Ook nu zijn er schandalen met socialisten. Waarom blijft de partij niet langer overeind?

(fel) Ik moet u terechtwijzen. De SP.A kampt bij mijn weten met geen enkel schandaal.

Optima en Publifin in Gent, Samusocial in Brussel, neen?

Dat is te makkelijk. Worstelt CD&V dan ook met Orban in Hongarije? Die zitten ook in dezelfde familie. (kwaad) Als het over kwalijke dingen gaat, zijn het ineens ‘de socialisten’. Ik ga met één iets akkoord: dat we ons te makkelijk in dat bad laten trekken. Ik weet nog steeds niet waarom Tom Balthazar ontslag heeft moeten nemen in Gent. Hij was met instemming van het volledige schepencollege naar Publifin gestuurd. Agusta was écht een schandaal. We zijn overeind gebleven omdat we geloofwaardig waren in dat wat de mensen interesseert: de sociale zekerheid.

Is die geloofwaardigheid het verschil met vandaag?

Je zal mij niet horen zeggen dat wij niet meer geloofwaardig zijn. Maar er zijn te veel mensen die doen zoals u. Als Mayeur (PS) crapuleuze dingen doet in Brussel, wordt Tobback daarover aangesproken in Leuven. Waarom?

Hebt u geen link met de PS?

Jawel. Als ik gelovig zou zijn, zou ik ook een link hebben met de kerk. Maar moet ik dan aangesproken worden over elke pedofiele pastoor? (aarzelt even) Het Luikse gerecht was ten tijde van Agusta trouwens wel zéér toegewijd om socialisten te pakken. Het was beruchter dan het Spaanse gerecht nu. Maar wat hebben we later nog vernomen over Dassault en de PSC (Franstalige christendemocraten, red)? Weet u wat mij ook opvalt? Vorig jaar weigerde N-VA om de parlementaire onschendbaarheid van Alain Mathot (PS) op te heffen. Niemand die ernaar kraaide. Dat was nochtans een unicum, hè. De procureur-generaal die de opheffing vraagt van de onschendbaarheid van een Luikse PS’er, de zoon van een oud-minister dan nog. Vandaag komt een en ander in een ander daglicht te staan.

“Deze regering spuwt in het gezicht van zij die weinig hebben. Zo arrogant heb ik het nooit geweten.”

U doelt op de link in Antwerpen tussen N-VA, Mathot en zakenman Van der Paal?

Die nieuwssite Apache heeft dat op straat gegooid. Let op: ik ben niet voor dat soort journalistiek, ik heb het genoeg meegemaakt tijdens Agusta. Maar ik vraag me af: waarom maakt niemand dáár lawaai over? Bizar. Komen de socialisten in zo’n situatie terecht, de gazetten zijn te klein.

In 1998 nam u ontslag als minister na de dood van de Nigeriaanse asielzoekster Semira Adamu bij haar gedwongen uitwijzing. Was dat het dieptepunt in uw carrière?

Ik spreek niet in die termen. Ik was er trouwens niet bij. Ik had dus geen schuld in strafrechtelijke zin. Maar een politicus moet zijn verantwoordelijkheid opnemen. Het volstaat niet om zoals Jan Jambon (N-VA) na de aanslagen te zeggen: ‘Sorry, het was de verbindingsofficier, het was ik niet.’ Of minister Nothomb (CDH) die blijft zitten na het Heizeldrama. Neen, hij had ontslag moeten nemen. Zo werkt het.

Haar dood heeft u ook persoonlijk zwaar geraakt.

Dat klopt. Maar dat doet er niet toe. Als u mij vraagt of ik een emotioneel man ben, dan zeg ik: dat gaat u niet aan.

“Ik, autoritair? Wellicht is dat één van mijn vieze trekjes. Ik heb er nog, hoor.”

Waarom was u geen minister meer onder Guy Verhofstadt (Open VLD)?

Ik zat toen al in Leuven en was niet zinnens te stoppen als burgemeester. Ik heb dat één keer gedaan, in 1998. Dutroux was net ontsnapt en Vande Lanotte (SP.A) had ontslag genomen. Premier Dehaene drong er sterk op aan dat ik zou terugkeren. Ten andere: iedereen weet dat ik nooit een voorstander was van paars. In het politieke spectrum van toen zag ik alleen met de CD&V een werkbare meerderheid. Vandaag is dat anders: de politieke versplintering is doorgeslagen. Dat zal zo blijven tot iemand orde op zaken stelt.

Een autoritaire figuur, bedoelt u? Vreest u dat?

Ik hoef dat niet te vrezen, dat proces is volop bezig. Zie welke fundamentele vrijheden De Wever en co. vandaag al in vraag stellen. De noodtoestand, de schending van de privacy, noem maar op. Maar goed, dat is de tijdsgeest. Wie denkt te eindigen met meer burgerparticipatie, is eraan voor de moeite.

Is dat noodzakelijk slecht, een autoritaire figuur? Bent u dat ook niet?

Wellicht is dat één van mijn vieze trekjes. Ik heb er nog, hoor. Maar die kan ik beter verbergen. (lacht) Neen, dat is mijn punt niet. Het gevaar bestaat erin dat een regime autoritair wordt. Ik ben daarom tegen een verregaande uitbreiding van de macht van de burgemeester. Ik zou niet willen dat ik mensen kan arresteren. Een politicus met autoriteit daarentegen is wél goed. Dat willen de mensen ook. Het is maar een kleine minderheid die wil mee beslissen over van alles en nog wat. De grote meerderheid verwacht, en terecht, dat de politici de beslissingen nemen. Daarom geloof ik niet in burgerparticipatie. Ik was blij dat Annemie Struyf dat standpunt durfde te verkondigen in De afspraak deze week. Zij verdient de prijs van de moed.

(foto belga)