Een aangeboren optimisme, een sterke gedrevenheid en de glimlach van zijn dochter loodsten Matthias De Caluwe door de coronacrisis. De topman van Horeca Vlaanderen bepleit al anderhalf jaar de belangen van zijn zwaar getroffen sector en in feite die van ons allemaal. “Sinds we opnieuw op café en restaurant mogen, zie ik de mensen weer gelukkiger rondlopen”, zegt hij. Midden de hectiek van deze crisis werd De Caluwe ook vader. “Sinds mijn dochter er is, sta ik meer stil bij de verantwoordelijkheid die we hebben om een betere samenleving te maken voor onze kinderen.”

Dit gesprek had normaal tijdens een wandeling op het Zuid in Antwerpen moeten plaatsvinden, maar een gebroken teen hield Matthias De Caluwe vrijdagochtend thuis. “Ik had je graag meegenomen doorheen het Zuid, want daar hangt echt een kosmopolitische sfeer”, zegt de 38-jarige CEO van Horeca Vlaanderen die opgroeide in Kapellen. “Met het gezin komen we hier op zondag vaak wandelen en tijdens de zomermaanden is er een keer per maand de schildersmarkt Lambermontmartre (ook vandaag trouwens, red.) . Hier zijn heel veel goeie koffiebars. Als groot liefhebber kom ik dan ook graag in dit koffiewalhalla van Antwerpen. Het Zuid voelt als vakantie in eigen stad. Het is een bruisende buurt die me altijd bijzonder veel energie geeft.” Die energie kon hij het voorbije anderhalf jaar wel gebruiken. Corona zette de horeca langdurig op slot en Matthias De Caluwe ontpopte zich als een gedreven verdediger van de belangen van zijn sector.

De Vlaamse regering heeft het beschermingsmechanisme deze week verlengd voor de zwaarst getroffen sectoren. Was dat noodzakelijk?

“Absoluut! Hotels hebben het nog steeds zwaar te verduren, vooral in de grote steden. Discotheken zijn al anderhalf jaar gesloten. We polsten bij de cateraars en feestzalen naar hun vooruitzichten en die zijn zorgwekkend, met een geraamd omzetverlies tussen 50 en 75 procent. Hun activiteiten komen door de beperkingen maar met mondjesmaat weer op gang en dat is nog steeds onvoldoende om rendabel te ondernemen. Vandaar dat we in overleg met Hilde Crevits (Vlaams minister van Economie (CD&V), red.) hebben gevraagd om ook voor het derde kwartaal van dit jaar een gerichte Vlaamse bescherming te bieden.”

Hoe gaat het ondertussen met cafés en restaurants? Draaien die weer vrij normaal?

“Cafés en restaurants hebben op vandaag nog capaciteitsverlies, maar onder meer de tijdelijke btw-verlaging zorgt voor ademruimte. Ik zie vooral heel veel blijdschap en de eerste signalen zijn positief. Onze sector zat zeven maanden op slot, je mag dat echt niet onderschatten. We stellen vast dat het federale en Vlaamse steunpakket onze horecazaken geholpen heeft en dat iedereen nu weer blij is om te kunnen ondernemen. Vooral sinds het sluitingsuur opgeschoven is naar 1 uur.”

Is dat sluitingsuur een doorn in het oog?

“Ook wij zouden graag teruggaan naar het oude normaal, maar zolang niet iedereen die tweede prik heeft gekregen, is voorzichtigheid geboden. We zijn dus wel tevreden met wat we op dit moment al weer kunnen doen. Horeca is het beste vaccin tegen grimmigheid. Sinds 9 juni, het moment waarop de horeca ook binnen weer open kon, zie ik mensen weer gelukkiger rondlopen. Je kunt elkaar weer ontmoeten en genieten.”

Na Frankrijk voert ook Italië vanaf augustus een coronapas in voor een bezoek aan cafés en restaurants. Wat vindt u daarvan?

“In bepaalde andere landen hebben ze een paar weken terug flink versoepeld en daar moeten ze nu op terugkeren. Ons land heeft de heropening van de horeca geleidelijk aan gedaan en we hebben nog geen stappen terug moeten zetten. De voorzichtige koers die we nu tot half augustus varen, is de correcte manier van werken. Het laat ons toe om zonder coronapas op café of restaurant te gaan. We zijn op goede weg inzake onze vaccinatiegraad. Ook dat zal er allicht voor zorgen dat we de volgende stappen kunnen zetten richting volledig vrij ondernemen. Ik hoop dus dat een coronapas in de horeca hier niet nodig zal zijn. Het zou ook vreemd zijn om die hier plots in te voeren, we werken nu al enkele maanden op een goede manier.”

Pukkelpop trok vrijdag de stekker uit het festival voor dit jaar. Het Covid Safe Ticket is blijkbaar moeilijk werkbaar voor meerdaagse evenementen met heel veel volk. Hoe kijkt u daarnaar?

“We weten natuurlijk alleen wat gecommuniceerd is, maar het is beter om lang op voorhand de regels helder te stellen, zodat iedereen kan inschatten of ze voor de eigen organisatie haalbaar zijn of niet. De afgelasting moet een enorme domper zijn voor Pukkelpop. Ik heb daar op beelden heel veel enthousiasme gezien bij de voorbereiding en de opbouw van het festival. Dit is opnieuw een mentale klap voor de evenementensector en voor de jeugd, want het festival was zowat een symbool geworden voor de nakende vrijheid. Hopelijk zet het volgende Overlegcomité meteen een traject tot het einde van het jaar uit.”

Wat bereik je met steekvlampolitiek, behalve wat heisa op Twitter?

Hoe beleeft u als CEO van Horeca Vlaanderen deze coronaperiode?

“Als een rollercoaster. Je maakt in anderhalf jaar mee wat je anders misschien in vijf of tien jaar beleeft. Maar net dan moet je non-stop op de barricades staan voor je ondernemers. Ik denk dat de coronacrisis, net als de Tweede Wereldoorlog, iets zal zijn waarnaar we altijd zullen blijven refereren. Over 20 jaar zullen we allicht op een terras nog praten over de impact van deze crisis en hoe onze vrijheden uit noodzaak tijdelijk beperkt werden. Ik heb veel leed gezien bij mensen. In mails van horecaondernemers die bij ons binnenkwamen, las ik getuigenissen die naar de keel grepen. Bij velen stond hun levenswerk op het spel. Dat zag ik ook in mijn familie. We hebben met ons klein team steeds ons best gedaan om iedereen zoveel mogelijk te helpen en te ondersteunen. De Vlaamse en federale steunmaatregelen hebben echt het verschil gemaakt voor tienduizenden horecaondernemers. Maar je kunt nooit het leed van iedereen oplossen en dat kruipt wel in de kleren. Ik hoop dan ook echt dat we zo snel mogelijk weer naar het normale ondernemen kunnen.”

Samenhang tussen mensen bepaalt of je successen boekt of niet

Welke lessen moeten we trekken uit deze crisis?

“De coronacrisis is een overmachtssituatie waar niemand schuld aan heeft. Net zoals het voor de politiek een sprong in het ongewisse was, was dat zo voor de horeca en voor alle andere sectoren in ons land. Hier bestond geen draaiboek voor. Als dit ons in de toekomst nog eens overkomt, dan moeten we zorgen dat we daar klaar voor zijn, met de ervaring die we nu hebben. Iedereen heeft zijn best gedaan, maar ik heb ook veel dingen gezien die beter kunnen. Ik denk dat de snelheid van besluitvorming niet mee geëvolueerd is met de snelheid van onze maatschappij. Als de Vlaamse regering bijvoorbeeld over een steunpakket beslist, moet men dat vervolgens eerst naar Europa sturen, waardoor daar een aantal weken vertraging op zit. Dat heb ik ook geleerd aan de onderhandelingstafel: oplossingen bedenken is één iets, ze uitrollen is iets anders. Maar binnen wat kon, is naar best vermogen gewerkt. Dat mag ook gezegd worden.”

U omschrijft zichzelf als een optimist. Hoe vertaalt zich dat?

“Ik ben een realistische optimist. Met naïef optimisme of permanent negativisme ben je niks. Ik ben ook in deze crisis optimistisch gebleven: voor je kijken en aan oplossingen werken. Die instelling helpt me om vooruit te gaan en het helpt je ook om je ploeg aan te voeren. Ik heb voor en tijdens deze crisis ook bij veel andere mensen optimisme gevoeld. Terwijl ze zelf zwaar getroffen waren, zijn heel wat horecaondernemers die in de lokale besturen van Horeca Vlaanderen zitten, met gemeentebesturen gaan onderhandelen en hun collega’s gaan helpen. Ik vind het heel knap dat zij dat doen. Een ander voorbeeld: toen mijn vader, net voor corona, in het ziekenhuis lag, werd ik aangesproken door een verpleegkundige. Hij vroeg me of ik bij de politici die ik kende niet kon aankaarten dat er extra mensen nodig zijn in de zorg. Die man vroeg geen loonopslag voor zichzelf, maar keek naar het grotere geheel. Ik denk dat we dat meer moeten koesteren en elkaar wat meer moeten gunnen. Iedereen kiest zijn eigen leven. We moeten meer een land van gunnen en durven worden. En als iets eens mislukt, moet je mensen daar niet altijd op afrekenen. Ik hoop dat we qua mentaliteit daarin een switch kunnen maken.”

Hebt u dat optimisme van thuis uit meegekregen?

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik heel jong was. We verhuisden nadien met mama van Lokeren naar Kapellen. Ik groeide op in twee nieuw samengestelde gezinnen, wat toen vrij nieuw was. Mijn ouders zijn altijd heel respectvol met elkaar blijven omgaan. We hadden nooit iets tekort, maar we hadden het ook niet breed. Een groot samengesteld gezin zorgt soms voor spanningen. Dat was niet altijd gemakkelijk. Ik vind het knap hoe mijn mama gezin en werk steeds met de glimlach combineerde en anderzijds hoeveel passie mijn vader in zijn job legde. Ik heb van hen beiden veel zaken meegekregen.”

Jullie werden vorig jaar zelf ouders van een dochter. Welke vader wil u voor haar zijn?

“Mocht Sienna later over mij denken zoals ik over mijn ouders denk, dan zou ik heel gelukkig zijn. Mijn vader, die vorig jaar overleed, en mijn moeder zijn heel verschillend, maar ik zie hen allebei even graag. Ik moet toegeven dat zelf papa worden je leven wel verandert. Het is mijn doel om haar het best mogelijke leven te geven. Ik hoop ook een klankbord te kunnen zijn voor haar. Die glimlach die je krijgt als je haar ‘s morgens vastpakt, is het mooiste moment van de dag, zelfs in volle crisis. Dat is mijn energieboost. Sinds zij er is, sta ik meer stil bij de verantwoordelijkheid die we hebben om een betere samenleving te maken voor onze kinderen. Uitdagingen als de klimaatverandering moeten we absoluut aanpakken.”

Stelt u zich door uw dochter ook wel eens vragen over de ratrace waar u vanuit uw job vaak in zit?

“De ondernemers die ik vertegenwoordig, hebben recht op de best mogelijke versie van mij. Waar ik me wel vragen bij stel: verliezen we ons soms niet te veel in steekvlampolitiek zonder volledige feitenkennis? Het lijkt wel alsof dat een soort businessmodel is geworden: iemand creëert een steekvlam en de dag erna verandert er niks. Wat heb je dan bereikt, behalve wat heisa op Twitter of een krantenkop? Achter de schermen gebeurt het echte werk en realiseer je door overleg concrete oplossingen. Ik hoop dat we die sereniteit een beetje meer kunnen terugbrengen. Als ik na een dag werken naar huis rijd, overschouw ik wel eens of we nu bezig zijn met de essentie. Ik probeer hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden, ook in een crisis. Niet meegaan in de waan van de dag, maar focussen op concrete resultaten voor onze ondernemers. Ze mogen dat ook verwachten van onze organisatie. En in die hectiek koester ik de kleine dingen meer: uitkijken naar een weekje weg aan de Belgische kust of gewoon eens weer met mijn broer en vrienden een balletje gaan trappen. En tussendoor een lekkere koffie natuurlijk.”

Ook na deze crisis zijn de uitdagingen voor de horecasector groot.

“De netto rendabiliteit van onze sector ligt beduidend lager dan die van andere sectoren. We hadden al een uitgewerkt plan klaar, dat ervoor moet zorgen dat horeca die gemiddelde rendabiliteit kan halen, maar toen kwam corona. We willen zoveel mogelijk punten van ons zogenaamde receptenboek realiseren. We hopen in het najaar aan dat traject te kunnen beginnen. Het moet ervoor zorgen dat de horecasector schokbestendiger wordt en gewapend is voor de toekomst.”

U was eind juni op de diploma-uitreiking in hotelscholen. Welke boodschap heeft u voor deze jongeren die aan het begin van hun carrière staan?

“Het beeld dat mensen vroeger van horeca hadden, klopt niet meer. Ja, horeca is hard werken, maar je laat andere mensen wel volop genieten en creëert zo geluk. Dat is het mooie aan onze sector. Ik zie in die hotelscholen ook enorm veel passie bij de leerkrachten. We moeten daarop verder werken en volgend jaar de hotelscholen weer in de kijker zetten en de instroom daar vergroten. Ook via de VDAB werken we aan heel goede trajecten. Want we hebben die gedreven mensen nodig om het te kunnen doen. Vlaanderen heeft een schitterend horecalandschap met bijzonder veel kwaliteit. Daar mogen we trots op zijn. Horeca zal er dan ook altijd zijn.”

U startte uw carrière als marketingverantwoordelijke bij Germinal Beerschot. Wil u professioneel ooit terug naar de voetbalwereld?

“Ik doe de dingen die ik nu doe heel graag, maar zeg nooit nooit. Zoals met alles in het leven. Toen ik als 16-jarige een spreekbeurt gaf over wat ik later wou doen, zei ik dat ik graag wou ondernemen, mee een voetbalclub wou managen en iets doen waardoor ik voor de samenleving een verschil kon maken. We zijn op het juiste pad. Als je werkt vanuit je hart en je bent bereid om door te zetten, kan je heel veel bereiken. Toen ik aan de slag was bij Germinal Beerschot, vormden wij met spelers en medewerkers een hechte ploeg. Samenhang tussen mensen bepaalt of je successen boekt of niet. Dat is overal zo. Ik hoop dat ik nog zo lang mogelijk dingen met passie kan blijven doen.”