Met de camper naar Bretagne

756
We parkeren op de camperparking vlakbij de Mont-Saint-Michel en kunnen ‘s morgens vroeg, wanneer het nog lekker kalm is, meteen het stadje bezoeken. (foto IV)
We parkeren op de camperparking vlakbij de Mont-Saint-Michel en kunnen ‘s morgens vroeg, wanneer het nog lekker kalm is, meteen het stadje bezoeken. (foto IV)

“Of ik geen zin had om een eerste camperervaring mee te maken”, vroeg mijn chef twee weken geleden langs haar neus weg. Zonder mezelf als een luxereiziger te omschrijven, liep ik niet meteen warm voor een motorhometrip in oktober, maar uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid het van mijn scepticisme. En gelukkig maar!

Ik mag dan al jaren reisjournalist zijn, als het over motorhomes gaat ben ik een totale leek. Bij Urbano in Oostende helpen ze mij en mijn twee dochters, met wie ik deze trip maak, met plezier aan een recent huurmodel vol interessante snufjes. De briefing vooraf maakt ons net niet tureluurs. Een noodzakelijk kwaad, want een moderne motorhome moet weinig of niet onderdoen voor een volledig uitgerust appartement, incluis tv, douchecel, badkamer, ingerichte keuken, master bedroom en zelfs airco. Veel tierelantijntjes betekent helaas ook veel knoppen en een hoop extra handelingen.

Omwille van corona worden de motorhomes momenteel volledig leeg opgeleverd. Dit betekent dat je van thuis uit zelf alles moet meezeulen: van bestek over borden tot en met je eigen dekbed. Na de briefing zijn we een uurtje kwijt met het in orde brengen van onze tijdelijke thuis. Aan inbouwkasten gelukkig geen gebrek.

De Mont-Saint-Michel

Eens al onze spullen een plekje hebben gekregen, gaat de reis echt van start. We trekken richting de Bretoense regio Côtes d’Armor, één van de zeldzame streken in Frankrijk die momenteel oranje kleuren. Onze Kronos veegt onderweg fluks een eerste vooroordeel richting vuilnisbak: een motorhome is allesbehalve een lompe vierwieler. Op de Franse snelwegen wordt regelmatig met de ondergrens van de 120 km per uur geflirt. Maar die pittigheid heeft een prijs, want het verbruik draait gemiddeld rond de 11 liter per 100 km.

Onze eerste stop op deze roadtrip is de Mont-Saint-Michel, gelegen op de rand van Normandië en Bretagne. We maken van de gelegenheid gebruik om deze topattractie eindelijk van onze bucket list af te vinken. Al valt de officiële motorhome camping aan de voet van de Mont-Saint-Michel wat tegen, die blijkt niet meer dan een slecht verlichte parking te zijn. Weinig erg, de gebraden kip wordt opgewarmd en de rode wijn ontkurkt, terwijl we een ietsje vroeger dan gewoonlijk onder de wol duiken. Ik zowaar in een privéslaapkamer, ingericht met een dubbel bed, de dochters in een knus bed in het livinggedeelte. Meer moet dat niet zijn.

De volgende ochtend zijn we meteen bij de eerste bezoekers die met de gratis pendelbus vanaf de parkingsite richting Mont-Saint-Michel trekken. We slenteren een goede drie uur rond in het stadje, waarna we rond de middag richting Côtes d’Armor trekken. Deze keer hebben we een heuse camping geboekt. Gedaan met het improviseren.

 

Onze gps leidt ons naar Camping des Salines in Plurien. We hebben deze plek niet zomaar gekozen, want Camping des Salines vormt de uitvalsbasis van Cap Evasion Vélo, een organisatie die zowel individuele als begeleide fietstochten in de regio Cap Frehel-Cap d’Erquy aanbiedt. Die zaterdagmiddag zijn we de enige klanten van spraakwaterval Isabelle. Op haar aanraden gaan we voor e-bikes. Met reden, want de begeleide tocht leidt langs de steile flanken van een wondermooi natuurgebied omheen de Cap d’Erquy. De ene keer fietsen we door kleurrijke bos- of heidelandschappen, de andere keer volgen we de krijtrotsen met panoramisch zicht over verlaten stranden en de Baai van St-Brieuc.

Dik drie uur laten arriveren we nog vol energie terug op onze campingsite. Meteen maken we van de gelegenheid gebruik om het sanitair van de camping uit te testen. Een doordachte keuze, want de douchetank van onze camper bevat ‘slechts’ een goede 100 liter, dus willen we er spaarzaam mee omspringen. Onze Kronos herbergt trouwens twee watertanks: een schoonwatertank en een vuilwatertank. Ik maak van de campingfaciliteiten gebruik om onze douchetank bij te vullen. Een watertankbeurt later zijn we opnieuw verzekerd van, weliswaar gelimiteerd, doucheplezier, voor 80 liter water betaal ik 2 euro.

Parkeerproblemen

’s Avonds besluiten we te dineren in Sables-d’Or-les-Pins, een charmante badplaats vol neo-Normandische villa’s. Het stadje bevindt zich op amper een tiental minuten wandelen van onze camping. Het is zaterdagavond en de eerste twee restaurants die we online hebben gegoogeld, blijken ‘complet’ te afficheren. Uiteindelijk vinden we onze gading in een gezellig visrestaurant met zicht op de zee.

De campingwinkel blijkt de volgende ochtend pas om 10 uur te openen. Te laat in onze planning, waardoor we ons beperken tot koffie en fruitsap. We vertrekken bij het ochtendkrieken richting Paimpol en Île de Bréhat. Paimpol is een populaire havenstad vol plezierjachten en trawlers langs de kade. Op de planning: een wandeltocht langs de levendige havensite, gevolgd door koffie met croissants op een terrasje. Helaas geraken we nergens onze Kronos – lengte 7,45 m – kwijt. Schuin parkeren is geen optie, want dan blokkeren we de hele rijweg. Na enig gevloek en gesukkel door de nauwe centrumstraatjes besluiten we dan maar direct richting Île de Bréhat door te rijden. Eenmaal op de havensite aangekomen, worden we naar een betaalparking in open lucht geleid. Met onze mastodont pikken we wel twee parkeerplaatsen in.

Palmbomen, veel groen en een typische Bretoense kustlijn: Île de Bréhat is wondermooi. (foto IV)
Palmbomen, veel groen en een typische Bretoense kustlijn: Île de Bréhat is wondermooi. (foto IV)

Île de Bréhat is één van de bekendste eilanden voor de Bretoense kust. Bekend staat hier synoniem voor populair, want onze overzetboot richting eiland zit behoorlijk vol. Dit ‘Bloemeneiland’ bestaat eigenlijk uit twee eilanden, met elkaar verbonden door een brug. Het eiland bestaat vooral uit kronkelende wandelpaden vol panoramisch vergezichten. De inspringende kustlijn is typisch Bretoens. De palmbomen en de vele mediterrane planten zijn een ietsje minder typisch lokaal, maar vormen dé charme van dit al even wondermooi als druk eilandje.

Wildparkeren

Op onze derde en meteen laatste nacht besluiten we te wildparkeren. In Bretagne is er aan ruimte geen gebrek. Het is echter zoeken naar een geschikte plek, want we gaan voor een plekje in de natuur, met zicht op het water. Dat vinden we even later in de buurt van de Cap Fréhel. Een baai met uitzicht op de Cap en de zee is die avond onze ultieme beloning. Een betoverende sterrenhemel en een zaligmakende stilte vormen een leuke afsluiter aan onze ietwat te korte Bretagne-trip.

De volgende ochtend zetten we opnieuw koers naar eigen land. Dit reisje hebben we ons alvast niet beklaagd. Aan luxe en comfort in onze camper geen gebrek, zelfs het manoeuvreren verliep tamelijk vlot. Voor herhaling vatbaar? Zeker en vast!

(Igor Vandenberghe)