GRAVEN – Hoe zou het nog zijn met Olivier Rochus, tweevoudig ATP-winnaar, ooit nummer 24 van de wereld en laureaat van Roland Garros aan de zijde van Xavier Malisse? Prima, zo blijkt, al kende de 37-jarige Waal twee donkere jaren na zijn afzwaaien van de tennissport. “De dag dat ik afscheid nam, was ik plots alleen.”

We hebben afspraak in de Royal Bercuit Golf Club in Grez-Doiceau, Graven, net over de taalgrens in Waals-Brabant. Olivier Rochus woont vlakbij. Vier jaar na zijn afscheid is de goedlachse Namenaar weinig van zijn scherpte kwijt. De golfclub is zijn nieuwe thuis geworden. “Ik speel al golf van toen ik veertien was. De passie is nooit verdwenen. Vandaag is het mijn sport geworden, mijn leven bijna. Ik voel opnieuw die stress van toen ik tennis speelde. Zeker als ik aan een competitie deelneem. Please bal, verdwijn niet in het bos, verdwijn niet in het water. (lacht) Ik golf niet alleen voor het plezier. Ik blijf een winnaar. Wat ik doe, wil ik goed doen. Wat ik niet goed kan, doe ik gewoon niet. Ik volg bijvoorbeeld een opleiding om professioneel lesgever te worden. Mijn eerste jaar zit erop. Ik hou ervan om andere mensen het vak aan te leren.”

Speel je nog tennis?

Zelden. Toen ik Arthur De Greef coachte, speelde ik soms eens mee. Maar dat ben ik in maart gestopt. Ik heb ook deelgenomen aan een tweetal exhibitietornooien. Heel leuk, vooral om mensen van vroeger terug te zien. Maar mijn lichaam kan dat niet meer aan. Na een wedstrijd heb ik overal pijn. Daarom verkies ik vandaag golf boven tennis.

Laten we eerst eens in het verleden duiken. Jij bent geboren op 18 januari 1981. In welk gezin was dat?

Ik ben opgegroeid in Auvelais, als tweede van drie broers. Christophe (ook een ex-prof, red.) is de oudste, Pierre de jongste. Mijn vader was dokter, mijn moeder tandarts. Zij hebben mij geleerd dat wie iets wil bereiken, hard moet werken. Ik had een mooie jeugd. Aan de overkant van onze tuin was er een tennisclub waar mijn ouders lid waren. Daar heb ik het virus te pakken gekregen. Al van toen ik vier was, sloeg ik met kleine balletjes tegen de muur. Later installeerde mijn vader een net op het terras zodat Christophe en ik minitennis konden spelen. Uren na elkaar hebben we dat gedaan, elke dag opnieuw, soms tot middernacht. Ik moet me gelukkig prijzen dat ik Christophe had. Wij speelden áltijd met elkaar.

Wat was plan B mocht tennis niet gelukt zijn?

(blaast) Daar heb ik nooit over nagedacht. In de jeugd behoorde ik tot de wereldtop. Tennisser worden, dat was mijn enige ambitie. Op mijn twaalfde trok ik op internaat naar de tennisschool in Bergen. Studeren, tennissen, studeren, tennissen, zo zag mijn middelbaar eruit. Dat was niet altijd makkelijk. Ik zag mijn familie amper één keer per week. Gelukkig was mijn broer daar opnieuw. Na het middelbaar kreeg ik twee jaar van mijn ouders. Ofwel haalde ik de top honderd, ofwel ging ik verder studeren. Ik heb mijn droom kunnen waarmaken.

“Ik zou graag opnieuw coachen. De Davis Cup? Als de spelers mij willen, dan sta ik klaar
om te helpen.”

In juni 2004 win je het dubbel op Roland Garros met Xavier Malisse. Was dat het mooiste moment in je carrière?

Dat is moeilijk om te zeggen. (denkt na) Dat was zeker de meest onverwachte overwinning. Ik wou aanvankelijk niet spelen. Ik was licht geblesseerd. Ik zei Xavier dat hij best iemand anders zocht, dat het niet zou lukken met mij. ‘Neen, Oli’, zei hij. ‘Ik speel met jou. Verliezen we, dan keren we terug naar huis en gaan we golf spelen.’ (lacht) Dat is Xavier. Pas toen we in de kwartfinale stonden, namen we dat tornooi ernstig. En enkele dagen later staan we daar met die trofee in onze handen. Dat was ongelooflijk mooi natuurlijk. Ik schrik er nog steeds van hoezeer de Belgische supporters dat moment onthouden hebben. Als ze mij aanspreken, gaat het dáárover, en niet over mijn ATP-tornooien, of mijn ranking.

Wat zou jij zelf de belangrijkste match uit je carrière noemen?

(denkt lang na) Ik moet terugkeren naar de US Open in 2004. Dat jaar kende ik ook mijn eerste dip. Ik was zelfs even weggezakt uit de top honderd. In de eerste ronde moest ik tegen Ancic, een speler uit de top twintig. Ik won in drie sets. In de tweede ronde klopte ik Starace en in de derde ronde zelfs Carlos Moya, de nummer vier van de wereld. Helaas verloor ik daarna van Hrbaty. Maar dat tornooi was een keerpunt, een nieuwe start. Ik klom opnieuw naar de top vijftig en ben daar de volgende vier, vijf jaar nooit uit verdwenen.

Het jaar nadien stond je op nummer 24, je hoogste notering ooit. Was dat ook het hoogst haalbare?

Ik kon misschien enkele plekken beter. Ik heb nooit een kwartfinale gehaald op een grand slam. Dat heeft een rol gespeeld. Nu, 24e of 19e, veel maakt dat niet uit. Dat zou mijn palmares niet veranderd hebben. Ik heb twee ATP-tornooien gewonnen, tien finales gespeeld, drie keer de Olympische Spelen, vijftien jaar onafgebroken Davis Cup, ik heb gewonnen van vele grote namen uit de top tien. Ik ben daar heel trots op, vandaag nog meer dan toen. Vergeet niet dat ik een handicap had: mijn lengte. Ik kon niet serveren zoals vele anderen. Eerlijk, ik had nooit durven dromen van dit palmares.

Hield jij ook van het leven als tennisspeler?

Absoluut. Tennis was een passie, nooit een job. Ik ben geen enkele keer tegen mijn zin de court opgegaan, zelfs niet op training. Ik had natuurlijk het geluk dat ik door mijn ranking aan de mooiste tornooien mocht deelnemen. Je wordt opgepikt op de luchthaven, je slaapt in de mooiste hotels, de organisatie is perfect. Het leven op de Challenger Tour is harder. Als ik vandaag terugblik, zie ik maar één minpunt, weliswaar een groot minpunt. Een tennisser leeft in een kleine wereld. De dag dat ik afscheid nam, nu vier jaar geleden, was ik plots alleen. Ik heb geen vrienden kunnen maken aan de universiteit of in het uitgaansleven zoals andere jongeren. Mijn vrienden waren mijn collega’s op het circuit. Maar eens je stopt, hoor je die niet meer. Dat is ook normaal. Iedereen leidt zijn leven in zijn land.

“Ik golf niet alleen voor het plezier. Ik blijf een winnaar.
Wat ik doe, wil ik goed doen.”

Was het moeilijk om een nieuw leven op te bouwen?

Ja, heel moeilijk zelfs. Plots lijkt alles voorbij. Je moet een nieuw doel zoeken, nieuwe vrienden. Dat is niet makkelijk. Je weet niet waar naartoe. Gelukkig heb ik twee jaar geleden mijn vriendin leren kennen, op deze golfclub trouwens. Dat was mijn redding. Dat kwam net op tijd.

Jij stopte in oktober 2014. Was het op?

Het was fysiek op. Mijn lichaam zei me dat ik moest stoppen. Ik zou nog steeds één wedstrijd op hoog niveau kunnen spelen. Ik denk zelfs dat ik nog top vijftig aankan. Maar ik moet dat bekopen de dag nadien. Ik kan dat geen week meer volhouden. Ik mis het, hoor, zeker de competitie. Gelukkig heb ik dat aspect teruggevonden in het golf. Ik ben trouwens ook begonnen met hockey. (lacht) Een ideetje van mijn vriendin die dat ook speelt. Ik ben ingeschreven bij de Green Devils in Ternat. Maar ik wil daarin niet overdrijven. Ik moet opletten voor blessures.

Hoe zie je je toekomst?

Ik zou heel graag papa worden. Dat staat nu bovenaan. Ik voel me weer goed na twee moeilijke jaren. Ik kan weer genieten van het leven. Dat is dankzij mijn vriendin. Dit is dus het goede moment om papa te worden. Ik hoop ook om opnieuw iets meer te kunnen doen in de tenniswereld. Ik zou graag opnieuw coachen. In een ideale wereld kan ik mijn tijd verdelen onder mijn gezin, tennis en golf.

Het Davis Cup-team leiden, zou dat niets voor jou zijn?

Zeker wel. Als de spelers mij willen, dan sta ik klaar om te helpen. Ik heb op vijftien jaar tijd geen enkele wedstrijd gemist. Ik hield daarvan, om voor mijn land te spelen. Ik was altijd fier om de Brabançonne te horen. Zoiets zou mijn leven compleet maken.

Olivier Rochus en Xavier Malisse wonnen in 2004 het dubbelspel op Roland Garros. (foto’s belga)

Het sportrapport van Olivier Rochus

Als kind was mijn idool …

Pete Sampras. Ik was gek van hem. Ik heb trouwens twee keer tegen hem mogen spelen. Helaas heb ik ook twee keer verloren. (lacht)

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Voor de Tiger Woods die de golfsport groot gemaakt heeft, niet voor de Tiger Woods naast het terrein.

Mijn mooiste sportmoment?

Ik vind dat heel moeilijk. Ik zal de Davis Cup noemen. Mijn hart sloeg altijd harder als ik voor mijn land mocht spelen.

Mijn grootste ontgoocheling?

Geen kwartfinale halen op een grand slam. Ik was enkele keren heel close. In 2004 verloor ik in vijf sets van Hrbaty.