Directeur redactie Pascal Kerkhove: “Ik ervaar dat nogal wat gedachten van toen de tijd niet overleven en omarm het warme gevoel om te leven met het besef dat ik het nooit zal weten”

850

Goeiemorgen,

Vroeger was alles beter. In een ver verleden kon ik een beetje voetballen en met dat beetje talent heb ik een aardig zakcentje verdiend. Of was het meer? In een tijd waarin voetballers nog eigendom waren van hun club, kocht ik mij vrij voor 150.000 Belgische frank na een goed woordje van de toenmalige voorzitter. Zoveel geld had ik nog nooit bij elkaar gezien. Lenen bij vrienden was de enige manier om dat bedrag bij elkaar te scharrelen. Het doel om vrij te zijn was nobel en romantisch, het gevolg vooral zakelijk. Ter referentie: een jaar voordien werd mijn waarde als jong talent op de transfermarkt nog ingeschat op 1 miljoen Belgische frank. Op dat moment was ik het levende bewijs van het cliché dat hard werken een mens verder brengt dan talent als dat talent niet bereid is om hard te werken. Zoals wel vaker in het leven, was ik toen vooral overtuigd van het tegendeel en ervaar ik vandaag dat nogal wat gedachten uit het verleden de tijd niet overleven. Ik omarm het warme gevoel om te leven met het besef dat ik het nooit zal weten.

Voetbal, centen en romantiek zijn ook de rode draad in nogal wat verhitte discussies van de voorbije week. De start en onmiddellijke val van de Super League, de enorme belastingvoordelen van onze Belgische clubs, de nieuwe naam voor een Gentse cultuurtempel, de opening van terrassen en theaters, de subsidies van Sihame El Kaouakibi, de nieuwe en verlossende aandelen voor Anderlecht, het verdwijnen van de dt-regel… Ik heb gekeken en gezien, geluisterd en gehoord. Ik heb gelezen en vraag mij af wat ik vandaag meer weet of beter begrijp. Ver kom ik niet. Wel zeker lijkt mij deze vaststelling: hoe verder weg het verleden, hoe schoner de overgebleven gedachten. Zou het dat zijn wat herinneringen soms doen met een mens? De geest opkuisen en ontdoen van vuile randjes, ongetwijfeld even selectief als bewust. We weten dat vroeger niet alles beter was maar goed getimed, kan dit argument een emotioneel debat wel in de ene of andere richting duwen.

Vroeger was alles simpel. We kregen de eenvoudige opdracht onze tong 7 keer rond te draaien om de wereld te behoeden voor allerlei onzin. Het leven is niet langer simpel en de gevolgen zijn navenant: onze oren, ogen en hersenen worden bedolven onder massa’s onzin en gekleurde waarheden. Een voorstel: we verplichten iedereen te praten in een andere taal dan de taal waarin ze denken, een moderne versie van de verloren tonggymnastiek. De bijbehorende vraag is even dwingend als relevant: hoe stoppen we het praten voor het denken?

Ik neem graag een nieuwe duik in de nostalgie naar de zomer van 1992, de dag waarop ik bij de inmiddels verdwenen krant Het Volk startte als voetbaljournalist. In de voorafgaandelijke gesprekken was de boodschap van de baas duidelijk: ik moest stoppen met voetballen. Het was warm in zijn bureau. Uit mijn jas haalde ik het contract dat ik net had getekend bij een toenmalige Oost-Vlaamse club uit tweede provinciale. Mijn toekomstige baas was een bezadigd en wijs man. Hij legde het voetbalbriefje naast het contract als journalist, verplaatste zijn bril van de ogen naar het voorhoofd, leunde achterover en zei: ‘Blijf nog maar een jaartje sjotten, manneke.’ Zijn gedachten hadden geen nood aan een andere taal…. Enkele weken later scheurde ik mijn achillespees. In de romantiek van mijn herinnering heb ik ook nadien nog goed gevoetbald en een aardig zakcentje verdiend. Puur feitelijk was het strompelen en gewoon voorbij.

Als kind werd ik opgewonden van een match tussen mijn Waregem en Club Brugge, vandaag kijk ik liever naar Barcelona tegen Manchester City.

En ik ben vooral blij dat op 8 mei de terrassen weer open gaan.

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Pascal.kerkhove@roularta.be