Redactiedirecteur Pascal Kerkhove: “Een jongen van 13 verdient onbezorgde onschuld, tot ook hij zijn Joy Division ontdekt én zijn eigen weg vindt.”

872

Goeiemorgen.

Ook als mensen in het leven andere wegen nemen, komen ze elkaar onderweg nog tegen. Veertig jaar geleden luisterde ik dag en nacht naar de muziek en de woorden van Joy Division. Hij, frontman Ian Curtis, was 23 en bezong de donkere kanten van het leven. Hoekig. Begeesterend. Opzwepend. Krachtig. Weemoedig. Zonder hoop. Intriest. Ik was bijna 19 en een beetje verloren. Zoekend. Hoopvol. Melancholisch. Onschuldig. Kwetsbaar. Hij stapte uit het leven nog voor hij 24 werd, ik vond mijn weg. Vandaag komen we elkaar nog wel eens tegen, al is dat louter mijn keuze. De schoonheid en kracht van zijn muziek overleven moeiteloos de tijd. Mijn tijd. ‘Een mens moet jong sterven, zo laat mogelijk’, zei hij ooit. Waar vindt een jongen van 23 dit soort prachtige woorden? Ik vind het alvast een mooi vooruitzicht om jong te blijven terwijl ik oud word. Hij was al niet meer jong op 23. Het zijn rekbare begrippen, jong en oud. Ze komen vaak van anderen en laten je nooit helemaal los, waar je ook bent onderweg in het leven. Soms remmen ze je, dan weer zijn ze een uitstekende stimulans. Ze kunnen je maken of kraken, al ben ik het vandaag vrijwel zeker: het is mooi en goed om vanaf 18 altijd een beetje 18 te zijn.

Hoeveel 18 is Conner Rousseau nog ergens onderweg naar zijn 28? Bij de verkiezingen van één jaar geleden nog onbekend bij het grote publiek, vandaag door iedereen geroemd als het nieuwe godenkind in de Wetstraat én de Dorpsstraat. Beter nog dan Steve Stevaert, zo klinkt het uit veel monden. Een beklijvend predikaat, vol valkuilen. Een rol als Steve II zint hem overigens niet, hij wil Conner I zijn. Hij stapt op witte sneakers naar de koning en heeft geen tijd voor een lief. Hij is 27. Hoekig. Begeesterend. Opzwepend. Krachtig. Intrigerend. Hoopvol. Nog zo jong en al zo volwassen. Waar haalt een man van 27 zoveel politiek vermogen? Iedereen in de Wetstraat beweert vooruit te willen, maar hij lijkt daarbij als enige niet bang om te verliezen. Abstractie gemaakt van deze coronaregering met volmachten, is het net die angst die ons land nu al een jaar verlamt. Met beide voeten in de strijd tegen corona en volop onderweg bij de herlancering van ons leven, vergeten we wel eens dat er één jaar na de verkiezingen nog altijd geen volwaardige regering aan de slag is. Het is vreemd. Nooit eerder was politiek zo relevant in ons leven. Juist of fout, goed of slecht: er wordt beslist, er is beleid. Als deze coronatijden onze toppolitici niet overtuigen dat mensen op zoek zijn naar én ver willen gaan in het volgen van beleid, dan niets meer.

Hoeveel 18 zou er al zitten in Dylan? Amper 13 is hij plots het gezicht van heel veel verdoken coronaleed. ‘Dan hebben mijn mama en papa weer genoeg centjes om eten te kopen.’ Waar haalt een jongen van 13 zoveel moed? Maar vooral, waarom moet een jongen van 13 dat openlijk zeggen vooraleer wij het willen weten? Hij heeft guitige ogen, Dylan. Een speelse en uitdagende blik, zoals dat hoort bij een jongen van 13. Hij verdient nog jaren vol onbezorgde onschuld, tot ook hij zijn Joy Division ontdekt en daarna zijn eigen weg vindt.

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Pascal.kerkhove@roularta.be