Bejubeld in buitenland, verguisd in eigen land, dat is het litteken dat Jean-Marie Pfaff meedraagt. Wie erin slaagt een laagje vernis van het merk Pfaff te schrapen, krijgt een gevoelig man te zien. Ooit was de 62-jarige krullebol uit Brasschaat de beste doelman ter wereld. Zijn palmares is er één om u tegen te zeggen. Alles wat enigszins mogelijk was, heeft hij gewonnen.

Urenlang kan hij geanimeerd vertellen over vroeger. Vol nostalgie. Over opgroeien in een gezin van twaalf in een woonwagen in het Oost-Vlaamse Lebbeke. Vader en moeder verkochten tapijten van deur tot deur. “Leurders, noemden ze dat.” Over zijn kinderjaren. “Een harde tijd, maar wij hebben ze zelf mooi gemaakt: wij hielden van elkaar.” Over zijn eerste voetbalavonturen. “Op straat. Als er een auto kwam, dan liepen we zo snel mogelijk weg.” Over zijn schooltijd. “Ik ging graag naar school, ja. Om te voetballen in de pauze (lacht). Iedereen wou scoren tegen mij.”

En vooral over zijn vader. Zijn grote idool. Op 8 december 1965 overleden na een slepende ziekte van twee jaar. Jean-Marie was er amper twaalf. “Toen ik aan het voetballen was en een ambulance hoorde, stopte ik meteen en liep naar huis. Ik dacht dat er iets gebeurd zou zijn. Mijn pa heeft mij één keer zien spelen. Dat klein manneke gaat het ver schoppen, zei hij. (stil) Ik mis hem elke dag. Ik heb alles aan hem te danken. Hij nam me mee naar het voetbal. Hij was echt een goede vader. Hij stond altijd klaar als iemand hem nodig had.”

Wat zou jij geworden zijn zonder het voetbal?
Een werkende jongen, zoals iedereen. Geen doktoor, wij hadden dat geld niet. Tot mijn 29e en mijn transfer naar Bayern München heb ik naast het voetbal altijd gewerkt. Eerst in een weverij, later in het sorteercentrum van De Post. Een fantastische tijd.

Ben jij fier op wat je bereikt hebt?
Heel fier. Ik heb het gemaakt van straatvoetballer tot wereldster. Als kind had ik veel dromen. Die zijn allemaal uitgekomen. Onder de lat staan bij SK Beveren, kampioen worden, de Gouden Schoen winnen, drie titels met Bayern, finale op het EK, halve finale op het WK, uitgeroepen worden tot beste keeper te wereld. Ik ben geboren met een talent, maar ik heb ook keihard moeten werken. Ik heb iconen moeten vervangen, zoals Sepp Maier bij Bayern. Maar ik heb het gedaan.

Zonder aarzelen noem je Mexico ’86 het hoogtepunt van je carrière. Waarom?
Na dat tornooi zei ik tegen Carmen, mijn vrouw: ik ga niet lang meer spelen. Je beseft dat je alles hebt bereikt wat je kan bereiken. Dat WK voelde aan als de beloning voor alle inspanningen die ik geleverd had. Ik heb moeten vechten, hoor. Aan de top word je niets gegund. Dat heb ik vaak ondervonden. Ik heb veel farizeeërs leren kennen in het voetbal. Veel mensen zijn vriendelijk in je gezicht, maar spreken kwaad achter je rug. Dat hoort er blijkbaar bij als je succes hebt.

“Ik heb altijd moeten opboksen tegen vooroordelen. Ik word zelden weergegeven zoals ik echt ben.

De voormalige Nederlandse international Wim Kieft dreef onlangs de spot met jou op de Nederlandse televisie. Hij zei dat jij zo zelfingenomen bent. Wat denk je dan?
Dat heeft mij geraakt. Die gast heeft heel zijn leven drugs gesnoven, hij is niet bepaald een goed voorbeeld. Hij zou de eerste moeten zijn om zijn mond te houden. In Duitsland zou dat niet passeren. Maar in België en Holland scheppen ze er blijkbaar plezier in met iemand te lachen. Ik heb veel van die teleurstellingen meegemaakt. Ik heb altijd moeten opboksen tegen vooroordelen. Ik word zelden weergegeven zoals ik echt ben. Als ik iemand kan helpen, dan doe ik dat. En daar moet ik niets voor hebben. Iemand gelukkig maken is het schoonste wat er bestaat. Ik heb al vaak iets willen doen voor daklozen. Maar als ik iets zou doen, dan zouden ze zeggen dat ik in de belangstelling wil staan. Op de duur heb je geen zin meer om iets te doen.

Dat zit diep, voel ik.
Dat is mijn grote frustratie. Ze maken graag een clown van mij. Ze proberen mij in het belachelijke te trekken. (feller) Vier jaar geleden verkocht ik mijn huis aan een Nederlander. Maar die kon uiteindelijk niet betalen. Ik heb het proces gewonnen en heb de woning nu weer in handen. Maar de gazetten schreven dat ik mijn huis niet verkocht kreeg. Ze schepten er plezier in te lachen met mij. (stil) Weet je, ik heb altijd angst gehad om te verliezen, want ik wou niet uitgelachen worden. Ik heb ook nooit iemand willen teleurstellen. Als er op school geld ingezameld moest worden, dan deed ik dat. Als ze mij vragen om voor het goede doel grote handschoenen aan te trekken, dan doe ik dat. Ik doe dat niet om de clown uit te hangen, maar om de mensen gelukkig te maken. Ik ben veel serieuzer dan de mensen denken. Ik heb misschien een boerenverstand, maar wel een gezond verstand. (zucht) Maar ja, ik moet mij altijd verdedigen tegen vooroordelen. Ik vind dat spijtig. Ik vraag niet om in de belangstelling te staan, ik word altijd gevraagd om iets te doen.

Waarom heb je je tien jaar laten volgen door een cameraploeg van VTM?
Omdat ik akkoord ging met de vraag. Ja, we verdienden daar iets aan, maar geen miljoenen zoals mensen denken. Aanvankelijk waren er 7 afleveringen besteld. Uiteindelijk zijn het er 279 geworden. Het moet toch zijn dat het niet zo slecht was. Ik heb daar geen spijt van.

“Luc Devroe had mij niet mogen ontslaan bij KV Oostende”

Jij bent in 1999 enkele maanden trainer geweest van KV Oostende. Was dat niets voor jou?
Toch wel. Maar als trainer moet je de kans en de tijd krijgen. Bij Oostende heb ik de tijd niet gekregen. Zij hadden geen geld om spelers te kopen, zoals nu. Ik heb het onlangs nog tegen Marc Coucke gezegd: jij had dat vijftien jaar eerder moeten doen. Luc Devroe had mij niet mogen ontslaan. Dat was niet correct. Ik heb er fantastisch werk geleverd, ik heb er zelfs sponsors aangebracht. Maar als je geen spelers hebt, kan je niets als trainer. Toen ik ontslagen werd, heb ik geweend, je mag dat weten. Dat was de eerste keer sinds ik gestopt was met voetballen. Zo diep heeft me dat geraakt. (weer enthousiast) Maar ik zou heel graag nog eens trainer zijn.

Zou je het kunnen?
Natuurlijk. Wie gaat mij voetbal leren kennen? Ik heb gewerkt met de allerbeste trainers ter wereld. Ik heb een visie. Als ik mij morgen zou aanbieden in Duitsland, zou ik hier niet lang meer zitten. Maar ik heb mezelf nooit ergens aangeboden. Ik geef ook nooit kritiek op andere trainers, zoals die analisten. Dat zijn precies schoolmeesters. Maar ze hebben het zelf nooit zo ver geschopt.

Hoe ver moeten de Rode Duivels geraken op het EK in Frankrijk?
Als ze allemaal gezond aan de start komen, moeten ze de finale halen. Als ze niet bij de eerste vier eindigen, zouden ze beter ander werk zoeken.
Van de gastvrouw van Het Klokkenhof, het Brasschaatse restaurant waar we afspraak hebben, krijgt Jean-Marie een cava aangeboden. Voor zijn verjaardag. Hij geniet. “Je ziet dat de mensen mij nog graag zien.” Na het lange interview moet hij zich wel naar huis reppen, naar Carmen die al enkele jaren aan osteoporose lijdt. Het gaat niet goed met haar. “Elke ochtend, elke avond heeft zij pijn. Ze kan niet veel meer. Zelfs koken lukt moeilijk. En ze deed dat zo graag. Het is niet gemakkelijk voor ons. Gelukkig zijn er onze kinderen en kleinkinderen. Als ik weg ben, blijft er altijd iemand slapen. Buren en vrienden helpen ook. Op zo’n momenten weet je op wie je kan rekenen.”

Het sportrapport van Jean-Marie Pfaff

Als kind was mijn idool …
Jean Nicolay en later Christian Piot, twee doelmannen.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
De grootste als mens is Johan Cruyff. Hij was zijn tijd ver vooruit.

Mijn mooiste sportmoment?
Mexico ’86 en de ontvangst in Brussel door de supporters.

Mijn grootste ontgoocheling?
Mijn lange schorsing begin jaren tachtig. Onterecht. Ik had grensrechter Thirion helemaal geen kniestoot gegeven. Maar men wou een andere keeper in de nationale ploeg. Ik moest eruit. Vriendjespolitiek.