De Zondag trekt ten strijde tegen de verzuring en reikt daarom elke week een pluim uit. Niet zagen, maar liefde vragen. Of toch zoiets. De pluim van deze week is voor de Britse premier David Cameron, trieste hoop in bange tijden.

Neen, deze pluim is niet helemaal van harte. Wel vanuit het hart. Omdat de Europese Unie, dat ooit zo mooie project, vandaag op een kantelpunt staat. Helaas verengen waarnemers het debat over een Brexit wederom tot een economisch debat. Net die klemtoon maakte Europa de laatste jaren zo afstotelijk voor het brede publiek. Volgens mij draait de Brexit om veel meer. Om de essentie zelfs: het voortbestaan van de Europese Unie. Als één land eruit stapt, wat nooit gezien zou zijn, zou de geest wel eens uit de fles kunnen zijn. In Nederland bijvoorbeeld. Waar Geert Wilders heel luid om een referendum roept. Of in enkele Oost-Europese landen.

Ik zou het Europese project niet graag zien vallen. Destijds zo mooi opgezet als een vredesproject. Nooit meer oorlog, de leuze van de Europese vaders. Al is het moeilijk vatten voor mensen van mijn generatie, mensen die nooit een oorlog meegemaakt hebben, en is de verleiding juist daarom groot om Europa af te vallen als mislukt in economisch of sociaal opzicht. De essentie van Europa is volgens mij niet die eengemaakte Europese markt, neen, volgens mij is de essentie dat vredespad. Landen die zich vastklitten aan elkaar, zich onderling afhankelijk maken, en daardoor de voedingsbodem voor oorlog wegnemen.

De geloofwaardigheid van David Cameron is nul, zei professor Hendrik Vos zondag nog in onze krant. En hij heeft een punt. Jarenlang heeft de Britse premier Brussel afgeschilderd als een baarlijke duivel. Vandaag is hij geflipflopt, zoals Hilde Crevits zou zeggen. Omdat hij heel goed beseft wat er op het spel staat. Dat hij zijn geloofwaardigheid verliest, klopt. Maar ik hoop toch dat de Britse kiezer hem niet afstraft. Dat hij vandaag moge zegevieren. Voor de vrede in Europa. Omdat ik oprecht hoop dat mijn generatie nooit zal beseffen wat oorlog is.