De Zondag trekt ten strijde tegen de verzuring en reikt daarom elke week een pluim uit. Niet zagen, maar liefde vragen. Of toch zoiets. De pluim van deze week is voor Koen Geens, minister van Justitie.

Je hebt zo van die politici die, niet altijd rationeel te verklaren, meer sympathie opwekken dan andere. Koen Geens is zo iemand. Vraag de leden van de federale oppositie welke minister van hen een pluim krijgt, en één op twee zegt Geens. Wat mogelijk zelfs nog een onderschatting is. Je hebt enerzijds zijn gespleten persoonlijkheid. Geens, de intellectuele advocaat versus Geens, dat wijs opaatje die iedereen wel zou willen. Een politicus met hoog knuffelgehalte, zo lieten vrouwen zich al ontvallen, zeker met dat charmant petje van de jaren dertig op. Speelt zeker een rol. Je hebt zijn rijke woordenschat. Onnavolgbaar soms. Elitair, mocht het uit de mond van een ander komen. Prikkelend als Geens het uitkraamt. Potpourri, zo bestempelt hij zijn hervormingswetten. Doe het maar.

Maar deze pluim is er vooral om een derde reden, zijn durf. Waar voorgangers in faalden, lijkt Geens in te slagen, Justitie de 21e eeuw inloodsen. Met maatregelen die indruisen tegen de populaire stroom. Wie omhoog wil schieten in populariteitspolls, moet vandaag vooral pleiten voor strengere straffen, afschaffen van vervroegde vrijlating, en al zeker voor recidivisten. Zou je denken. Wat zegt en doet Geens? Het omgekeerde. Voortaan kan iedereen na de helft van de straf vrijkomen. En hij legt zijn idee met hart en ziel uit. Dat hij gelooft in het goede van de mens. Dat iedereen een tweede kans verdient. Een ander zou voor naïef versleten worden. Geens komt ermee weg. En dat is goed. Omdat die positieve inzichten in het wezen van de mens zo hoopvol zijn in tijden waar verzuring welig tiert, daarom deze pluim. Van harte!