Politicoloog Hendrik Vos ziet dat elk land zijn eigen koers vaart in de coronacrisis

889

Overal in Europa werken landen zich uit de naad om de coronacrisis zo goed mogelijk te beheersen, maar een gecoördineerde aanpak blijft uit. “Het is elk land voor zich”, zegt politicoloog Hendrik Vos, gespecialiseerd in Europese politiek. “Landen lopen het risico om in te storten. Om dat te vermijden, zullen ze wel solidair móeten zijn. De essentie is dat we allemaal samen in dezelfde boot zitten en moeten verhinderen dat hij zinkt.”

Door Vincent Vanhoorne

Hendrik Vos: “ Elk land probeert zich uit de wind te zetten, maar daarmee komt een oplossing niet dichterbij. Op die manier wordt de crisis alleen maar erger.” (foto Belga)

In een publicatie vergelijkt u de houding van de Europese lidstaten met het hamstergedrag van de mensen. Legt u eens uit?

Het hamstergedrag dat zich afspeelt in de supermarkten doet zich ook voor tussen de verschillende landen. Elk land probeert om voor zichzelf een oplossing te zoeken en dat is een menselijke reactie. Maar als je ziet dat de Franse bank BNP twee miljard euro uit haar Belgische dochteronderneming wil halen (een plan dat later deze week onder druk werd teruggeroepen, nvdr.), brengen ze daarmee België in de problemen. Er zijn landen die weigeren om mondmaskers door te laten. Elk land probeert zich uit de wind te zetten, maar daarmee komt een oplossing niet dichterbij. Op die manier wordt de crisis alleen maar erger.

Mag je bij zo’n grote crisis toch niet meer initiatief vanuit de Europese Unie verwachten?

Je kunt dat verwachten, maar dit zijn heel moeilijke omstandigheden. Als Charles Michel als voorzitter van de Europese Raad twee weken terug had gezegd dat geen enkele Europeaan nog op café mocht, zou dat niet gewerkt hebben. Dat is iets wat elk land apart moet beslissen. Langs de andere kant voel je dat deze crisis zo diep gaat en zo verschrikkelijk is, dat het ook wel het moment is om op zijn minst een en ander te proberen. Men kijkt nu vooral om de economische gevolgen onder controle te krijgen, want dit gaat honderden miljarden euro kosten. Landen lopen het risico om in te storten. Om dat te vermijden, probeert men nu wel een Europese solidariteit op te starten. En nog vinden sommige landen het nodig om op de rem te staan.

U doelt op Nederland dat nogal wat kritiek te verduren krijgt omdat het land zich verzet tegen Europese financiële noodmaatregelen.

Dat is traditioneel een beetje de houding van Nederland: onze begroting is op orde, het is niet ons probleem dat dit bij andere landen niet het geval is. Maar het coronavirus is niemands fout. Het is een zware tegenslag die nu in de eerste plaats Italië en Spanje heel zwaar treft. De Nederlanders vergeten ook dat ze er zelf belang bij hebben dat bepaalde landen in Europa niet overkop gaan, wat echt wel dreigt te gebeuren. Om de woorden van de voorzitter van het Europees Parlement David Sassoli te citeren: aan wie gaan jullie straks jullie tulpen nog verkopen? Dit zal ervoor zorgen dat de Nederlanders uiteindelijk wel zullen bijdraaien.

“Uiteindelijk zullen we solidair móeten zijn”

Merkt u hier en daar wél signalen van solidariteit tussen verschillende landen?

Ja, maar vaak is het heel ad hoc. Zoals Duitsland dat bijvoorbeeld een aantal patiënten overneemt van Nederland omdat men daar in de problemen komt met het aantal bedden op intensive care. Of een aantal gerichte acties om mondmaskers naar Italië te sturen.

België heeft zich vorige week in de Raad van de Europese Unie als enige land onthouden bij de stemming over een investeringspakket van 37 miljard euro. Wat vindt u daarvan?

Ik denk dat het niet slim was om daar een strijd van te maken. We hebben ons daar geïsoleerd en bovendien ging dit echt om peanuts. Er zal veel meer dan die 37 miljard nodig zijn om de Europese economie te redden. Dit geld stond al in de begroting en was vooral bedoeld voor armere regio’s. De Europese Commissie stelde voor om dit geld te gebruiken voor de strijd tegen corona en men wilde geen tijd verliezen door wekenlang te discussiëren over een nieuwe verdeelsleutel. Wallonië is armer dan Vlaanderen, dus gaat daar logischerwijs meer geld naartoe. De onthouding van België kwam er omdat de Vlaamse regering niet akkoord was met die verdeelsleutel.

Kan een gebrek aan solidariteit een rol spelen in de toekomstige verhoudingen tussen de landen? Creëert dit een stuk wantrouwen?

Ja, dat is zo en dat speelt al langer. Er worden harde woorden gebruikt. Zo noemde de Portugese premier Antonio Costa de houding van Nederland ronduit walgelijk. Dat is toch een woord dat in de diplomatie niet zo vaak wordt gebruikt. Dit slaat heel diepe wonden, maar als het er echt op aankomt, zullen er wel dingen in beweging komen. De Nederlanders hanteerden bij de bankencrisis ook een harde houding tegenover Griekenland, maar draaiden uiteindelijk bij omdat ze het zichzelf niet konden permitteren dat de Griekse economie in elkaar zou stuiken. Uiteindelijk moet je op een of andere manier wel solidair zijn, al is het niet altijd uit sympathie. De essentie is dat we allemaal samen in dezelfde boot zitten en moeten verhinderen dat hij zinkt.

De Franse president Macron waarschuwde zelfs voor het uiteenvallen van de Europese Unie? Kan het zo’n vaart lopen?

Neen, dat denk ik niet. Geconfronteerd met dit soort van donkere uren zie je toch altijd wel dat men zich realiseert wat er op het spel staat. Je merkt dat er heel veel leiders, met uitzondering van de Nederlandse premier Rutte, wel beseffen dat dit een afspraak met de geschiedenis is en dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Is dat een les voor de toekomst: dat Europa zich beter moet voorbereiden op een gecoördineerde aanpak van dergelijke crisissen?

Ik stel vast dat er nu volop gesproken wordt over het oprichten van een Europees crisiscentrum. Ik denk wel dat men hier lessen uit zal trekken, net zoals men dat ook na de bankencrisis gedaan heeft. Soms is er eerst een drama nodig, voor men tot actie overgaat.