Dat zijn partij niet naar N-VA moet kijken, maar naar de inhoud. Dat zegt Sammy Mahdi, nieuw boegbeeld van CD&V. Mahdi is gefrustreerd over de regeringsvorming. Hij hoopt stiekem op een nieuwe shame-betoging. “Dat kan de politiek wakker schudden.” Wij hebben een goed gesprek over wollig taalgebruik, oude staatsmannen en bier drinken in Irak.

 

We schrijven donderdagvoormiddag. Terwijl het kruim van de politiek in het koninklijk paleis luistert naar de nieuwjaarstoespraak van koning Filip, komt Sammy Mahdi de Caberdouche binnen, een gezellig café op de Vrijheidsplaats. We bestellen koffie en thee en nestelen ons in de zeteltjes achteraan. Pamuk is ook mee. Dat is zijn trouwe viervoeter, wereldberoemd in Vlaanderen na De Slimste Mens. “Die gaat elke dag mee naar het werk.” Het werk: dat is nog altijd jongerenvoorzitter van CD&V. Mahdi wou graag de ‘grote’ voorzitter worden, maar verloor het pleit van Joachim Coens. Nipt. Mahdi haalde haast 47 procent van de stemmen. “Ik heb twee weken nodig gehad om dat te verwerken, moet ik toegeven. Vandaag kan ik weer vooruit kijken. Ik kan ook impact hebben vanuit een andere rol. ”

U wordt de nieuwe Eric Van Rompuy, verneem ik.

(lacht) Dat zou mooi zijn. Ik heb veel waardering voor Eric. Hij hield altijd vast aan zijn ideologie, toen hij jongerenvoorzitter was, maar ook daarna. Ik vind dat heel belangrijk. In die zin wil ik graag Eric Van Rompuy zijn.

Dat betekent ook af en toe de partijtop wakker schudden. Dat zal niet lukken als u daarin ingeschakeld wordt, zoals Joachim Coens wil?

Dat is inderdaad een moeilijk evenwicht. Mijn rol vandaag is die van jongerenvoorzitter. Als de partijtop mijn mening wil, zal ik die graag geven. Maar ik moet kritisch kunnen blijven. De jongerenafdeling was altijd al het ideologische kompas van de partij. Dat moet zo blijven. Dat ik hier nu zit, zegt ook iets.

U hebt geen toestemming gevraagd?

Neen. Dat doe ik nooit. Al vindt niet iedereen dat even leuk. (knipoogt)

Wat vindt u van de regeringsvorming?

Frustrerend. De partijen denken te veel aan zichzelf, en te weinig aan het land. Ik vind dat héél frustrerend. Ik mis de staatsmannen van vroeger. Die zeiden: ‘Nu is het welletjes, nu gaan we een consensus zoeken.’ Een Jean-Luc Dehaene bijvoorbeeld. Dat was mijn grote voorbeeld. Hij was mijn inspiratiebron om de stap naar de politiek te zetten.

“Het wollig taalgebruik stoort mij ook. Verbinden, bruggen bouwen, luisteren: dat klinkt leuk, maar het is nietszeggend.”

Alles wordt nu geopperd, zelfs een expertenregering.

(pikt in) Dat vind ik een vreselijk idee. Experten moeten namelijk geen verantwoording afleggen aan de kiezer. Dat is fout in een democratie. Bovendien is ook het standpunt van een expert een politiek standpunt. Of denkt u dat die experten allemaal op dezelfde lijn zitten? Zéker niet zelfs.

Wat moet volgens u dan gebeuren?

De partijen moeten eíndelijk naar de inhoud kijken, en niet naar de kleuren. Dan kan er volgens mij een regering gevormd worden. Dat is mijn boodschap. Vandaag gebeurt het omgekeerde. De partijen kijken vooral naar de kleuren van de andere partijen. Wie zijn onze vrienden? Wie zijn onze vijanden? Met wie mogen we samenwerken? En met wie niet? Echte staatsmannen komen daarvan los.

Uw partij klampt zich ook vast aan N-VA.

Wij moeten ons aan niemand vastklampen, niet aan N-VA, niet aan PS. Wij moeten naar de inhoud kijken. Een begroting in evenwicht, rechtvaardige fiscaliteit, een beter migratiebeleid, investeringen in het spoor, hogere pensioenen: als een regering dat allemaal wil realiseren, dan moeten wij daarin meegaan. Wie dan de coalitiepartners zijn, dat interesseert mij veel minder. Dat kan met N-VA zijn, maar dat kan even goed zonder N-VA zijn. Maar als het is om het gat in de begroting groter te maken, zoals sommige linkse partijen willen, of om de werkloosheidsuitkeringen in de tijd te beperken, zoals sommige rechtse partijen willen, dan kiezen we beter voor de oppositie. (zwijgt even) Mijn partij zegt wel dat N-VA haar verantwoordelijkheid moet opnemen. Dat is iets anders. De grootste partij moet de ruimte krijgen om te zoeken naar een consensus. Dat is nog niet voldoende gebeurd.

(foto Christophe De Muynck)

We zijn nu al acht maanden na de verkiezingen. Dit kan toch niet blijven duren?

We zaten enkele jaren geleden al eens in deze situatie. Toen werd er een shame-betoging georganiseerd. Dat was ook acht maanden na de verkiezingen, dacht ik. Meer dan dertigduizend Belgen kwamen op straat. Dat was een héél duidelijk signaal van de bevolking: ‘Wij zijn het beu.’ Misschien is het tijd om opnieuw zoiets te organiseren. Dat kan de politiek wakker schudden. De bevolking is het opnieuw beu.

Zou u dat organiseren?

Ik heb daar al over nagedacht. Ik twijfel. Ik ben ook een politicus. Een betoging zoals deze wordt wellicht best door de bevolking getrokken, en niet door de politiek. Maar ik zou zeker willen meewerken. (denkt na) Toen werd dat georganiseerd door Felix De Clerck. Ik zou hem eens moeten opbellen.

Die werkt vandaag voor Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V).

Dat klopt. Toeme. (lacht)

Wat vindt u van nieuwe verkiezingen? Dat wordt ook geopperd.

Wat zou dat oplossen? Niets. De kiezers hebben zich amper acht maanden geleden al uitgesproken.

Dat dit land niet meer werkt, is dat niet de voornaamste conclusie?

Dat zal voor een stuk kloppen. We moeten zeker durven nadenken over een grondige staatshervorming. Maar dat mag niet overhaast gebeuren. Dat was het probleem met vorige staatshervormingen. Mijn partij wil dat debat voeren in de schoot van het parlement tegen 2024. Ik volg dat.

“Wij moeten ons aan niemand vastklampen, niet aan N-VA, niet aan PS. Wij moeten naar de inhoud kijken.”

Uw voorzitter heeft door zijn koninklijke opdracht maar weinig tijd voor de vernieuwing van de partij. Is dat geen risico met het oog op nieuwe verkiezingen?

(blaast) Dat is een moeilijke vraag. Ik vind het nobel dat Joachim die opdracht aangenomen heeft. Hij had ook neen kunnen zeggen. Maar ik ga ervan uit dat zijn opdracht op 4 februari eindigt en dat hij daarna alle tijd zal nemen om de partij te versterken (vrijdagavond werd de opdracht al ingetrokken door de koning, red).

Hij liet vorig weekend op de nieuwjaarsreceptie noteren dat hij vooral wil luisteren naar de mensen. Mag ik dat wollig noemen? Dat is toch waar uw partij van af wil?

Ik hoor alle partijen zeggen dat ze vooral willen luisteren. Dat is een gevolg van 26 mei, denk ik. De politici willen aantonen dat ze wel degelijk luisteren naar de kiezers. Maar oké: er zal meer nodig zijn, dat klopt.

Moet een partij geen aanbod doen aan de kiezers? Dat is toch het succes van bijvoorbeeld Bart De Wever (N-VA)?

Absoluut. Een politieke partij moet een plan hebben, een richting. Bart De Wever wekt minstens de indruk een plan te hebben. De burgers kunnen dan kiezen of ze mee willen in die richting of niet. Dat is wat ook de andere partijen nodig hebben, inclusief de mijne. Dus ja, ik volg u daarin. Dat wollig taalgebruik stoort mij ook. Verbinden, bruggen bouwen, luisteren: dat klinkt allemaal leuk, maar het is nietszeggend. De sleutel voor de heropstanding is een duidelijk programma.

U wou uw partij christendemocratischer maken. Wat is dat dan?

Dat is méér de nadruk leggen op het fundament van de partij. Dat is het zogenaamde personalisme. De mens is verantwoordelijk voor de ander. Wij zijn niet voor een grote staat en niet voor een doorgeslagen individualisme. De mantelzorger bijvoorbeeld: die oefent voor een christendemocraat het nobelste beroep uit. Dat fundament is ook de reden waarom ik voor CD&V gekozen heb. Dat moeten we meer in de verf zetten. Ik ga iets bekennen. Ik vind het moreel verwerpelijk dat Gwendolyn Rutten de euthanasiewetgeving zo verregaand wil versoepelen, maar ik vind het wel verstandig van haar dat zij zich op liberale thema’s profileert. Dat is ook de uitdaging voor mijn partij.

Uw partij lijkt soms beschaamd over haar christelijke wortels. Ze laat zelfs toe dat de Vlaamse regering neutraliteit invoert in het onderwijs en aan de loketten.

Dat is een moeilijke. (even stil) Dat is inderdaad een fundament van mijn partij. Ik ben niet gelukkig met die maatregel. Ik ga dat niet ontkennen. Maar dat is deel van een compromis.

Maar wat krijgt u dan in de plaats?

Ik zie toch een groot verschil tussen de startnota van De Wever en het uiteindelijke regeerakkoord. Dat is de invloed van mijn partij. Ik ben niet volmaakt tevreden met deze regering. Dat is geen geheim. Ik heb, toen ik dat regeerakkoord las, verschillende keren gevloekt. Maar ik zie die tekst niet als een vaststaand iets. Daar kan nog aan gesleuteld worden. Ik hoop bijvoorbeeld ook op meer klimaatambitie. Ik verwacht van onze fractie in het parlement een kritische benadering tegenover de regering. Dat mag: dat is de rol van het parlement.

Vooral Wouter Beke krijgt veel kritiek. Had u hem op die ministerpost gecast?

(kort) Die bladzijde is omgeslagen. Ik ga daar niet meer op terugkomen. Een partij die openlijk ruziemaakt, zal sowieso geen winst boeken.

(foto Christophe De Muynck)

“Ik wil niet het slachtoffer spelen”

 

Waarom wou u zes jaar geleden de politiek in?

Ik kon parlementair medewerker worden van Joris Poschet. Ik zag dat wel zitten. Ik werkte voordien in de private sector: consultant voor bedrijven over politiek. Ik wou die wereld wel eens van naderbij ontdekken. Ik was altijd al geprikkeld door de politiek. Ik keek als klein manneke graag naar Jean-Luc Dehaene in De Zevende Dag. Ook mijn vader was een inspiratiebron. Hij debatteerde graag met vrienden over politiek. Hij kon dat ook goed: hij was tachtig procent van de tijd aan het woord. (lacht)

Het woord is ook uw gave.

Dank u voor het compliment. Dat was niet altijd zo. Toen ik kind was, had ik een minderwaardigheidscomplex. Ook later aan de unief durfde ik mij niet smijten in debatten. Ik voelde schroom als ik moest spreken voor een publiek. Ik heb dat écht moeten leren.

Uw vader was bierkoning toen hij studeerde in Brussel, verneem ik.

Dat is zo. En mijn moeder was bierkoningin. Ik heb alvast de goede genen mee. (lacht) Mijn vader is opgegroeid in Irak. Hij kon een jaar hotelmanagement studeren in Brussel. Dat was een soort Erasmus. Hij heeft daar mijn moeder leren kennen. Hij is nadien teruggekeerd naar Irak, maar later gevlucht voor een beter leven en voor de liefde.

Bent u al in Irak geweest?

Neen, nog nooit. (even stil) Ik zou wel eens graag gaan. De roots van mijn vader ontdekken. Ik heb er ook familie wonen, zelfs nog een grootvader. Maar mijn vader vindt dat nog te vroeg. Het land is nog niet stabiel genoeg, meent hij. Ik denk dat hij wat schroom voelt over zijn vaderland. In de jaren zeventig was Irak het Frankrijk van het Midden-Oosten. Je kon er stevig uitgaan, pintjes drinken, mooie vrouwen versieren, kortom: het goede leven. Dát Irak bestaat helaas niet meer.

Ik ga een lelijke vraag stellen. Was u met een andere familienaam wel partijvoorzitter geworden?

(blaast) Ik wil niet het slachtoffer spelen. Dat zit niet in mijn aard. Ik denk dat trouwens niet. Joachim heeft grote kwaliteiten. Daarom heeft hij gewonnen. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen denken dat een partij in moeilijke tijden beter geleid wordt door een ervaren bestuurder dan door een 31-jarige gast. Dat zal meer gespeeld hebben dan mijn naam. En natuurlijk zijn West-Vlaamse aanhang. (knipoogt)

1