Ninove – Zijn mooiste moment? Zijn doelpunt tegen Rusland op het WK 2002. Dat zegt iets over het prestige van dat tornooi voor een voetballer. Wesley Sonck is nochtans niet de eerste de beste. Op zijn palmares: titels met Genk en Ajax, een Gouden Schoen, Profvoetballer van het Jaar. Eén iets ontbreekt, zo bekent hij: een afscheid zoals dat van Timmy Simons.

Sonck staat vijf jaar na zijn afscheid nog steeds scherp. Ook de kwajongensblik is gebleven, al nadert hij tram 4. Hij is net terug van een partijtje golf als we afspraak hebben. Dat is zijn grote passie geworden. Zijn ogen blinken als ik hem vraag of hij de beste golfer is onder de ex-Rode Duivels. “Ik denk het wel. Als ik ga golfen, wíl ik ook de beste zijn. Dat vuur zit nog steeds in mij.” Ook voetbal staat nog steeds centraal in zijn leven. Sonck is analist op televisie, jeugdcoach bij Racing Genk en bondscoach van de U18. “Ik kan het voetbal niet loslaten. Dat is mijn leven. Ik merk wel een vreemde evolutie bij mezelf. Als we vandaag verliezen, dan pak ik de schuld op mij. Als ik destijds als speler verloor, keek ik naar een ander.” (glimlacht)

Zijn carrière leidde hem langs RWDM, Beerschot, Genk, Ajax, Mönchengladbach, Club Brugge, Lierse en Waasland-Beveren. Zijn mooiste jaren waren die bij Genk, zegt hij zonder aarzelen. In drie seizoenen scoorde hij er 78 doelpunten, alle competities samen. “De chemie zat gewoon goed. Dagano naast mij, Daerden en Thijs achter mij: dat klikte. Die klik heb ik nooit meer gevoeld. Of toch, met Zlatan bij Ajax. Al was dat anders. Zlatan kon het ook alleen. Moumou en ik hadden elkaar nodig.”

Was de keuze voor Ajax na Genk de juiste keuze?

Ja en neen. Ja, omdat Ajax de ideale club was. Ik bén daar een betere speler geworden. Helaas moest ik doorgaans op de rechterflank spelen. Alleen in de Champions League stond ik met Zlatan voorin. Maar uiteindelijk heb ik wel relatief veel wedstrijden gespeeld, wat veel mensen vergeten lijken.

Je bent daar wel vertrokken na anderhalf seizoen.

Dát was fout. Dick Advocaat drong heel hard aan. Maar Mönchengladbach was geen stabiele club. Ik heb op ruim twee jaar tijd vier trainers zien passeren, drie sportieve directeurs en vijftig nieuwe spelers. Dan weet je het wel. Ik had bij Ajax moeten blijven. Ik was wellicht te ongeduldig. Vandaag weet ik: even op de bank zitten, betekent niets. Toen dacht ik anders. Was ik bij Ajax gebleven, dan had ik wél die transfer naar Spanje kunnen maken. Dat was mijn droomcompetitie.

Het werd uiteindelijk Club en de Jupiler Pro League.

Ik blik met gemengde gevoelens terug op die periode. Onder Jacky Mathijssen voelde ik mij weer goed. Ik heb anderhalf jaar goed gespeeld en veel gescoord. Maar toen kwam Koster. (zwijgt even) Die moest mij niet. Hij wou een grote, stevige spits. Ik weet nog dat we in Gent eens met 6-2 verloren. Ik zat op de bank. Eerlijk: dat was de enige keer dat ik plezier had in een nederlaag. Voor Koster, niet voor mijn ploegmaats. Voor hen was ik teleurgesteld. Ik wou aanvankelijk zelfs mijn carrière afsluiten in Brugge. Dat was het plan. Maar als de mensen niet meer in jou geloven, dan moet je vertrekken. Ik ga iets bekennen: ik ben jaloers op het afscheid dat Timmy Simons gekregen heeft. Ik vond dat zo mooi. Ik had dat ook graag gehad. Maar na Brugge vond ik geen club meer waar ik mijn ding kon doen. Ik werd bij Lierse en zeker bij Waasland een karikatuur van mezelf.

Als een ander beter was, kon ik leven met de bank. Maar behalve met Zlatan heb ik nooit dat gevoel gehad.

Jij hebt één WK gespeeld, dat van 2002 in Japan en Zuid-Korea. Hoe kijk je daarop terug?

Dat was geweldig. Dat is het allermooiste toneel voor een voetballer. Wij hadden geen slechte ploeg, maar de kwaliteit is niet te vergelijken met de kwaliteit vandaag. Wat wij toen presteerden, was eigenlijk buitengewoon. Jaren later speelde ik met Maxwell bij Ajax. Hij zei me dat wij de moeilijkste tegenstander waren voor de Brazilianen (die uiteindelijk wereldkampioen werden, red).

Jij zat nochtans vooral op de bank op dat WK.

In die eerste wedstrijd kon ik dat nog begrijpen. Wilmots en Verheyen zijn mannen met grote verdiensten. Maar dat Strupar daarna de voorkeur kreeg, dat begreep ik helemaal niet. Ja, ik was nukkig toen. Dat is toch ook logisch? Ik was de topschutter van de Belgische competitie. Alles lukte dat seizoen. Elke bal die ik aanraakte in de zestien, was gevaarlijk.

Was jij altijd een lastige jongen als je op de bank zat?

Als een ander beter was, dan kon ik daarmee leven. (fijntjes) Maar behalve met Zlatan, heb ik nooit dat gevoel gehad.

Wat zou jij zonder het voetbal geworden zijn?

Wellicht leerkracht LO. Dat zou ik ook gaan studeren. Maar toen ik 18 werd, kwam mijn carrière in een stroomversnelling. Ik mocht met de A-kern van RWDM meetrainen en kon meteen prof worden.

Je bent opgegroeid in een volkscafé in Ninove. Zou dat iets voor jou zijn?

(resoluut) Ik zou nooit cafébaas willen zijn. Ik heb als kind dingen gezien en gehoord die een kind beter niet ziet of hoort. Anderzijds: ik zou mijn jeugd niet willen inruilen. Dat is een goede les geweest voor mij. Ik heb ook mooie momenten beleefd. Wij konden elke dag op straat spelen. Maar een café is geen goede omgeving voor een sportman. Als ik ging slapen, stond de jukebox luidop te spelen. Ik ben daarom ook op mijn achttiende thuis vertrokken. Een voetballer moet kunnen rusten.

Ik ben jaloers op het afscheid dat Timmy Simons gekregen heeft. Ik vond dat zo mooi.

Was dat ook niet omdat je het moeilijk had met de scheiding van je ouders?

Elke tiener heeft het moeilijk daarmee. (zwijgt even) Maar ik was toen al vijftien. Ik denk niet dat dat mijn karakter bepaald heeft.

Je hebt je moeder daarna lange tijd niet gezien. Hoe is dat vandaag?

Iets beter, maar niet optimaal. Ik zie ze al eens omdat Ninove niet groot is. Maar ik mis dat contact ook niet.

Twee koppigaards, las ik ergens.

Dat klopt. Ik heb haar karakter.

Is dat lastig, koppig zijn?

(glimlacht) Soms denk ik wel eens: waarom doe je nu zo? Maar dat gebeurt niet veel. Als ik koppig blijf, klopt er iets écht niet. Dan word ik een andere mens. Als twee mensen koppig zijn, moeten ze alletwee een beetje inbinden. Als maar één iemand dat doet, dan lukt het niet.

Je vader is zes jaar geleden overleden.

Dat was een zware klap voor mij. Ik heb hem thuis gevonden, een hartaderbreuk. Hij was heel belangrijk in mijn leven en mijn carrière.

Was voetbal je enige passie als kind?

Neen, ik heb ook kaatsen gedaan. Ik speelde op mijn zestiende zelfs in eerste klasse en was ook eens international. Ik was trouwens geen supertalent in voetbal. Ik speelde tot mijn zestiende voor Ninove. Het is dankzij mijn karakter dat ik deze carrière heb uitgebouwd. Koppigheid heeft ook voordelen. (glimlacht)

Welke dromen heb jij nog?

(blaast) Ik heb mijn droom waargemaakt: profvoetballer worden. Ik heb drie kinderen. Dat ook zij hun dromen mogen waarmaken: dát is mijn enige wens.

En hoofdtrainer worden, sluimert die ambitie?

Ik zal die stap ooit wel zetten. Maar ik voel momenteel die drang niet. Ik geniet ervan die jonge gasten iets bij te leren.

En de politiek? Je nam in 2000 al eens met succes deel aan de verkiezingen voor SP.A.

Dat is niet voor herhaling vatbaar. De politiek is niets voor mij. Ik ben recht door zee. Toen ik in Brugge aankwam, sprak men over een nieuw stadion. Vandaag, tien jaar later, is er nog geen steen gelegd. Dat is de politiek. Ik noem dat achterlijke toestanden.

Sportrapport

Als kind was mijn idool …

Michael Jordan van de Chicago Bulls. Ik keek zelfs ’s nachts naar zijn wedstrijden.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

(blaast) Dat vind ik moeilijk. Ik ben fan van Messi. Maar dat is sportief. Over zijn persoonlijkheid kan ik niets zeggen.

Mijn mooiste sportmoment?

Mijn doelpunt op het WK tegen Rusland. (foto) Dat was de goal van de kwalificatie voor de tweede ronde. Veel emoties kwamen toen samen.

Mijn grootste ontgoocheling?

Op het veld: dat ik nooit in Spanje heb gespeeld. Naast het veld: dat ik geen afscheid heb gekregen zoals Timmy Simons.