Strafpleiter Jef Vermassen interviewen levert een vat vol emoties op. Verontwaardiging, kwaadheid, tristesse, blijdschap. Nee, de 69-jarige Oost-Vlaming is het heilige vuur nog lang niet kwijt. Beginnen doet hij met een tirade aan het adres van Justitieminister Koen Geens (CD&V) die de opdracht van het Hof van Assisen, Vermassens’ biotoop, zwaar inperkt.

“Vakantie? Zit er niet in deze zomer. We gaan wel naar Madeira en Gran Canaria, maar ik ben genoodzaakt mijn dossiers mee te nemen. Omdat men van Assisen af wou, heeft men maandenlang alle moordzaken laten liggen tot de nieuwe wet van kracht ging. Daarna waren die dossiers voer voor beroepsrechters. Dat betekent dat je als advocaat je zaken niet meer kunt plannen zoals bij Assisen en dat je op korte tijd je standpunten voor veel zaken samen moet maken. Dat zorgt voor overbelasting van de strafpleiters.”

Wat zegt uw vrouw hiervan?
Zij vindt dat helemaal niet leuk. Ik had me net voorgenomen het iets rustiger aan te doen, maar het is nog nooit zo druk geweest. Ik heb 28 moorden en moordpogingen die behandeld moeten worden.

Dank u wel, Koen Geens.
Dat is juist, ja. En dat komt dan van een minister die advocaat is. (zucht)

In februari bent u aan uw 100e assisen begonnen. Niemand heeft er meer op zijn teller. Wat doet dat met u?
Je bent daar natuurlijk fier op, maar je moet dat niet overdrijven. Ik doe mijn job, en het is een voorrecht dat te kunnen doen in het grootste labo ter wereld, namelijk de wereld zelf. Dat heeft mij goed geholpen bij mijn onderzoek naar moordenaars en hun motieven. Ik ben advocaat, maar ook criminoloog.

“Mijn cliënt (Aquino) maakt er een principiële zaak van in beroep te gaan.”

“De angst om de boot in te gaan, wordt steeds erger”, zegt u in De Morgen. Dat lijkt vreemd voor iemand die gelouterd zou moeten zijn.
Dat heeft niets met loutering te maken, maar alles met perfectionisme. Ik word steeds kritischer benaderd. Als ik een goed pleidooi doe, is het voor de meesten niet goed genoeg.

Wat logisch is voor iemand met uw palmares.
Jawel, maar dat betekent dat je je altijd extreem moet inspannen of je wordt afgebrand.

Waarom ligt u nog wakker van kritiek?
Ik lig daar zelden wakker van, tenzij ze onrechtvaardig is. Zoals na de parachutemoord. De hele rechtszaal was overtuigd van haar schuld (Els Clottemans, red). Zelfs de voorzitter, een eindeloos rechtschapen man. Anders had hij haar wel een tweede proces toegestaan, dat is wettelijk mogelijk. Maar alle haat is daarna mijn richting uitgewaaid. Ik zou een onschuldig iemand de bak ingedraaid hebben. (windt zich op) Vlaanderen kent een laffe mentaliteit. Als je hoofd boven het maaiveld uitkomt, moet het eraf. Dus het mijne moet eraf. Daar wacht Vlaanderen op. Ook mijn kinderen voelen die haat. Toen ik na die zaak thuiskwam, zat mijn dochter Yasmine te wenen. Haar computer was gehackt, en er verscheen een penis op haar scherm. Dat is traumatisch, hè. Dáár lig ik wakker van.

In de zaak-Aquino zei u op televisie dat u een bommetje zou gooien. Dat heeft u ook veel kritiek opgeleverd. Terecht?
Dat was humor, maar het brede publiek begreep dat niet. Dat was een verwijzing naar de BOM-wet, waarmee alles was misgelopen (bijzondere opsporingsmethoden, red). Maar goed, ik heb daaruit geleerd: als ik binnenkom, zeg ik niets meer. Die kritiek op dat proces was trouwens schandalig: mijn pleidooi was er een ten bate van elke Belg. Het kan niet dat een gesprek tussen geneesheer en patiënt afgeluisterd wordt. (fel) En dan moet ik op televisie horen van een magistraat dat ik met misdaadgeld betaald word.

Is dat zo?
Neen. Ik probeer altijd zo goed mogelijk na te gaan waar het geld vandaan komt, ook in deze zaak. We gaan trouwens in beroep tegen de uitspraak. Mijn cliënt (Raf Aquino, red) maakt er een principiële zaak van, en ik steun hem.

Hoe verklaart u het grote spanningsveld tussen advocaten en publieke opinie als het over procedurefouten gaat?
Ik heb er veel begrip voor dat mensen geschandaliseerd zijn als iemand vrijkomt door een procedurefout. Maar het is de plicht van de advocaat daarop te wijzen, anders doet hij zijn werk niet goed. Mijn antwoord op dat probleem is: wijzig de wetten. Zorg ervoor dat een ontbrekende handtekening niet leidt tot vrijspraak. De politiek moet wetten maken die waterdicht zijn. (zucht) Maar ja, de kwaliteit van het parlement is essentieel. We hebben geen tenoren meer zoals Hugo Vandenberghe.

Hebben uw kinderen uw beroep nooit vervloekt?
(fel) Ja! Ze willen het zelf ook niet doen. Ze zeggen het niet luidop, maar ze suggereren toch soms: waar ben jij mee bezig? Gelukkig is mijn vrouw moedig en steunt ze mij door dik en dun. Al is ze soms ook verdrietig als ze ziet hoe ik eronder lijd.

Jij hoeft dit niet meer te doen?
Zolang ik kan, ga ik verder. Mensen bijstaan en vechten voor hun rechten vind ik heel belangrijk. Ik wil niet opgeven. En sinds mijn rugoperatie begin dit jaar voel ik me weer twintig jaar jonger.

“Als je hoofd boven het maaiveld uitkomt, moet het eraf. Dus het mijne moet eraf.”

Uw retorisch talent is uitzonderlijk. Van de 40 verdachten die u verdedigde voor Assisen, hebt u er 15 vrij gekregen. Van wie hebt u dat?
Dat is aangeboren. Mijn vader had dat ook. Hij was directeur van een zuivelbedrijf. Hij bezat de kunst humor in zijn speeches te stoppen als hij zijn boeren toesprak. Dat probeer ik ook te doen. Verder heb ik veel opgestoken van John Kennedy. Die had als vuistregel: elke twintig minuten iets luchtigs.

Humor in een assisenzaak is wel delicaat.
Dat is juist. Toch moet je soms de loodzware spanning breken met een grapje. Dat moet wel op het gepaste moment zijn, je mag daarin niet missen. Ik stop veel tijd in die voorbereiding. Het werkt ook. Mensen lachen niet alleen, ze kunnen even ontspannen, lozen en vervolgens weer opbouwen. Ik vind het ook belangrijk geen geleerde woorden te gebruiken, iedereen moet mij verstaan. Dat is mijn gouden regel.

Op welke assisenzaak bent u het meest fier?
(fleurt op) Wiske, die ik heb vrij gekregen. Zij was in de zeventig en doodde haar man. Maar de omstandigheden waren zo verklaarbaar: ze werd een leven lang geterroriseerd, één keer is ze ontploft. Toen ze de dag na haar vrijspraak in mijn bureau zat, was ze zo gelukkig. Wiske is heel gelovig, het was belangrijk voor haar dat een jury haar onschuldig verklaarde. Dat is nog zo’n reden waarom het triest is dat Assisen zo goed als afgeschaft is.

Het is een publiek geheim dat u vroeger Justitieministers adviseerde. Waarom hebt u Geens niet gebeld als u dit zo na aan het hart ligt?
Ik denk dat hij dat niet wil. We zouden eens samen met enkele advocaten debatteren voor de VRT, maar hij is niet afgekomen. Dan heeft het geen zin dat ik hem bel.

Jef Vermassen: "Ik moet elke dag vechten tegen cynisme. Ik wil niet negatief worden, maar het is moeilijk." (foto belga)
Jef Vermassen: “Ik moet elke dag vechten tegen cynisme. Ik wil niet negatief worden, maar het is moeilijk.” (foto belga)

Hebt u na al die jaren en al die moorden nog vertrouwen in de mens?
Weinig. Ik moet elke dag vechten tegen cynisme. Ik wil niet negatief worden, maar het is moeilijk. Ik heb tien jaar kindsoldaten begeleid in Oeganda. Wat ik daar gezien heb, een psychopaat als Joseph Kony (rebellenlegerleider, red) die ontvoerde kinderen verplicht om oren af te hakken van andere mensen, of om hen gruwelijk te vermoorden, dat is vreselijk. (feller) En de wereld kijkt toe, en doet niets. Ook Obama niet, van wie ik nochtans grote fan ben. Dat maakt me zeer boos, ontgoocheld en triest. Uit die verontwaardiging haal ik wel de kracht om zelf iets te doen. Wij hebben een kindsoldaatje uit die miserie gehaald, gesteund, naar de universiteit gestuurd, en zij is nu advocate geworden. (geëmotioneerd) Ze begeleidt nu zelf ex-kindsoldaatjes. Dat doet deugd.

Kan u soms loslaten?
(zucht) Moeilijk. Als ik op reis ben, wel. We zijn drie maal naar Borneo geweest, het meest primitieve paradijs ter wereld. Die natuur daar is zo overweldigend. Daar ga ik zo in op dat ik alles vergeet, in de eerste plaats dat ik advocaat ben. Of als ik met mijn kleinkinderen op reis ben en hen ’s avonds in bedje stop met een verhaaltje. Dan kan ik ook loslaten.