Zijn de versnipperde bevoegdheden in ons land de oorzaak van het ontsporen van de coronacrisis in een nieuwe lockdown? Sven Gatz (Open VLD), minister in de Brusselse regering, nuanceert: “We mogen niet lijden aan de Belgische ziekte waarbij we elk probleem dat we niet tijdig opgelost krijgen, wijten aan ons staatssysteem.” Die versnipperde bevoegdheden zullen de komende weken ook voor een pittig debat zorgen als het Hoofdstedelijk Gewest haar plannen voor een stadstol met de andere regio’s gaat bespreken. Toch is dit geen communautaire kwestie, meent Gatz. “Wie zegt dat met een deel van de inkomsten uit deze tolheffing niet gewerkt kan worden aan de mobiliteit in Vlaanderen en Wallonië?”

Net als bij zowat alle babbels de jongste maanden, is corona ook in dit gesprek onvermijdelijk. De Brusselse minister voor Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Meertaligheid werd begin oktober zelf getroffen door het virus. “Bij mij vielen de symptomen nog mee. Als ik zie in welke penibele omstandigheden andere mensen terechtkomen, dan mag ik niet klagen. Een dergelijk virus grijpt zwaar om zich heen en dan is er een kans dat je het oploopt, ook al denk ik dat ik mij aan de voorzorgsmaatregelen heb gehouden.”

 

De Brusselse regering krijgt veel kritiek, omdat ze ondanks de stijgende coronacijfers de zaak lang liet betijen. Waarom is er zo traag gereageerd?

Er is begin augustus doeltreffend gereageerd met de invoering van de algemene mondmaskerplicht in Brussel. Dat heeft toch een drietal weken impact gehad op de cijfers. Maar daarna hadden we inderdaad sneller moeten schakelen. De terugkerende reizigers en de heropstart van de scholen hebben een effect gehad op de cijfers. Er is tussen eind augustus en halfweg september kostbare tijd verloren gegaan. Feit is wel dat de cijfers in die periode erg traag stegen. Nu zeggen dat we sneller hadden moeten reageren, is eigenlijk het verleden voorspellen. Toen leefde in de samenleving en bij bepaalde wetenschappers ook nog de overtuiging dat we konden leven met dit virus, maar dat is achteraf niet juist gebleken. De sfeer was er toen niet naar om sneller in te grijpen. Als we midden september de zaak op slot zouden gedaan hebben, zou er heel veel weerstand geweest zijn.

Moeten politici daar niet boven staan en een moeilijke beslissing durven nemen?

Het is niet zo gemakkelijk als het lijkt. Virologen zeggen uiteraard dat je uit voorzorg alles dicht moet gooien, maar als politici moeten wij ook rekening houden met de mentale gezondheid van de mensen en met de economie. Er bestaat geen waterdicht handboek over deze pandemie. Dit scenario heeft zich de laatste honderd jaar niet voorgedaan. Waarom vallen de cijfers in Azië betrekkelijk mee? Zij hadden al een generale repetitie met het SARS-virus. In ons land dachten we: het zal wel zo’n vaart niet lopen. Er zijn dus zeker inschattingsfouten gemaakt. Op vandaag weten we niet of we in de wedstrijd die we tegen het virus aan het spelen zijn al op het einde van de eerste helft zitten. We leren elke dag nog bij hoe we best met het virus omgaan.

Was de eerste golf niet ónze generale repetitie?

We hebben ons toch in belangrijke mate voorbereid op die tweede golf, onder meer met het optrekken van de testcapaciteit. Bij een derde golf, die er wellicht komt, al hoop ik van niet, zullen we nog beter voorbereid zijn, zowel mentaal als materieel. Het idee dat er een perfect werkend systeem is – noem het de overheid – dat dit allemaal de baas kan, is een illusie, vrees ik. Maar we kunnen veel doen. Ons gezondheidssysteem is heel sterk, we kunnen testing en tracing verder opvoeren… We zijn al het meest testende land ter wereld, maar zelfs dat zal mogelijk niet volstaan. Ik hoor iedereen graag zeggen dat de perfectie gezocht moet worden, maar een pandemie is ook een les in nederigheid.

Volgens Marc Noppen, CEO van UZ Brussel, is de versnippering van bevoegdheden in ons land de oorzaak van het ontsporen van de coronacrisis. Heeft hij een punt?

Ja, maar ik zou dat ook niet overschatten. Er is ook het feit dat wij een federaal systeem hebben waarbij niemand het laatste woord heeft. Die versnippering van bevoegdheden is er bijvoorbeeld in Duitsland ook, maar daar heb je wel juridisch en moreel het gewicht van de kanselier die uiteindelijk beslist. Bij ons is dat niet zo. Als premier De Croo zich nu – volgens mij terecht – opwerpt als de man die het laatste woord wil hebben, dan dwingt hij dat politiek af en is dat niet omdat een of andere wet hem dat toestaat. Op dat vlak zijn we dus inderdaad kwetsbaarder. Marc Noppen heeft wel gelijk dat dit de snelheid van commando dwarsboomt. Maar we mogen ook niet lijden aan de Belgische ziekte waarbij we elk probleem dat we niet tijdig opgelost krijgen, wijten aan ons staatssysteem. Deze pandemie is een grote uitdaging voor elk land.

Taal leidt tot werk. Een taal meer kennen, is een brood meer op tafel.

Toch is ons land wereldwijd koploper qua besmettingspercentage.

Ja, maar ook daar is het niet duidelijk of dat aan ons politiek systeem ligt. Ik durf daaraan twijfelen. Er is ook het feit dat we een heel dichtbevolkt land zijn. Het virus slaat daar het zwaarst toe. Dat is ook zo in de grote Nederlandse steden. Ik wil mijn verantwoordelijkheid als politicus niet afschuiven, maar wees voorzichtig met voorbarige conclusies.

Na de herfstvakantie schakelt het secundair onderwijs gedeeltelijk over op afstandsonderwijs. Is dat in een grootstad als Brussel een extra uitdaging?

Er is inderdaad een risico voor de kwetsbare leerlingen. Ik ben lang een voorstander geweest van het openhouden van de scholen, zodat kinderen zo weinig mogelijk leerachterstand oplopen, maar ook op dat vlak worden we nu ingehaald door de feiten. We werken nauw samen met de Vlaamse overheid. In de lente werd er al een hele reeks bijkomende pc’s aangekocht en we hebben ook geïnvesteerd in digitale abonnementen. Los van het materiële zijn ook de omstandigheden waarin leerlingen thuis les kunnen volgen vaak een probleem. Voor veel kinderen is dat soms in een drukke kamer waar ook nog andere mensen zitten. We weten dat dit afstandsonderwijs voor een groep kinderen, zelfs al hebben ze een pc, heel moeilijk wordt. Het is niet evident om die 5 à 10 procent van de leerlingen aan boord te houden.

De Brusselse regering streeft naar een begroting in evenwicht tegen 2024. Hoe realistisch is dat in Covid-tijden?

Dat zal een moeilijk pad worden. 2020 is een rampjaar met een tekort van meer dan 1,5 miljard euro. Een half miljard daarvan hebben we zelf gecreëerd en gewild door strategische investeringen te doen in voornamelijk openbaar vervoer. De rest van het tekort is het gevolg van sociale en economische steunmaatregelen en van minder inkomsten. We hopen dat de financiële impact van corona volgend jaar maar de helft zal zijn van wat we dit jaar uitgeven. Mogelijk moeten we dit bijstellen. Een begroting is een inschatting van je inkomsten en uitgaven. Corona maakt dat extra moeilijk.

U bent minister voor de Promotie van meertaligheid, een Europese primeur. Waarom moest dit een aparte bevoegdheid worden?

In Brussel was taal lang een splijtstof, een strijd tussen Frans en Nederlands. Nu zie ik taal als de brandstof. Het kennen van talen leidt gemakkelijker tot werk. Een taal meer kennen, is een brood meer op tafel. Dat is een belangrijk argument. Je merkt ook dat in het kosmopolitische Brussel, zeker bij jongeren, talenkennis gezien wordt als een positief element van de identiteit. We willen laag per laag die meertaligheid gaan versterken, onder meer via de scholen. Mijn voornaamste doel is het bevorderen van het vinden van werk en van een positieve Brusselse meertalige identiteit.

Dreigt het Nederlands niet te verdwijnen in Brussel? De kennis van deze taal bij leerlingen in het Franstalig onderwijs is belabberd.

Uw vaststelling is juist, maar het Nederlands zal niet verdwijnen. We zitten in Brussel in de rare paradox waarbij de kennis van het Nederlands erop achteruitgaat, terwijl het gebruik van die taal net vergroot. We moeten natuurlijk aan die kennis werken. Door leerkrachten met thuistaal Nederlands in het Franstalig onderwijs te laten lesgeven, kunnen we daar belangrijke stappen zetten. Uit de taalbarometer blijkt dat mensen op het werk en in hun vrije tijd steeds vaker switchen van de ene taal naar de andere. Men kent die talen niet altijd goed, maar men gebruikt ze wel. Waarom heb ik er zelf vertrouwen in dat het Nederlands in Brussel zal blijven? Vroeger werd het Nederlands door veel Franstaligen uitsluitend als negatief bekeken. Vandaag zijn er zoveel anderstalige jongeren in ons Nederlandstalig onderwijs dat die het Nederlands als een element van hun leven beschouwen. Ook de arbeidsmarkt vraagt steeds vaker drietalige mensen: Nederlands, Frans en Engels. Die meertaligheid is dus eveneens een kans voor het Nederlands in Brussel.

Is talenkennis ook geen pijnpunt om de ‘moeilijk bereikbare doelgroepen’ te informeren over de coronamaatregelen?

Ik ben daar genuanceerd over. Taal wordt in de communicatie rond corona soms overschat. Het heeft vaak te maken met armere mensen met een onvoldoende hoog opleidingsniveau die niet altijd kunnen snappen waarom maatregelen belangrijk zijn, ongeacht in welke taal je communiceert. Het is dus meer een probleem van armoede en van het bij elkaar wonen op veel te weinig vierkante meters dan een pure taalkwestie. Deze mensen bereiken, blijft een enorme uitdaging.

Ook Vlaanderen zal moeten nadenken over haar verkeersbelasting.

Brussel wil een tolheffing invoeren voor wie met de wagen de stad binnenrijdt, met daaraan gekoppeld een kilometerheffing. Waarom moet die stadstol er komen?

We zijn met de regering dit dossier aan het voorbereiden om de filedruk in Brussel te verlichten. Dat mag niet gezien worden als een egoïstische houding van een stad ten opzichte van het ommeland. We hebben er allemaal belang bij dat de files op de een of andere manier afnemen. We hebben ons geïnspireerd op steden als Londen of Stockholm waar men met een gelijkaardig systeem grote stappen op dat vlak heeft kunnen zetten. De burgers zijn tevreden, want er is minder druk op de gezondheid en de economie. Dat is het uitgangspunt waarrond we werken. Over de modaliteiten willen we de komende weken onderhandelen met Vlaanderen en Wallonië. Ik begrijp dat men dit argwanend bekijkt vanuit de andere gewesten, maar uiteindelijk wordt dit een win-winsituatie. Wie zegt dat de inkomsten uit deze tolheffing alleen geïnvesteerd moeten worden in Brussel? We zouden met Vlaanderen en Wallonië kunnen afspreken dat er met dat geld ook gewerkt wordt aan de mobiliteit rond Brussel. We zijn bereid daarover te praten.

Voor de Brusselaars wordt de tolheffing gecompenseerd door de afschaffing van andere verkeersbelastingen, voor de 250.000 Vlaamse pendelaars is dat niet zo.

Dat klopt. De Vlaamse en Waalse regering zullen eens moeten kijken hoe zij hun systeem rond verkeersbelasting op termijn zien. De Europese Commissie vraagt alle lidstaten om meer en meer over te schakelen naar een variabele kilometerheffing. Een vaste belasting moet je betalen, een variabele heffing kan je vermijden. Voor veel mensen is het mogelijk om een deel van hun autovervoer met andere vervoersmiddelen te doen. U zal het met mij eens zijn dat je alleen gedragsverandering krijgt door ook met fiscale hefbomen te werken. We zullen dat doen met sociale en economische correcties, maar mirakels bestaan niet. Ik denk dat we rond dit dossier een moedige beslissing moeten durven nemen, maar in overleg met de andere regio’s. Die gesprekken zullen niet gemakkelijk zijn, ik maak me daar geen illusies over. Maar het is goed dat we daarover een publiek debat kunnen voeren. We moeten van dit dossier geen communautaire kwestie willen maken van Brussel tegen de andere gewesten, dat is volledig naast de kwestie.

Moet deze stadstol die 500 miljoen euro moet opbrengen en voor een deel betaald zal worden door inwoners uit de andere regio’s niet gewoon de steeds dalende inkomsten uit de personenbelasting in Brussel compenseren?

Dat is niet juist. In steden die zo’n tolheffing invoerden, zien we dat mensen hun gedrag aanpassen waardoor de inkomsten ook weer dalen. Het is niet de bedoeling om van de stadstol een Brusselse jackpot te maken. Het belangrijkste doel is de files te verminderen in het belang van de economie, de gezondheid en het klimaat.

foto Christophe De Muynck
foto Christophe De Muynck