Staatssecretaris Theo Francken (N-VA): “Het ergste lijkt voorbij”

4652

Theo Francken (N-VA) is een rijzende ster aan het politieke firmament. Twee jaar geleden een hard werkend, doch onbekend parlementslid, vandaag de vierde populairste politicus van Vlaanderen. Het kantelmoment? Oktober 2014: de nu 38-jarige Vlaams-Brabander wordt staatssecretaris voor Asiel en Migratie. De ideale post voor een boost in populariteit.

Theo Francken: “De tijd van utopisme lijkt nu echt wel voorbij. Je ziet bijvoorbeeld een sp.a stilaan beseffen dat het zo niet verder kan. Ecolo en de PS daarentegen willen de problemen nog altijd niet onder ogen zien.” (foto belga)
Theo Francken: “De tijd van utopisme lijkt nu echt wel voorbij. Je ziet bijvoorbeeld een sp.a stilaan beseffen dat het zo niet verder kan. Ecolo en de PS daarentegen willen de problemen nog altijd niet onder ogen zien.” (foto belga)

Theo Francken is een buitenbeentje in de politiek. Alleen al omdat hij pedagogie gestudeerd heeft. “Ik denk dat ik de enige ben in de Wetstraat”, lacht hij. Of hem dat een ander inzicht geeft? “Toch wel. Je vertrekt vanuit de noden van de samenleving, niet vanuit een juridisch kader. Ik ben altijd maatschappelijk geëngageerd geweest: in de jeugdbeweging en in armoedebestrijding. Dat is één van de redenen waarom ik pedagogie gestudeerd heb. Politiek was voor mij een automatisch voortvloeisel daarvan. Een staatssecretaris voor Asiel en Migratie moet trouwens voor een stuk pedagoog zijn. Enerzijds draag je zorg voor de meest kwetsbaren, anderzijds ben je streng voor zij die misbruik maken. Dat lijkt me een heel mooie pedagogische logica.”

Volgens een peiling van La Libre en RTBF bent u de vierde populairste politicus van Vlaanderen. Uw voorgangster op Asiel en Migratie, Maggie De Block, staat op één. Is er een verband?

Dat zou wel kunnen. Wij voeren een rechts beleid, en dat is een breuk met het verleden. De poort staat niet langer open. Ik denk dat de kiezer opgelucht is dat wij doen wat hij al jaren vraagt. En misschien dat ook mijn parler-vrai en daadkracht meespelen.

Coalitiepartners zeggen mij dat het asielbeleid nu in niets verschilt met dat van de vorige regering toen uw partij in de oppositie zat.

Daar ben ik het niet mee eens. Absoluut niet zelfs. Het is wel zo dat zowel Maggie als ik de vruchten pluk van het baanbrekend parlementair werk uit 2011, toen de regering in lopende zaken was. Het is toen dat de wet op de gezinshereniging verstrengd is, de snelbelgwet afgeschaft werd, enzovoort. Ik stond trouwens mee aan het roer daarvan. Maar er zijn grote verschillen in beleid. Ik voer een streng, maar humaan beleid.

Dat zei De Block ook.

Wij leggen veel meer de nadruk op de uitzetting van criminelen. Mijn terugkeercijfers van criminelen liggen drie keer zo hoog. En anderzijds hoor je geen verhalen meer zoals Parwais Sangari of Navid Sharifi. Dat zijn toch duidelijke verschillen?

Mijn grootste bezorgdheid is de terugkeer. Je kan iemand niet zomaar op het vliegtuig zetten.

De Belgische aanpak van de vluchtelingencrisis is heel humaan in vergelijking met andere landen die vluchtelingen wegjagen, bezittingen afpakken en zelfs hekkens plaatsen. Hoe verklaart u dat?

Je mag de volksaard van de Vlaming niet onderschatten. Of van de Belg tout court. Wij gaan niet op de barricade betogen tegen vreemdelingen zoals in andere landen. Je ziet hier geen grote protesten zoals in Nederland waar gemeenteraden op stelten gezet worden, waar de staatssecretaris zelfs fysiek bedreigd wordt. En twee: wij hebben deze crisis gewoon goed aangepakt. Je mag niet vergeten dat dit de grootste humanitaire operatie was sinds WO II. En dat met de meest rechtse ministers in jaren. Ironisch, toch? Je moet eens vergelijken met de crisissen van 2000 en 2010. Die liepen in het honderd. En de instroom toen was zelfs lager dan nu.

Wij hebben dit aangekund, bedoelt u?

Ja, de eerste fase toch. Maar er wacht ons nog een immense uitdaging. Ik weet waar je naartoe wil. (lacht) Maar nee: ik zal dat zo niet in de markt zetten. In Duitsland beseffen ze nu ook wel dat dat niet zo verstandig was. Ook al waren Merkels’ uitspraken niet bedoeld als uitnodiging, ze kwamen wel zo over.

U zei vorig jaar in april ook dat u meer wou doen voor Syriërs. Heeft dat niet voor een aanzuigeffect gezorgd?

Dat blijkt alleszins niet uit onze cijfers. Ik vind dat je iets extra moet doen voor Syriërs, ja. Dat zijn gezinnen, vrouwen, kinderen die vluchten voor een gruwelijke burgeroorlog. Dat zijn geen economische vluchtelingen. Die mensen moet je helpen. Ik denk dat de Vlaming dat ook zo ziet. Er zijn tot nu toe trouwens amper twee incidenten geweest met Syriërs in de opvang.

Klopt het dat uw voorzitter Bart De Wever een probleem heeft met uw zachte aanpak?

Nee, dat klopt niet. Ik denk dat ik hem voldoende ken en spreek om dat te weten.

Het voorzitterschap? Dat is absoluut niet aan de orde.

De taal van N-VA is wel extremer dan het beleid dat de N-VA-ministers voeren. Hoe lang is die spreidstand vol te houden?

(feller) Die spreidstand is toch normaal? Een partijvoorzitter zet de lijnen uit, de ministers moeten daar zo dicht mogelijk bij aansluiten. Maar wij moeten wel compromissen sluiten. Ik ben het trouwens eens met Bart. Als hij zegt dat de Conventie van Genève aangepast moet worden, bedoelt hij niet dat we niet langer moeten zorgen voor oorlogsvluchtelingen. Als hij zegt dat het niet uit te leggen is dat iemand die veertig jaar gewerkt heeft evenveel pensioen krijgt als een erkende asielzoeker leefloon, dan is dat ook mijn standpunt.

Vorig jaar waren er 35.000 asielaanvragen. Wat verwacht u dit jaar?

Veel minder. Je ziet dat al aan de cijfers. In maart was er de laagste instroom in zeven jaar. Het akkoord met Turkije maakt effectief een verschil. Er is bijna geen bootje meer die de oversteek waagt. En Macedonië houdt de grens dicht tot eind dit jaar. Bulgarije en Slovenië zullen niet anders kunnen dan volgen. Dus ja, het ergste lijkt wel voorbij.

Zouden wij nog een jaar aankunnen zoals vorig jaar?

Als dat moet, dan zal ik dat doen. Maar liever niet. Je moet ook kijken naar de draagkracht onder de bevolking. Wij merken dat het moeilijker wordt om bijvoorbeeld burgemeesters te overtuigen. De mentaliteit is omgeslagen.

Wat is nu de volgende uitdaging voor u?

Ik wil binnen enkele weken mijn afbouwplan klaar hebben. Nu de asielcrisis voorbij haar hoogtepunt is, moeten er enkele noodcentra afgebouwd worden. Maar mijn grootste bezorgdheid nu is de terugkeer. De helft van de asielzoekers wordt erkend, maar de andere helft krijgt het bevel het grondgebied te verlaten. Dat is niet altijd evident. Je kan iemand niet zomaar op het vliegtuig zetten, zeker niet als die persoon geen papieren heeft. Je moet voor elke uitwijzing een diplomatiek papier hebben van het land van herkomst. Dat is vaak een probleem.

Je moet Twitter niet overschatten.

Hebt u de column van Herman Brusselmans gelezen over ‘wij van links’, dat de progressieven te veel de ogen sluiten voor problemen met moslims?

Ja, en ik heb die gesmaakt ook. (lacht) Ik hou sowieso van zijn stijl. Ik vind het goed dat links eens een spiegel voorgehouden wordt. En het is altijd beter dat iemand uit de eigen groep dat doet. Mijn verstand is al jaren te klein om het pact te snappen tussen de conservatieve islam en de progressieve sociaaldemocratie. Maar goed, de tijd van utopisme lijkt nu echt wel voorbij. Of toch in Vlaanderen. Je ziet bijvoorbeeld een sp.a stilaan beseffen dat het zo niet verder kan. Ecolo en de PS daarentegen willen de problemen nog altijd niet onder ogen zien.

Even over Brussel: maakt N-VA van de fusie van de Brusselse politiezones een regeringszaak of blijft het bij verklaringen?

Dat moet je vragen aan onze voorzitter of onze vicepremier Jan Jambon. Het is niet aan mij om te zeggen wat een breekpunt is. Ik praat alleen over mijn dossiers.

Wie wordt volgend jaar de nieuwe partijvoorzitter: u of Sander Loones?

Dat is absoluut niet aan de orde. Een week in de politiek is al een eindigheid, laat staan een jaar. Ik doe mijn job met veel passie, zoals u ziet. Ik zal dat blijven doen.

Tot 2019?

Ik geef daar voor de rest geen commentaar op.

Die pop-polls zijn wel mooi meegenomen voor u.

(lacht luid) Goed geprobeerd.

Wat opvalt: als u kritiek krijgt, is dat vaker om wat u zegt of tweet dan om wat u doet. Hebt u nooit overwogen uw Twitteraccount aan uw woordvoerder over te laten zoals vele collega’s?

(lacht) Je denkt daar natuurlijk eens aan, maar ik vind ook authenticiteit heel belangrijk in de politiek. De mensen zouden dat snel merken. En oké, ik doe het misschien op mijn manier, maar ik denk wel dat het een meerwaarde biedt als ik mensen rechtstreeks antwoord op hun vragen.

Het brengt u soms wel in een lastig parket. Het werd u bijvoorbeeld niet in dank aanvaard dat u ‘Wij hebben hem’ tweette na de arrestatie van Salah Abdeslam.

(zucht) Ja, maar die tweet heb ik ingetrokken. Dat berustte op een misverstand. (zwijgt even) Je moet Twitter ook niet overschatten. Ik zal Bruno Tobback eens citeren: mijn buren zitten niet op Twitter, en mijn bomma al zeker niet.