Ontwapenend, ongepolijst, eigenzinnig, zoals Tim Wellens is als renner, zo is hij als mens. Een plezier om zien én horen. Het maakt de vergelijking met de betreurde Frank Vandenbroucke alleen maar sterker. Met overwinningen in Parijs-Nice en de Giro heeft de 25-jarige Truienaar van Lotto Soudal zich het voorbije jaar definitief ontpopt als Vlaanderens’ grote wielerhoop.

Toen ik jouw naam naar voren schoof voor deze reeks, zei mijn chef: de nieuwe VDB. Wat doet die vergelijking met jou?
Dat is een grote eer voor mij. Als ik met iemand vergeleken wil worden, dan wel met Frank. Ja, hij had zijn mindere kantjes, net als iedereen, maar die panache, die stijl, ik hou daarvan. Carlo Bomans was waarschijnlijk de eerste die de vergelijking maakte, ik reed nog bij de juniores.

Hoe goed ken je VDB? Je was er amper 8 toen hij Luik-Bastenaken-Luik won.
Daarvan herinner ik mij niets, moet ik eerlijk zeggen. Hij is pas later een idool geworden, toen ik online filmpjes van hem te zien kreeg. Ik heb hem helaas nooit kunnen ontmoeten.

Qua aanvalslust doe je zeker aan hem denken. Supporters smullen daarvan.
(knikt) Dat is altijd mijn handelsmerk geweest. Ik denk ook dat dat voor mij de beste manier is om een koers te winnen. Ik ben niet iemand die kan wachten tot de finale. Als ik tegen een Valverde moet sprinten, verlies ik negen keer op de tien. Ik moet eerder aanvallen. Plus: voor mij is wielrennen alles of niets. Ik rijd liever in beeld zonder prijs te pakken dan incognito tiende te worden.

Dat jij wielrenner zou worden, stond in de sterren geschreven. Zowel je vader Leo als je nonkels Paul en Johan schopten het tot prof.
Dat klopt. Ook mijn moeder is heel sportief. Ik heb even gevoetbald toen ik klein was, maar dat lag me niet. Als kind zei ik al op school dat ik beroepsrenner wou worden. Een andere droom heb ik nooit gehad.

Met je vader durft het wel eens te botsen.
Dat komt omdat we alletwee koppig zijn, ons ongelijk niet kunnen toegeven. Ik zal niet snel iemand geloven, of raad aannemen, zonder dat ik het zelf uitgetest heb. Zo was er vorig jaar in Parijs-Nice een rit met aankomst bovenop. Ik wou absoluut met tijdrittubes rijden die veel fragieler zijn. Mijn vader vond dat een slecht idee. Ik heb niet geluisterd. En natuurlijk ben ik platgevallen, die rit was niet gemaakt om met speciale tubes te rijden. (lacht) Ik ben mijn vader wel dankbaar. Hij doet ongelooflijk veel voor mij. Wielrennen is zijn leven, ik weet dat.

“Als ik met iemand vergeleken wil worden, dan wel met Frank Vandenbroucke”

Eigenzinnigheid, ook al iets dat aan VDB doet denken.
Dat wordt gezegd, ja. Ook in de ploeg hoor ik al eens dat ik een moeilijk karakter heb. Anderzijds: ik denk dat een topper sowieso wat speciaal moet zijn. Een normale mens zou zoveel moeite niet doen voor een sport.

Heb jij tijd voor een leven naast de sport?
Eigenlijk niet. Zelfs als ik rust heb, zoals in oktober, denk ik voortdurend aan wielrennen. Ik heb nooit de drang gevoeld om uit te gaan zoals leeftijdsgenoten. Dat klinkt misschien saai, maar ik denk dat ik daarvan wel de vruchten pluk.

Je bent wel leergierig. Zo heb je een bachelor Energietechnologie en start je deze maand een cursus Italiaans.
Dat heb ik van mijn moeder. Zij heeft mij heel hard gepusht om dat diploma te halen. Dat zal niet altijd gemakkelijk geweest zijn voor haar. (lacht) Mijn thesis ging over energievoorziening en verlichting in de windtunnel van Flanders Bike Valley in Paal. Dat sluit heel nauw aan bij mijn sport. Die windtunnel is een grote hal waar aerodynamica getest wordt. Ik ben blij dat ik daaraan heb kunnen meewerken. Nu doet zelfs mijn ploeg daar de testen. Dat Italiaans doe ik samen met mijn vriendin Sophie. Ik vind dat een heel mooie taal en het komt ook van pas in het wielrennen. Na het Engels is dat de belangrijkste taal in het peloton.

Je woont sinds juli met je vriendin in Monaco. Hoe lukt dat?
Heel goed. Maar ik praat daar niet graag over. Ik wil niet hetzelfde meemaken als Tom Boonen destijds. Als je zegt dat je in Monaco woont, denken de mensen alleen dat je dat doet voor de fiscale voordelen.

Is dat niet zo?
Natuurlijk speelt dat een rol, ik zal daar niet om liegen. Maar Monaco is ook een paradijs voor wielrenners omwille van haar mooie wegen, de bergen, de zon. Je kan er altijd in optimale omstandigheden trainen. Ik betaal trouwens nog altijd redelijk wat belastingen in België. Aanvankelijk waren we van plan naar Wallonië te verhuizen. Daar voel ik me iets meer thuis dan in Vlaanderen. Ik ben ook tweetalig opgevoed, mijn moeder is Waalse, net als mijn vriendin. Maar toen de kans kwam naar Monaco te verhuizen, wist ik dat het nu of nooit was. Ik zou het mij anders altijd beklaagd hebben.

Home is wherever i’m with you ?

A photo posted by Tim Wellens (@tim19910510) on

Je woont op twintig kilometer van Nice, waar je dit jaar misschien wel je mooiste overwinning behaalde, maar waar vier maanden later ook een gruwelijke aanslag plaatsvond. Stemt je dat tot nadenken?
Natuurlijk, al was Zaventem voor mij een grotere wake-up call. Maar als wielrenner moet je daarmee om kunnen, wij komen voortdurend op luchthavens. Je moet verder gaan met je leven. Mijn vriendin heeft het daar moeilijker mee. Zij gaat niet meer graag naar Nice, is ook bang om de trein of het vliegtuig te nemen.

Wat verkies jij: de Ronde van Vlaanderen winnen of Luik-Bastenaken-Luik?
Luik, zonder twijfel. Die koers ligt me na aan het hart. Misschien omwille van Frank Vandenbroucke, ja. Ik weet dat Vlamingen dit vreemd vinden, dat de Ronde heilig is. Maar kasseien zijn niets voor mij. Parijs-Roubaix zegt me al helemaal niets. De Ronde zou ik wel eens willen rijden. Alleen al om dat gevoel eens te hebben.

Toen je pas kwam piepen als prof, werd je al getipt als toekomstig winnaar van een grote Ronde. Zit dat erin?
Neen. Ik ben niet meer het pluimgewicht van toen. Ik heb veel spiermassa bijgekregen, en dat zorgt ervoor dat de echt zware cols te hoog gegrepen zijn. Misschien dat de top-tien wel eens mogelijk is, ja. Maar ik verkies ritwinst, zoals in de Giro dit jaar, boven tiende worden in de luwte. Dat is de aanvaller in mij. (lacht) Rittenwedstrijden van een week zoals Parijs-Nice moet ik wel kunnen winnen.

“Ik zou graag de negatieve ervaring van mijn eerste Tour uitwissen.”

Wat is je objectief voor volgend seizoen?
Tot nu toe heb ik elk jaar een stap vooruit gezet. Dat wil ik volgend jaar opnieuw doen. Ik hoef daarom niet veel te winnen. Als ik Luik kan winnen, zou mijn seizoen geslaagd zijn.

Ga je nog eens naar de Tour?
Dat zou ik wel zien zitten, ja. Al zal ik dan wel de Giro moeten opgeven. Eén grote Ronde lijkt me voorlopig zwaar genoeg. (zwijgt even) Ik zou graag de negatieve ervaring van mijn eerste Tour uitwissen. Ik heb toen veel kritiek gekregen. En terecht ook, ik heb teleurgesteld. Al was dat hard om horen. Maar dat is deel van de job.

De druk op jou zal elk jaar groter zijn. Is dat moeilijk om mee om te gaan?
Je voelt dat natuurlijk. Mijn status in de ploeg veranderde toen ik twee jaar geleden de Eneco Tour won. Ik werd plots één van de kopmannen. Nathan Kahan, onze mental coach, helpt me hierbij. Hij is altijd aanwezig voor belangrijke wedstrijden. En mijn ouders: zij zorgen ervoor dat ik niet ga zweven. Zij zijn hardwerkende zelfstandigen (baten fietswinkel uit, red), en heel down-to-earth. Je zal mij niet snel met een Lamborghini zien rondrijden. Ze houden mij zeker tegen.

Het sportrapport van Tim Wellens

Als kind was mijn idool …
Lance Armstrong, de beste renner in die tijd.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Frederik Van Lierde, de triatleet. Onvoorstelbaar hoe hard die mannen trainen. Jammer dat ze maar een fractie krijgen van de aandacht die ze verdienen.

Mijn mooiste sportmoment?
De eerste keer de Eneco Tour winnen, in 2014. Van dan af besefte ik dat ik mooie koersen kon winnen.

Mijn grootste ontgoocheling?
Mijn eerste en voorlopig enige Tour de France in 2015. Misschien had ik de grootsheid wat onderschat.