Zijn professionele palmares oogde al bijzonder indrukwekkend – profwielrenner, wieleranalist, handelaar in luxewagens, racepiloot – maar nu mag Tom Boonen zich eindelijk ook tv-maker noemen. Bijna anderhalf jaar lang werkte hij aan ‘Tom fietst’, dat vanaf woensdag op Eén wordt uitgezonden. “We hebben onze tijd genomen (lacht). Ik heb er zelf trouwens een jaar over gedaan om ja te zeggen tegen dit project.”

Het gebeurt niet elke dag dat je als tv-journalist de kans krijgt om Tom Boonen te spreken. De sympathieke ex-profwielrenner was altijd al voortreffelijk in het afwimpelen van interviewaanvragen en had sowieso nooit de ambitie om – behalve als sportman – veel op televisie of in de media te komen. Net daarom ben ik zo opgetogen dat ik om 10 uur stipt, als eerste van een heel leger hongerige televisiejournalisten, voor hem mag plaatsnemen. Zoveel uitstekende vragen heb ik bedacht, zoals ‘Welke koffiekoek vind je het lekkerst?’, maar ik begin met de actualiteit van de dag.

In Tom fietst ontmoet je inspirerende mensen die de fiets gebruiken om van de wereld een betere plek te maken. Kan dat überhaupt?

Absoluut! Er zijn wereldwijd heel wat projecten die met fietsen te maken hebben, die de wereld een klein beetje beter maken. Zoals Cycling Without Age in Denemarken uit aflevering 1, een onderneming die senioren uit rusthuizen gaat halen en hen in een soort riksja meeneemt voor een mooie fietstocht. Of in Brazilië, waar een gevangenisdirecteur een ingenieus systeem heeft bedacht waarbij fietsende gevangenen strafvermindering kunnen krijgen. Door te fietsen wekken ze elektriciteit op waarmee licht wordt voorzien op de meest gevaarlijke plekken van het stadje. Vier dagen fietsen betekent voor de gevangenen één dag strafvermindering. Sinds dat systeem is het aantal misdaden in die voorheen uiterst gevaarlijke gevangenis met zo’n 80 procent gezakt. Maar het project dat op mij de grootste impact had, was Bikeygees in Berlijn, vrijwilligers die vrouwelijke vluchtelingen leren fietsen. De meeste van die vrouwen leren dat niet in hun land van herkomst. Ik heb daar met vrouwen uit Soedan, Afghanistan en Syrië gesproken en hun verhalen hebben me enorm geraakt.

Je bent voor deze reeks naar landen als Zambia, Brazilië en Guatemala getrokken. Je moest met andere woorden flink wat kilometers maken voor je debuut als tv-gezicht.

Klopt. Daarom heeft het ook zo lang geduurd. We hebben onze tijd genomen om dit programma te maken. Al die reizen moesten goed ingepland worden, zodat ze ook geen te zware impact hadden op mijn privéleven. Maar eigenlijk zat ik er niet zo mee in, ik ben het wel gewend om te reizen. Bovendien was die lokroep van het avontuur net de belangrijkste reden om ja te zeggen tegen dit programma. Ik ben op plaatsen geweest waar ik normaal nooit naar toe zou gaan, en heb mensen gesproken die ik normaal gezien nooit tegenkom.

Was het voor jou een moeilijke keuze om hieraan mee te doen?

Toch wel. Ik ben natuurlijk altijd veel in de media geweest omwille van mijn job en carrière als profwielrenner. Maar nu kies ik er dus bewust voor om opnieuw in de schijnwerpers te staan. Ik heb er wel even over moeten nadenken of ik dat wel wilde. Eigenlijk heb ik een jaar lang de boot afgehouden, maar uiteindelijk leek het me toch wel leuk. En ik had gelijk. Het is echt heel goed meegevallen, hoewel zo’n programma maken geen sinecure is.

Vlak nadat ik gestopt was, merkte ik dat ik ‘s avonds hartkloppingen kreeg van in de zetel te zitten.

Smaakt dat dan ook naar meer? Er zal vast wel al interesse zijn in een opvolger voor deze reeks.

De vraag is wel al gekomen om hierna nog iets te doen, maar daar moet ik toch nog even over nadenken. Ik zeg zeker niet nee tegen nieuw tv-werk, maar voor mij is het al prima als ik om de twee jaar iets kan afleveren.

Want je bent nog druk bezig met andere professionele activiteiten?

Ik doe nog heel wat verschillende dingen. Ik heb een eigen zaak in de autohandel, ik ben wieleranalist voor een aantal kranten, ik ben nog verbonden aan een groep van fietsenwinkels.

En je gaat me nu vertellen dat je ook – à la Kim Clijsters – een comeback plant als wielrenner.

Als ik heel eerlijk ben, dan triggert mij dat wel. Ik zou liegen als ik zeg dat zo’n comeback me niet interesseert. Ik vraag me eigenlijk wel af of ik het zou kunnen. Ik ben ook nog maar 39 en ben niet gestopt met wielrennen omdat ik niet meer meekon. Zeventien jaar lang heb ik meegedraaid aan de top, dus ik begrijp die keuze van Clijsters maar al te goed. Tennis is altijd haar leven geweest, zoals wielrennen bij mij. Eigenlijk is het ook heel onlogisch om – in mijn geval – op je 36ste of 37ste te stoppen met iets wat je zo goed kunt. Maar begrijp me niet verkeerd: ik zou niet op hetzelfde niveau kunnen terugkeren. Maar misschien zou ik wel nog een rol van betekenis kunnen spelen. Ik vraag het me soms af. Ik zie er overigens wel een uitdaging in. Volgend jaar word ik 40, het zou toch knap zijn als wetenschappelijk experiment om terug te keren in het peloton. We kunnen er dan meteen een tv-reeks van maken (lacht).

Misschien raar dat ik het zo zeg, maar je ziet er nog behoorlijk strak uit. Vaak zetten ex-topsporters flink uit nadat ze met hun sport gestopt zijn.

Ik heb het geprobeerd om niet te sporten. Twee maanden lang, toen ik dus net gestopt was. Elke dag ging ik op restaurant. Resultaat: 8 kilo erbij. Ik was dus exact hetzelfde als al die andere ex-topsporters. Maar ik wilde me niet laten vangen, dus ben meteen weer in actie geschoten. Nu sport ik ongeveer vijf keer per week, dan blijf ik op gewicht. En dat is overigens maar 1 of 2 kg boven mijn wedstrijdgewicht. Bovendien voel ik mij nu ook veel beter dan in die eerste twee maanden toen ik werkelijk niets van lichaamsbeweging had. Ik merk gewoon dat ik niet gelukkig word van niet te sporten. Mijn lichaam is na al die jaren die inspanning gewend, ook al is het nu vaak maar één uurtje per dag. Vlak nadat ik gestopt was, merkte ik dat ik ’s avonds hartkloppingen kreeg van gewoon in de zetel te zitten. Alsof mijn lichaam schreeuwde om inspanning.

Voel je dat nu ook, al die jaren topsport? Hangt jouw lichaam met haken en ogen aan elkaar op je 39ste?

Dat valt eigenlijk best mee. Maar een lichaam dat je twintig jaar belast hebt, ziet af. Alle kwaaltjes die ik nu heb, zijn weliswaar gerelateerd aan valpartijen en operaties die daarop volgden. Al is er ook wel beterschap. Vroeger op de fiets had ik vaak last van nek en schouders. Ik schonk toen geen aandacht aan mijn bovenlichaam, dat moest zo tenger en schraal mogelijk zijn, met zo weinig mogelijk spieren. Maar nu train ik die spieren wel en dat scheelt veel.

Spieren die je overigens goed kunt gebruiken voor die andere passie van je, autosport.

Klopt. Dat is best heftig overigens. Een onderschatte sport. Ik ben daarin overigens wel zeer tevreden over mijn niveau. In januari heb ik de 24 uur van Dubai gereden en gewonnen, eind maart neem ik deel aan de Ultimate Cup. De competitiedrang blijft er met andere woorden nog in zitten. Met de licentie die ik nu heb, mag ik overigens alles behalve Formule 1 rijden. Maar ik heb mijn zinnen gezet op de 24 uur van Le Mans. Daar ligt mijn ambitie.

Tom fietst, vanaf 4 maart elke woensdag om 20u40 op Eén.