Vorig jaar rond deze tijd liep het fout met Tom Van Dyck. Op de bühne, halverwege een try-out, crashte de sympathieke acteur. Zwart voor de ogen. Afgelopen. Maar 2019 – volgens Van Dyck een absoluut kutjaar – is ondertussen voorbij en met Tom gaat het weer beter. “De plotse dood van mijn teerbeminde vriend Christophe Lambrecht heeft mij de ogen geopend.”

“Speciaal”, mompelt Tom Van Dyck na zijn eerste slok koffie in de hippe Antwerpse koffiebar Caffènation. Een Keniaanse blend, zo blijkt, en al snel gaat ons gesprek over verre reizen, zowel een passie van Tom als van mezelf. Maar nadat we onze mooiste reiservaringen hebben gedeeld, moet het toch eerst even over die andere passie van hem gaan: acteren. Vanaf vanavond is Tom namelijk weer te zien in Over water, de psychologische dramareeks die een tweede kans krijgt. “Seizoen 1 was niet zo goed hé? De kijkers konden zich niet genoeg identificeren met het hoofdpersonage en daarom haakte een deel af. Reeks 2 wordt veel beter: er zijn veel meer verhaallijnen, veel meer figuren die meer ruimte krijgen om te schitteren, het tempo ligt hoger, het is spannender. Scenarieel zit het gewoon beter in elkaar en het ziet er nog altijd magnifiek uit. Dus ik hoop dat er genoeg mensen zijn die de moeite doen om aan een nieuw seizoen te beginnen.”

Vind jij dat als acteur belangrijk dat zo’n reeks goed scoort?
Natuurlijk. Ik kies mijn projecten altijd heel zorgvuldig uit en leg er steeds mijn ziel en zaligheid in. Dan is het aangenaam als die projecten hun weg naar het publiek weten te vinden. Ik heb liefst een tevreden publiek, en dat was bij seizoen 1 niet altijd het geval. Ik werd er vaak op aangesproken.

Jouw personage, Carl Dockx, was toch fantastisch in seizoen 1.
Dat kreeg ik ook vaak te horen. Maar het is niet zo fijn te horen dat mensen toch afhaken of dat het verhaal niet blijft boeien. In reeks 2 is dat heel anders, hoop ik. Het zit gewoon sterker in elkaar.

Is zondagavondfictie voor jou nog iets bijzonders? Het blijft op Eén toch de mooiste avond.
Gek genoeg is die zondagavond op Eén niet kapot te krijgen. Er wordt al lang aangekondigd dat tv-kijken in snel tempo verandert en dat zal ook wel zo zijn, maar fictie op zondagavond blijft toch nog scoren. Kijk maar naar De twaalf: uitstekende cijfers terwijl je dat integraal online kon bekijken. Wat ik zelf overigens gedaan heb (lacht). Een ronduit schitterende serie. Toch blijkt dat nog heel wat mensen braaf de aflevering op zondagavond bekijken. Kijk ook naar de onwaarschijnlijke cijfers van Kamp Waes. Dan zie je dat zo’n zondagavond op televisie haast cultureel erfgoed is. Geweldig dat wij daar nu weer mogen staan.

Jij bent een klassieke method-acteur die diep in zijn rol kruipt en zeer perfectionistisch is. Lag dat perfectionisme aan de basis van je crash vorig jaar?
Ik vrees ervoor, ja. Ik ben altijd heel lang met mijn huiswerk bezig als ik een rol aanneem. Hoe beweegt dat personage, hoe praat en ademt hij, welke schoenen heeft hij aan? Ik transformeer zo veel mogelijk in mijn personage. Ik geniet daar ook van. Ik vind het leuk om Tom Van Dyck achter te laten in de kleedkamer en die dag als Carl Dockx door te brengen. Maar zo’n werkethos heeft natuurlijk ook een keerzijde. Toen ik vorig jaar in de try-outperiode van mijn voorstelling ‘Het beest in u’ zat, wilde ik alles zo perfect mogelijk maken. Van ’s morgens tot ’s nachts repeteerde ik, maar ik vond het nooit goed genoeg. En toen liep het dus mis. Fysiek en mentaal raakte ik geblokkeerd. Ik was fysiek zo uitgeput dat ik een longontsteking kreeg. En dan nog bleef ik ontkennen. Perfectionisme is niet altijd een zegen. Nu probeer ik daar beter mee om te gaan.

Blijkbaar heeft de dood van je goede vriend Christophe Lambrecht een invloed gehad op je herstel.
Dat klinkt misschien raar, maar het is wel zo. Toen hij zo plots stierf, begon ik me af te vragen waar ik mee bezig was. Nooit tevreden zijn, altijd het onderste uit de kan willen halen. De dood van Christophe toonde aan dat het zomaar gedaan kan zijn. Hij was iemand die investeerde in het warme, het familiale, het sociale. Hij stond altijd open voor andere mensen en klaar om te helpen. Een heel bijzonder figuur, die mij enorm veel levenslessen heeft gegeven en die door zijn plotse dood mij een andere kijk op heel wat zaken heeft verschaft. Ondanks het enorme litteken, de pijn en het verdriet, heeft hij mij rijker gemaakt.

Wat mag ik je voor dit nieuwe jaar wensen?
De allergrootste clichés: een goede gezondheid, zowel mentaal als lichamelijk. En ik wens dat ook iedereen toe, in het bijzonder al mijn medemensen, nationaal en internationaal (lacht).

Over water, vanaf vanavond elke zondag om 20u50 op Eén.


Nieuwjaarsbrief
“Of ik weet wanneer De Bende van Jan de Lichte uitgezonden wordt? Ik weet even weinig als jullie, vrees ik. Ik hoor dat het net aan Netflix verkocht is en dat het dus nog eerder in het buitenland te zien is dan in eigen land. Laat ons anders samen een nieuwjaarsbrief schrijven en vragen of wij als brave kapoentjes toch nog het recht hebben om het ooit te zien (lacht). Ik kan er alleen maar met verbazing naar kijken dat het zo lang duurt. We hebben dat in 2016 gedraaid en binnenkort wordt het toch confronterend om onszelf op tv te zien. Ik heb daar wel heel graag in meegespeeld, moet ik zeggen. Ik had een prachtige rol in dat historische drama en ik weet ook dat de makers er heel trots op zijn. Eigenlijk was het de bedoeling dat een Vlaamse Netflix met deze reeks zou uitpakken, maar tot nader order is er nog geen Vlaamse Netflix. Ik ben dus even benieuwd naar de uitzenddatum.”

Vechten voor het klimaat
“Naast een goede gezondheid voor iedereen wens ik voor dit jaar ook een gezonde omgeving – vroeger heette dat milieu – voor iedereen. Je hoeft geen geweldige wetenschapper te zijn om te beseffen dat het allemaal de verkeerde kant uitgaat. We zitten echt met een torenhoog probleem. Ik heb ook nog twee kinderen op de wereld gezet, dus het is helemaal mijn verdomde plicht om ervoor te zorgen dat zij niet verbranden waar ze bij zitten. We mogen alleszins niet opgeven, hoewel het misschien al te laat is. Met ons gezin proberen we ons steentje bij te dragen: we gaan spaarzaam om met vliegtuigreizen, we zijn allemaal vegetariër en nemen zo vaak mogelijk fiets en trein in plaats van de auto. We moeten de jonge garde een duidelijk voorbeeld geven. En onze heren politici misschien ook want ze begrijpen blijkbaar de urgentie niet.”