Daniel Buschman is voorzitter van de Confederatie van Immobiliënberoepen (CIB Vlaanderen). Geen dag gaat voorbij of hij ervaart hoe belangrijk de baksteen voor de Vlaming is. Elke week krijg je zijn tips over kopen en verkopen, huren en verhuren en het leven in een mede-eigendom.

Onlangs kreeg ik de vraag toegeworpen welke rechter er bevoegd is in geschillen met betrekking tot mede-eigendom. Wie een geschil zegt, denkt onmiddellijk aan de rechtbank. De rechtbank wordt dan meteen gelinkt aan langdurige en tijdrovende, vaak omslachtige procedures, met uiteraard kosten die nauwelijks te overzien zijn, lastige tegenstrevers of tegenpartijen, … Het blijft een gouden raad om in eerste instantie een regeling te zoeken via overleg en/of via professionele bemiddeling om tot een oplossing te komen en een procedure te vermijden.

  1. De vrederechter is exclusief bevoegd

De vrederechter is exclusief bevoegd om kennis te nemen van alle geschillen met betrekking tot gedwongen mede-eigendom. De geschillen moeten verband houden met het beheer of het statuut van de mede-eigendom. Zo zal de vrederechter bijvoorbeeld niet bevoegd zijn voor vorderingen inzake burenhinder (rechtbank van eerste aanleg) of een betwisting tussen de vereniging van mede-eigenaars en de conciërge (arbeidsrechtbank). Daarnaast bepaalt de ligging van het gebouw welke vrederechter territoriaal bevoegd is.

  1. Verbod op arbitrage

Het is verboden om partijen te verplichten zich aan een arbitrage te onderwerpen, om zo de bevoegdheid van de vrederechter te ontlopen. Ieder beding, dat de rechtsmacht om geschillen inzake de mede-eigendom opdraagt aan één of meerdere arbiters, is verboden.

  1. Begeleiding door derde

Bedingen waarbij een derde de partijen begeleidt in de poging om henzelf te doen uitkomen op een akkoord dat een einde maakt aan het geschil (= bemiddelingsbedingen) zijn wel toegelaten.

www.cib.be