Van de Franse grandeur in hoofdstad Hanoi tot de opdoemende karstrotsen van de Ha Longbaai en de eindeloze rijstvelden rond Mu Cang Chai. Het noorden van Vietnam is authentiek en adembenemend, en voor heel wat reizigers ‘the place to be’ in Zuidoost-Azië.

1. De Franse sfeer in hoofdstad Hanoi

Hanoi, de hoofdstad van de Socialistische Republiek Vietnam en de voormalige hoofdstad van Frans Indochina, is zo’n heerlijk doolhof om zorgeloos in te verdwalen. En vooral dan Hanoi Old Quarter, het bruisende, kleur- en geurrijke hart van de Vietnamese metropool, dat in een eclectische mix van Franse grandeur en tropische couleur locale baadt. Het met restaurants, barretjes, winkeltjes en ambachtshuizen overladen Oude Centrum situeert zich rond het Hoan Kiemmeer, een van de vele zoetwatermeren in Hanoi, waar Vietnamezen van alle leeftijden aan tai chi doen, een danscursus volgen of een spectaculaire sport spelen die het midden houdt tussen voetbal en volleybal.

Een niet te missen bezienswaardigheid in Hanoi is het Ho Chi Minh Mausoleum, waar de burgervader van het land (Ho Chi Minh dus) opgebaard ligt in een glazen kist. Nog zo’n aanrader is Văn Miếu, oftewel de Tempel van de Literatuur, gebouwd in 1070 ter ere van Confucius. Het is een zeldzame oase van rust in het anders best chaotische (maar uiterst charmante) Hanoi. Ook het waterpoppentheater, een unieke Vietnamese kunstvorm (met poppenspelers die tot hun middel in het water staan), verdient een eervolle vermelding.

2. De zondagsmarkt van Bắc Hà

Na twee fantastische citytripdagen in Hanoi zetten we koers richting Bắc Hà in het uiterste noorden van Vietnam, op een steenworp van de grens met China. Het blijkt een rit langs de meest spectaculaire berglandschappen van Noord-Vietnam, waarin karstrotsen, rijstvelden en authentieke dorpjes elkaar vliegensvlug afwisselen. Eenmaal aangekomen in Bắc Hà maken we kennis met het concept ‘homestay’, een simpel maar zeer authentiek verblijf bij lokale families thuis. Vader en moeder werken aan het avondeten, dochtertje oefent haar Engelse woordenschat met de toeristen en probeert ons bij wijze van grap een wel heel pikant pepertje uit de moestuin te laten eten. Het simpele leven op de Vietnamese boerenbuiten.

En hoewel Bắc Hà, de hoofdstad van de kleurrijke stam Flower H’mong, eigenlijk een slaperig dorp is, staat er op zondagochtend iets heel bijzonders op het programma: de zondagmarkt. Leden van verschillende stammen zakken elke zondag van heinde en ver naar de openluchtmarkt van Bắc Hà af om waterbuffels, paarden, eenden of honden te kopen, verse groenten en fruit in te slaan, kledingstukken op de kop te tikken en tussendoor te smullen van versbereide maaltijden en een kopje thee. De kleurrijk geklede Flower H’mong zijn overigens uiterst vriendelijke mensen, al kan een ijzeren maag in bepaalde gevallen – zoals het deel van de markt waar de dieren verhandeld worden – geen kwaad.

3. Te voet door de rijstvelden

Een van de belangrijkste redenen om voor noordelijk Vietnam als vakantiebestemming te kiezen, zijn de rijstvelden. Nergens anders ter wereld, tenzij misschien in Bali, oefenen rijstterrassen – met hun fantastische architecturale lijnenspel – zo’n enorme aantrekkingskracht uit. Het gros van de toeristen kiest nog steeds voor Sapa, wellicht het bekendste bergdorp van Vietnam, maar de charme van Sapa lijdt overduidelijk onder zijn immense succes. Veel rustiger en authentieker (en eigenlijk ook nóg mooier) is de rijstveldenregio van Mu Cang Chai, die misschien iets lastiger te bereiken is, maar zijn bezoekers wel onderdompelt in een groene droom. Wie hier in september of oktober naar toe trekt, kan getuige zijn van de rijstoogst, maar ook voor of na die periode is het hier puur genieten van dat surrealistische lijnenspel en de magische panorama’s gevuld met rijstterrassen, meanderende riviertjes en grazende waterbuffels. En het mooiste van al: je hoeft die landschappen hier niet te delen met duizenden andere toeristen.

4. Het Vietnamese platteland

Na die onwaarschijnlijk mooie trektocht door de rijstvelden krijgen we ‘s anderendaags, tijdens onze twee uur durende rit naar Nghĩa Lộ, nog een waaier aan unieke berglandschappen voorgeschoteld. Onderweg houden we voor de lunch en een korte wandeling halt in het dorpje Tu Le, waar we door de lokale bevolking aangespoord worden een huwelijksfeest te bezoeken. Daar krijgen we binnen de paar seconden een tafel, een bodemloze fles rijstwijn en lokale lekkernijen (enkele met insecten) voorgeschoteld. Een bijzonder vriendelijk volkje, die Vietnamezen.

Lang kunnen we helaas niet blijven op dit feest, want ook Nghĩa Lộ verdient onze aandacht. Nghĩa Lộ is een brokje puur Vietnamees platteland, waar lokale boeren grote kuddes waterbuffels door de onverharde straatjes leiden, vrouwen in die typische kegelvormige strooien hoedjes (nón lá genoemd) gewassen verbouwen en kinderen op fietsjes en in uniformpjes van school terugkeren. Authentieker dan dit wordt het leven in Vietnam niet.

5. Wegdromen in de Ha Longbaai

Het ‘pièce de résistance’, het ultieme orgelpunt, de climax van elke reis naar Noord-Vietnam, bewaren de meeste toeristen voor het laatst. De Ha Longbaai, een stukje oogverblindend UNESCO Werelderfgoed, lijkt zo uit een droom weggevaren. Meer dan zestienhonderd weelderig begroeide karstrotsen rijzen hier spectaculair op uit het smaragdgroene water in de Golf van Tolkin. Volgens de legende zijn deze eilandjes ontstaan doordat een reusachtige draak (Ha Long betekent Dalende Draak) hier in zee belandde en een deel van het land met zijn staart meenam. Alleen de hoger gelegen delen van de kust bleven boven het water uitsteken.

Om de Ha Longbaai in al zijn glorie te kunnen aanschouwen, varen we uit in de Amman Junk, een houten schip met een tiental comfortabele kajuiten. De cruiseboot zet koers richting Ti Top Island, een klein eilandje met een wit zandstrand in het hart van de Ha Longbaai. Bovenop de rots – reken op zo’n 400 treden – ligt hier een prachtige tempel die een werkelijk uniek 360 graden uitzicht biedt. ‘s Avonds gaan alle cruiseboten samen voor anker in de smaragdgroene wateren van de baai en krijgen we op het dek een laatste avondmaal voorgeschoteld.