Waarom we medelijden hebben met Ibrahim en Khalid El Bakraoui

1150

Barbaren. Klootzakken. Lafaards. De daders van de aanslagen in Brussel worden op sociale media keihard aangepakt. En meer dan terecht uiteraard. Met de eerste twee omschrijvingen zijn we het helemaal eens. Maar lafaards zijn het niet want hoe je het ook draait of keert: om jezelf op te blazen, heb je lef nodig. Zielige, aartsdomme lefgozers zijn het, die onze haat verdienen maar met wie we ook medelijden moeten hebben want ze stierven een zinloze dood.

Na een drama dat nauwelijks te vatten valt, volgen de emoties elkaar in sneltempo op. Eerst was er ongeloof. Daarna verdriet, meteen gevolgd door woede. Heel veel woede. En die woede blijft het langst hangen. Wraak moet er komen, want er is ons onrecht aangedaan. Het probleem is dat wraak amper mogelijk is als we te maken hebben met zelfmoordterroristen. Eén dader zou ontsnapt zijn, maar de anderen hebben zichzelf opgeblazen. Enerzijds is dit een opluchting, want in stukken en brokken vormen ze geen gevaar meer. Maar anderzijds blijven we allemaal ook gefrustreerd achter, want we kunnen hen niet bestraffen.

Sinds 22 maart vragen we ons af wat er in het hoofd van een zelfmoordterrorist omgaat. Hoe ver weg moet je zijn om dergelijke feiten te plegen? Hoe komt het dat iemand zo’n immense haat in zich draagt tegenover onze maatschappij, tegen onze manier van leven? De daders worden omschreven als lafaards omdat ze mensen ombrachten die zich onmogelijk konden verdedigen. Maar dat lijkt me niet de correcte omschrijving. Wie bij terreurdreigingsniveau 3 plannen blijft smeden om zware aanslagen te plegen én die plannen ook daadwerkelijk uitvoert, weet dat er slechts twee opties zijn: ofwel een jarenlange gevangenisstraf ofwel de dood. En wie ondanks deze twee weinig aantrekkelijke opties doorzet, is geen lafaard. Een onmens, dat wel.

Het zal velen wellicht verbazen, maar eigenlijk hebben we medelijden met Ibrahim en Khalid El Bakraoui. Want ze zijn een zinloze dood gestorven. Dom en naïef lieten ze zich door anderen voor de kar spannen om het vuile werk op te knappen. Ze hebben het leven van tientallen onschuldigen verwoest, maar betaalden er de hoogste prijs voor. En uiteindelijk hebben ze niets bereikt. Want ze zijn geen stap dichter bij hun kalifaat. Wel integendeel, want na elke aanval in het Westen worden de bombardementen in Syrië opgedreven. En bij ons hebben ze dan wel een verschrikkelijke wonde nagelaten, maar ook die zal helen.

Om duidelijk te maken dat we sterker zijn dan hen is het belangrijk om nu zo snel mogelijk de draad terug op te nemen en door te gaan met ons leven. Overal horen we dat de angst regeert en dat is uiteraard begrijpelijk, maar we moeten blijven reizen, grote sportwedstrijden en festivals bijwonen, samenkomen, lachen,… Op die manier steken we met z’n allen een hele grote middelvinger op naar terreurgroep Islamitische Staat en alle andere organisaties die denken dat ze met geweld hun wil kunnen opdringen.