Op 8 juni 2017 werd bekendgemaakt dat Oostende het wereldkampioenschap veldrijden mocht organiseren. Vandaag is het eindelijk zover. Het wordt een regelrecht corona-WK : 50.000 toeschouwers werden aangekondigd, nul zullen er aanwezig zijn. Het finaal doel blijft echter zoals voorheen: aan de finish ligt een mooie trui te wachten. Wie behaalt deze namiddag zijn vierde wereldtitel: de Belgische Nederlander of de Nederlandse Belg? Wout van Aert of Mathieu van der Poel?

Augustus 2019, het natourcriterium in Putte. Tussen de dernyreeksen in hokken de deelnemende renners samen in de kleedkamer. Daarbij Remco Evenepoel, Jasper Philipsen en Dylan Teuns. Ook van de partij: Toon Aerts, Belgisch kampioen veldrijden. “Dat Wout en Mathieu maar snel weer gaan crossen, want we kunnen niet meer winnen”, zeggen de wegrenners in koor. Aerts grijnst eens en denkt bij zichzelf: wij koersen al een paar jaar tegen hen, na dit ene seizoen mogen jullie nog niet klagen .

Kloof is nog groter

Anderhalf jaar later is de kloof nog groter geworden. Van Aert won in 2020 Strade Bianche, Milaan-San Remo, twee Tourritten en werd ei zo na wereldkampioen in het tijdrijden en op de weg. Van der Poel won de Ronde van Vlaanderen. Vandaag staan de twee generatiegenoten aan de start van het wereldkampioenschap veldrijden in Oostende. De voorbije zes WK’s verdeelden ze netjes onder elkaar. Zolder, Bieles en Valkenburg gingen naar de Belg, Tabor, Bogense en Dübendorf naar de Nederlander. Eén van hen mag straks de Stad aan Zee aan zijn lijstje toevoegen. Dat is ook de mening van Kurt Bogaerts, coach van Tom Pidcock. “Toen ik vorig weekend in Overijse zag hoe hoog het niveau van die twee lag, dacht ik: amai! En dat terwijl ze beiden al de hele winter zeggen dat het WK de enige cross is die er deze winter toe doet. (fronst de wenkbrauwen) Dat belooft.”

Een lange brug

Kortom: van enige concurrentie is vandaag geen sprake. Op deze omloop dan toch. De hippodroom aan de ene kant van het parcours is gesneden brood voor Van der Poel, het Noordzeestrand en de imposante tweerichtingsbrug (135 meter lang, acht meter hoog, 21 procent steil) over de Koningin Astridlaan aan de andere kant is dat voor Van Aert. Tijdens het vorige kampioenschap in Oostende, het BK in 2017, maakte hij brandhout van de tegenstand. “Na een halve ronde konden we Van Aert al niet meer zien”, herinnert tweevoudig Belgisch kampioen Klaas Vantornout zich. “Wij zaten aan de ene kant van de brug en hij aan de andere kant. En ik kan je verzekeren: het is daar in Oostende een lange brug.”

Waag geen gokje

Ook een bezoekje aan gokbedrijf Unibet levert weinig illusies op. Als je gisterennamiddag tien euro op Van der Poel of Van Aert inzette, kan je vandaag respectievelijk 17 en 21,5 euro terugkrijgen. Een gokje wagen op Toon Aerts, Laurens Sweeck of Michael Vanthourenhout, is al een aanzienlijk stuk interessanter: je krijgt immers 340 euro terug. Dat wordt het zelfs helemaal als je voor Eli Iserbyt (510 euro), Lars van der Haar, Zdenek Stybar (1.010 euro), Corne van Kessel (1.510 euro), Quinten Hermans (2.010 euro), Daan Soete, Gianni Vermeersch (3.010 euro) of Tim Merlier (5.010 euro) kiest. Kortom: je gebruikt die tien euro maar beter voor iets anders.

Minder superioriteit

Er is na de voorbije maanden één opvallende vaststelling: dat de superioriteit van Mathieu van der Poel niet meer zo groot is als de twee voorgaande winters. In Bogense en Dübendorf was er maar één favoriet. De voorbije week hoorde je zowaar vaker de naam Van Aert over de tongen rollen. Mario De Clercq, met zijn drie wereldtitels toch een ervaringsdeskundige, is wel heel erg resoluut: “In oktober zei ik dat Wout wereldkampioen wordt en neen, ik ben helemaal nog niet van mening veranderd.”

Feit: het is de vier maanden oudere Wout van Aert die het voorbije jaar de grootste stap vooruit heeft gezet. Alle signalen wijzen erop dat de allerbeste versie van Van Aert deze namiddag Mathieu van der Poel voor WK-goud zal bekampen, want na de perikelen bij Veranda’s Willems in 2018, de daaropvolgende contractbreuk en de zware val in de Tour van 2019 heeft onze landgenoot zijn carrière helemaal op het juiste spoor gekregen.

Team Jumbo-Visma

De match met zijn team Jumbo-Visma is wonderbaarlijk perfect. Van Aert is dan ook bijna een halve Nederlander – zijn grootouders zijn er geboren en getogen. Het contact met de pers gebeurt strikt, maar wordt vanuit zijn team uitstekend gecoördineerd. En recent tekende hij een nieuw en verbeterd contract tot eind 2024. Daarnaast loopt ook privé alles op wieltjes – zijn pasgeboren zoontje Georges moet hem vleugels bezorgen – speelt Van Aert in Oostende een thuismatch en houdt hij van het zand. Plus: hij heeft vorig weekend in de Druivencross een tikje uitgedeeld. “Ik stel de voorbije maanden vast dat ze er na elke wedstrijd allemaal heel moe uitzien, ook Van der Poel”, zegt Kurt Bogaerts. “Men zei de voorbije winters dat hij in crossen weinig lactaat aanmaakte. Wel, in Overijse zal hij toch wat lactaat aangemaakt hebben.” Ook Van Aert heeft dat natuurlijk in de mot. “Het was deze winter vooral heel fijn om opnieuw de aansluiting met Mathieu te maken. Dat was lang geleden”, merkte hij vrijdag na de eerste parcoursverkenning fijntjes op.

De pijn van Pau

De pijn van Pau is Van Aerts geluk (bij een ongeluk) geweest. Na zijn zware val in de Zuid-Franse stad tijdens de Tour van 2019 moest hij maandenlang revalideren om opnieuw een normaal leven te kunnen leiden en de renner te worden die hij was. Het is anders gelopen. Van Aert is niet de renner geworden die hij was. Hij is een nog betere versie geworden. Vroeger keek hij op het einde van het seizoen uit naar een periode zonder fiets. Nu kijkt hij op het einde van het seizoen uit naar zijn eerste training van het nieuwe seizoen. Zijn goesting om zijn job tot in de perfectie uit te voeren, is nooit groter geweest. Goesting, het is de grootste troef die een topsporter kan hebben en die het verschil kan maken als het op details aankomt.

De grootste goesting

Vandaag in Oostende zal het op details aankomen. Zou de intrinsiek iets meer getalenteerde Mathieu van der Poel na drie regenboogtruien en 142 overwinningen in het veld ook nog zoveel goesting hebben? Deze namiddag omstreeks 16.20 uur weten we meer, maar sowieso wordt tussen het Noordzeestrand en de Wellingtonrenbaan iemand voor de vierde keer in zijn carrière wereldkampioen veldrijden. En neen, het zal niet Zdenek Stybar zijn. Het wordt een Nederlandse Belg uit Herentals of een Belgische Nederlander uit ‘s-Gravenwezel… Misschien dan toch maar eens een gokje overwegen?