Corona. Het virus heeft ook dit land in zijn greep. Het virus legt ook dit land plat. Vandaag, zondag 15 maart, had een feest moeten zijn voor de welzijnswereld, namelijk de Dag van de Zorg. Het wordt een feest in mineur. Wij praten met Wouter Beke (CD&V), Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid. Over de moeilijke strijd tegen het virus, zijn omstreden welzijnsbeleid en de federale impasse.

Woensdagmiddag. Een desolate sfeer hangt in het station van Brussel-Noord. Het kabinet van Wouter Beke is om de hoek, in het Ellipsgebouw langs de Koning Albert II-laan. Een vreemde sfeer hangt ook op straat. Mensen ontwijken elkaar, houden afstand aan de verkeerslichten. Het voelt surreëel aan. Op het kabinet word ik vriendelijk, maar kordaat verzocht eerst mijn handen te wassen in het toilet. De minister begroet me op een aparte manier. Met de elleboog. “Ik zal de man zijn die zijn volk leerde met de ellebogen werken”, knipoogt hij, om meteen serieus toe te voegen. “We vragen iedereen om géén handen meer te schudden. Dat is een belangrijke preventieve maatregel.”

Beke heeft net overleg gepleegd over nieuwe maatregelen voor de woonzorgcentra. Die worden tot na de Paasvakantie hermetisch afgesloten van de buitenwereld. “Ik ben héél bezorgd om de meest kwetsbaren in onze samenleving.” De minister zwijgt even en denkt na. Hij zal dat vaak doen in dit gesprek. Zijn woorden wikken en wegen, meer nog dan anders. “Dit virus is ernstig. Dit kan niet meer weggelachen worden. We zitten nu in de versterkte fase twee. We proberen het virus in te dijken. Dat is een grote uitdaging voor de overheid én voor de bevolking. (zwijgt even) Of we gaan slagen, weten we niet. Dat moeten we eerlijk toegeven.”

De minister begroet journalist Paul op een aparte manier. Met de elleboog.

Meer en meer mensen gaan vrijwillig in quarantaine. Dat is beangstigend.

Wie gezond is, moet gaan werken. Maar we mogen geen nodeloze risico’s nemen. We nemen daarom vooral preventieve maatregelen voor de meest kwetsbaren. Als er nu een stevige piek zou komen van het aantal besmettingen, dan zou dat een grote druk zetten op onze ziekenhuizen. Dat is wat in Italië gebeurt. We willen daarom de piek spreiden in de tijd.

Alle ouderen worden van de buitenwereld afgesloten. Ik ga de vraag cru stellen, maar wat is een leven waard zonder menselijke relaties?

Ik begrijp die vraag heel goed. Dat is ook mijn bezorgdheid. (lang stil) We doen dit om de volgende fase te vermijden. Maar dit mag geen permanente situatie worden. Ik hoop dat de verspreiding van het virus na de Paasvakantie onder controle is. Daarna zien we verder.

Wanneer kan dit stoppen, denkt u?

Ik weet dat niet. De specialisten die mij advies geven, durven daar geen termijn op kleven. Dit is geen exacte wetenschap. Dit gaat over het gedrag van mensen. We vragen daarom dat élke mens zijn verantwoordelijkheid opneemt. (denkt na) Er zijn virologen die stellen dat de warmte van de zomer het virus kan verdrijven. Er zijn ook anderen. Ik hóóp dat dit na de zomer voorbij is, maar ik durf dat niet met zekerheid te zeggen. Ik weet wel dat onze labo’s álles geven om een vaccin te vinden.

Dat zou nog meer dan een jaar duren. Of weet u meer?

Neen. Men werkt daar wereldwijd met man en macht aan.

Het virus leidt ook tot complottheorieën. Eén daarvan is dat de overheid belangrijke informatie verzwijgt omdat het virus gevaarlijker is dan wordt aangenomen. Zou dat denkbaar zijn?

Neen. Ik geloof niet in complottheorieën. Die zijn vaak gevaarlijk. De anti-vaxxers bijvoorbeeld: die geloven niet in vaccinaties tegen de griep. Wie dat beweert, speelt met de volksgezondheid. (denkt na) Ik baseer mij voor mijn beleid en mijn communicatie op experten. Ik heb geen énkele aanwijzing dat die mensen niet vrijuit zouden praten. De mensen mogen de overheid vertrouwen. Transparantie is trouwens heel belangrijk in een crisis zoals deze. Dit gaat voor één keer niet over politiek.

Is dat zo? Ik zie nochtans een politiek steekspel tussen N-VA en premier Sophie Wilmès (MR) over corona.

Ik vind dat ongepast. Ik ga daar niet aan meedoen. Ik werk al weken intensief samen met andere partijen en regeringen. Ik heb ook kansen gekregen om iemand de voet te lichten, maar dat zou onverantwoord zijn. We hebben vandaag een crisis te beheersen. Dat is al wat telt.

Vandaag had eigenlijk een feest moeten zijn voor u?

Dat is zo. Maar uitstel is geen afstel. We voorzien een nieuwe datum voor de Dag van de Zorg, voorlopig zondag 7 juni. Dat is een belangrijke dag voor de sector. Dan kan getoond worden hoe onze instellingen werken en vooral ook hoe onze mensen werken. We mogen héél fier zijn op hen.

“De mensen mogen de overheid vertrouwen. Transparantie is heel belangrijk in een crisis zoals deze.”

Het zijn nochtans die mensen die op straat komen tegen uw beleid. Begrijpt u de woede?

(blaast) Ik ga dat nuanceren. We zitten in het begin van de legislatuur. Dan zien de mensen alleen de eerste maatregelen. We doen inderdaad enkele besparingen, maar we doen dat om extra ruimte vrij te maken. Deze regering zal twee miljard extra investeren in welzijn. Meer was niet mogelijk, want deze regering investeert ook in andere noden. Dát zijn de feiten.

Maar u bespaart eerst 300 miljoen euro. Waarom is dat nodig?

De échte besparing is 90 miljoen euro. De rest is een vertraging van groeipaden. Ik ga een concreet voorbeeld geven. We vragen aan gehandicapteninstellingen een besparing op de organisatiekosten van 40 miljoen euro. Dat is geen makkelijke maatregel, dat vraagt inspanningen. Maar we kunnen met die middelen duizend mensen van de wachtlijsten halen. Dat is één voorbeeld. We besparen op werkingskosten om méér mensen te helpen.

Was het fout van u om ook te besparen op preventie? Dat lokte veel woede uit.

U bedoelt op de geestelijke gezondheidszorg?

Inderdaad, zoals zelfmoordpreventie.

Ik geef toe: ik ben daar te snel gegaan. Ik wist dat er op het einde van het jaar mogelijkheden zouden zijn om die besparing te corrigeren met eenmalige middelen. (aarzelend) We hadden dat op een meer serene manier kunnen brengen. Preventie is héél belangrijk voor mij.

De langste wachtlijst is die van de gehandicaptenzorg, waarop 15.000 mensen staan. Om die weg te werken, zou 1,6 miljard euro nodig zijn. Is dat écht onoverkomelijk? De Vlaamse overheid heeft een budget van 45 miljard euro. 

Dat is deze legislatuur onoverkomelijk, ja. Of we zouden geen extra inspanningen kunnen doen voor ouderenzorg, jeugdhulp en kinderopvang. Ik denk niet dat iemand dat wil. We spreiden onze inspanningen. Voor de gehandicaptenzorg voorzien we 400 miljoen euro extra. (voorzichtig) Er is vooraf helaas een te hoog verwachtingspatroon gecreëerd door sommigen. Dat kan onmogelijk ingelost worden. Ik ben daar eerlijk in.

U bent de minister van Nooit Genoeg?

Dat is zo. Ik kan niet iedereen helpen.

U kan de zorgpremie optrekken.

Ik zou dat moeten optrekken tot 1.000 euro om alle noden te dekken. Dat gaan we niet doen. De zorgpremie is vijf jaar geleden verdubbeld. Ik herinner mij dat men toen op straat kwam om te protesteren. Die verdubbeling heeft wel geleid tot een hoger budget. Deze legislatuur verhogen we dat budget opnieuw, maar op een andere manier, onder andere door de afschaffing van de woonbonus.

“Ik vind het politiek steekspel ongepast. Ik ga daar niet aan meedoen.”

U zou ook minder geld kunnen verspillen aan randzaken. De kook-app van een half miljoen euro is één voorbeeld. Een ander voorbeeld is de aankoop van het Amerikaans theater voor 34 miljoen euro.

(ontwijkend) Ik ga akkoord dat de overheid haar middelen moet inzetten op de kerntaken. De SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, red) heeft aangetoond dat deze regering haar extra middelen vooral investeert in welzijn en lokale besturen. Dat zijn de kerntaken. Dat sommige middelen beter georiënteerd kunnen worden: oké. Maar ik ga geen kritiek geven op andere departementen. Die app was trouwens al beslist beleid.

De ouderenzorg is een andere heikele zaak. Een woonzorgcentrum kost gemiddeld 1.800 euro per maand. Vindt u dat redelijk?

Het gaat over gemiddeld 59 euro per dag. De totale kostprijs is 130 euro per dag. De overheid legt dus al veel bij. Is dat dan redelijk of niet? (zwijgt even) Dat zal voor sommigen te veel zijn. Dat begrijp ik. Die mensen helpen we ook. Met de pot van de zorgpremie geven we élke bewoner van een woonzorgcentrum 130 euro per maand. Deze regering kijkt daarnaast voor een extra tegemoetkoming die niet afhankelijk is van zorgzwaarte, maar voor iedereen geldt. We mikken op 400 euro extra. Dat moet zorgen voor een betaalbare factuur.

Waarom geen maximumfactuur instellen?

Omdat dat een fausse bonne idee is. Dat zou het probleem alleen maar verschuiven. Iemand moet de kosten betalen.

Wat wordt algemeen de stempel van Wouter Beke op het welzijnsbeleid?

(denkt na) Ik wil de minister zijn van de meest kwetsbaren. Ik wil daarom ook het debat openen over kwetsbaarheid. Ik heb onlangs het boek ‘De Kracht van Kwetsbaarheid’ gelezen van Brené Brown. Dat heeft diepe indruk gemaakt. We zijn allemaal kwetsbaar, vroeg of laat. We moeten daarover durven spreken.

Vlamingen kunnen dat niet goed. Dat zou één reden zijn voor de hoge zelfmoordcijfers.

(pikt in) Dat is het punt dat ik wil maken. We durven te weinig praten over onze kwetsbaarheden. De Vlaming is een binnenvetter. Dat heeft een gigantische kost, economisch én maatschappelijk. Ik wil dat debat openen. Durf uw kwetsbaarheid tonen. Dat ligt in de lijn van mijn ideologische overtuiging. In mijn eerste boek ‘De Mythe van het Vrije Ik’ schreef ik al over die menselijke relaties. We hebben anderen nodig om écht mens te worden.

Dat is wat ik zonet bedoelde met mijn opmerking over woonzorgcentra. Wat is een leven waard zonder menselijke relaties?

(knikt) Dat is een belangrijke toetssteen voor mij, ook in deze crisis. Wat is het gevolg van een maatregel voor menselijke relaties? Het sluiten van de woonzorgcentra voor bezoekers was daarom geen makkelijke maatregel.

U krijgt dankzij corona wel de kans om te tonen dat u krachtig beleid kan voeren.

(droog) Ik had liever geen corona meegemaakt.

U kreeg veel kritiek omdat u uzelf minister maakte. Is het niet logischer dat een voorzitter een stap terugzet na een verkiezingsnederlaag?

Ik heb een stap teruggezet als partijvoorzitter. Dat was zelfs geen punt voor mij. (fijntjes) Er zijn er die grotere nederlagen lijden, maar dat niet doen. Ik heb daarna enkele belangrijke mensen in de partij om advies gevraagd. Wat zouden zij doen met Wouter Beke? Dat waren geen makkelijke gesprekken. (even stil) Dat heeft uiteindelijk geleid tot deze beslissing. Dit was dus geen individuele beslissing.

Dat viel niet goed in de partij.

(kort) Dit is goedgekeurd door tachtig procent van de leden.

Iets anders. Welke bolleke hebt u gekleurd op de vraag of een Vlaamse meerderheid nodig is in een federale regering?

Ik heb gestemd zoals de meeste leden van mijn partij. Ik denk inderdaad dat een Vlaamse meerderheid het beste zou zijn.

Is dat een voorwaarde?

Dat laat ik over aan de nieuwe voorzitter. Ik heb me negen jaar mogen amuseren met dit soort vragen. (lacht)

Dat was destijds met de regering-Di Rupo geen voorwaarde.

(protesterend) U moet het verhaal helemaal vertellen. We hadden wel een Vlaamse meerderheid voor een staatshervorming. We hebben toen meer dan een jaar onderhandeld over een regering met PS en N-VA. De N-VA wou uiteindelijk niet in een regering stappen. Ik stond toen voor een zware keuze: ofwel nieuwe verkiezingen, ofwel met een communautair akkoord onder de arm voor de regering-Di Rupo gaan. We zaten in volle Griekse crisis. Ik heb voor de tweede optie gekozen. De situatie vandaag is anders.

Vrijdagmiddag. Het virus heeft het land helemaal in zijn greep. De Vlaamse regering heeft enkele moeilijke knopen moeten doorhakken. Na de woonzorgcentra gaan ook de scholen en de horecazaken dicht. Het openbaar leven valt stil. Wouter Beke: “Dit is voor vele mensen ongezien. Ook voor mij. Dat vraagt serieuze opofferingen, van iedereen. Maar we moeten dit sámen doen, zodat we er sámen uit geraken. Ook de meest kwetsbaren. Hén beschermen is nu onze plicht.”

(foto’s Christophe De Muynck)