LOUVAIN-LA-NEUVE – “We houden best enkele kerncentrales langer open, op voorwaarde dat de veiligheid gegarandeerd is.” Die opmerkelijke uitspraak doet professor Jean-Pascal van Ypersele aan de vooravond van de internationale klimaattop. Wij hebben een exclusief gesprek met deze wereldvermaarde wetenschapper over de staat van het klimaat en het (non-) beleid van de Vlaamse en Belgische politiek.

 

Zijn familie, van Ypersele de Strihou, behoort tot de meest gewaardeerde adel van dit land. Zijn overgrootvader was de advocaat van de Aalsterse priester Daens die aan het einde van de negentiende eeuw streed voor meer arbeidersrechten. Zijn oom was de alwetende kabinetschef van koning Boudewijn en koning Albert II. Jean-Pascal koos een ander pad, dat van academicus en klimaatwetenschapper. Zijn dagelijkse habitat is het Mercatorgebouw van de katholieke universiteit van Louvain-la-Neuve, waar wij ook afspraak hebben op een ontiegelijk vroege maandagochtend. Van Ypersele, die vlekkeloos Nederlands praat, bekleedt er een gewoon kantoor, wars van adellijke sier. Op zijn vest pronkt een pin met het opschrift ‘never give up’, heel toepasselijk voor de strijd die hij voert.

Eén jaar geleden zat deze professor prominent in het nieuws door een brief die hij schreef aan zijn achterkleinkinderen over de klimaatopwarming en het getreuzel van de politieke elite om maatregelen te nemen. Dat was niet toevallig aan de vooravond van de jaarlijkse klimaatconferentie van de Verenigde Naties. “Ik wou in die brief mijn hoop uitdrukken dat de toekomstige generatie niet te veel schade zou ondervinden van het beleid van mijn generatie. Hun leven wordt in grote mate bepaald door wat wij vandaag doen. Of niet doen.”

Ik moet bekennen dat de tranen mij in de ogen staan”, zo schreef u. Dat is ongewoon emotioneel voor een wetenschapper.

Dat klopt. Maar dat was de waarheid. (even stil) Ik doe al meer dan veertig jaar onderzoek naar de klimaatopwarming. Evenveel jaar al trekken mijn collega’s en ik aan de alarmbellen, zonder dat er evenwel geluisterd wordt naar ons. De uitstoot van CO2 blijft jaar na jaar stijgen. Wij worden niet gehoord. Dat is zeer frustrerend. Dan kan je al eens emotioneel worden. De klimaatopwarming leidt tot grote rampen. Zie de overstromingen in Venetië. Zie de vele hittegolven deze zomer. Of het noodweer op Pukkelpop enkele jaren geleden. Er zijn dodelijke slachtoffers gevallen, hè. En dat is nog maar het begin. Wie zal écht schade ondervinden van de klimaatopwarming? Uw kleinkinderen. Mijn achterkleinkinderen.

Zijn die rampen allemaal het gevolg van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2?

Als de aarde opwarmt, dan zijn er meer hittegolven. Dat is logisch. De voorbije zomer zijn er in ons land 716 mensen gestorven aan drie kleine hittegolven. Die link wordt al te vaak vergeten. Anderzijds is ook de extreme regenval een gevolg daarvan. De toename van de temperatuur leidt namelijk tot meer waterdamp in de atmosfeer. De opwarming van de aarde is dan weer duidelijk het gevolg van de uitstoot van broeikasgassen. Het antwoord op uw vraag is dus ja. De uitstoot leidt tot méér en intensere hittegolven en tot méér extreme regenval.

Is dat de schuld van de mens? Sommigen twijfelen daaraan.

Wie daaraan twijfelt, komt dertig jaar te laat. De grote invloed van de mens op de klimaatopwarming werd toen al wetenschappelijk aangetoond. De mens is verantwoordelijk voor de ontbossing en voor de verbranding van fossiele brandstoffen, wat leidt tot meer broeikasgassen.

“De keuze is duidelijk: ofwel de dijken verhogen, ofwel de mensen verhuizen naar het binnenland.”

We zijn nu één jaar na de publicatie van uw brief en staan opnieuw aan de vooravond van een klimaatconferentie (van 2 tot 13 december in Spanje). Is er iets veranderd?

Ik denk dat wel. De burgers zijn in beweging gekomen. Vooral de jeugd dan. De dag dat mijn brief gepubliceerd werd, kwamen in Brussel haast honderdduizend mensen op straat. Daarna kwamen wekelijks tienduizenden jongeren op straat. Dat was een sterk signaal van het groeiend bewustzijn onder de bevolking.

De wereld heeft Greta Thunberg leren kennen, en Vlaanderen Anuna De Wever.

(knikt) En Kyra Gantois. En Adélaïde Charlier, het gezicht van de beweging in Franstalig België. Ik bewonder die jongeren. Wat zij doen, is ontzettend belangrijk. De politiek kan misschien een wetenschappelijk rapport negeren, maar ze kan dat niet doen met een breed gedragen protestbeweging.

Is dat wel zo breed gedragen? Zegt de verkiezingsuitslag van 26 mei niet iets anders?

Wie dat oppervlakkig bekijkt, zou dat kunnen denken. Maar wie dat goed analyseert, ziet dat veel jongeren gestemd hebben voor partijen die van klimaat een prioriteit maken. Dat stemt mij hoopvol. Maar ik ben geen politiek wetenschapper, dus ik ga daar geen grote uitspraken over doen.

De jongeren wekken wel weerstand op. Dat kan u niet ontkennen?

Dat is inderdaad zo. Ik heb daarover een vrije tribune geschreven inde Franse krant Le Monde. De titel was ‘Greta dérange, comme la vérité’. Dat was een knipoog naar de klimaatfilm van Al Gore, An Inconvenient Truth. Greta en de andere jongeren brengen een ongemakkelijke waarheid. Dat is volgens mij de voornaamste reden waarom ze weerstand opwekken.

“Ik begrijp de Vlaamse regering niet. De gevolgen van de opwarming zullen dramatisch zijn voor Vlaanderen, meer dan voor Wallonië.”

Maar niet de enige reden?

Wellicht niet, neen. Ik zie dat vooral oudere mannen kritiek hebben. Dat zijn dan de zogenaamde klimaatsceptici. Al gebruik ik dat woord niet graag. Een sceptische houding is gezond en moet zelfs aan de basis liggen van elke wetenschappelijke methode. Ik noem die mensen liever de verwarringzaaiers. Zij zetten die jongeren graag weg als naïef en onwetend. Zij voelen zich bedreigd, zeker? Maar hun kritiek klopt niet. Ik ken Greta persoonlijk. Zij is niet gek. Ik kan u verzekeren dat zij meer weet over het klimaat dan veel politici. Dat geldt natuurlijk niet voor elke jongere. Maar kunnen we dat verwachten? Neen, toch? Zij komen op straat om een signaal te geven.

Als we de planeet willen redden, dan moeten we radicaal anders leven. Dat is de ongemakkelijke waarheid van Greta en Anuna. Akkoord?

We gaan op een andere manier moeten produceren en consumeren, ja.

Dat betekent niet meer vliegen.

Of toch zo weinig mogelijk. Voor een weekendje weg naar de Costa del Sol vliegen, zou niet meer mogen.

Dat betekent ook geen vlees meer eten.

Of toch minder vlees. U ziet: ik probeer genuanceerd te zijn. (lacht) We gaan minder vlees moeten eten,  dat staat vast. En het vlees dat we eten, moet duurzaam geproduceerd worden. Maar dat hoeft toch geen probleem te zijn? Elke dokter zal u zeggen dat te veel rood vlees niet goed is voor de gezondheid. Dat kan dus een win-win zijn. (denkt na) Kijk: we gaan inderdaad anders moeten leven. Dat betekent vooral minder en schonere energie verbruiken. Maar dat betekent niet dat we terug de grot in moeten. Wie dat beweert, doet aan bangmakerij.

“Ik ken Greta Thunberg. Zij is niet gek. Ik kan u verzekeren dat zij meer weet over het klimaat dan veel politici.”

Het akkoord van Parijs van 2015 stelt dat de opwarming beperkt moet blijven tot anderhalve graad. Kan dat eigenlijk nog gehaald worden?

Dat is een goede vraag. De opwarming is al volop bezig. We zijn nu al meer dan één graad gestegen in vergelijking met het pre-industriële tijdperk (halfweg de negentiende eeuw, red). In theorie is die doelstelling nog steeds haalbaar, maar in de praktijk wordt dat moeilijk. Als de opwarming niet beperkt wordt tot anderhalve graad, dan zullen de gevolgen nóg erger zijn dan aanvankelijk gedacht. Zelfs een halve graad meer zou een groot verschil maken, blijkt uit een alarmerend rapport van het IPCC van vorig jaar (het klimaatpanel van de Verenigde Naties, red).

Wat zou dat betekenen voor ons land?

Zoals ik al zei: méér hittegolven en méér extreme regenval. Daarnaast zal Vlaanderen geconfronteerd worden met een stijgende zeespiegel.

Als ik nu aan de kust woon, denk ik dan best aan verhuizen?

Dat zal voor u een beetje vroeg zijn. Maar als u dat appartement aan uw kleinkinderen wil doorgeven, dan gaat u best even nadenken. Als het beleid niet verandert, dan kan de zeespiegel met 60 tot 110 centimeter stijgen tegen 2100. (even stil) Misschien zelfs meer.

Wat moet dan gebeuren? De dijken optrekken?

(knikt) Nederland is zijn dijken met twee à drie meter aan het verhogen. Vlaanderen lijkt daar echter niet mee bezig te zijn. De keuze is nochtans duidelijk: ofwel de dijken omhoog, ofwel de mensen verhuizen naar het binnenland.

Wat vindt u van de klimaatambitie van de Vlaamse regering?

Veel te weinig. (zucht) Men wil tachtig procent minder uitstoot tegen 2050. Ik kan daar duidelijk over zijn: dat is niet genoeg. Het regeerakkoord is frustrerend om te lezen. (wikt zijn woorden) Ik begrijp de regering niet. De gevolgen van de klimaatopwarming zullen dramatisch zijn voor Vlaanderen, meer dan voor Wallonië. En toch doet men zo weinig. Ik weet het: Vlaanderen alleen zal de opwarming niet tegengaan. Maar het is spijtig dat een welvarende regio zo weinig ambitieus is. Wat gaat men dan verwachten van landen met minder technologie, middelen en geweten?

Is het anderzijds wel realistisch wat u zegt? U schreef in een nota aan de federale onderhandelaars dat België moet streven naar nul uitstoot tegen 2040.

Dat is zéker realistisch. Maar dan moet eindelijk een breed gedragen plan opgesteld worden. Alle stakeholders moeten daarin betrokken worden. De politiek, de economie, noem maar op. Men moet duidelijke doelstellingen neerschrijven voor élke sector. Voor de energie, de huizenbouw, de transport, de landbouw, enzovoort. Alleen dan kan dit land een stap vooruit zetten.

“We houden best enkele kerncentrales langer open, op voorwaarde dat de veiligheid gegarandeerd is.”

De planeet redden, zal ook geld kosten. Dat is ook deel van de ongemakkelijke waarheid.

Dat klopt. Maar de planeet niet redden, zal veel meer kosten. De politiek en ook de burgers moeten dat eens goed gaan beseffen. Alle overheden van dit land zouden prioritair moeten inzetten op de prijs van vervuiling. De vervuiler moet meer betalen. Dat kan met de invoering van rekeningrijden. Ik vind het jammer dat Vlaanderen en Wallonië dat niet doen. Dat kan ook met de invoering van een CO2-taks. De opbrengst moet op twee manieren aangewend worden. Enerzijds voor de financiering van alternatieven, het openbaar vervoer bijvoorbeeld, anderzijds voor sociaal beleid, zodat ook de laagste inkomens mee kunnen.

Wat moet er gebeuren met de kerncentrales? Moet dat debat opnieuw gevoerd worden?

Dat debat wórdt gevoerd. Dat is niet gesloten. Ik heb dertien jaar geleden, in een rapport voor de toenmalige Energieminister Marc Verwilghen (Open VLD), geschreven dat ik tegen de bouw van nieuwe kerncentrales ben. Mijn visie is niet veranderd. Dat kost te veel geld, blijkt uit buitenlandse voorbeelden.

Maar we zijn niet gewapend om een sluiting in 2025 op te vangen. We hebben onvoldoende alternatieven.

Dat klopt. We hebben veel tijd verspeeld. We houden daarom best enkele centrales langer open, op voorwaarde dat de veiligheid gegarandeerd is. Ik ben geen voorstander van nucleaire energie, maar de bestaande centrales zijn nu eenmaal de goedkoopste bronnen. Ik zie dat anderen pleiten voor gascentrales in de transitiefase, maar gas is een fossiele brandstof en dus vervuilend. Als de kerncentrales langer openblijven, dan moet aan de uitbater wél een hogere nucleaire rente gevraagd worden. Die moet dan geïnvesteerd worden in alternatieve energiebronnen.

Een laatste vraag. Klopt het dat u een nieuwe gooi wil doen naar het voorzitterschap van het IPCC?

Ja. Dat zal wellicht in 2022 zijn. Ik heb in al die jaren veel ervaring opgebouwd op de interface van wetenschap en politiek. Ik zetel bijvoorbeeld in de federale raad voor duurzame ontwikkeling. Ik ben ook adviserend lid van het Belgische team op de klimaatconferentie in Spanje. Ik kén de politiek, ik kén de moeilijkheden waarmee de politiek worstelt. Bovendien vind ik niet dat de huidige voorzitter (de Zuid-Koreaanse professor Hoesung Lee, red) goed werk levert. Ik denk dat ik beter kan. (lacht)