INGELMUNSTER – Het voorbije jaar was een grand cru voor Yves Lampaert. De 27-jarige West-Vlaming was een cruciale schakel in de succesvolle wolfpack van Quick-Step. Hij schreef Dwars door Vlaanderen en de Belgische titel bij op zijn palmares en groeide uit tot chouchou van wielerminnend Vlaanderen. Al heeft dat laatste óók te maken met zijn ontwapenende aard.

“Lampaert blijft in alle omstandigheden zichzelf: dat is wat hem zo ontwapenend charmant maakt.” Het is een citaat van Ann De Craemer, schrijfster en gek van wielrennen. Lampaert lacht ietwat verlegen als ik hem dit voorleg. Of het klopt, wil ik weten. “Ik vind het moeilijk om over mezelf te praten”, zegt hij. “Maar oké, ik denk wel dat dat klopt. Ik ben een normale jongen. Ik beleef plezier aan mijn leven en straal dat wellicht ook uit. Ik ben inderdaad altijd en overal mezelf. Ik zou niet weten wie ik anders moet zijn. Ik zeg wat ik denk. Al kan dat ook gevaarlijk zijn. Een uitspraak kan je lange tijd achtervolgen.”

Zegt de man die skart’n introduceerde in het peloton.

(lacht) Voilà. Maar je kan ook iets onbezonnen zeggen vlak na een koers. Je moet soms goed opletten. Maar goed, de mensen waarderen mij blijkbaar om wie ik ben. Dat geeft mij voldoening. Ik ben zo opgevoed: voeten op de grond. Dat zal niet snel veranderen.

Wat betekent skart’n ook alweer?

Echt à la limite moeten koersen om mee te kunnen. Het grappige is dat meer en meer coureurs dat woord gebruiken. Zij kunnen zich natuurlijk goed inleven in de betekenis daarvan.

Judo was jouw eerste sport. Hoe is wielrennen op je pad gekomen?

Judo ligt stil in de zomer. Ik wou mijn conditie onderhouden met wat koersen en duatlons. Mijn eerste koers was het Belgisch kampioenschap voor boeren en boerinnen. Maar dat was helemaal geen succes. (lacht) Ik was zestien toen. In diezelfde tijd pakte ik de zwarte gordel in judo. Toch zag ik geen toekomst meer in die sport. Ik zat niet op de topsportschool in Merksem en voelde dat ik daarom minder kansen kreeg op internationaal vlak. Ik was de goesting wat kwijt. Mijn nonkel en mijn neef (Stijn Neirynck, een ex-prof, red.) stimuleerden mij om verder te koersen.

Zag je daarin wel toekomst?

(lacht) Maar neen, gij. Ik vond dat vooral tof om te doen. Ik had nooit durven denken dat ik prof zou worden.

“De mooiste aanbieding kwam van Bora. Maar soms moet je gewoon je hart volgen.”

Landbouwer worden en het bedrijf van je ouders overnemen, was dat je plan?

Neen, ook niet. Het lag toen al vast dat mijn oudere broer de zaak zou overnemen. Wij zijn met drie thuis, en hij was de grootste werker. Mijn jongere zus en ik gingen iets liever naar school. Ik heb een bachelor in de agro-industrie op zak. Ik zou wellicht wel iets gedaan hebben in de landbouw, vertegenwoordiger voor een merk of zo. Veel van mijn klasgenoten zijn die richting uitgegaan. Ik heb veruit het meest speciale leven van allemaal.

En ook het mooiste leven?

Ik vind van wel. Maar ik kan me voorstellen dat een ander zou zeggen van niet.

Jij bent opgegroeid op een boerderij. Is dat zo idyllisch als soms wordt voorgesteld?

Absoluut niet. Dat is vooral verdomd hard werken. Je moet ook financiële risico’s nemen, grote investeringen doen. Neen, die stiel wordt best niet onderschat. (zucht) En hoe zij soms behandeld worden door de politiek of door de grote fabrieken, neen, ik zou het niet willen doen. Let op: ik heb wel een fantastische jeugd gekend. Ik moest werken van mijn ouders, maar ik kreeg ook alle kansen. Na het werk mocht ik gaan trainen. Zo gaat dat.

Help je nog mee in de zaak?

Zelden. Als je voor Quick-Step rijdt, kom je elke koers met je tong in je spaken over de meet. Je kan niet anders dan rusten nadien. Dat is anders als je voor Topsport Vlaanderen rijdt. Ik hielp nochtans graag mee, hoor. Ik heb mij machtig geamuseerd als kind. Planten en patatten oogsten bijvoorbeeld. Al is niet alles even tof. Courgettes trekken, zeker als het warm is, is beulenwerk. Of prei uitdoen als het nat is: dat is tjolen.

Wie is de belangrijkste figuur in je carrière?

(denkt lang na) Wim Van Hecke. Dat was een man uit de streek. Wij hebben elkaar voor het eerst ontmoet op een barbecue van de KLJ. Hij was toppezot van de koers. Hij geloofde écht in mij, nog vóór ik in mezelf geloofde. Omdat mijn ouders geen tijd hadden om naar elke koers te rijden, nam hij die taak over. Hij zorgde ervoor dat ik overal op tijd aan de start verscheen. Dat zou zonder hem niet gelukt zijn. (lacht) Hij soigneerde mij ook na de koers. Wim is mij altijd blijven volgen. Tot drie jaar terug. (even stil) Dan is hij plots overleden. Iets aan zijn hart. Hij was nog maar goed vijftig jaar oud. Zonder hem zou ik wellicht als belofte al gestopt zijn.

En Patrick Lefevere?

Hij speelt ook een belangrijke rol. Patrick volgt mij al heel lang. Ik heb nog voor zijn jeugdteam gereden. Dan ben ik naar Topsport Vlaanderen vertrokken waar ik prof kon worden. Daar is hij mij in 2015 opnieuw komen halen. Ik denk wel dat hij het goed met mij meent. Ik zie hem als een mentor. Al is mijn belangrijkste klankbord in de ploeg toch Tom Steels. Ik kan altijd terecht bij hem.

“Ik genoot van die rol
van vrijbuiter. Maar ik denk
dat ik nu klaar ben om
echt kopman te zijn.”

Je hebt nu voor twee jaar bijgetekend. Had je andere mogelijkheden?

Ja. De mooiste aanbieding kwam van Bora. Maar waarom zou ik vertrekken? Soms moet je gewoon je hart volgen. Ik voel me goed bij Quick-Step.

Niki Terpstra vertrekt. Zal dat iets aan jouw status veranderen?

Patrick heeft al gezegd dat hij meer van mij verwacht. We gaan komend voorjaar met drie speerpunten werken: Stybar, Gilbert en ikzelf. Ik zie dat helemaal zitten. De voorbije twee jaar heb ik veel vertrouwen opgedaan. Ik genoot van die rol van vrijbuiter. Je kan ontspannen koersen. Maar ik denk dat ik nu klaar ben om echt kopman te zijn.

Hoe kijk je terug op het voorbije jaar?

Ik vond het persoonlijk nog beter dan vorig jaar, toen ik écht doorbrak. Ik heb weliswaar minder gewonnen, maar ik voel dat ik fysiek sterker ben geworden. Ik heb bijvoorbeeld de bergritten in de Tour vlot overleefd. Vorig jaar was ik helemaal kapot na de Vuelta. Nu ben ik comfortabel tachtigste geëindigd in Frankrijk. Dat is een grote stap vooruit.

Als je eens mag dromen, welke koers zou jij liefst winnen?

Parijs-Roubaix. Ik vind die klassieker nog mythischer dan de Ronde van Vlaanderen. Die kasseien, al dat stof, die gezichten die nadien getekend zijn: ik ben daar zot van.

Wat is de grootste tegenslag geweest in je leven?

Dat is een moeilijke vraag. (denkt lang na) Ik heb één zwaar jaar meegemaakt. Ik zat toen in het tweede hoger. Mijn vader had een zwaar accident. Hij kreeg een container van zeshonderd kilogram op hem. Van alles gebroken. Gelukkig zat zijn hoofd er niet onder. Hij kon een half jaar niet uit zijn bed komen. Het liep ook minder in de koers en op school. Ik heb dat jaar écht leren vechten. (zwijgt even) Maar anders mag ik stellen dat ik een geluksvogel ben. Ik heb een goede engelbewaarder. Dat heb ik al dikwijls gezegd.

Wat staat er op jouw bucketlist, los van de koers?

De dag dat ik stop, wil ik met mijn fiets naar Compostella rijden. Voor de fun. Liefst met mijn vriendin mee. Ik ben niet de grote gelovige, maar Compostella fascineert mij. Ik denk dat die tocht mij goed zal doen. Eens een maand onderweg zijn. Vroeger gingen wij nooit op reis. Mijn ouders moesten werken. Ook nu kan ik niet doen wat ik wil in het tussenseizoen. Je moet je soigneren, je hebt verplichtingen, zeker met die Belgische titel op zak. Dat is ook normaal. We gaan wel eens op reis, maar nooit echt lang. Ik ben ook net gaan samenwonen met mijn vriendin in Hulste. Ik heb nog wat werk te doen in ons huis.

En papa worden?

Dat ook. Maar nu nog niet. Er moet een drie voor staan, zeg ik altijd. (lacht)

Het sportrapport van Yves Lampaert

Als kind was mijn idool …

Ulla Werbrouck. Zij was olympisch kampioene, en dus de allerbeste. Ik ben met onze judoclub nog gaan kijken naar haar afscheidswedstrijd.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Delfine Persoon. Ik hou van haar sport. Ik heb haar carrière altijd op de voet gevolgd.

Mijn mooiste sportmoment?

De ploegentijdrit winnen op het WK in Qatar in 2016. Dat was mijn eerste grote zege. Alhoewel: die Belgische titel is ook heel mooi. Je mag een jaar lang die trui dragen. Dat is een grote eer. Ik twijfel tussen die twee.

Mijn grootste ontgoocheling?

(denkt na) Neem de laatste rit in de Tour dit jaar. Ik dacht echt dat ik weg was op de Champs Elysées. Die ontgoocheling zit nog vers in het geheugen.

(foto belga)