De verkiezingen van 26 mei hebben hem een knak gegeven. Hij heeft daarom zes weken gezwegen. Tot vandaag. Voor het eerst blikt Groen-boegbeeld Kristof Calvo terug op de stembusslag. Hij is kritisch voor zichzelf en zijn partij. “We waren te eenzijdig gefocust op het klimaat en te weinig zichtbaar op het sociale.” Hij heeft ook een opmerkelijk voorstel klaar voor de vele blanco-stemmers.

We hebben afspraak ten huize Calvo. We schrijven donderdag in de vooravond. “Kom niet te laat”, waarschuwt hij. “Ik moet nog naar Parkpop.” Calvo is namelijk voorzitter van de vzw die festivals organiseert in de stad aan de Dijle. “Ik vind dat een mooie opdracht. Veel mensen kunnen niet op reis. Wij willen hen in eigen stad een vakantiebeleving aanbieden. Ik ben altijd al een festivalganger geweest. Voor de muziek én de sfeer. Vroeger wou ik ook altijd crowdsurfen, maar als politicus hou ik me een beetje in. (lacht) Vorig weekend was ik op Couleur Café in Brussel. Dat vindt nu plaats onder het Atomium. Het was heerlijk.”

We zitten buiten op zijn terras. Calvo schenkt koffie in. In zijn postbus vond hij net een brief, zegt hij. “Weer iemand die ons feliciteert met de overwinningsnederlaag.” Hij kan erom lachen. “Gelukkig krijg ik ook vriendelijke brieven van vriendelijke mensen”, knipoogt hij. Overwinningsnederlaag: het woord is gevallen. Groen was een winnaar op 26 mei, de partij steeg Vlaams en federaal tot tien procent, maar de verwachtingen lagen véél hoger. “Ik ben héél teleurgesteld. Ik ga dat niet onder stoelen of banken steken. Ik heb het lastig met die uitslag, nog altijd. Met onze uitslag, maar óók met de opgang van extreemrechts én met de vele blanco stemmen.”

Begin eens met dat laatste.

Meer dan één miljoen mensen hebben ongeldig of niet gestemd. Dat is gigantisch veel. Dat houdt mij bezig. Hoe komt dat? Ik denk dat veel mensen de politiek beu zijn. Het gekibbel. De debatten over lonen en uittredingsvergoedingen. De besluiteloosheid. Ik ben een politiek dier. Maar zelfs ik was die permanente campagne van de voorbije jaren beu, écht beu. We hadden vijf jaar zonder verkiezingen, maar de campagne is nooit gestopt. Dat is één reden waarom de mensen een middelvinger opgestoken hebben.

Was u geen deel van die campagne?

Ik worstel ook met die vraag. Wellicht wel, ja. Wij hebben kritisch, maar ook constructief oppositie gevoerd. Dat laatste is onvoldoende opgevallen. Een oppositieleider komt natuurlijk vooral in beeld naar aanleiding van incidenten. Dat is eigen aan die functie. Maar ik ga toch nadenken hoe dat beter kan. Ik wil nog eens terugkeren naar die blanco stemmen. Ik wil die mensen uitnodigen in het parlement. Ik heb de voorzitter gevraagd om letterlijk de deuren open te zetten.

Voor meer dan één miljoen mensen?

Voor zij die dat willen. Desnoods een hele week. Je kan dat signaal niet negeren, het aantal is te groot. Het parlement moet die mensen een platform bieden. Zij mogen spreken vanuit het halfrond, wij gaan luisteren vanuit de tribune. En dat moet gebeuren vóór de start van het nieuwe parlementaire jaar. Dat is mijn voorstel. De politiek moet zichzelf heruitvinden.

Hoe verklaart u het succes van Vlaams Belang?

Dat heeft niet alleen met migratie te maken, volgens mij. Ja, mensen zijn bang voor migratie. Maar dat is veeleer gevolg dan oorzaak. Ik kijk in de eerste plaats naar de groeiende ongelijkheid en onzekerheid in de samenleving. Als mensen onzeker zijn over hun loon en pensioen, dan gaan ze nieuwkomers zien als concurrenten. Je merkt dat vaak als je huisbezoeken doet. Mensen beginnen over migratie, maar blijken uiteindelijk ontevreden over loon, zorg of pensioen. Nationalisten en populisten wakkeren die concurrentie aan. Progressieven moeten het omgekeerde doen. Wij hoeven geen concurrenten te zijn: we kunnen sámen vooruit.

Waarom is de groene golf niet gelukt, denkt u?

Dat sluit daarop aan. Ik heb vorig jaar in mijn boek die ongelijkheid grondig geanalyseerd. Maar in de campagne leken wij plots een klimaatpartij geworden. Een one-issuepartij. Nochtans zijn we dat niet. We zijn dat nooit geweest. Maar we kwamen wel zo over. We waren te eenzijdig gefocust op het klimaat en te weinig zichtbaar op het sociale. Dat is ook zelfkritiek. Een groene partij moet óók in de strijd tegen ongelijkheid het voortouw nemen. Wij kwamen echter niet op die manier naar buiten.

Waren de klimaatbetogers geen vergiftigd geschenk? Uw partij waande zich zegezeker.

Neen, dat ga ik niet zeggen. Als jonge mensen op straat komen, dan moet de politiek dankbaar zijn. Het was vooral fout om te denken dat één thema zou domineren. De politiek én de media hebben zich daar schuldig aan gemaakt. Er zijn veel thema’s die spelen, en ongelijkheid is daar één van. Dat is misschien zelfs het belangrijkste thema voor de mensen. Ongelijkheid en onzekerheid zorgen voor boosheid, en die boosheid vertaalt zich in deze uitslag.

Waren de mensen ook niet bang geworden van uw partij? ‘Heb je poen, stem dan Groen’, was de perceptie.

Denkt u dat? (even stil) Ik ben daar nog niet helemaal uit.

Het debat over de salariswagens is één voorbeeld. Uw optreden in De Afspraak is wekenlang blijven hangen. Hebt u daar een fout gemaakt?

Het zou getuigen van weinig zelfinzicht, mocht ik beweren van niet. Dat is één van de zaken die ik mezelf verwijt, ja. Ik was verrast door de assertiviteit van Ivan De Vadder. (aarzelend) Ik wou genuanceerd antwoorden, en dat is niet gelukt. De onduidelijkheid die toen ontstaan is, heeft ons parten gespeeld.

“Een groene partij moet óók in de strijd tegen ongelijkheid het voortouw nemen. Wij kwamen echter niet op die manier naar buiten.”

Het siert u dat u dat openlijk durft toegeven. Ik zie dat weinig politici doen.

Ik stel me kwetsbaar op, ik weet dat. Maar ik ben liever eerlijk. Tegelijk ben ik heel strijdbaar, hoor. Vergis u niet. Hier zit geen depressieve man. Het is mijn overtuiging dat het draagvlak voor ons programma groter is dan de uitslag. Ik heb het liever zó dan omgekeerd. Ik ben ook om een tweede reden hoopvol. Waar groenen mee besturen, boeken we successen. Ik denk aan Leuven, Gent en Mechelen. Dat betekent dat het kan. De opmars van extreemrechts is geen wetmatigheid. Vlaams Belang was ooit de grootste in Mechelen. Ons inclusief verhaal heeft hen opnieuw klein gemaakt.

Wouter Van Besien wijst in een interne nota, die gelekt werd naar de pers, ook de woordvoerders van de partij terecht. Hij noemt u en uw voorzitter Meyrem Almaci te drammerig, te eenzijdig en te aanvallend. Dat moet hard aangekomen zijn?

Hij was iets subtieler dan dat, maar oké. Ik zal ja en neen antwoorden. Ik ga geen fout woord zeggen over Wouter. Hij was partijvoorzitter toen ik de kans kreeg naar het parlement te gaan. Ik vind het ook spijtig dat hij niet langer verkozen is. Maar bon. Ik zal zijn kritiek beschouwen als een uitnodiging om beter te doen in de toekomst. (even stil) Ik betreur dat lek wel. Als iemand mij iets te zeggen heeft, dan mag die dat altijd in mijn gezicht doen.

Gaat u uw stijl aanpassen?

(blaast) Ik ga vol passie en enthousiasme aan politiek blijven doen. Als ik dat niet meer kan, stop ik ermee. Ik verwijt mezelf wel dat een belangrijk deel van het oppositiewerk onderbelicht is gebleven. Dat is een werkpunt. U hebt misschien de laatste reeks van ‘Jambers in de Politiek’ gezien? Mensen zeiden mij nadien dat ze geschrokken waren. Ze wisten niet dat ik zoveel kon lachen. (glimlacht) Het moet dus zijn dat er soms een fout beeld van mij bestaat.

“Ik stel me kwetsbaar op, ik weet dat. Maar vergis u niet. Hier zit geen depressieve man.”

U krijgt ook de kritiek dat u te veel aandacht naar u toe trok, net zoals uw voorzitter trouwens. Volgt u dat?

(feller) Wat moest ik dan doen? Ik was één van de boegbeelden. Ik kon mij toch niet verstoppen? Ik wou dat ook niet. Je moet je verantwoordelijkheid nemen, ook in moeilijke debatten. We hebben nu inderdaad twee heel bekende politici. Maar dat zullen er meer zijn de komende jaren. Ik heb daar vertrouwen in, als ik zie wie allemaal verkozen is. Petra De Sutter bijvoorbeeld. Zij werpt zich op korte tijd op als leidende politica in Europa. Of Tinne Van der Straeten. Ik ben heel blij met haar terugkeer.

U bent er de voorbije zes weken wel in geslaagd u te verstoppen.

U ziet: ik heb al bijgeleerd. (lacht) Neen, ik was heel teleurgesteld na 26 mei. Wellicht meer dan anderen in de partij. Ik was ook boos. Ik zat met veel vragen. Ik wou eerst antwoorden zoeken. Ik heb veel mensen gesproken. Ik vond dat slimmer dan meteen interviews te geven. Maar intussen heb ik antwoorden en is ook de strijdbaarheid terug.

Wie heeft eigenlijk gelekt?

Dat weet ik niet.

Getuigt dat van gerommel in de partij?

(blaast) We hebben pittige debatten gevoerd. Het omgekeerde zou maar vreemd zijn, neen? Ik ben daar zelfs fier op. Dat moet kunnen. Maar nu moeten we vooruit kijken. De evaluatie is gemaakt. Ik heb u de voornaamste conclusies genoemd. We zijn gegroeid, maar de groei had groter moeten zijn. Wat kunnen we beter doen? Volgens mij moet Groen nog meer dan voorheen een complexloos progressieve partij zijn die het voortouw neemt op vlak van klimaat, maar ook in de strijd tegen ongelijkheid. Ik predik hiermee geen revolutie.

“Een Vlaamse meerderheid is geen must. De inhoud is belangrijker. Wij zijn daarin een atypische partij.”

Weet u eigenlijk wat gedaan deze weken?

O jawel. Ik ben misschien wat stiller geweest, maar ik heb niet stil gezeten. Ik ben opnieuw fractieleider van Groen/Ecolo. De opstart vraagt veel werk. We tellen nu 21 mensen. Dat is een recordaantal. Het zijn trouwens die mensen die mij opnieuw zin hebben gegeven. Ik ben blij opnieuw fractieleider te mogen zijn.

Ik vraag dat ook omdat Open VLD-parlementslid Sihame El Kaouakibi haar loon van vorige maand zal afstaan aan een goed doel omdat ze niet heeft moeten werken. Zal u haar voorbeeld volgen?

Neen. Ik was wel aangenaam verrast door haar oproep. Maar ik vind dat we dat probleem structureel moeten aanpakken. Politici verdienen inderdaad te veel geld. Wij hebben de voorbije jaren veel initiatieven genomen op dat vlak. Je maakt je daarmee niet populair. Ik heb zelfs eens een agressieve collega over mij heen gekregen in de koffiekamer van het parlement. Ik ben dus blij dat ook nieuwkomers van traditionele partijen inzien dat er iets moet gebeuren.

Wat is nu eigenlijk uw taak als fractieleider? Oppositie voeren tegen een minderheidsregering?

De situatie is inderdaad uniek. Het parlement moet alvast aan de slag gaan. Wij gaan meewerken aan élk betekenisvol compromis op de domeinen die wij belangrijk vinden. Maar ik hoop vooral dat dit land snel een regering krijgt, en géén noodregering zoals sommige collega’s opperen. Dit land verdient een volwaardige regering.

Hoe analyseert u de situatie?

Twee zaken baren mij grote zorgen. Ten eerste: men lijkt op federaal vlak te berusten in stilstand. Waarom eigenlijk? Er zijn mogelijkheden. Laat ons aan de slag gaan. En ten tweede: de Vlaamse formateur Bart De Wever en zijn N-VA lijken het Vlaams Belang te beschouwen als de coauteur van het Vlaamse regeerakkoord.

Hebt u zijn nota te zien gekregen vorig weekend?

Neen, wij hebben die niet gezien. Wij hebben een gesprek minder gekregen dan de andere partijen.

“Ik betreur dat lek. Als iemand mij iets te zeggen heeft, dan mag die dat altijd in mijn gezicht doen.”

Bent u dan nog in de running voor de Vlaamse regering?

Dat moet nog blijken. Ik stel alleen vast dat wij een gesprek minder gekregen hebben.

Wanneer hebt u de federale informateurs, Johan Vande Lanotte en Didier Reynders, een laatste keer gesproken?

Er zijn enkele gesprekken geweest, maar ik wil discreet blijven over inhoud en tijdstip. Ik wil de zaken niet bemoeilijken. Ik herhaal alleen dat ik de berusting van veel partijen betreur. Veel partijen zijn met zichzelf bezig. Ze hebben de verkiezingen verloren en zoeken naar verklaringen. Wij hebben ook een evaluatie gemaakt, maar we hebben die bewust kort en krachtig gehouden, zodat we nu weer vooruit kunnen kijken.

U ziet mogelijkheden op federaal vlak, zegt u. Droomt u van een tweede paarsgroene regering?

Dat is één mogelijkheid. Er zijn er nog. Droom ik daarvan? Neen. Ik droom van een inhoudelijk goed project. Als dat op tafel ligt, dan maken we daar graag deel van uit. Maar ik vermoed dat eerst N-VA en PS aan tafel zullen moeten.

Moet de federale regering een Vlaamse meerderheid hebben?

Dat is geen must. De inhoud is belangrijker. Wij zijn daarin een atypische partij. We hebben ook de regering-Michel nooit aangevallen omdat ze een minderheid had aan Franstalige kant. Een federale regering moet er zijn voor álle Belgen.