Karl Vannieuwkerke: “Spijt dat ik nooit doping geprobeerd heb”

715

Deze week was Karl Vannieuwkerke 24 uur te gast in het televisieprogramma ‘Het Huis’. De sportjournalist sprak er vrijuit over zijn strijd tegen speekselklierkanker (“Nooit gedacht dat ik zou sterven”), over doping in het wielrennen (“Heb spijt dat ik het zelf nooit geprobeerd heb”) en zijn gemiste keepercarrière bij Cercle Brugge (“Als ik 10 cm. groter was, hadden ze me meteen aangeworven”).

Over zijn strijd tegen kanker:
“In oktober vorig jaar kreeg ik het keihard verdict dat ik aan speekselklierkanker leed. Toen ik het nieuws vernam, heb ik eerst een tijdje rondgereden, traantjes gelaten, daarna een goede vriend gebeld en pas dan ben ik naar huis gegaan. Tijdens de behandeling was ik bang voor elke scan. De prognose dat ik het zou halen, was 93 procent. Dat is hoog, maar er bleef uiteraard nog steeds 7 procent kans dat het fout zou aflopen. Maar ik heb nooit gedacht dat ik zou sterven.”

R2015_A0007_12027285
(foto’s vrt)

Over doping in de wielersport:
“Er wordt gezegd dat het wielrennen tegenwoordig veel properder is dan enkele jaren geleden, maar dat geloof ik niet. Ik heb trouwens een beetje spijt dat ik zelf nooit doping genomen heb. Alleen al om te weten welk effect het heeft. Waarom niet? Zoveel kwaad zal het toch niet kunnen? Ik herinner me trouwens een amateurkoers in Buggenhout waaraan ik deelnam. Voor de wedstrijd startte, kwamen we met een zevental renners samen in een garage en daar ging de ‘snoepdoos’ met medicatie rond. Om niet uit de toon te vallen, heb ik zelf ook een pijnstiller in mijn zak gestoken. Maar tijdens de wedstrijd dacht ik: als ik nu val en de ambulanciers vinden dit, dan heb ik een probleem. En dus gooide ik het product in een wei. Wellicht is daar een koe pijnloos bevallen” (lacht).

Over zijn gemiste keeperscarrière:
“Toen ik vijftien jaar was, mocht ik testen afleggen bij Cercle Brugge. Ik kreeg te horen dat ik meteen mocht starten als ik 10 centimeter langer was. Helaas bleef ik steken op 1,71 meter. Technisch was ik een uitstekende keeper. In een één-tegen-één-situatie was ik bijna niet te kloppen. In 100 dergelijke gevallen, kwam ik 95 keer als winnaar uit de strijd. Van journalistiek heb ik nooit gedroomd. Ik zou mijn carrière als sportverslaggever meteen willen inruilen voor 15 jaar in het doel bij Cercle.”

Over het overlijden van Wouter Weylandt:
“Ik gaf commentaar bij de Ronde van Italië toen het tragische ongeval gebeurde. Ik kende Wouter goed, wist dat zijn vriendin zwanger was. Maar ik moest doorgaan en de uitzending vol praten. Het was waanzin! De sfeer in de commentaarruimte was onwezenlijk. Achteraf heb ik mijn vrouw gebeld, die met mijn kinderen in de auto zat. Ik ben in tranen uitgebarsten, mijn kinderen waren er erg door aangegrepen. Dit moment heeft me doen beslissen om het becommentariëren van wedstrijden sterk te beperken.”

R2015_A0007_12027284

Over Wannes Cappelle, die op bezoek kwam in Het Huis en ‘Ploegsteert’ zong:
“Dit is het mooiste lied dat over wielrennen gemaakt is. Maar het is jammer dat het moest geschreven worden (het is een ode aan Frank Vandenbroucke, nvdr). Ik ben een grote fan van Wannes. Ik ben jaloers op muzikanten, zou zelf ook graag muziek maken maar na enkele gitaarlessen werd al snel duidelijk dat het niet voor mij weggelegd was. En zingen kan ik evenmin”.

Het Huis, dinsdag om 20.35 u. op Eén.