Mol – Het verhaal van Sylvain Geboers is ook dat van Eric Geboers. Twee Kempenaars, twee broers, twee iconen van de motorcross. Eric kan het helaas niet meer vertellen na een fatale duik in het water in mei dit jaar. Sylvain doet het vandaag voor het eerst, vaak emotioneel, als eerbetoon aan zijn geliefde broer.

Sylvain Geboers getuigt voor het eerst over het fatale ongeluk van zijn broer Eric.

“Ik was erbij, die avond van de zesde mei”, zal Sylvain Geboers op het einde van ons gesprek vertellen, met tranen in de ogen. “Eric en zijn vrouw hadden die dag twee koppels op bezoek bij hen thuis in Mol. Wij sloten later op de avond aan. Eric wou nog een boottochtje maken op het meer, om de zonsondergang te zien. Zijn pup, net een week van hem, sprong mee de boot op. Wij bleven op de oever staan: mijn vrouw en ik houden niet zo van water. Hij zei nog tegen mijn vrouw: ‘Je hoeft geen angst te hebben. Als de pup in het water springt, haal ik hem eruit.’ (met krop in de keel) ‘Zorg er goed voor’, antwoordde ze. Even later was het donker, en zag ik alleen nog het lichtje van de boot. Ik hoorde ook iets. Eric riep. Ik kon niet verstaan wat. Hij was een speelvogel. Je wist nooit of hij ernstig was. ‘Dit gaat me niet goed af’, zei ik tegen mijn vrouw, ‘kom, we gaan naar huis.’ (even stil) Een uur later kregen we telefoon. De vrouw van Eric.”

Sylvain Geboers is er 73. Het overlijden van zijn zeventien jaar jongere broer heeft hem gebroken. Hij heeft tranen in de ogen als hij vertelt. We hebben afspraak bij hem thuis, ook in Mol, waar hij al bijna veertig jaar in hetzelfde pand woont. “Ik wissel betere dagen af met slechte dagen. Maar we moeten vooruit. Ik heb mensen om voor te zorgen. De weduwe van Eric in de eerste plaats. Zij is van Japan afkomstig. Ze behelpt zich zo goed ze kan. Tijd heelt alle wonden, zegt men.”

Je broer is verdronken toen hij zijn pup wou redden. Typeert hem dat?

Helemaal. Wij zijn echte hondenliefhebbers. Je ziet hier ook een shiba inu rondlopen, een cadeau van Eric aan mijn vrouw. Dat is een Japans ras. (probeert zich sterk te houden) Ik weet intussen wat ik hem heb horen roepen. ‘Breng die boot naar hier.’ Eric was gesprongen om zijn pup te redden. Maar niemand van de andere opzittenden kon varen. Eén man sprong ook in het water, maar voelde dat dat niet zou lukken. Hij klom terug in de boot, en probeerde die toch te starten. Toen viel de vrouw van Eric in het water. Eenmaal zij gered was, was Eric verdwenen. (stil)

Hoe was jullie band?

Uniek. Toen hij vijftien was, nam ik hem in huis. Onze ouders hadden een café, wat geen goede omgeving was voor een sportman. Ik was een vaderfiguur voor hem, hoewel ik dat niet echt wou. Maar dat is het gevolg van het leeftijdsverschil. Als sportman leefde Eric zeer gedisciplineerd. Maar eens zijn carrière voorbij was, veranderde dat. De discipline verdween. Ik leefde van toen af in angst. Ik wíst dat er iets kon gebeuren. (even moeilijk) Sorry. (zwijgt) Hij begon zich toe te leggen op vanalles en nog wat: helikopters, triatlons, motorcross. Hij leefde heel chaotisch. Hij kon 48 uur na elkaar werken, en 48 uur na elkaar niets doen. In die periode zagen we elkaar minder. Onze band werd weer sterker na zijn helikopterbusiness. De laatste jaren waren écht mooi. We waren weer broers. Maar de angst, die bleef sluimeren. Eric nam ook antidepressiva, hij reed vele kilometers met de wagen, over en weer naar Knokke waar zijn ex woont met zijn kinderen. En dan loopt het fout op deze stomme manier. (stil)

“Eric zei nog tegen mijn vrouw:
‘Je hoeft geen angst te hebben. Als de pup in het water springt, haal ik hem eruit.’”

Gaan we over motorcross praten?

Goed idee. (glimlacht)

Vanwaar kwam die passie?

Van vader René. Wij zijn opgegroeid in de schaduw van de Keiheuvel in Balen, een prachtig motorcrosscircuit dat nog steeds gebruikt wordt. Vader en moeder hadden een café en een garage voor auto’s en motoren. Ik ben in de garage gaan werken als mechanicien. Ik was gepassioneerd door techniek. De Japanners liepen in die tijd mijlenver voor op de Europeanen. Vandaar mijn fascinatie voor Suzuki. Vader leeft nog trouwens. Hij is 94, en woont bij een andere broer van mij. Moeder is zeven jaar geleden gestorven.

Was jij een rastalent?

Neen. Joël Robert, mijn grote concurrent, dát was een rastalent. Hij kon leven zoals hij wou. Hij was ook een bon vivant. Ik moest keihard werken. Maar ik maalde daar niet om. Wie succes wil, moet alles geven. Dat heb ik van mijn vader geleerd. En dat geldt zeker voor iemand die geen supertalent is. Ik ben de strijd met Joël aangegaan. Ik ben niet weggelopen.

De betreurde Eric Geboers in 2009.

Je kon nochtans de overstap maken van de 250cc naar de 500cc.

Dat klopt. Ik heb die kans gekregen. Als je dat zakelijk bekijkt, had ik dat moeten doen. Dan was ik misschien wél wereldkampioen geworden. Maar ik wou de strijd niet ontlopen. Mijn ultieme ambitie was Joël kloppen. Hij was dé man in die tijd. Ik heb hem ook verslagen op verschillende Grand Prix, maar ik kon dat niet op een heel kampioenschap. Joël was een zuinig crosser. Hij wist wanneer hij moest pieken. Voor mij was elke wedstrijd een wereldkampioenschap.

Ben je tevreden met je carrière?

Ik heb veertien GP’s gewonnen, en twee keer de Motorcross der Naties (in 1969 en 1973, red). Individueel wereldkampioen ontbreekt op mijn palmares. Dat is een ontgoocheling, ja. Ik stond wel verschillende keren op het podium. Maar ben ik daar ongelukkig over? Neen. Ik heb alles gegeven. Te veel zelfs. Ik worstel vandaag met kapotte knieën. Maar weet u wat mij écht veel voldoening gegeven heeft? Ik ben na mijn carrière in mijn sport kunnen blijven. Dat wil iets zeggen. Ik ben teambaas geworden van Suzuki.

“De voorbije maanden waren heel zwaar. Ik hoop dat dit tijdelijk is. Ik hoop nog een beetje te kunnen genieten van het leven.”

Je hebt daar grote namen onder je vleugels genomen, zoals Harry en Stefan Everts, je broer Eric, Georges Jobé. Wie was de beste?

Stefan Everts was de man met het meeste talent. Maar de prachtigste man om mee samen te werken, was Greg Albertyn. Hij kon als geen ander een volledig team motiveren. Wij hebben maar één jaar samengewerkt, maar zijn wel wereldkampioen geworden.

Vertel eens iets over het talent van je broer. Hij is vijfvoudig wereldkampioen.

Eric was bijzonder getalenteerd én een ongelooflijke sportman. Slim, sluw, gedisciplineerd. Hij wist goed wie en wat hij nodig had om optimaal aan de start van een wedstrijd te verschijnen. Hij was ook een grote persoonlijkheid voor de sport. Hij maakte van motorcross een attractie voor het brede publiek.

Drie jaar geleden liet je Suzuki over aan Stefan Everts. Doe je vandaag nog iets in de motorcross?

Neen. Ik ben in mijn carrière veel onderweg geweest. Vandaag geniet ik vooral van thuis zijn, van werken in de tuin, van mijn twee kleindochters. Ik volg het natuurlijk op televisie. Ik kan nog steeds genieten van iemand die deze sport goed beoefent. (zwijgt even) Eric had eigenlijk het team moeten overnemen. Dat zou de logische stap geweest zijn. Ik had hem aangeworven na zijn helikopteravonturen. Maar hij zag een overname niet zitten. Hij had te veel mislukkingen meegemaakt. Dan kreeg ik telefoon van Everts.

Wat mag ik je nog toewensen?

Een reis naar Nieuw-Zeeland. Mijn dochter verhuist naar daar met haar man. Hij is van Nieuw-Zeeland. Ze zijn vorig najaar vertrokken per zeilboot. Deze maand is ze even terug in België. Haar dochter, die 25 is, woont nu naast mij. Ook mijn tweede kleindochter, van mijn andere dochter, zal naast mij komen wonen. Dat geeft me veel voldoening. Ik heb een fantastische relatie met hen. Die meisjes houden mij recht. (met krop in de keel) De voorbije maanden waren emotioneel heel zwaar. Maar ik hoop dat dit tijdelijk is. Ik hoop nog een beetje te kunnen genieten van het leven. (even stil) Toch mogen wij gelukkige mensen zijn. Ik heb een mooi leven achter de rug, ondanks die tegenslag.

(foto’s belga/Bart Van den Langenbergh)