EVERE – Een cultus van geheimhouding is doorgaans kenmerkend voor Defensie. De nieuwe chef van de speciale strijdkrachten, kolonel Tom Bilo, wil die muren slopen. Wij krijgen van hem een unieke inkijk in die fascinerende wereld. Maar hij waarschuwt ook, voor het dreigend personeelstekort en de politieke besparingsplannen.

“Die geheimhouding is iets van het verleden”, meent de kolonel. “Ik leg graag uit wie we zijn en wat we doen. Ik vind dat zelfs een plicht. Wij worden tenslotte betaald door de samenleving. Weliswaar ga ik niet alles bloot geven. Ik ga niet zeggen wie die negentien vrouwen zijn die aan een opleiding beginnen, want dat kan hen in gevaar brengen. Veiligheid wordt vaak gegarandeerd door discretie. Wij werken op leven en dood.” We hebben afspraak op de hoofdzetel van het leger in Evere, het Kwartier Koningin Elisabeth. Kolonel Tom Bilo is begin deze maand aangesteld als nieuwe commandant van het Special Operations Regiment (SOR). Dat regiment is vorig jaar ontstaan als samensmelting van de special forces en de paracommando’s.

Hebben we die speciale strijdkrachten niet te danken aan Winston Churchill? Die wou in Wereldoorlog II elite-eenheden om vijandelijk gebied te terroristen.
Dat klopt. De befaamde SAS werd toen opgericht, de Special Air Service. Zij hebben briljante resultaten geboekt tijdens die oorlog. Nadien werden overal in Europa speciale eenheden opgericht. Wat ons land betreft, onderging het takenpakket weliswaar grondige wijzigingen. De aandacht verschoof naar de dekolonisatie in Afrika en de Koude Oorlog. Dat ging bijvoorbeeld over de evacuatie van landgenoten. Na de aanslagen van drie jaar geleden is een nieuw debat ontstaan over de opdracht. In ons land is toen besloten tot die samensmelting, om de terreurdreiging beter aan te pakken.

U spreekt over speciale eenheden, niet over elite-eenheden.
(knikt) Ik hoor dat woord ‘elite’ niet graag. Alsof mijn regiment beter zou zijn dan een ander regiment. Ook een logistiek medewerker kan elite zijn. Ik spreek liever over speciale eenheden. Wij voeren namelijk speciale opdrachten uit, vaak in ongewone omstandigheden.

“Een challenge wordt het materiaal. De vorige regering heeft de contracten vastgelegd. Nu moet het geld op tafel komen om over te gaan tot die aankopen.”

Wat doet uw regiment vandaag?
Enerzijds rapid reaction operations. Wij moeten binnen de 24 uur een belangrijk detachement kunnen uitsturen naar een crisisgebied. Dat kan zijn om een Belg te evacueren. Of naar Haïti, na de aardbeving.

Dat was in 2010. Waarom waren daar special forces nodig?
Na die aardbeving vertrok een team van B-FAST naar daar voor medische ondersteuning. Haïti was een en al chaos: geen water, geen voedsel. Na enkele dagen begonnen mensen te plunderen. Die plunderaars bedreigden ook de installaties en de mensen van B-FAST. Daarop werden special forces uitgestuurd om ondersteuning te bieden. Dat is dus het ene luik, de rapid reaction operations. Anderzijds doen wij speciale operaties.

Dat is wat de films tonen: gebouwen binnenvallen en terroristen neerschieten.
We hebben drie types speciale operaties. Wat u noemt, is de direct action. Dat kan spectaculair zijn, maar komt niet vaak voor. Maar wij zijn inderdaad getraind om een gebouw te benaderen, een deur op te blazen, binnen te dringen, snel te discrimineren, gijzelaars te ontzetten, enzovoort.

Discrimineren?
Onze mensen moeten in een fractie van een seconde uitmaken wie goed of slecht is. Als in een gebouw nog een poetsvrouw rondloopt, dan mag daar niet op geschoten worden. Als dat een terroriste is, dan moet daarop geschoten worden. Dat klinkt banaal, maar is uitermate moeilijk in de praktijk. Dat vraagt véél training.

“Vrouwen waren altijd al welkom. Alleen is nog niemand door de selectie geraakt. De lat mag niet omlaag.”

Wat zijn de andere types?
Inlichtingen inwinnen en military assistance bieden. Dat zijn onze voornaamste opdrachten. In kader van de strijd tegen IS hebben wij een observatiepost bezet aan de Koerdische verdedigingslijn in Irak. Ik kan dat nu zeggen, omdat die operatie voorbij is. Wij zaten daar in steun van het Irakese leger. Aan de overkant zagen we de zwarte vlaggen van IS.

De arrestatie van terrorist Salah Abdeslam in Molenbeek: waren dat ook de special forces?
Neen. Dat waren de special forces van de politie. Wij zijn ook getraind om een terrorist te vatten, maar op het nationaal grondgebied is dat in de eerste plaats iets voor de politie. Wij kunnen ondersteuning bieden.

Wie kan uw troepen inzetten? Is dat Defensie zelf? Of de politiek?
Dat is áltijd de politiek. De regering bepaalt waar en wanneer het regiment ingezet wordt.

Wat moet iemand kunnen om toe te treden tot uw regiment?
Véél. De lat ligt hoog. Fysiek sterk zijn. Mentaal sterk zijn. Doorzettingsvermogen. Maturiteit. Leergierigheid. Noem maar op.

Geen angst kennen?
Dat is dubbel. Wie geen angst kent, kan een gevaar zijn voor anderen. Het is beter iemand te hebben die zijn angst in bedwang kan houden. Je moet wel risico’s durven nemen. Onze slogan is: who dares, wins. Je moet mogelijk je eigen leven riskeren voor dat van anderen.

De lat ligt hoog, zegt u. Dreigt daarom een tekort?
Dat is zeker zo. Maar de lat mag niet omlaag. In een klein team mag geen enkele rotte appel zitten. Anders is dat team verloren. Nu, het personeelstekort wordt een groot probleem voor het ganse leger. Dat is te wijten aan de scheefgegroeide personeelsstructuur. Een gezonde structuur is zoals een piramide: een brede basis van nieuwkomers, een stevige middenlaag en een smalle top van stafleden. Zo is de doorstroming verzekerd. Wij hebben een brede basis, een smalle middenlaag en een brede top. Dat is ongezond. Veel van die stafleden gaan de komende jaren met pensioen. De middenlaag is te smal om dat op te vangen. Dat wordt een ernstig probleem. We gaan onder nieuwkomers moeten zoeken naar stafleden.

Is dat uw boodschap aan de volgende minister van Defensie?
Zéker. Die scheefgroei is een gevolg van politieke besparingen. Op een bepaald moment werd niet meer gerekruteerd. Ik hoop dat de volgende minister daar een prioriteit van maakt. Een tweede challenge wordt het materiaal. De vorige regering heeft de contracten vastgelegd. Nu moet het geld op tafel komen om over te gaan tot die aankopen. En dat is niet alles: dat materiaal moet ook onderhouden worden. De politiek staat echter niet te springen om geld aan Defensie te geven. Dat is een tweede waarschuwing. Veiligheid kost geld: iedereen moet dat goed beseffen.

Misschien ligt de oplossing voor het tekort in het aanwerven van vrouwen?
Vrouwen waren altijd al welkom. Alleen is nog niemand door de selectie geraakt. Een voorbeeld van een proef is acht kilometer lopen met een rugzak van twintig kilogram. Dat is moeilijker voor vrouwen. Maar die test is niet lukraak gekozen. Wie wil toetreden, móet dat kunnen. De lat mag niet lager, voor niemand.

Toch gaat u binnenkort vrouwen aanwerven?
(knikt) In december beginnen negentien vrouwen een intensieve opleiding voor het deep development team. Dat gaat over beïnvloeding en informatiewinning. In sommige samenlevingen praten vrouwen alleen met andere vrouwen. Daarom hebben wij vrouwen nodig. Zij zullen in de special forces geïntegreerd worden, maar gaan geen deel uitmaken van een aanvalsteam voor een direct action.