Voor heel wat leerlingen wordt het morgen een heel bijzondere eerste september. Hoogbegaafde kinderen uit de basisschool kunnen vanaf dit schooljaar enkele vakken volgen in het middelbaar. Een goede maatregel, vindt Tania Mulder, begaafdheidscoach en zelf mama van Mauro die al vroeg blijk gaf van een meer dan gemiddelde intelligentie. “Het is nog altijd een gevoelig onderwerp.”
Hoogbegaafde of cognitief sterke jongeren uit het middelbaar kunnen al langer naar de universiteit trekken om hun honger naar kennis te stillen. Minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) trekt die mogelijkheid nu door naar de basisschool. Ook vanuit de lagere school kunnen jongeren zich vanaf dit schooljaar aansluiten bij enkele vakken in het middelbaar.
De bewustwording rond hoogbegaafdheid neemt stilaan toe, ondervindt orthopedagoge Tania Mulder, zowel in haar praktijk AHAAA, waarin ze onder meer hoogbegaafde jongeren en hun ouders begeleidt, als uit eigen ervaring als mama van de hoogbegaafde Mauro (13). “Maar het is nog altijd een gevoelig onderwerp. Daarom probeer ik hoogbegaafdheid meer bespreekbaar te maken en ouders te helpen in de soms moeilijke zoektocht naar passende begeleiding”, licht ze haar getuigenis toe.
Mauro was amper twee toen hij een uitgebreide woordenschat had en complexe zinnen kon maken. In de klas was hij erg nieuwsgierig, hij bracht vaak originele oplossingen of nieuwe manieren om iets te doen naar voren. “Op de lagere school nam hij snel nieuwe kennis op, maar hij leek er zich ook te vervelen en veelal stoorde hij de les met clownesk gedrag. Toen een vriendin opperde dat hij hoogbegaafd kon zijn, besloten we om een IQ-test af te nemen. Zijn verbale intelligentie is sterk ontwikkeld, terwijl performale vaardigheden (zoals bijvoorbeeld fijne motoriek, red.) en verwerkingssnelheid gemiddeld zijn. Hierdoor kan hij meer uitdrukken dan praktisch uitvoeren, wat soms tot frustratie leidt.”
Begaafdheidscoach
Tania ging op zoek naar gespecialiseerde psychologische hulp om Mauro te leren begrijpen wat zijn hoogbegaafdheid inhoudt en hoe hij ermee kan omgaan. Want hoogbegaafde kinderen vinden vaak moeilijk aansluiting bij leeftijdsgenoten, maar worden ook niet altijd goed begrepen door hun ouders en leerkrachten. Het is niet omdat ze meer dan gemiddeld intelligent zijn – sommigen op diverse vlakken, anderen in een specifiek veld – dat hun belevings- en gevoelswereld die van een volwassene is.
Omdat ze op school weinig steun ondervond, besloot Tania zelf een bijkomende opleiding als begaafdheidscoach te volgen en begeleidt ze sindsdien ook andere hoogbegaafde jongeren en hun ouders. Het valt haar daarbij op dat veel jongeren nog altijd te weinig ‘gezien’ worden op school. Ze heten nog te dikwijls lastig, of worden als ze dat niét zijn helemaal over het hoofd gezien. “Elk kind reageert anders, maar zich onbegrepen en zelfs eenzaam voelen, is een rode draad. Ook Mauro voelde zich gefrustreerd. Hij heeft het nodig om zichzelf constant uit te kunnen dagen, zowel op kennis- als sportief vlak. Maar hij stelt ook alles in vraag, discussieert soms eindeloos vanuit een groot rechtvaardigheidsgevoel, en dat is ook voor zijn omgeving soms best pittig.”
“Elk kind reageert anders, maar zich onbegrepen en zelfs eenzaam voelen, is een rode draad”
De overstap naar een andere school betekende voor Mauro en Tania een grote stap vooruit. De school heeft oog voor cognitief sterk functionerende kinderen met kangoeroeklassen, uitdaging en goede begeleiding. “Maar in het zesde leerjaar was Mauro schoolmoe. Alles voelde te saai, te gemakkelijk en zonder echte uitdaging. Hij haakte af, niet omdat hij het niet kon, maar omdat hij geen zin meer had om energie te steken in iets dat hem niets bijbracht.”
Opluchting
Met de directrice konden ze het gesprek open aangaan, en werd hen halfweg vorig schooljaar aangeraden om de sprong te maken naar een secundaire Freinetschool in Kortrijk. Daar heeft hij in twee maanden tijd de resterende leerstof van het zesde lager én dat van het eerste middelbaar verwerkt; nu maandag begint hij er in het tweede jaar. Voor Mauro zelf betekent het een opluchting: “In het begin moest ik wat aanpassen, want er wordt in het secundair veel meer met computers en apps gewerkt dan ik voordien deed. Maar eens ik dat in de vingers had, was ik vertrokken. We worden er ook aangezet om onszelf doelen te stellen en daar naartoe te werken, dat werkt goed voor mij.”
De nieuwe maatregel om kinderen uit het lager onderwijs de kans te geven om lessen in het middelbaar te laten volgen, vindt Tania positief. “Dat kan heel zeker helpen om een cognitief sterk kind uit te dagen en ervoor te zorgen dat het door verveling niet gedemotiveerd geraakt. Maar zo’n kind begeleiden en opvoeden, is en blijft maatwerk. Er zal dus ook voor moeten gezorgd worden dat de kennis om met die jongeren om te gaan, verdiept wordt. Want er wordt nu wel al vaker over hoogbegaafdheid gesproken, maar ik merk dat er nog heel weinig écht over geweten is.”
Tania wijst er ten slotte op dat sommige hoogbegaafde kinderen vaak de leerstof ervaren als vanzelfsprekend en zich nauwelijks hoeven in te spannen. Ze blijven wat in hun ‘hangmat’ liggen. Daardoor leren ze niet altijd hoe ze moeten doorzetten of omgaan met fouten en frustraties, wat kan leiden tot onderpresteren. Mauro is zich van die valkuil bewust. “Ik was in het lager eigenlijk wel een beetje lui”, geeft hij toe. “Nu word ik meer uitgedaagd, en dat vind ik leuk. Maar ik ondervond de voorbije maanden ook al dat ik nu meer moet werken om te slagen.” Hij kijkt alleszins uit naar het nieuwe schooljaar. “Ik dénk dat het een heel goed jaar wordt”, klinkt het vol vertrouwen. En nog verder in de toekomst hoopt hij iets voor de wetenschap te kunnen betekenen. “Ik zou graag uitvinder worden, om bijvoorbeeld mensen met een beperking te helpen. Een machine die een banaan kan pellen voor wie dat zelf niet kan: dat lijkt me wel iets.”
1 hoogdbegaafd kind in elke klas
Volgens het Agentschap Opgroeien is 4 procent van de leerlingen hoogbegaafd. Dat betekent dat er in elke klas van 25 leerlingen 1 hoogbegaafd kind zit. Deze kinderen en jongeren hebben een sterk ontwikkelingspotentieel en moeten goed ondersteund worden om dat sterke potentieel ook daadwerkelijk te ontwikkelen. Vanaf een IQ van 130 wordt gesproken over hoogbegaafdheid. Maar naast een intelligentiecijfer zijn er nog heel wat andere kenmerken waaraan je hoogbegaafdheid kan herkennen.
Deze kinderen hebben sterke taalvaardigheden in verhouding tot hun leeftijd. Ze stellen veel vragen en willen alles begrijpen. Tegelijk zien ze meerdere oplossingen voor één probleem, merken ze snel details op en zijn ze gevoelig en empathisch. Hoogbegaafde kinderen hebben een uitgesproken leergierigheid en leerhonger. Ze leggen de lat hoog voor zichzelf, maar soms ook voor anderen. Dit leidt vaak tot perfectionisme en faalangst. Hoogbegaafdheid vroeg detecteren, is belangrijk om later problemen te vermijden. (VVHR)