De generatiewissel bij Groen is mislukt, stelt Hafsa El-Bazioui. "Daardoor zitten we nu met een gigantisch probleem." © foto Christophe De Muynck

Stemmenkanon Hafsa El-Bazioui (Groen) zegt neen tegen het voorzitterschap: “Gent verlaten, zou mij te veel pijn doen”

Te schrappen van het al schrale lijstje potentiële Groen-voorzitters: Hafsa El-Bazioui. Ze heeft gewikt en gewogen, zo benadrukt de populaire Gentse schepen, maar haar stad verlaten, zou te zwaar wegen. Dat wil niet zeggen dat ze geen mening heeft over haar gehavende partij. Leest u vooral verder …

Zonder de dagelijkse gruwelijke drek op sociale media zou haar verhaal als een sprookje lezen. In een mum van tijd groeide Hafsa El-Bazioui uit van nobele onbekende in het onderwijs tot stemmenkanon van de Arteveldestad. Terwijl haar partij nationaal in de touwen lag, kon zij een op de vier Gentenaars bekoren. Na een woelige coalitievorming mag El-Bazioui de titel van eerste schepen aan haar cv toevoegen. Haar exotische looks dankt ze aan haar grootouders die in de jaren zestig het Marokkaanse Rifgebergte inruilden voor het Vlaamse platteland.

We drinken een cappuccino in de Trafiek, het buurthuis van de Brugse Poort, de volkse wijk waar de kleurrijke politica opgroeide. Een gezin met negen kinderen in een sociale woning. Geen extreme armoede, wel schaarste. “Hier ben ik gewoon Hafsa”, mijmert de mama van twee, terwijl ze minzaam glimlacht. Ze woont nog altijd in deze buurt, benadrukt ze. Het is de eerste keer dat we tegenover elkaar zitten. Veel interviews doet ze niet, maar deze week wou ze wel eens een en ander kwijt, zo liet ze vooraf weten met een berichtje.

First things first: vanwaar komt uw nickname Hopsasa?

“(lacht) Een cadeau van de leerkracht van het vierde leerjaar. Ik was een energiek en enthousiast kind – eigenschappen die mij nog altijd typeren. Als we een boek moesten bespreken, riep ik luidop Yes! Als enige van de klas natuurlijk. (lacht)”

Bedankt voor het bruggetje. Kan u vandaag enthousiast zijn over Groen?

“Neen. Het zijn moeilijke tijden. Toen ik in 2017 lid werd, zat de partij in een goede flow. Die is verdwenen. We moeten dat erkennen. Dat boegbeelden die al een tijdje meedraaien, vertrekken (verwijst naar Tinne Van der Straeten deze week, red), vind ik niet ongezond. Wél ongezond is de vaststelling dat er geen nieuwe generatie klaarstaat. Daar zou intern veel meer debat over moeten zijn. De generatiewissel is mislukt en daardoor zitten we nu met een gigantisch probleem.”

Iedereen kijkt naar u, mevrouw El-Bazioui. Bent u kandidaat om Bart Dhondt op te volgen als voorzitter?

“Ik heb gewikt en gewogen, maar het zou mij te zwaar vallen om Gent te verlaten. En dat zou wel het gevolg zijn. (even stil) Ik heb getwijfeld, hoor. Omdat ik zie dat mijn geliefde partij het moeilijk heeft en omdat er veel mensen aan mijn mouw trekken.”

Zou u gezien uw status geen kandidaat móeten zijn? Uw partij verkeert in zwaar water.

“(zacht) Als ik zeg dat ik gewikt en gewogen heb, dan meen ik dat, hoor. Ik heb met veel mensen gepraat. Maar Gent … het zou me te veel pijn doen de stad, waar ik zo emotioneel mee verbonden ben, te verlaten. Gent is waar mijn ouders en grootouders een nieuw leven hebben uitgebouwd. Als je gevoel zegt dat je beter blijft, dan moet je blijven. Plus: als je zo hard vecht om in de coalitie te geraken, dan kan je na een jaar toch niet vertrekken? Maar een partij is meer dan een voorzitter, hè. Ook als lokale mandataris kan ik een belangrijke schakel in de heropbouw zijn.”

Is het geen optie de twee te combineren zoals andere politici doen?

“Neen, dat zou niet gezond zijn. Als je schepen bent in Gent, moet je dat voltijds zijn.”

Zou Filip Watteeuw, uw collega-schepen hier, een goede voorzitter zijn?

“Dat u die vraag stelt, is logisch en ik begrijp dat mensen naar Gent kijken, maar ik ga bewust geen commentaar geven op eventuele kandidaten en profielen. Vorige keer hebben andere boegbeelden dat wel gedaan en dat was niet verstandig.”

“De stijl van Groen moet anders: niet meer bang zijn voor weerstand en aanvaarden dat meningen botsen”

Gent is een van de laatste bolwerken van Groen. Zeg eens: wat kan de nationale leiding leren van het succes hier?

“In de eerste plaats: de stijl. Ik vind dat wij in de nationale debatten te veel schrik hebben voor commotie en kritiek. Dat hoeft niet. Als je overtuigd bent van iets, dan moet je rechtop blijven staan, zoals wij in Gent doen, en niet terugwijken. Dat je dan geframed wordt als opengrenzenpartij en wat nog allemaal, so be it. Dat ze maar zeggen. (op dreef) Wij zijn een progressieve partij die opkomt voor klimaat, democratie en mensenrechten. We moeten daar toch niet bang voor zijn of wollig over doen? Als klimaat geen thema meer is, dan moeten wij dat zelf weer op de agenda zetten. Onze democratie staat onder druk, hoor. En niet alleen in de VS. Ook in eigen land hebben we beleidsmakers die rechtspraak zomaar naast zich neerleggen.”

U verwijst naar N-VA-minister Anneleen Van Bossuyt, ook uit Gent.

“Onder anderen. Zulke uitspraken zijn gevaarlijk. Dat is waartegen wij moeten opkomen.”

Is de inhoud niet het probleem van uw partij? De kiezer lijkt het niet meer te lusten.

“(benadrukt) Absoluut niet. Met onze focus op democratie, mensenrechten en klimaat bevinden wij ons in een unieke positie. Om uit het dal te klimmen, moeten we volgens mij drie werven aanpakken. De eerste is de stijl: niet bang zijn voor weerstand en aanvaarden dat meningen botsen. De tweede is de generatiewissel die eigenlijk al te laat komt. Wat je bijvoorbeeld moet doen, is weer banden smeden met het middenveld en de syndicaten, die óók snakken naar progressief beleid. En de derde werf is het ledenaantal. De leden die we kwijt zijn, moeten we terughalen.”

Parlementslid Matti Vandemaele zei in De Krant van West-Vlaanderen dat de partij te weinig focust op de core business, het klimaat. “Als je op straat vraagt waar wij voor staan, zeggen mensen: voor de hoofddoek, tegen zwarte piet en dat je mag trouwen met een frigo.” Heeft hij een punt?

“(zucht) Ik vond dat een heel ongelukkige uitspraak. Wat hij met die frigo bedoelt, weet ik nog altijd niet. (feller) Het is net goed dat wij durven schuren op thema’s rond sociale rechtvaardigheid. Lees de beginselen van Agalev (voorloper van Groen, red): dat was een klimaat- én een pacifistische partij. Waarom zouden we dat loslaten?”

Hij is lang niet de enige die vindt dat Groen te woke is.

“(geprikkeld) Woke betekent strijden tegen sociale onrechtvaardigheid. Wat is het probleem daarmee? Waarom zouden wij het niet mogen opnemen voor mensen die vluchten, voor holebi’s, voor chronisch zieken en huisvrouwen die uitgespuwd worden door het beleid? (windt zich op) We gaan toch de rechtse roepers niet achterna lopen, zeker? Vooruit doet dat al, zeker nationaal.”

Laten we eens naar uw jeugd kijken. U bent opgegroeid in een sociale woning in een volkse wijk. Was een keuze voor Vooruit niet logischer?

“(afgemeten) Waarom zou het? Voor mij was dat nooit een issue. Ik ben een sociale ecologist. Het idee van zorgzaam omgaan met mens en planeet, vond ik alleen terug bij Groen. Het imago van partij voor de rijken strookt echt niet met de realiteit. Zou een andere partij iemand zoals ik zoveel kansen geven? Ik denk het niet. Mijn broer is wel lid van Vooruit en dat zorgt dikwijls voor clashes. (lacht)”

Was politiek een thema bij u thuis?

“Jawel, wij discussieerden heel veel. Papa was arbeider: hij werkte in tomatenserres, fabrieken, enzovoort. Mama was huisvrouw – een nieuwsgierige, krachtige vrouw vol goede ideeën. Ik bewonder haar keuze om thuis te blijven, maar ik zou het zelf niet kunnen. Ik heb ook een job nodig om mij goed te voelen. (denkt na) Wat mij ook bijblijft van mijn jeugd, is het open huis dat wij hadden. Wie hulp nodig had of in de problemen zat, was altijd welkom, ook al hadden wij het zelf niet breed. Soms waren dat mensen zonder papieren of mensen die niet wisten waarnaartoe. Zonder mijn ouders zouden zij in de miserie beland zijn. (benadrukt) Het is thuis dat ik geleerd heb hoeveel mensen verloren lopen in de samenleving.”

Is dat uw drijfveer in de politiek?

“Absoluut. Ik heb traantjes gelaten, maar de stap van het onderwijs naar de politiek was een logische stap. In mij heeft altijd een wereldverbeteraar geschuild. Als je dan de kans krijgt om schepen te worden, dan zeg je ja. De samenleving zal maar veranderen in de richting die jij wil, als je ook beleidsmakers hebt die zo denken.”

En die – zo lees ik in uw boek – eruit zien zoals u.

“Blij dat mijn boek gelezen wordt. (lacht) Het klopt. Als ik vroeger naar televisie keek, zag ik geen politici met een migratieachtergrond, laat staan met een hoofddoek. Terwijl zulke rolmodellen zó belangrijk zijn. Maar ik heb onderschat hoe groot de weerstand is tegen mensen zoals ik. (zucht) Wat ik over mij heen heb gekregen toen ik schepen werd … (de eerste Vlaamse schepen met een hoofddoek, red). Ik was daar niet op voorbereid. Ik was een simpele vrijwilliger uit de Brugse Poort die in het onderwijs werkte, hè. Ik had helemaal niet verwacht dat het zo snel zou gaan.”

Die bagger was de keerzijde van uw snelle opgang. U hebt zelfs een tijdje politiebescherming nodig gehad. Is de politiek dat waard?

Hafsa El-Bazioui heeft traantjes gelaten toen ze het onderwijs verruilde voor de politiek. “Toch was het een logische stap. In mij heeft altijd een wereldverbeteraar geschuild.”  © foto Christophe De Muynck

“Dat is een vraag die ik mij soms stel. (plots krop in de keel) Ik ga niet ontkennen dat het soms zwaar is. Maar wat is het alternatief? Een olifantenvel kweken? Dat zou ik niet willen. Wat mij kracht geeft, is de gedachte dat ook de voortrekkers van eerdere emancipatiegolven stormen hebben moeten doorstaan. De eerste vrouwen in de politiek bijvoorbeeld. Als je de eerste bent in iets, moet je blijkbaar kunnen incasseren. Ik zou het liever anders zien, maar als ik hiermee het pad kan effenen voor anderen, ben ik bereid deze vreselijke bagger te incasseren. (zwijgt)”

Wat zegt uw omgeving hiervan?

“Mijn moeder is het meeste bezorgd. ‘Zou je niet beter voor jezelf kiezen’, zegt ze wel eens. Soms twijfel je, maar dan hoor je een stemmetje in je hoofd dat zegt: ‘Hafsa, sowieso moet er iemand door deze shit heen.’ Als iedereen die pijn heeft voor zichzelf kiest – wat overigens logisch is -, zal er nooit verandering komen.”

“Als ik het pad kan effenen voor anderen, ben ik bereid de vreselijke bagger te incasseren”

De mix van vrouw, migratieroots en hoofddoek blijkt een garantie voor bagger. Waarom schrikt dat zoveel mensen af?

“Je hebt gelijk en dat is vreselijk. Let wel: dat een deel van de mensen zich vragen stelt, is normaal. Onbekend is onbemind. Ze hebben bovendien jarenlang te horen gekregen van politici, en niet alleen extreemrechtse, dat de hoofddoek een symbool van onderdrukking is. (feller) Dat zijn de mensen waar ik wél een probleem mee heb, politici die de hoofddoek uitbuiten en rondbazuinen dat ik het Paard van Troje ben. Zelfs N-VA-kopstukken zoals Assita Kanko en Darya Safai zetten zulke dingen op sociale media. Dat is vreselijk om te lezen. En iemand als Anneleen Van Bossuyt re-tweet dat dan. Ik weet nog exact wanneer: in 2018.”

Verklaart dat de aloude spanning tussen jullie?

“(knikt) Dat staat in mijn ziel gegraveerd. Zij kende mij niet eens, ik was pas voor het eerst verkozen.”

Begrijpt u dat het voor ‘gewone mensen’ soms verwarrend is? In Iran vechten vrouwen om de hoofddoek niet te moeten dragen.

“Absoluut. Het gaat over het recht op zelfbeschikking: elke vrouw moet zelf kunnen kiezen of ze een hoofddoek draagt. Dat is de strijd die ik voer. Ik vind het trouwens ongelooflijk moedig dat de burgers in Iran op straat komen. Zij voeren een strijd tegen een vreselijk regime dat op elk vlak vrijheden heeft ingeperkt.”

Eind deze zomer viel burgemeester Mathias De Clercq (Open VLD) uit met een burn-out. Zou het ook u kunnen overkomen?

“Absoluut, niemand is daar resistent tegen. Ik ben een workaholic, ik slaap weinig en ik heb een immuniteitsafwijking. Mijn immuniteitssysteem werkt niet zoals het zou moeten, waardoor ik dagelijks medicatie moet nemen. Dus ja, ik moet er ook waakzaam voor zijn. (enthousiast) Gelukkig haal ik ook veel energie uit de politiek. Dat is waarom ik Gent niet wil verlaten. Omdat ik het zo graag doe.”

© foto Christophe De Muynck

Als we kijken naar de stad, wat is uw wens voor dit jaar?

“Vorig jaar hebben we te veel over het budget moeten praten. Helaas was dat onvermijdelijk, gezien de situatie. Maar ik heb ook begrip voor de woede van het middenveld over de besparingen. Dit jaar wil ik deze banden opnieuw aanhalen. Maar wat ik vooral hoop, is dat we weer wat zachter met elkaar kunnen omgaan, niet alleen in de politiek. Veel mensen hebben in deze onzekere tijden nood aan een zachte stad die hoop en veiligheid biedt in alle betekenissen van het woord.”

Met andere woorden: dat Gent weer de stad van licht en liefde kan worden?

“(schatert het uit) Wie kan daar nu tegen zijn?”

Biografie

Geboren op 2 november 1987 in Gent.

Graduaat maatschappelijk werk.

Woont in Gent met haar man en twee zonen (15 en 12).

Werkte als begeleider in het stedelijk en provinciaal onderwijs vooraleer ze de stap naar de politiek zette.

Gemeenteraadslid sinds 2019.

Schepen sinds 2022.

Vandaag eerste schepen in een coalitie van Groen, Vooruit en Open VLD.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier