HEVERLEE Hij had met pensioen kunnen gaan, maar toen kwam de vraag om Chef Defensie te worden. Als het land roept, zegt Frederik Vansina ja. Tijdens onze laatste winterwandeling hebben we een openhartig gesprek met de grote baas van het leger. Over oorlog en vrede, liefde en verlies …
De kazerne van Heverlee, aan de voet van het Meerdaalwoud. Frederik Vansina arriveert stipt op tijd. Strak in het camouflagepak, zoals het een viersterrengeneraal betaamt. Decorum hoort erbij. Brede glimlach. Frederik Vansina is een kordaat, maar aimabel man. Hij vertelt dat hij vlakbij woont en graag in deze bossen komt wandelen, lopen en mountainbiken. “Als je een baan hebt die veel focus vereist, dan moet je af en toe ontspannen. Mij lukt dat het best in de natuur. Ik ben echt een natuurmens. Dat is een familieding bij ons.”
Een deel van het Meerdaalwoud is militair domein. Ik vraag hem of hier ook wolven dwalen, zoals in Limburg. Hij lacht. “Vooralsnog niet. Maar het verbaast mij niet dat deze dieren de rust van een militair domein opzoeken. Na de werkuren zijn dat echt ongerepte natuurgebieden, vaak beschermd, waar veel dieren leven: reeën, everzwijnen, enzovoort.” Is de wolf welkom, wil ik weten. Hij, fijntjes: “Zolang hij ons niet hindert, wel. Defensie is iedereens vriend, zolang we niet aangevallen worden.”
Een berekend risico
We wandelen langs de kazerne richting bos. Wat mij direct opvalt, is de stevige tred van de Chef Defensie. Zelfzeker, recht op zijn doel af. Er is iemand die dezelfde tred heeft, zeg ik hem. Zijn minister, Theo Francken. Hij lacht. “Dat kan ik mij voorstellen. Tijdens de regeringsvorming heeft hij mij uitgenodigd voor een gesprek tijdens een wandeling in het mooie Linden en omgeving. Het is niet bij een keer gebleven. Als je vaak binnen zit, doet het deugd om gesprekken te voeren in de frisse buitenlucht.”
Hij heeft de kerstvakantie aangegrepen om rust te nemen en tijd vrij te maken voor zijn familie, vertelt hij. Al benadrukt hij dat zijn gsm nooit ver weg lag. “Eindejaar is een periode van bezinning, voor jezelf, maar ook voor al die mensen die onze veiligheid bewaken in andere landen. Vlak voor kerst hebben de minister en ik een toer gedaan bij onze jongens in Afrika en Europa. Om onze erkentelijkheid te tonen. Het is dankzij deze jongens dat wij hier vredevol kerst en Nieuwjaar kunnen vieren.”

Danfo Van der Velden. Het duurt niet lang vooraleer de naam valt van de deze winter overleden 22-jarige soldaat. Ik vraag hoe de Chef Defensie zoiets beleeft. “Dat was enorm pijnlijk, in de eerste plaats voor de familie. Zo hoort het niet te zijn. Natuurlijk kan je dat ook zelf niet loslaten. Je stelt je de vraag: hadden we dat kunnen voorkomen? We hebben dat grondig geanalyseerd en daaruit blijkt dat het een technisch ongeluk was.” Hij zwijgt enkele tellen. “Tegelijk moet je aanvaarden dat de dood een risico is, eigen aan deze job. Een berekend risico. In de jaren dat ik jachtpiloot was, heb ik tien collega’s verloren. Hoe vreselijk ook, dat hoorde erbij. De huidige generatie is dat niet meer gewoon. Maar als de Russische dreiging blijft toenemen, en wij grotere oefeningen moeten doen, gaan we ook meer ongevallen riskeren.”
Kind van een diplomaat
Frederik Vansina, bouwjaar 1964, is getrouwd en vader van een dochter. “Ik heb veel bewondering voor deze twee vrouwen, want zij hebben veel moeten opofferen voor mijn carrière. Zeker mijn echtgenote: ik ben haar heel dankbaar. Mijn dochter is dan weer mijn grootste fan én criticaster.” Laura Vansina is overigens als onderzoeker gespecialiseerd in … Vladimir Poetin. “Het gebeurt dikwijls dat ik haar om raad vraag – omdat zij met burgerogen kan kijken naar militaire kwesties. (zichtbaar trots) Nu is zij nog ‘dochter van’, maar binnenkort zal ik ‘vader van’ zijn.”
Vooraleer we het bos induiken, wandelen we langs Heverlee War Cemetery, een militaire begraafplaats met gesneuvelden van de twee wereldoorlogen. Vansina vertelt over zijn grootvader die oorlogsvrijwilliger was en in de loopgraven aan de IJzer heeft gevochten. Toch was Defensie een ver-van-mijn-show voor hem. Zijn vader was immers diplomaat. “Dat had het voordeel dat ik als kind de wereld gezien heb. Ik ben in Zwitserland geboren en heb later in Nederland, de Verenigde Staten en Congo gewoond, vier landen die in mijn hart zitten. Al was het diplomatenleven niet altijd even vrolijk. Als kind steeds afscheid moeten nemen van je vriendjes, is moeilijk.”
“Zonder de Amerikanen zijn wij niet in staat Europa te verdedigen. Dat is waarom wij daddy moeten zeggen”
Zijn ouders waren niet laaiend enthousiast toen hij zich op zijn achttiende wou inschrijven aan de Koninklijke Militaire School. “Toch hebben ze mij niets in de weg gelegd. Omdat ze wisten dat ik gepassioneerd was door luchtvaart en defensie. Als kind zei ik al dat ik piloot wou worden. Ik ben nooit van gedacht veranderd.” Hij voegt eraan toe dat het goed is dat 17-jarigen vandaag weer een oproepingsbrief krijgen voor een militair dienstjaar. “Na de opschorting van de legerdienst is Defensie de connectie met de samenleving wat verloren. Daar moeten we weer aan werken.”
De dood in de ogen
Frederik Vansina begon zijn carrière als gevechtspiloot. Als hij vertelt over zijn F-16, blinken zijn ogen als de twintiger van weleer. “Dat was een machtige periode. Jonge mensen onder elkaar, een echte band of brothers. Als je leven in handen ligt van je collega, moet je elkaar wel vertrouwen. Soms liep een operatie fout af, en zaten we samen te treuren aan de kist van een vriend. Maar ook dat schept een band.” Hij benadrukt dat hij zich de namen herinnert van elk van deze collega’s, evenals de omstandigheden waarin zij stierven. Zelf heeft hij twee keer de dood in de ogen gekeken, zegt hij. Twee keer scheerde hij met zijn F-16 rakelings naast een ander toestel. Of je dan nooit aan stoppen denkt, wil ik weten. Hij zegt van niet. “Als je jong bent, waan je je onoverwinnelijk, zeker in zo’n machtige machine. Oké, je ziet anderen sterven, maar je denkt altijd: mij zal dat niet overkomen.”
Na bijna elk echelon te hebben beklommen, kreeg de flegmatieke Vlaams-Brabander twee jaar geleden de vraag om Chef Defensie te worden, de ultieme bekroning voor een militair. Was die vraag niet gekomen, dan was hij vandaag met pensioen. Of hij niet getwijfeld heeft, wil ik weten. “Zeker niet”, klinkt zijn antwoord vastberaden. “Als de regering je vraagt om Chef Defensie te worden, dan doe je dat. Zeker in deze onrustige geopolitieke tijden. Je doet dat voor je land, uit erkentelijkheid voor de loopbaan die je hebt mogen uitbouwen.”
Diplomatiek talent, een vlekkeloos imago en communicatief sterk: dat zijn maar drie redenen waarom het oog van de regering op Vansina viel. In tegenstelling tot zijn voorgangers is hij heel bereikbaar voor de media. Een bewuste keuze, zo blijkt, om Defensie dichter bij de mensen te krijgen. “Ik vind het belangrijk om duidelijk te communiceren waar wij voor staan en wat wij doen. Ook al zijn we 35 jaar verwaarloosd, Defensie is een belangrijk deel van onze samenleving.”
“Onze grootste nachtmerrie is dat China en Rusland afspreken om het westen samen aan te vallen”
De grootste nachtmerrie
We zijn intussen het bos ingedoken. Het is amper vier uur in de namiddag en de zon zakt al weg achter de horizon. Laten we eens naar die onrustige geopolitieke toestand kijken. Wat verwacht de legerchef van het nieuwe jaar? “Dat de spanningen zullen stijgen, dat zeker. In Oekraïne, waar we nog niet direct een oplossing verwachten, tenzij er een deus ex machina zou komen. Trump? Wie weet. Maar ook elders in de wereld. In de Pacific, waar Amerika en China tegenover elkaar staan. In het Midden-Oosten met Israël en Iran. Er zijn veel conflicten die smeulen.”
Het zou hem verbazen als de oorlog in Oekraïne komend jaar beslecht wordt, voegt hij eraan toe. “Intussen heeft Poetin daar 700.000 Russen ingezet. Denken dat je zo’n leger op het slagveld kunt verslaan, is een illusie. Het enige waarop wij kunnen hopen, is dat de economische prijs zo hoog wordt dat hij wel aan tafel moet komen. Maar dat is niet voor morgen.”
Loert een nieuwe wereldoorlog om de hoek, vraag ik. “Niet in de traditionele vorm met grote veldslagen, volgens mij. We zien wel een spanningsopbouw tussen het blok van democratische landen en het blok van autocratische landen. De westerse dominantie wordt niet meer aanvaard. (wikt zijn woorden) Onze grootste nachtmerrie is dat China en Rusland afspreken om het westen samen aan te vallen: de eerste in de Pacific, de tweede aan de oostflank van de Europese Unie.” Is dat realistisch, wil ik weten. Hij wikt zijn woorden. “Er zijn inlichtingendiensten die zeggen van wel. Sommigen kijken naar 2027 als kantelpunt, anderen naar 2030. Feit is dat wij wakker moeten zijn.”
‘Daddy’ Trump
Dat is geen analyse om vrolijk van te worden. Ik vraag hem of wij als Europese Unie echt schrik moeten hebben van Poetin. Hij zegt van wel. “Poetin is de grootste bedreiging voor onze vrede en welvaart. Dat heeft verschillende redenen. Ten eerste: zijn overtuiging dat het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de grootste ramp is uit de Russische geschiedenis. Dat wil zeggen dat Oekraïne niet het eindpunt is voor hem. Ten tweede: zijn bereidheid om duizenden mensen op te offeren. Zolang de oorlog in Oekraïne duurt, zal Poetin Europa niet aanvallen. Maar wat als hij daar zijn slag thuishaalt? Dáár zijn wij bezorgd over.” Hij zwijgt even. “Als de banden tussen Europa en Amerika niet verbeteren, zou hij wel eens in de verleiding kunnen komen om de NAVO te testen. Dat is waarom we Oekraïne moeten blijven steunen. Omdat zij tijd kopen voor ons, zodat wij onze eigen Europese legers sterker kunnen maken.”
Als Poetin hier morgen binnenvalt, hakken wij die Russen dan niet in de pan, werp ik op. Zoals sommige analisten ook zeggen. Vansina gaat niet akkoord. “Op militair vlak staat Rusland sterker dan Europa. Waarom? Omdat zij zesduizend kernwapens hebben. Omdat zij 700.000 soldaten hebben met gevechtservaring. Omdat zij een oorlogsindustrie hebben die 24 op 7 draait. Elke dag rollen daar enkele nieuwe tanks van de band. Het enige wat Poetin echt afschrikt, zijn onze kernwapens en onze zeshonderd F-35’s tegen 2030. En dan nog … Laat ons eerlijk zijn: zonder de Amerikanen zijn wij niet in staat Europa te verdedigen. Dat is een triestige analyse, inderdaad. Zo ver hebben we het laten komen. Dat is waarom wij daddy moeten zeggen tegen Donald Trump.”
Is het dan geen tijd voor een Europees leger? “Zolang je niet méér Europese eenmaking hebt, zoals een echte Europese regering, is dat een illusie. Wat we moeten doen, is de Europese defensie versterken binnen de NAVO. Het zijn de NAVO-structuren die toelaten dat onze 27 legers samenwerken.”
Zijn grootste schrik
Oorlog of niet, ook de fotograaf heeft werk te doen, en dus neemt hij de generaal mee doorheen struiken en varens voor enkele portretten. Een grote bonte specht vliegt over onze hoofden op zoek naar een dikke beuk. Ik worstel met de woorden die ik net hoorde. Zijn waarschuwing klinkt zoals die van NAVO-baas Mark Rutte die zelfs refereerde naar de tijd van de loopgraven. Zo scherp wil Vansina het niet gesteld hebben, benadrukt hij als hij terug op het wandelpad komt. “Het is nog niet te laat, dat is het goede nieuws. De verhoging van het defensiebudget naar twee procent was een grote stap vooruit. Is dat genoeg? Neen. In 2029 wordt dat opnieuw geëvalueerd. Maar als we het ingeslagen pad verder zetten, kunnen we tegen 2030 deels en tegen 2035 helemaal autonoom zijn. Mijn grootste schrik is dat de sense of urcency verdwijnt. Dat we verslappen. Gelukkig hebben wij een regering die beseft dat een sterk leger noodzakelijk is om onze welvaart te beschermen.”
Eindejaarsvragen
Wie was de figuur van het jaar?
“Mijn echtgenote. Omdat zij elke dag ons huishouden bestuurt. Omdat zij mij toelaat om elke dag twaalf à vijftien uren met Defensie bezig te zijn. Zonder de compromissen die zij gemaakt heeft, had ik deze carrière nooit kunnen uitbouwen. Ik ben haar heel erkentelijk.”
Wat mag ik u toewensen voor het nieuwe jaar?
“Een goede gezondheid. Het is een cliché, maar het is zo belangrijk. Ik besef goed waarover ik spreek. (even stil) Maar dat is iets waarover ik liever niet uitweid.”