Hij arriveert stipt op tijd. Hip zwart hemdje aan, met gloeilampen op. Zij arriveert een halfuur later. Losjes getooid in geel en groen. Hij, dat is filmmaker Jan Verheyen, flegmatiek, succesvol én omstreden. Zij, dat is politica Meyrem Almaci, vurig, populair én omstreden. Een cocktail van die twee moet uitmonden in een eigenzinnige terugblik op het jaar. Plek van afspraak voor de lunch: villa Roularta.

“Voor de gezelligheid moet je óns niet uitnodigen”, knipoogt Verheyen. Almaci kan een eerste schaterlach niet onderdrukken. De twee klinken met een glas spuitwater voor de lens van onze fotograaf. Ze zijn beiden geheelonthouder, toch wat alcohol betreft. “Mijn excuses, Jan, dat ik zo laat ben. Ik lag vannacht pas om half vijf in mijn bed. De begrotingsbespreking in het parlement is uitgelopen.” Verheyen (droog): “Wil u vooral proberen niet in slaap te vallen tijdens dit gesprek, of toch niet als ik aan het woord ben. Dat zou héél vreemd overkomen.” Almaci: “Iets in mij zegt dat dat niet zal gebeuren.” (lacht) Verheyen opnieuw: “Paul, schat, wat staat er op het menu, ik heb wel al een hongerke.”

 

“Ik voel veel schroom om mijn noden boven die van onderwijs en zorg te zetten.” Jan Verheyen

We gaan van start met een hapje. Dat is scampi voor Verheyen en tomaat-mozzarella voor Almaci, die allergisch is voor schaaldieren. De filmmaker steekt de loftrompet op. “Ik ken Meyrem niet, maar ik zie haar vol passie aan politiek doen. Ik bewonder dat. Passie is voor mij hét secret ingredient van een boeiende mens.”

Almaci (enthousiast): U hebt gelijk: politiek ís mijn passie. Al was ik niet voorbestemd om in de politiek te gaan. In mijn omgeving werd verwacht dat ik snit en naad zou studeren. Dat was buiten Meyrem gerekend. (lacht)

Verheyen: Ik vind het eigenlijk laf van mezelf dat ik niet in de politiek stap. Het is zó makkelijk om langs de zijlijn kritiek te spuien. Ik betrap me daar te vaak op. Dat zal ook vandaag weer zo zijn. (lacht) Ik sta wel huiverachtig tegenover de zelfkastijding van politici. Ik vind eerder dat jullie te weinig verdienen.

Almaci: Dat is een moeilijk debat. Lokale mandatarissen, ja. Maar parlementsleden, die verdienen genoeg. Die krijgen ook een onkostenvergoeding, hè. Als de mensen moeten besparen, dan ook de politiek, vind ik. Maar ik pas voor een race to the bottom.

Was u stiekem niet liever in Hollywood beland dan in de Wetstraat?

Almaci: Neen, toch niet. Ik ben graag anoniem. Ik zou dus niet graag deel uitmaken van die wereld. Of misschien heel even, om te weten wat dat is. Maar ik zou gek worden, denk ik. Ik hou wel van film, hoor. Al heb ik nogal een nerdy smaak.

Verheyen: Wanneer bent u laatst in de cinema geweest?

Almaci (denkt na): De vorige film van Star Wars. Dat is twee jaar geleden, zeker? Ik ben nu aan het kijken naar de serie van The Dark Crystal op Netflix. Dat was mijn favoriete jeugdfilm.

“Ik geef geen hand aan Filip Dewinter omdat hij mijn overleden vader eens misbruikte in een debat.” Meyrem Almaci

De nieuwe Kampioenenfilm, Viva Boma, is de best bekeken Vlaamse prent van 2019. Gaat u die zien?

Almaci: Ik zeg het: ik heb helaas weinig tijd. Mijn moeder is wel grote fan. Wij zagen thuis alle seizoenen met DDT en Pico.

Verheyen: En zo schuift Meyrem handig door dat zij geen fan is. Ik waardeer die eerlijkheid. (lacht) Ik ga iets bekennen: ik ben ook afgehaakt na het vierde seizoen. Ik heb die allemaal moeten inhalen toen ik aan de eerste film begon. Maar mag ik eens zeggen wat écht straf is aan De Kampioenen? Hét politieke modewoord van dit jaar moet ‘verbinden’ zijn. Veel politiekers kunnen geen drie zinnen zeggen zonder dat woord uit te spreken.

Mevrouw Almaci?

Almaci: Ik pleit schuldig. (lacht)

Verheyen: Ik bedoel: ik zie in die zalen drie generaties, ik zie kinderen en grootouders, ik zie mannen en vrouwen, ik zie Turken en Marokkanen die Nederlands leren. Als iets onze samenleving verbindt, dat is het dát wel.

Het voorgerecht wordt aangerukt: carpaccio van rund of zalm op een groentebedje. “Dat is mijn ontbijt, ”, lacht Almaci. We schakelen over naar de politiek, naar het omstreden cultuurbeleid van de Vlaamse regering. De filmwereld, en meer specifiek het Vlaams Audiovisueel Fonds, krijgt wél meer geld.

Verheyen: Dat is een logische historische correctie. Het fonds was al niet meer geïndexeerd sinds de oprichting in 2002. Wij hebben voor Viva Boma geen subsidies aangevraagd. Bewust, want in dat fonds zit maar geld voor zeven à acht films. Ik vond dat haast een moral duty om dat niet te doen. Al houdt dat ook een risico in. Aan de film over De Collega’s hebben we wel onze broek gescheurd.

Almaci: Ik betreur die nieuwe besparingsronde op cultuur. ‘Als we niet vechten voor onze cultuur, waarom dan wel’, zei Winston Churchill. Dát vraag ik me ook af.

“Ik vind het eigenlijk laf van mezelf dat ik niet in de politiek stap.” Jan Verheyen

Als zorg en onderwijs moeten besparen, waarom dan niet cultuur?

Almaci: Dat is geen of-of-verhaal voor mij. Ik zou andere keuzes maken. Cultuur is een kleine kostenpost, maar kan zóveel opleveren. Creativiteit maakt een samenleving sterker.

Verheyen: Ik zit daar met een dubbel gevoel. Cultuur wordt inderdaad schromelijk ondergefinancierd in dit land. Maar ik vind ook de vraag terecht. Dat is waarom ik niet mee doe aan de betogingen of de open brieven. Ik voel veel schroom om mijn noden boven die van onderwijs en zorg te zetten. (op dreef) Maar welke keuze zou u dan maken, Meyrem? De grote bedrijven? Defensie? Ik vind dat altijd zó gemakkelijk gezegd.

Almaci (feller): Ik ga iets anders zeggen. De afschaffing van de woonbonus brengt drie miljard euro op. Investeer dát in nieuw maatschappelijk beleid. Maar neen, de mensen krijgen weeral te horen dat vooral bespaard moet worden bij hen. Ze zijn dat beu, hoor. De drie regeringspartijen hebben zware klappen gekregen op 26 mei. Waarom denkt u? Veel mensen, ook zij die voor Vlaams Belang stemmen, willen een socialer beleid.

Verheyen: Waarom lukt het Nederland wél om die omslag te maken naar een overschot? (fijntjes) Zou het dan toch iets te maken hebben met de structuren van dit land? Of mag ik dat niet zeggen?

Almaci: Zeker wel. Maar dat was geen thema in de campagne. Mijn analyse is anders. Sommige politici willen gewoon niet werken met de structuren. Dát is het probleem. Men kon al een regering gevormd hebben, hè. Maar ik sta open voor verbetering. Ik vind het ook waanzin dat dit land vier klimaatministers telt.

Wat denkt u van zondag 26 mei, meneer Verheyen?

Verheyen: Ik was minder verbaasd dan de gemiddelde politicus, denk ik. De mensen zijn hét beu: dat is zeker. Dat heeft deels met die structuren te maken. Maar ook met migratie: de olifant in de kamer. De politiek voelt niet aan wat leeft op straat.

Almaci (droog): Het is over niets anders gegaan in de campagne. De N-VA heeft op die manier het VB gereanimeerd.

Waarom won uw partij minder dan verwacht? Is dat door de alarmistische klimaatboodschap, ook gebracht door iemand als Anuna De Wever?

Verheyen: Gaat ge dat er ook nog in wrijven, Paul?

Almaci: Doe maar, hoor. (lacht)

Verheyen: Ik ben eigenlijk geschokt over de manier waarop de publieke opinie zich gekeerd heeft tegen Anuna en de anderen. Ik had dat niet zien aankomen. Die jonge mensen engageren zich voor een betere planeet. Die verdienen die hoon niet. Los daarvan: dat zal uw partij geen goed gedaan hebben, denk ik. U leek opnieuw de partij van het belerende vingertje.

Almaci: Het klimaat is een polariserend thema geworden. Ik betreur dat. Wat u zegt, kan kloppen. Maar dat is een foute perceptie. Ik ben een bon vivant. U ziet dat misschien aan mij. (lacht) Mijn partij is ook voor het goede leven. Maar plots kwamen wij anders over, alsof we dat goede leven wilden afbreken. Wij zijn geraakt door die polarisering.

Het hoofdgerecht komt aangezwommen. Tarbot in mosterdsaus, omgeven door spinazie. Verheyen vraagt een extra schep saus, Almaci ook. We gaan even de persoonlijke toer op. Wat hen dit jaar geraakt heeft. Verheyen vertelt over het ouderlijk huis dat hij heeft moeten leegmaken. Zijn moeder is naar een home verhuisd, zijn vader naar zijn zus. “Dat was heel confronterend, vooral wat dan overblijft van het materiële leven van een mens als hij zijn woning verlaat. Enkele meubels, wat foto’s, een map papieren. (even stil) Dat is zo goed als niets.” Almaci vertelt over het overlijden van haar vriendin Marieke Vervoort. Haar afscheidsfeest was de avond van haar herverkiezing als partijvoorzitter.

Almaci: Maar ook de verruwing van het debat heeft me triest gemaakt. Wederom. De bagger die ik weer over me heen kreeg. (zucht) Vaak heel persoonlijk. Vette koe. Ga terug naar uw land.

Verheyen: Waarom leest u dat allemaal?

Almaci (haalt schouders op): Was ik geen politica, dan zou ik stoppen met sociale media, denk ik. Maar weet u wat nóg erger is om zeggen? Soms raakt het mij niet meer. Ik heb in mijn jeugd de ergste dingen meegemaakt. Intimidaties van Vlaams Blok, fysieke bedreigingen, noem maar op. Dat maakt iemand bijna immuun voor die bagger. (even stilte) Ik heb altijd tegen vooroordelen gestreden, tegen hokjesdenken. Wellicht wek ik daarom woede op.

Verheyen (knikt): Veel mensen denken in hokjes. Ik ben voor hen de commerciële hond. Of de rechtse zak.

Almaci: Als u dat etiket wil waarmaken, dan gaat u beter uw best moeten doen, hoor. (lacht)

Verheyen: Dat staat zelfs op Wikipedia. Ik krijg dat daar niet af. Ik heb ooit eens deelgenomen aan De Stemtest op de VRT. Ik kwam N-VA uit. Of ik dat wou laten aanpassen, vroegen ze. Ik zei van neen. Dat was nu eenmaal het resultaat. Tussen haakjes: twee anderen lieten hun uitslag wél aanpassen. Enfin. Bart De Wever, toen nog gespecialiseerd in zijn lijkbiddersgezicht, kwam me nadien zeggen: ‘Uw carrière is voorbij, vriend’. En neen, schat, ik ga niet zeggen wie die twee anderen zijn. (lacht) Maar ben ik daarom alleen N-VA? Néén. Ik ben eigenlijk politiek dakloos. Was de politiek een supermarkt, dan zou ik van elke rayon iets kiezen. Mag ik eens iets factchecken, Meyrem? Klopt het dat u geen hand geeft aan VB-ers?

Almaci: Ik geef geen hand aan bepaalde kopstukken. Aan Filip Dewinter bijvoorbeeld omdat hij mijn overleden vader eens misbruikte in een debat. Of aan Tom Van Grieken die mijn gezicht gebruikte voor een collage over migratieproblemen. Dat heeft mij héél persoonlijk getroffen. Maar gewone VB-ers geef ik wél een hand.

Verheyen: Die verruwing is inderdaad triest. Ik hou van debat, maar dat moet beleefd gebeuren. Ik moet u alwéér gelijk geven. De verwarring zal groot zijn onder de lezers.

“Ik ben voor het goede leven. Mijn partij ook. Maar plots kwamen wij anders over, alsof we dat wilden afbreken.” Meyrem Almaci

Wat heeft u echt blij gemaakt het voorbije jaar?

Almaci: Mijn oudste zoon is twaalf geworden. Dat is die jongen die tien weken te vroeg geboren is. Veel te vroeg dus. Zal hij overleven, was toen de vraag. En zie vandaag: een grote gast, eerste middelbaar, goed rapport. (even stil) Ik heb toen tranen gelaten, maar nu ook, van ontroering, zelfs tussen de formatieonderhandelingen door.

Verheyen: Wat u zegt, is schoon. Ik ga ook die cocon noemen, die mijn thuis is. Mijn vrouw Lien, mijn dochter Anna. Met ons drietjes samen dingen doen: dat zijn de meest pure momenten in mijn leven. Dat is even weg zijn van de boze wereld. Dat kan me ook tot tranen toe ontroeren. Maar ik wil ook de solidariteit voor baby Pia noemen. Lien en ik hebben een film gedraaid over de farma-industrie (Red Sandra, volgend najaar in de zaal, red.). Dat heeft me diep getroffen.

Het nagerecht is daar. Een bolleke vanille met warme speculoos. Verheyen wil een extra bolleke. “Maar schrijf dat niet allemaal op, hè. Mijn vrouw leest mee.” De twee praten lang na, onder het drinken van sloten thee. Almaci wil weten wat de regisseur vindt van Braindead, een horrorprent van Peter Jackson, waar ze gek van is. “Doe uzelf een lol, en ga nú naar Yummy kijken, héél sterke Vlaamse horror.” Verheyen vertelt over de methodeschool Stamina waar zijn dochter naartoe gaat. “En waar velen het groene gedachtegoed aanhangen. Lien en Anna hebben mij gesmeekt om wat bedachtzaam te zijn in dit gesprek, zodat ze daar na de vakantie nog welkom zijn. U moet weten dat ik wel eens een ongeleid projectiel ben.” Niet voor het laatst gaan ze beiden hard aan het lachen.

(foto Stefaan Beel)