Passie is de rode draad in het leven van Bart Verhaeghe. Wat hij doet, doet hij graag. Anders doet hij het niet. Dat verwacht hij ook van de mensen die hem omringen. Dat hij die passie ook weer in ‘zijn’ Club gepompt kreeg, maakt hem gelukkig. Het Kasteel van Bever, een neoclassicistisch landgoed in de bossen van Grimbergen, is onze plaats van afspraak. Hier huisvesten zijn ondernemingen.

De belangrijkste man in het Belgisch voetbal, zo wordt de 51-jarige Vlaams-Brabander nu al genoemd. Voorzitter en eigenaar van landskampioen Club Brugge, sinds dit jaar ondervoorzitter van de Belgische Voetbalbond. Je zou bijna vergeten dat hij in de eerste plaats ondernemer is. Bezieler van het omstreden Uplaceproject bijvoorbeeld. Hij steunt ook een professioneel triatlonteam. Of hij niet te veel hooi op zijn vork neemt? “Neen, want ik ben geen avonturier. Wat ik doe, is weloverwogen. Als ik een project zie, analyseer ik dat grondig, de uitdagingen en de gevaren, en dan pas beslis ik of ik spring. Als ik het evenwicht in mijn leven kwijt kan spelen, dan doe ik het niet. En als ik wel spring, laat ik me omringen door sterke mensen. Anders zou je versmachten. Je kan niets alleen.”

Een bedrijf leiden of een voetbalclub?
Een voetbalclub. Die jonge mensen bezig zien, geeft mij veel energie. Na een training voel ik altijd zelf de drang om te sporten.

Als kind wou jij ook voetballer worden.
(knikt) En ik had wat talent. Toen ik 18 was, kon ik een profcontract tekenen (waar zegt hij nooit, red). Maar dat mocht niet van mijn vader. Ik moest naar de unief. Hij begreep die passie voor voetbal niet, hij was een echte loper. Elke avond na zijn werk (ambtenaar Financiën, red) ging hij lopen. Voetbal vond hij maar een brutale sport. En er werd te veel gevloekt. (lacht)

Heb je hem dat kwalijk genomen?
Even wel, ja. Als je 18 bent, denk je dat je het leven kent. Maar dat heeft niet lang geduurd. Mijn ouders hebben veel mogelijk gemaakt voor mij. Toen ik na mijn Rechtenstudies niet wist wat te doen, raadde mijn moeder Vlerick aan. Deed mijn vader de deur van het voetbal toe, dan opende mijn moeder de deur van het ondernemen.

Was jij een goede student?
Ik studeerde niet graag. Als lessen gewoon voorgelezen werden, ging ik niet. Dat kon ik thuis ook wel. Ik organiseerde liever dingen voor het praesidium. Eén keer ben ik blijven zitten, het vijfde middelbaar bij de Jezuïeten. Niet volwassen genoeg, was het verdict. Ik was een lelijke speelvogel.

Vertel op.
Moet dat echt? (twijfelt even) Dat waren vooral leuke dingen, hoor. Zingen en dansen met de lerares, zodat iemand anders de toetsen kan aanpassen. Of stevig trillend mijn handen uitsteken als de bevende pater mij de hostie geeft. Dat leverde mij een serieuze lap in mijn gezicht op. (lacht) Maar bon, ik heb mijn les daar wel geleerd.

“Een ontslag is niet noodzakelijk hard. Soms is dat de beste oplossing voor iedereen.”

Jij wordt al eens een meedogenloze zakenman genoemd. Doet je dat iets?
(blaast) Mij persoonlijk niet. Dat klopt ook niet. De mensen die dat schrijven, kennen mij niet. En ik kan ze dat zelfs niet kwalijk nemen. Als mijn kinderen of vrienden me zeggen dat ze het moeilijk hebben met dat beeld, dan raakt me dat wel.

Toen je in 2011 voorzitter van Club werd, was het een komen en gaan van mensen.
(pikt in) Ik heb meer mensen aangenomen dan ontslagen, hoor. Maar goed, kijk, ik zie een ontslag niet noodzakelijk als iets hard. Soms is dat gewoon de beste oplossing voor iedereen. Als ik ergens begin, geef ik eerst een kans aan de mensen die er zijn. Maar wie niet mee wil in het verhaal, zoekt beter iets waar hij zich wel in kan herkennen. Dat personeelsverloop was ook logisch, hè. Brugge was de passie kwijt. De mensen die er zaten, waren niet meer fier op de Club. Ze waren blij, want ze hadden er een gezapig leven, maar ze lieten alles op zijn beloop.

Heb jij de passie teruggebracht?
Absoluut, maar ik niet alleen. Je vindt die passie vandaag terug bij alle medewerkers. Elkeen is een even belangrijke schakel in het geheel. Als de kuisploeg goed werk levert, en de kleedkamer heerlijk ruikt, zullen ook de spelers meer goesting hebben. Club is ook professioneler geworden. Het aantal medewerkers is gestegen van 65 naar 110, het zakencijfer van 35 naar bijna 60 miljoen. De spelers worden tot in de puntjes opgevolgd, tot eten en slapen toe.

Waar in het begin mee gelachen werd.
Ik had beter gezwegen en gewoon gedaan. Maar nu zie je wel al twee jaar de resultaten van ons beleid. We staan er weer en willen er duurzaam blijven.

Komende week begint de Champions League. Is dit waar Club thuishoort?
Club moet Europese subtop zijn, en af en toe ver geraken in de Europa League, een halve finale moet eens kunnen, wie weet zelfs een finale. Maar elk jaar Champions League kan je niet verwachten. Daarvoor is de concurrentie in België te groot geworden. En maar goed ook. Ons niveau is de laatste jaren enorm gestegen. Vergelijk dat met Nederland. Ik denk niet dat er nog één Belgische ploeg bang moet zijn van Ajax of PSV.

“Met zelf ouder te worden, apprecieer je die gesprekken met oudere mensen veel meer. Die hebben zoveel levenswijsheid.”

Na de gewonnen bekerfinale vorig jaar toonde je je emotionele kant. Je droeg die beker al huilend op aan je één jaar eerder overleden vader.
Normaal hou ik mijn emoties liever voor mezelf. Maar toen, ja. (zwijgt even) Mijn vader was heel inspirerend voor mij. Goed de dingen kunnen analyseren, dat heb ik van hem. Al was hij niet de grote durver. Dat heb ik dan weer van mijn moeder.

Geloof je dat je vader nog meekijkt?
Dat geloof ik, ja. (zacht) Ik praat soms nog met hem. Hoe zou hij omgaan met een bepaalde situatie? Dat bespreek ik ook vaak met mijn moeder. Weet je, met zelf ouder te worden, apprecieer je die gesprekken met oudere mensen veel meer. Die hebben zoveel levenswijsheid. Misschien begrijpen zij niet altijd die complexe dingen waar jij mee bezig bent, maar hun antwoorden zijn soms zo eenvoudig en net daarom een grote hulp. Ik wil dat ook zijn voor mijn kinderen (drie tieners, red), hen leren overal het positieve uit te halen, niet fatalistisch te worden.

Lukt jou dat? Het nieuwe stadion, Uplace, allemaal dossiers die jaren aanslepen.
Ik ben geen opgever. Als je doorzet op basis van inhoud, merk je dat muren vaak lemen muren zijn. Ik weet dat dat twee goede projecten zijn, dat de mensen dat ook vinden. Maar het is moeilijk geworden om grote projecten te realiseren in dit land. Maar moet je je daarbij neerleggen? Neen. Wij hebben alles volgens de regels gedaan, ik heb er het volste vertrouwen in dat die projecten binnen enkele jaren gerealiseerd zullen zijn. En dan zal ik genieten als mensen zeggen dat dit er al veel eerder had moeten staan.

Toen je tien jaar geleden je vastgoedbedrijf Eurinpro voor 400 miljoen verkocht aan Australiërs, kon je mee verhuizen naar Sydney. Waarom heb je dat niet gedaan?
Ik wou mijn ouders en familie niet achterlaten. Dat was de eerste reden. En twee: ik had hier nog andere activiteiten. Zo waren we al met Uplace bezig. Het was wel een moeilijke keuze. Ik denk ook dat ik er had kunnen aarden. Australië is een sportief land, Sydney een mooie stad.

Ben jij een gelukkig man?
Absoluut, en ik meen dat. Ik heb de luxe dat ik niets meer hoef te doen wat ik niet graag doe. Maar geluk is voor mij ook op zondagmorgen met mijn kinderen gaan zwemmen, daarna een tourke lopen en ‘s avonds naar de Club gaan kijken. En stel dat ze dan verliezen? Zou mijn dag dan zo verkeerd zijn?

Het sportrapport van Bart Verhaeghe

Als kind was mijn idool …
Alle spelers van Club. En Johan Cruyff, wat die man kon, dat was kunst.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Voor veel sporters, en niet in het minst voor onze G-ploeg. Die vreugde van die gasten is zo ontwapenend. Ik maak er een zaak van geregeld te gaan kijken.

Mijn mooiste sportmoment?
De bekerwinst in 2015, onze eerste trofee.

Mijn grootste ontgoocheling?
Uitgeschakeld worden door Dnipro in datzelfde jaar in de kwartfinale van de Europa League.