De bloedmooie West-Vlaamse maakte enkele weken geleden voor het eerst écht kennis met de nietsontziende paparazzi. Op het strand van Miami. In Amerika ben je dan een celebrity, en heb je het gemaakt. Ook in Turkije, waar ze woont, is Stephanie Rose Bertram meer dan hot. Net als in Frankrijk, waar ze de voorbije jaren woonde. Blijft over: België veroveren, haar heimat, waar La Rose vooralsnog weinig gekend is. Te beginnen met dit pittige interview.

Een huzarenstukje is het, een afspraak maken met dit veelgevraagde topmodel. Omdat ze een hectisch leven leidt, maar ook omdat ze ‘exclusief’ wil blijven. “In mijn job is het belangrijk je een bepaald imago aan te meten, je kan niet overal ja op zeggen. Dit interview wou ik doen, omdat veel mensen in België inderdaad niet weten wie ik ben.”

(foto reuters)

Stephanie is het exotische product van een West-Vlaamse vader en een Senegalees-Portugese moeder (vandaar die speelse krulletjes). Ze groeide op in Kortrijk, verhuisde later mee met haar mama naar Deinze. Haar voornaamste karaktertrekken? Doorzettingsvermogen. Enthousiasme. En razend veel ambitie. Wat ze wil, doet ze ook. Zeventien was ze, toen ze moeders’ vleugels verliet om Amerika te veroveren: “Eén jaar voordien was ik voor het eerst op Times Square. Een grote wauw overviel mij. Op die billboards wou ik ooit staan.”

Amper vier jaar later was het van dat. School was niets voor jou?
Neen. Ik heb me nooit goed gevoeld op school. Als kind kreeg ik af en toe racistische opmerkingen. Ik wou niet dat mijn mama mij kwam ophalen, want dan zouden de andere kinderen zien dat ze donker is. (zwijgt even) In het middelbaar in Deinze liep het helemaal fout. Ik kreeg toen al regelmatig aanvragen voor fotoshoots. Maar gaf de directeur mij vrijaf, dan kreeg ik alle klasgenoten tegen mij. Die waren zo jaloers. In het vijfde jaar ben ik gestopt.

Zonder diploma. Is dat geen risico?
Ja, natuurlijk. Maar ik was heel zeker. Ik wou als kind al model worden, en ik wou niet langer wachten. Ik kon ook niet meer wachten. Ik had echt niemand meer op school. (stil) Dat was een heel zware periode voor mij. Anders neem je dat risico niet.

En of je het gemaakt hebt: je stond vorig jaar in de badpakkenspecial van het befaamde Sports Illustrated (SI), als eerste Belgische ooit.
(stralend) Dat voelt waanzinnig goed aan. Je ziet het waarschijnlijk aan mijn glimlach. Ik kon niet geloven dat SI mij wou boeken. Dat leek me zo onwaarschijnlijk. Als kind droom je van SI en van Victoria’s Angels. Dat is het hoogste wat je als bikinimodel kan bereiken. Het eerste is me gelukt, nu het tweede nog. Die show mogen doen zou mijn ultieme wens zijn.

Als model word je letterlijk blootgesteld aan de hele wereld. Voel je je nooit onzeker?
(glimlacht) Altijd. Echt waar. Is iedereen dat niet? Misschien dat niet iedereen dat zegt, maar ik wil wel zo eerlijk zijn. Ik vind het belangrijk dat mensen dat weten. Veel meisjes kijken naar mij en denken dat ik perfect ben. Dat is niet zo. Ik kijk ook vaak naar andere meisjes en denk dan: had ik maar zo’n lichaam. En ik ben sowieso niet iemand die echt graag blootgesteld word.

“Ik kijk ook vaak naar andere meisjes en denk dan: had ik maar zo’n lichaam.”

Nu hou je me voor de gek. Voor Sports Illustrated ga je helemaal uit de kleren, alleen bedekt met een likje verf.
Ja, maar dat was te nemen of te laten, hoor. (lacht luid) Ik zou dat niet zelf voorstellen. Maar als SI je de kans geeft, dan zeg je niet neen. Toen ze mij aan het schilderen waren, dacht ik wel: oh, my god. Wat nu? Ik was bang zelfs. (lacht)

Waarover ben jij onzeker?
Mijn buik. Ik zou die liever afgelijnd hebben.

Wat haat je het meest aan het modellenleven?
De vooroordelen. Heb ik hard moeten tegen vechten. (zucht) Hoeveel keer ik niet te horen kreeg dat ik te klein was, en dat ik het daarom niet zou maken. Ik snap dat niet. Waarom moet iemand groot zijn om de catwalk te doen? Of dat ik een te grote cup heb. Dat heeft me zelfs een shoot voor Victoria’s Secret gekost.

Vanwaar dat platte ideaal?
Dat weet ik niet. Ik heb daar even mee geworsteld, maar nu niet meer. Oké dat ik minder kansen krijg op de catwalk, ik zoek mijn werk wel op de commerciële markt. Je neemt mij zoals ik ben, of je neemt mij niet. Ik zou nooit zo dun willen zijn als een anorexiapatiënt. Ik wil keihard werken, maar ik zal mezelf niet kapot maken. Gelukkig ziet SI wel graag ronde vormen. (lacht)

Heb je al last van paparazzi?
Vooral in Amerika begint dat, ja. In juni was het eens heel hectisch. Ik zat op het strand van Miami met vriendinnen. Plots kwamen daar vier, vijf fotografen toegesneld. Elke pose die je maakt, schieten ze. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik voelde mij super ongemakkelijk. Je verwacht dat totaal niet. Waar komen die uit gekropen? Vroeger dacht ik ook dat die celebrities zelf de fotografen opbelden. Nu besef ik dat het zo niet loopt. Die staan er gewoon. En je kan die niet wegjagen.

Geniet je van je bekendheid?
Op dit moment wel, ja. (lacht) Ergens wil dat ook zeggen dat je goed bezig bent, anders zouden mensen niet geïnteresseerd zijn in je. Anderzijds moet je wel opletten: als je iets stom doet, komt iedereen het te weten. Je wordt een rolmodel. Nu, echt bekend ben ik niet, denk ik. Gekend wel. En zo is het goed. Al zou het wel eens gekker kunnen worden met die Turkse fans. Die zijn zo fanatiek. En geven zoveel liefde.

Je bent deze zomer verhuisd van Parijs naar Istanbul omdat je vriend (de Nederlander Gregory Van der Wiel) komend seizoen voor Fenerbahçe voetbalt. Zal dat impact hebben op je carrière?
Dat denk ik niet. Ook toen ik in Parijs woonde, was het vliegtuig naar Amerika mijn tweede thuis. Dat zal ook nu zo zijn. Misschien kan dit zelfs een positieve impact hebben. Ik zou meer kunnen werken aan mijn celebritykant, evenementen bijwonen voor merken of zo. Ik sta open voor veel dingen.

Je hebt onlangs ook je eigen kledinglijn voorgesteld.
(enthousiast) O ja. Het merk BALR, waarvan mijn vriend een gezicht is, wou ook een vrouwenlijn. Ik vind het ongelooflijk uitdagend een eigen touch te geven aan kledij. We zijn begonnen met T-shirts, een jurkje en jasjes. Mijn stijl zou je kunnen omschrijven als jong, hip en chill. Alle ontwerpen draag ik ook zelf in het dagelijkse leven.

Terug naar Istanbul. Ben je niet bang na die aanslag en die staatsgreep?
Toch wel, ja. Ik ben heel bang zelfs. Ik let goed op waar ik naartoe ga. Maar je kan je leven niet stopzetten. Ook in Brussel en Parijs zijn er aanslagen geweest. Je kan dit niet vermijden. Die staatsgreep had ik niet zien aankomen. Je hoort plots geweerschoten zo dichtbij, heel angstaanjagend allemaal. Maar de dag nadien ging het leven weer gewoon verder. Istanbul is wel een leuke en moderne stad. Waar ik woon, zijn er veel shops en restaurantjes. Heel tof allemaal.

“Die staatsgreep: je hoort plots geweerschoten zo dichtbij, heel angstaanjagend.”

Mis je geen knus stekje waar het altijd thuiskomen is?
Mja, ik weet dat niet. Als ik ergens drie maanden ben, voelt dat abnormaal aan. Het helpt dat Greg ook vaak weg is. Dan begrijp je elkaar beter. Anderzijds blijft België voor mij wel altijd thuiskomen. Ik ben een echte familiemens: ik ben zo graag bij mijn mama en mijn twee kleine zusjes. We moeten elkaar al zo vaak missen. Ik hou ook van de Belgische mentaliteit. Het voelt altijd goed om even verlost te zijn van dat hectische Amerikaanse gedoe. En ik geniet ervan bij mijn oude vrienden te zijn, al die mensen die mij al kennen van toen ik klein was. Die weten wie je echt bent. Die behandelen je ook anders dan de mensen die je willen leren kennen voor wat je doet.

Wat staat er nog op je bucketlist?
Parachutespringen. En zwemmen tussen de haaien. Maar ik ben zo bang. Onlangs waren we een weekje in de Malediven. Eén keer ben ik de zee in gegaan. Zo bang was ik dat er haaien zouden zwemmen. (lacht) En acteren, zou ik ook graag eens doen. En mama worden, dat zeker. Je ziet: veel, hè. En spannend allemaal. Eén iets weet ik: ik zal mijn tijd op aarde goed benut hebben.