OOSTENDE -- Carl Devos (Foto Davy Coghe)

Met de aanstelling van Sabine Laruelle (MR) en Patrick Dewael (Open VLD) als koninklijke opdrachthouders is de moeizame formatie van een federale regering deze week een nieuwe fase ingegaan. Professor Carl Devos van de UGent zegt dat een regering vormen bijzonder moeilijk, maar toch nog steeds mogelijk is. Negen maanden na de verkiezingen doet hij zes vaststellingen rond de politieke malaise in ons land.

door Vincent Vanhoorne

1. Sabine Laruelle en Patrick Dewael zijn geen ‘olijk duo’

Er wordt wat denigrerend gedaan over de aanstelling van de voorzitters van Kamer en Senaat door de koning. Je hoort dat ze tijd moeten winnen en de krokusvakantie moeten overbruggen, maar dat is toch een onderschatting van deze twee figuren. Sabine Laruelle en Patrick Dewael zijn twee ervaren politici met een groot moreel gezag in de Wetstraat. Het zijn geen koorknapen. Bovendien zijn het allebei liberalen. In bijna alle denkbare scenario’s hebben MR en Open VLD een rol te spelen. Het is dus een onderschatting om hen louter en alleen te zien als rustbrengers die wat tijd moeten winnen. Ze zijn tot meer in staat dan dat.

2. Een coalitie met N-VA en PS is nog mogelijk

Is het momentum voor N-VA nu gepasseerd? Voorlopig wel, maar ik sluit niet uit dat dat nog terugkomt. Er is niets definitief voorbij vóór er een regering gevormd is, ook al lijkt het nu onmogelijk dat N-VA en PS nog opnieuw samen gaan. Vivaldi leek tot voor kort ook onmogelijk. Dat men nu maar eens die Vivaldi-piste uitwerkt. Als je binnen enkele weken vaststelt dat dat niet kan, dan is het óf naar verkiezingen gaan, óf weer iets anders en dat kan dan misschien toch een regering met PS en N-VA zijn.

3. De focus ligt nu op Vivaldi

We zijn nu in een fase gekomen waarbij aan een Vivaldi-achtige constructie moet gedacht worden: socialisten, liberalen, groenen, aangevuld met een of meerdere andere partijen. Een andere vraag is: kan je iets maken zonder PS? Dat is in principe mogelijk, maar het is niet evident om dat te organiseren. Ik weet niet of Laruelle en Dewael daar tijd in gaan investeren, maar in principe zou dat ook op tafel kunnen komen. De hoofdstroom is echter of je rond die Vivaldi-gedachte een ploeg kunt bouwen.

4. De brokken vallen nog te lijmen

Waar is het vorige week stuk gelopen tussen N-VA en PS? Er lag een besparingsplan op tafel waarin de sociale zekerheid ook een stuk zou moeten bijdragen. Als je een tekort van 12 miljard euro in de begroting moet dichtrijden, dan zal dit niet lukken met klassieke besparingen. Er moeten ook een stuk nieuwe inkomsten gevonden worden. Men heeft PS wel gesproken over besparingen in de sociale zekerheid, maar men heeft de Franstalige socialisten onvoldoende getoond dat men ook in termen van nieuwe inkomsten naar oplossingen zocht en waar die nieuwe inkomsten dan wel zouden kunnen zitten. Vooral MR en wellicht ook wel CD&V hadden niet veel zin om dat laatste naar voor te schuiven en dan is men bij de PS kwaad geworden: je bespaart in sociale uitgaven, maar de inkomstenzijde is onvoldoende afgedekt. Magnette heeft gezegd: ik krijg dat niet verkocht. Ik beweer niet dat de grootste tegenstand aan de tafel tussen N-VA en PS was. Heel belangrijk ook is de spanning tussen PS en MR en het feit dat de MR niets wou toegeven. MR heeft het moeilijk om de Zweedse coalitie los te laten. Dat verklaart ook voor een stuk de “j’en ai marre” van de PS. De setting is veel ingewikkelder dan PS tegen N-VA. De N-VA was ook wel bereid om het hardvochtige imago dat de partij nu heeft wat te lossen. Er lag nog geen akkoord op tafel, dit was aftasten. Een fase waarin partijen de kaarten nog altijd tegen de borst houden en er geen grote toegevingen worden gedaan vooraleer er echt wordt geformeerd. En daar waren we nog niet. Men was nog aan het voelen of zoiets op termijn mogelijk zou zijn. Een aantal mensen zag dat goed komen. Vandaar dat ik denk dat het wel tot een regering zou kunnen komen met PS en N-VA.

5. Als er in mei echt niets is, gaan we wellicht naar verkiezingen voor de zomer

We kunnen nog een tijdje bezig blijven, maar er komt een moment, ergens in mei, waarbij je de vraag moet stellen: gaan we het onderhandelen over de zomer tillen of niet? In juli en augustus kan je geen verkiezingen organiseren. Als er iets op tafel ligt waar men aan werkt en waarvan het gevoel bestaat dat er een regering in zit, zal men dit in mei niet stopzetten om in juni verkiezingen te organiseren. Als er in mei echter helemaal niets is en iedereen is hopeloos, dan denk ik dat de gedachte van verkiezingen wel op tafel moet komen. Als je dat niet doet, dan zit je plots al in de herfst en gaan we richting het verbreken van ons eigen wereldrecord regeringsvorming. Iedereen voelt aan dat dit echt niet meer kan. In mei zal er een grondige afweging moeten komen als we niet beter naar verkiezingen gaan vóór de zomer.

6. De toestand is ernstig, maar niet hopeloos

De toestand is uitermate ernstig. Ik betreur dat. Net zoals alle burgers ben ook ik dit ‘strontbeu’, maar de situatie is zeker niet hopeloos. Als je ziet wat de mogelijkheden waren met PS/N-VA, dan zeg ik: dat is te corrigeren, je kunt dat doen. Anderzijds: als CD&V een aantal toegevingen krijgt op ethisch vlak en als Vivaldi een centrumkoers wil varen, dan is CD&V wellicht te overtuigen om N-VA te lossen. Ik vind de situatie niet hopeloos, omdat ik denk dat het grootste probleem niet het vinden van een inhoudelijk akkoord is. Het gaat ook om electorale strategieën en om moeilijke persoonlijke relaties. Er is een nieuw team van politici aan zet met enkele nieuwe en jonge voorzitters die nog geen gezamenlijke geschiedenis hebben en er zijn spanningen tussen een aantal mensen.