BRUSSEL In navolging van het basis- en secundair onderwijs stomen de hogescholen en de universiteiten zich klaar voor een coronaproof schooljaar. Wij blikken vooruit met Caroline Pauwels, die aan haar tweede mandaat begint als rector van de VUB. Zij is voorzichtig optimistisch, zegt ze. “Kan ik garanderen dat er geen opflakkering zal zijn? Neen, helaas niet. Maar we doen wat we moeten doen.” Haar universiteit kiest voor code geel. Dat betekent digitaal én fysiek onderwijs.

Watermaal-Bosvoorde, een gemeente in het Brussels Gewest. In een statige woning langs een groene dreef woont de grote baas van de Vrije Universiteit Brussel. De begroeting is hartelijk, weliswaar op afstand. Het blijft vreemd aanvoelen. Caroline Pauwels is een innemende vrouw, wijd gewaardeerd voor haar optimistische inzichten in het leven. Toen ze ruim een jaar geleden het keiharde kankerverdict kreeg, stelde ze zich gewoon opnieuw kandidaat voor een tweede legislatuur als rector. ‘Uit gretigheid voor het leven’, liet ze eens vallen. Of we koffie en koekskes willen, vraagt ze in dat sappig Brussels accent dat u wellicht kent van Paul Van Himst en Johan Verminnen. Op het tafelblad staat een polaroid rechtop, tegen een vaas bloemen. Een foto van haar en haar dochter. “Genomen op vakantie in Zwitserland. Ik ben net terug. Zij heeft mij enkele dagen vergezeld.”

Een deugddoende vakantie, mag ik hopen?

Zeker. Ik geniet sowieso van de zomer. Ik ben een kind van het licht. (lacht) De dagen die langer worden: dat is winst maken op de tijd. We hebben mooie wandelingen gemaakt in de natuur. Maar het was tegelijk een verdrietige reis. Mijn meter, die in Zwitserland woonde, is dit voorjaar overleden. Een hartstilstand. Ontzettend onverwacht. Ik heb geen afscheid kunnen nemen. Ik kon zelfs niet naar de begrafenis.

Door corona?

(knikt) Er mochten maar vijf mensen aanwezig zijn. (stil) Mijn meter was heel belangrijk voor mij. Zij was eigenlijk de spilfiguur van de familie. Zij was de vrouw die alle generaties verbond. Het was voor mij essentieel om deze zomer toch naar daar af te reizen. Om mijn nonkel te zien en andere familieleden. We hebben samen gehuild. Elk in een andere zetel, omdat we elkaar niet mogen vastpakken. Onwezenlijk, maar toch deugddoend.

Ik wou u vragen of de afgelasting van Theater Aan Zee, waarvan u curator zou zijn, een ontgoocheling was. Dat klinkt plots heel futiel, zeker?

Neen, toch niet. Dat is óók verdriet. Voor veel mensen zelfs. Economisch verdriet, voor wie in die sector werkt. Mentaal verdriet, voor wie een leuke en zorgeloze zomer ziet verdwijnen. Covid is ingrijpend voor ieders leven. En ik vrees dat dat nog even zal duren.

Het onderwijs kan leiden tot stijgende curves. We moeten dat beseffen.”

Hoe lang nog, denkt u?

Dat kan ik niet zeggen. Helaas. (lacht) Het is wachten op een geneesmiddel en een vaccin. Maar zelfs dan. (denkt na) We gaan zelfs dan niet terugkeren naar het gewone leven, volgens mij. We gaan deze eeuw nóg voor kantelmomenten staan. Ik ben heel ongerust over de klimaatopwarming. Dat kan ook een rem worden op het gewone leven, zeker als we niet ingrijpen.

Gezondheidseconoom Lieven Annemans schreef in een veelbesproken opiniestuk dat corona ook het gezond verstand aantast. Hij meent dat sommige maatregelen te verregaand zijn. Kan u hem volgen?

Dat is een moeilijke vraag. (denkt na) Maatregelen moeten proportioneel zijn. Dat is het belangrijkste woord, volgens mij. Is dat zo vandaag? Neen, niet altijd. De culturele sector bijvoorbeeld: die is veel te hard getroffen. Dat is het zogenaamd ‘nutteloze’. Maar men onderschat hoe belangrijk dat ‘nutteloze’ is voor een samenleving. Ik maak me ook zorgen over onze ouderen in woonzorgcentra. Er wordt te weinig rekening gehouden met hun zelfbeschikkingsrecht. Hun isolatie is haast onmenselijk. Dat zijn geen proportionele maatregelen.

Wat loopt fout, volgens u?

Dit land heeft geen volwaardige regering. Dat maakt het beleid heel complex. Er moet ook gezocht worden naar een goede mix van experten. Men is daaraan aan het werken: dat is goed. Als je vooruit wil, moet je naar diverse invalshoeken luisteren. Ook jongeren moeten betrokken worden. Zij zijn eigenlijk amper gehoord in deze crisis. Maar ik wil tegelijk mild zijn tegenover de mensen in charge. Zij zijn geconfronteerd met een ongeziene gezondheidscrisis.

Veel mensen zijn ongerust over de start van het schooljaar, bang zelfs. U ook?

Neen, maar dat is mijn karakter. Ik ben niet snel bang. (glimlacht) Ik kan wel begrijpen dat mensen bang zijn. We worden dagelijks geconfronteerd met angstaanjagende cijfers. Maar u kent het cliché: angst is een slechte raadgever. Ik ben voorzichtig optimistisch. Het onderwijs kan leiden tot stijgende curves. We moeten dat beseffen. We gaan te maken krijgen met onzekerheden. Dat zal veel flexibiliteit vragen, ook van onze geest. Maar tegelijk weten we al veel over het virus. We weten welke voorzorgsmaatregelen we moeten nemen. Dat was niet zo in maart, toen we volledig dicht gingen. Die kennis sterkt mij in mijn optimisme.

Vandaag komen steeds dezelfde experten aan het woord. dat neigt naar idolatrie. Dat kan zelfs gevaarlijk worden.”

De VUB kiest voor code geel. Dat betekent zoveel mogelijk contactonderwijs, met mondmaskers, in combinatie met afstandsonderwijs waar dat noodzakelijk is. Waarom die keuze?

(enthousiast) Omdat ontmoeting zó belangrijk is. Studenten moeten elkaar kunnen zien, proffen moeten studenten kunnen zien. Dat is ontzettend belangrijk om educatieve én psychologische redenen. We hebben dat gemis gevoeld in de lockdown. Veel jongeren hebben daarvan afgezien. Ik ook. Let op: ik ben pleitbezorger van digitaal onderwijs. Daar zijn ook positieve aspecten aan verbonden. Maar een universiteit kan nooit honderd procent digitaal zijn. Wij mikken op een goed evenwicht tussen fysiek en digitaal onderwijs. We geven onze docenten veel vrijheid daarin: zij kunnen best inschatten wat fysiek kan en wat beter digitaal gebeurt.

Vindt u dat geen risico? De Erasmushogeschool Brussel kiest voor code oranje. Wat online kan, zal online gebeuren.

Ik vind het verschil tussen geel en oranje heel dun. Wie voor oranje kiest, zal ook fysieke lessen toestaan. Praktijklessen bijvoorbeeld. Kan ik garanderen dat er geen opflakkering zal zijn? Neen, helaas niet. Dat kan niemand. Maar we doen wat we moeten doen. We nemen álle voorzorgsmaatregelen. Dat betekent afstand houden, handen wassen, mondmaskers dragen, ventilatie voorzien. We zijn ook klaar voor alle mogelijke terugschroefscenario’s. Als een campus een broeihaard blijkt, dan gaan we die campus ook sluiten. Maar we gaan dan niet álle campussen sluiten.

Zal dat niet zorgen voor chaos, twee scholen van eenzelfde stad die kiezen voor een andere kleur?

(blaast) Ik denk dat niet, neen. We zijn bovendien nog ruim twee weken verwijderd van de opening. Wie weet wat er nog allemaal gebeurt? De cijfers in Brussel zitten weer in dalende lijn: dat is goed nieuws.

U hebt veel internationale studenten. Zijn die allemaal welkom?

Een vierde is internationaal, inderdaad. Die zijn welkom op onze campussen, ja. Ze moeten wel de regels respecteren van het thuisland én van ons land. Wie uit een rode zone komt, moet in quarantaine gaan. De Europese Unie beschouwt studeren als een essentiële verplaatsing. Dat is niet in alle landen zo. Mijn zoon studeert aan een Canadese universiteit. Hij mag niet naar daar reizen. Hij wil nu op kot in Brussel. Hij is het wellicht beu om bij zijn moeder te zijn. (lacht)

Zijn dit boeiende tijden voor een rector?

(resoluut) Zéker. Dit is een gigantische leerschool. Voor mij en voor iedereen, denk ik. We leren omgaan met onzekerheden. Sommige worden opgelost, andere niet. (zwijgt even) Weet u wat ik vooral heb geleerd? Dat zelfs het onmogelijke mogelijk kan worden. Een universiteit die van dag op dag volledig digitaal gaat: dat leek mij onmogelijk toen ik naar die befaamde rectorenvergadering van dinsdag 10 maart vertrok. Maar we zijn daarin geslaagd. (enthousiast) Dat bewijst tot wat de mens in staat is. We mogen gerust wat meer vertrouwen op elkaar. Dat is ook mijn idee nu, aan de start van het nieuwe jaar. We gaan dit kunnen.

U begint aan uw tweede mandaat. Als ik u zo hoor, dan hebt u nog geen spijt dat u zich opnieuw kandidaat stelde?

Neen. (lacht) Al voelt Covid toch een beetje aan als straf. Ik heb mijn eigen verhaal, dat is geen geheim. Ik herstel van kanker. Ik moet tweewekelijks naar de chemotherapie. Dat heeft me niet weerhouden om voort te doen als rector. Ik had zelfs een goede balans gevonden in mijn leven. De VUB is één van die zaken die mij overeind houdt, heb ik geleerd. Maar dan kwam daar Covid bovenop. Ik heb even gevreesd dat dat de druppel zou zijn. Dat is het gelukkig niet geworden. Zelfs met Covid heb ik de VUB nodig om overeind te blijven. (lacht) Ik vind het wel spijtig dat andere projecten naar de achtergrond verdwijnen. Het is dringend tijd voor structurele hervormingen op vlak van klimaat en diversiteit, ook aan de universiteit.

Maatregelen moeten proportioneel zijn. Is dat zo vandaag? Neen, niet altijd.”

Wat is volgens u de voornaamste taak van een rector?

Alle docenten en medewerkers meekrijgen in het wetenschappelijk én maatschappelijk project van de universiteit. Ervoor zorgen dat die mensen samenwerken, zonder hun passie te verliezen. (denkt na) Een universiteit heeft drie basisopdrachten: onderwijs, onderzoek en maatschappelijk dienstbetoon. De rector moet waken over de uitvoering daarvan. Mijn stokpaardje is het maatschappelijk dienstbetoon. Wetenschappers moeten ten dienste staan van de maatschappij.

Dat is wat gebeurt in deze coronacrisis. De virologen en de epidemiologen zitten dagelijks in de media. Ik zie echter amper mensen van de VUB. Steekt dat?

Neen, toch niet. Dat mogen er natuurlijk meer zijn. (lacht) Er zouden vooral meer andere experten aan bod moeten komen, van andere vakgebieden. Dialoog zorgt voor nieuwe inzichten, vind ik. De media moeten daar eens over nadenken. Vandaag komen steeds dezelfde experten aan het woord. Dat is niet gezond, ook niet voor die mensen zelf. Zij worden soms bevraagd over zaken die niet hun domein zijn. Dat neigt naar idolatrie. Dat kan zelfs gevaarlijk zijn.

Viroloog Marc Van Ranst heeft intussen politiebescherming nodig.

(pikt in) Dat is wat ik bedoel. Dat is toch niet normaal?

U zei in Krant van West-Vlaanderen dat u meer wakker ligt van maatschappelijke problemen dan van uw gezondheid. Is dat écht zo?

Toch wel, ja. Je bent natuurlijk bezig met je eigen issues. Maar dat mag niet beklemmend worden. Je moet dat kunnen overstijgen. Ik lig vooral wakker van klimaat en diversiteit. De universiteit moet ook in eigen boezem kijken. We hebben na het overlijden van George Floyd een gesprek gevoerd met gekleurde studenten, omdat we signalen kregen dat er ook aan de VUB gediscrimineerd wordt. Eén meisje zei iets heel frappants: “Als de decanen en de proffen naar ons kijken, dan zien ze hun eigen kinderen niet.” (zwijgt even) Dat klopt, hè. Dat is een probleem. Onze decanen zijn allemaal blanke mannen. Dat is geen verwijt, maar een vaststelling. Er zit iets structureel fout in het systeem. Veel vrouwelijk en gekleurd talent gaat verloren. Dáár lig ik wakker van.

Ligt u ook wakker van de politieke impasse?

(zucht) Ik vind dat vooral héél jammer. Ik zie veel cynisme en ironie in de politiek, maar helaas te weinig empathie. Dat is een probleem. Politiek is nochtans een serieuze zaak. Ik heb mateloze bewondering voor mensen die in de politiek stappen. Ik méén dat. Maar ze moeten dat wel doen om het algemeen belang te dienen. (denkt na) Ik ben bang van nieuwe verkiezingen. Ik ga dat niet ontkennen.

 

Waarom?

Omdat die het plaatje nóg moeilijker gaan maken. De extreme partijen gaan wellicht winnen. Ook Vlaanderen zou wel eens onbestuurbaar kunnen worden. Als een politiek landschap heel versnipperd raakt, en de middenpartijen vinden elkaar niet meer, dan wordt het heel moeilijk. Dat maakt mij ongerust.