Chokri en Pukkelpop, ze zijn aan elkaar geklit als yin en yang. Toch wil de 56-jarige Limburger van dat beeld af. Zijn festival, dat hij 31 jaar geleden uit de grond stampte, moet loskomen van zijn naam. Vandaar ook dat hij zelden interviews geeft. Voor onze krant maakt hij een uitzondering. Nu Pukkelpop eraan komt, valt er veel te vertellen. Over de bierprijs bijvoorbeeld. Of de aandacht voor diversiteit.

“Als je in de jaren tachtig een festival op gang wou trekken, was het goed een gezicht te hebben. Toen was elk interview belangrijk. Nu niet meer. Pukkelpop heeft geen gezicht meer nodig, het festival staat op zichzelf. Sinds enkele jaren werken we echt met een groot team. Twaalf mensen zijn er voltijds mee bezig.”

Jij bent er 56. Hoe lang blijf je dit doen?
Een plan heb ik niet. Vandaag ga ik nog full force, maar ik zie me binnen tien jaar niet meer in deze functie. Mijn rol is wel geëvolueerd. Met de jeugdbeweging (Humanistische Jongeren Leopoldsburg waaruit Pukkelpop gegroeid is, red.) hoef ik me niet meer bezig te houden. De drukste periode voor mij is van januari tot eind juni: concept en richting bepalen. Het meest enerverende is zorgen voor een fatsoenlijk programma. Maar binnen x-aantal jaar moet het team dat ook zonder mij kunnen.

Is loslaten moeilijk?
Dat is ongelooflijk moeilijk. Is dat niet voor iedereen zo? Maar het lukt wel. Je moet mensen vertrouwen durven geven. Ik doe dat. En dan voel je ook dat zij dat niet beschamen. Je blijft natuurlijk alert, je zesde zintuig blijft je parten spelen. (lacht)

Men zegt wel eens dat het geheim van Pukkelpop schuilt in zijn organisator die een slimme zakenman is. Of is dat een vies woord voor een socialist?
O neen. Maar ik zie dat ook niet als compliment. Kijk, als je zo’n festival niet slim aanpakt, zal het snel voorbij zijn. De risico’s zijn groot, wij hebben dat in 2011 gezien (vijf doden tijdens de ‘storm van de eeuw’, red.). Ik ben niet de gemakkelijkste, dat weet ik. Ook aan de onderhandelingstafel. Als ik iets wil, zal ik niet snel loslaten. Maar ik denk dat onze grootste kracht ons hechte team is. Als ik zie hoe de jongeren vandaag mee de koers uitzetten, dan ben ik heel fier.

Raakt de kritiek je dat je geldbelust zou zijn?
Misschien wel, ja. Omdat ze niet juist is. Ik heb nooit iets gedaan voor de centen, integendeel. Alles wat ik ooit gedaan heb, was omdat ik er goesting in had.

Ben je blij met de affiche dit jaar?
Absoluut. Al steek ik niet onder stoelen of banken dat ik vrijdagavond een extra rock-headliner mis. Maar halfweg augustus blijkt een moeilijke periode dit jaar. Er zijn weinig rockbands on tour. Anderzijds vind ik onze affiche, ondanks die beperking, best indrukwekkend.

Rihanna is top.
Dat is de absolute headliner op donderdag. We hebben lang gediscussieerd of zij hier thuishoort. We zijn ook heel benieuwd of het zal klikken. Ik denk het wel. Wij waren rockers vroeger, maar jongeren nu zijn met hiphop en R&B bezig. En wie Rihanna niet smaakt, heeft alternatieven genoeg. We hebben tien podia dit jaar. Het is trouwens niet de eerste keer dat Pukkelpop durft vernieuwen. Herinner je je dat we in de jaren negentig als eerste rockfestival DJ’s en dance binnenhaalden? Men sprak schande toen. Maar ze hebben het ons allemaal na gedaan.

“Natuurlijk vindt de Vlaming 3 euro veel geld voor een pint, ik vind dat ook.”

Wat vraagt zo iemand backstage?
Dat zeg ik niet. Maar artiesten zijn niet meer zo veeleisend als twintig jaar geleden. Vaak vragen ze local food. Dan serveren wij Limburgse vlaai. En dat smaakt altijd. (lacht)

Ligt Rihanna’s prijskaartje aan de basis van de duurdere pinten (3 euro)?
Neen, dat lag al vast. Kijk, wij hanteren al zeven jaar dezelfde bierprijs (2,5 euro, red.), terwijl taksen en kosten omhoog gaan. Het probleem is dat je niet om de twee jaar je pinten met 10 cent kan verhogen. Dat is praktisch niet mogelijk. Daarom doen we nu eenmalig een verhoging van 50 cent. We laten wel de mogelijkheid open om vooraf online bonnetjes te kopen aan de prijs van vorig jaar.

Vrees je niet dat een festival iets wordt van de happy few?
Ja, natuurlijk. Ik zal zelfs meer zeggen: dat is mijn grootste bezorgdheid. Meer dan van wat ook, lig ik dáár wakker van. Wij willen in de eerste plaats veel volk. Maar als je dat wil, moet je een competitieve affiche hebben, en dat kost geld. Maar let op: vergeleken met buurlanden als Engeland, Nederland en Duitsland zijn onze ticket- en drankprijzen heel democratisch. Natuurlijk vindt de Vlaming 3 euro veel geld voor een pint, ik vind dat ook, maar je moet dat in dat perspectief zien.

Zorgt de verhoogde terreurdreiging voor extra kosten?
We moeten extra maatregelen nemen, ja. En die kosten een pak geld. Maar goed, dat mag geen reden zijn om die maatregelen niet te nemen. Liever dat dan met een ongerust hart gaan slapen.

“Vaak vragen artiesten local food. Dan serveren wij Limburgse vlaai. Smaakt altijd.”

Iets anders. Zie jij voor een festival een taak weggelegd inzake diversiteit?
(blaast) Ik denk dat festivals in se divers zijn. Vroeger had je één podium, één muziekstijl, en that’s it. Als je ziet dat we vandaag meer dan tien stijlen programmeren, dan bereik je sowieso een divers publiek. Maar het is niet zo dat wij vooraf brainstormen welke muziek we zeker willen om deze of die doelgroep te bereiken. Je moet altijd vertrekken vanuit de ziel van je festival. Die mag je nooit verloochenen. Als je je festival forceert om één bepaalde doelgroep te bereiken, bestaat de kans dat je een andere groep verliest. (zwijgt even) Je moet ook de cultuur hebben om geld uit te geven aan een muziekfeest op een weide waar alcohol te verkrijgen is.

Remt dat moslimjongeren?
Natuurlijk, dat kan niet anders. Ik heb het nu even niet over kansarmoede. Maar mensen die geld hebben, moeten het ook willen uitgeven aan festivals. Die cultuur kunnen wij niet veranderen.

Jij hebt zelf Marokkaanse roots. Zie je jezelf als een rolmodel?
Neen. Ik ben fier op mijn roots, maar ik loop er niet mee te koop. Anders bestaat het gevaar dat je in een hoekje geduwd wordt, dat je alleen mag spreken over migratie en integratie.

De politiek worstelt al jaren met discriminatie. Houdt dat jou bezig?
Natuurlijk. Discriminatie maakt mij zeer opstandig. En het is volop aanwezig in onze samenleving, helaas lijkt niet iedereen dat in te zien. Alleen als je dat ernstig aanpakt, kan je ook andere problemen terugdringen. (zwijgt even) Nu, ik zet ook grote vraagtekens naast onze invulling van integratie de voorbije dertig jaar.

Zijn we te laks?
Ik weet niet of dat het juiste woord is. Het onderwijs zou de verschillen tussen autochtonen en allochtonen moeten dichten, maar in de praktijk zie je het omgekeerde gebeuren. (feller) Je moet eens kijken naar de afstudeerpercentages, die verschillen zijn dramatisch groot. Het onderwijs is te star geweest. Kinderen worden vaak aan hun lot overgelaten. Men had meer initiatief moeten nemen om de ouders te betrekken. Je zou eens moeten weten hoe groot het verschil vaak is tussen het onderwijs, die ene leefwereld, en het gezin, die andere leefwereld. Ik heb zelf lesgegeven, ik weet waarover ik spreek. Een verplicht taalbad bijvoorbeeld had dertig jaar geleden al ingevoerd moeten worden.

Mis je de politiek?
Neen. Ik heb vijftien jaar in het parlement gezeten, dat was zelfs vijf jaar te veel. Sinds begin dit jaar zit ik wel in het partijbureau van sp.a. Op vraag van voorzitter John Crombez.

Een slinkse manier van hem om een optreden op Pukkelpop te versieren?
(lacht) Nee, dat heeft hij mij nog niet gevraagd.

Maakt zijn rockgroep SevZero kans?
Ik heb ze één keer zien spelen, heel tof. Maar ik denk dat zij niet de ambitie hebben op Pukkelpop te staan en platen te verkopen. Zij willen vooral plezier maken, terwijl wij kansen moeten creëren voor jonge artiesten.

Dat heb je diplomatisch beantwoord. Speel jij zelf muziek?
Dat wil ik de wereld niet aandoen. (lacht) Nee, ik heb dat talent niet. Laat mij maar de dingen doen die ik wel kan. Of denk te kunnen.

Pukkelpop, van 17 tot en met 20 augustus in Kiewit, www.pukkelpop.be