Directeur redactie Pascal Kerkhove: “Met de blik in de ogen van mijn kleindochter mist vanavond niemand een strafschop”

126

Goeiemorgen,

Wat als Romelu Lukaku…? In de wat als-wereld had het vandaag een bijzondere dag kunnen zijn. Veel animo al in de ochtend, nog meer bierverbruik doorheen de dag, de overtreffende trap van lofbetuigingen in de tv-opbouw naar de aftrap en vanaf 21 uur een immense brok ingehouden spanning. België-Engeland, het had de finale van het EK moeten zijn. De wat als-wereld bestaat niet. Vanavond strijden Engeland en Italië om Europees goud, de Rode Duivels kijken thuis of op hun vakantiebestemming. Als ze kijken. Ik doe dat zeker en hoop dat Italië wint. Niet als schrale troost, wel als afrekening met het Engelse angsthazenvoetbal. Ik droom stiekem van een finale met verlengingen én strafschoppen. Een loterij, zo wordt makkelijk beweerd, maar niets is minder waar. Het nemen van strafschoppen die beslissen over winst en verlies, is vakmanschap van de zuiverste soort. Alles komt daarbij samen in dat ene moment: traptechniek en psychologie, een man (of vrouw) versus zichzelf, de bal en de doelman. Elke topvoetballer trapt op training met de ogen toe een strafschop binnen. Niet hier. Iemand moet missen, altijd mist iemand. Dat weet elke voetballer die de eenzame wandeling van de middencirkel naar de penaltystip inzet. Veertig ellenlange meters, met de hoop en druk van een hele natie als onzichtbare rugzak op de schouders. Miljoenen mensen rekenen op jou voor hun geluk. Het publiek in het stadion schreeuwt zich rot of houdt de adem in, de voetballer ademt best wel en schreeuwt vooraf beter niet. Camera’s zoomen in op zijn blik en in die ogen zien we het gevecht tussen zelfvertrouwen en twijfel, tussen hoop en angst. En niets daarvan is een garantie op succes. Als de bal op de stip ligt, start de psychologische oorlog met de zwaaiende, springende of dansende doelman. Hij heeft niets te verliezen, de voetballer àlles. De doelman mag wachten, de voetballer moet trappen. Dat zie je in de aanloop: kort, lang, rechtdoor, met vreemde kronkels, een schijnbeweging of stuntelig stoppen. Dat zie je in de trap: hard, zacht, door het midden of in de hoek. Dat zie je in de ontgoocheling: een doelman klopt eens op de grond als hij de bal had kunnen hebben. Bij een voetballer die mist, stort de wereld in.

Gareth Southgate, de man die Engeland vanavond als bondscoach naar succes kan leiden, weet er alles van. Op 26 juni 1996 waren hij en ik op Wembley voor de halve finale tussen Engeland en Duitsland. Hij moest een beslissende penalty trappen, ik ervaarde als voetbaljournalist alleen de stress van de verlopen deadline. En hoe vreemd ook, soms voel je dat iemand gaat missen. Op dit EK waren dat de zelfverzekerde vedette Mbappé bij Frankrijk en de immer twijfelende anti-vedette Morata bij Spanje. 25 jaar geleden miste ook Gareth Southgate. Hij zakte door de knieën en keek radeloos in het rond. Ontredderd, troosteloos, eenzaam. Net als vandaag zong ook toen een hele natie een maand lang dat ‘Football was coming home’.

Niet toen.

Wat als?

In het leven heb je er weinig aan en in het leven van een kind bestaat het niet. “Je hebt een raar bolletje onder je ogen. Wat is dat, opa?” Mijn kleindochter vroeg het uit het niets terwijl we samen spaghetti aten. Even voordien had ze enthousiast verteld over de nakende disco-party voor haar vijfde verjaardag. Zij riep de namen van de kinderen die kwamen, ik telde ze. Het waren er vijf en moesten er zes zijn. Even simpel als complex. Het was lang geleden en zalig, samen in haar wereld. Ik zei dat opa nog eens naar de dokter moest om dat rare bolletje weg te nemen. Oké zei zij en keek me aan, lachend, onschuldig én indringend.

Met die blik in de ogen mist vanavond niemand een strafschop.

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Pascal.kerkhove@roularta.be